in de schulden op de pof lenen met geld smijten
Beeld: Shutterstock

Aan de luxe levensstijl van Manon (38) en William (42) hangt een flink, maar geheim prijskaartje, sinds hun inkomen is gehalveerd. “Onze zonen dragen tweedehands merkkleding.”

Manon: “Met onze zonen Boaz (12) en Joep (9) wonen we in de leukste buurt van Nederland. Een droomplek, waar we tien jaar lang keihard naartoe hebben gewerkt. William is vastgoedondernemer, ik werk als consultant. Voor mijn dertigste hadden we een gezamenlijke bankrekening waar je u tegen zegt.
 

More content below the advertising

Enclave van klatergoud

Ik raakte zwanger van Boaz en ons geluk kon niet op. Met onze gezinsuitbreiding was de tijd rijp voor een groter huis. De bank gaf ons zonder problemen een gigantische hypotheek en nog geen jaar later woonden we in een twee-onder-één-kap waar de kopers zich voor verdrongen. Met een oprijlaantje, een gastenverblijf dat ons kantoor werd en ruimte genoeg om een elftal groot te brengen.

Dat ik minderde met werken toen ik moeder werd, maakte weinig uit voor onze bankrekening. De zaken van William liepen voorspoedig. We kochten twee nieuwe, grotere gezinsauto’s en leefden erop los. Waarom zouden we het anders doen? We hadden nog steeds genoeg geld over om te sparen. Joep werd geboren, al onze buren kregen kinderen; we leefden – gechargeerd – in een soort enclave van klatergoud.
 

Breed laten hangen

Onze buren werden onze beste vrienden. De kinderen sleten hun dagen gezamenlijk op de trampoline in onze tuin en in de boomhutten bij de buurtkinderen, terwijl wij de ene na de andere borrel hadden. De mannen richtten een eigen golfclubje op waarmee ze eens per kwartaal naar de mooiste golfbanen op aarde reisden. We dronken champagne als we er zin in hadden, shoppen deed ik alleen in dure boetieks.

Drie keer per jaar werd er gewintersport: één keer met het gezin, ik een keer met mijn vriendinnen en William als laatste naar de seizoensafsluiting in Sankt Anton met zijn vrienden. ’s Zomers kozen we uit exotische bestemmingen die zowel luxe als kindvriendelijk waren. Thailand, Mauritius, Curaçao. Natuurlijk zagen we zelf ook wel dat we het enorm breed lieten hangen, maar iedereen om ons heen leefde zo. Voor ons was het normaal. Bovendien: we werkten er toch hard voor?
 

Instorting

Maar toen stortte de huizenmarkt in. De panden waarin William een fortuin had geïnvesteerd kelderden in waarde. Mijn inkomen was stabiel, maar lang niet genoeg om ons gezin van te onderhouden, laat staan onze luxe levensstijl. William ploeterde zich een ongeluk om het hoofd boven water te houden. Hij schaamde zich voor zijn tegenslag, had het gevoel dat hij faalde. Onzin, probeerde ik hem duidelijk te maken. Het lag buiten zijn macht. We hadden elkaar, onze jongens; meer hadden we toch niet nodig om gelukkig te zijn? Desnoods verkochten we de hele boel en gingen kleiner wonen.

William wilde er niet aan. De zaken zouden wel weer aantrekken, hield hij vol. Naar onze vrienden hield hij ondertussen de schijn op. Op verjaardagen van de kinderen schonk hij wijn van de beste slijter en geen haar op zijn hoofd die eraan dacht om mijn cabrio – onze derde auto voor de fun – de deur uit te doen, zelfs al reed ik er zelden in.

De kinderen, inmiddels vijf en acht, waren op hun beurt ook gewend dat alles financieel altijd maar mogelijk was. Ze droegen merkkleding volgens de laatste mode, hockeyden nooit met een versleten stick en bestelden waar ze trek in hadden wanneer we – nog steeds zeker één keer per week – uit eten waren. Verwend, ik weet het, al vroegen ze nooit ergens om.

Ik zag de rode cijfers van onze bankrekeningen steeds dichter naderen. Maar William bleef vakanties boeken waarvan ik me afvroeg of we de aanbetaling zelfs wel konden ophoesten. Het leverde meer en meer spanning op in onze relatie. ‘Soms moet je jezelf ook wat gunnen in moeilijke tijden’, oordeelde hij.
 

Bezuinigen

Ík vond dat hij ons in de nesten werkte. Dus besloot ik zelf maar te bezuinigen. Als merkkleding zo belangrijk was voor mijn gezin, dan kocht ik dat toch gewoon lekker tweedehands? Niemand die het zag. Hetzelfde gold voor nieuwe fietsen voor de kinderen, een dure legodoos voor Kerstmis en sporttenues in een grotere maat; allemaal makkelijk verkrijgbaar via Marktplaats.

William vertelde ik niet dat de spullen die ik kocht tweedehands waren. Pure armoe, vond hij dat, en wat niet weet, wat niet deert. Ik herwaardeerde mijn eigen garderobe, verkocht wat ik niet meer droeg en deed de basisboodschappen bij een goedkopere supermarkt. Ik zegde onze abonnementen op en liet onze financieel adviseur onze administratie doorlopen. Dat scheelde aanzienlijk in verzekeringskosten en andere vaste lasten.

Zo hielden we het een tijdje vol. Maar alle reisjes, flessen champagne en luxe etentjes waren niet te dekken met de bezuinigingen die ik stiekem had doorgevoerd. Als de zaken bij William niet snel beter zouden lopen, moesten we radicalere maatregelen nemen.
 

Lees ook
Bankrekening: Joyce en haar man smijten met geld >

 

Radicalere maatregelen

‘Ik heb met de bank gepraat’, zei William op een zondagochtend. We lagen nog in bed; de jongens speelden beneden. ‘De huizenmarkt blijft niet lang meer zo slecht als nu, we moeten alleen de laatste taaie periode even overbruggen.’ Ik wist wat hij ging zeggen, maar toch hield ik mijn hart vast. ‘Ik heb een lening afgesloten’, zei hij. Met zijn bedrijf als onderpand. De hoogte liep in de zes cijfers.

Hier komen we nooit meer uit, dacht ik bij mezelf. Met stomheid geslagen stapte ik uit bed, en vertrok met de hond voor uren naar het strand. Ik moest hier even helder over nadenken.
 

Stigma

Ons leven was heerlijk zo. En natuurlijk was geluk niet afhankelijk van materie, maar ook ik begreep de impact op ons sociale leven wel als we opeens niet meer meededen met alles waar die contacten om draaiden: borrels, etentjes, reisjes. Niemand die ons erop aan zou kijken als we een feestje minder gaven of een reisje oversloegen. Maar structureel niet kunnen meedoen met de rest zou hoe dan ook implicaties geven.

Om over het stigma nog maar te zwijgen: we zouden voor altijd het gezin met de geldproblemen zijn en William de mislukte zakenman. Hoe langer ik erover nadacht, hoe meer ik hem begreep. Maximaal een jaar. Langer dan dat mochten we niet op de pof leven, spraken we af. Voor het eerst durfde ik William mijn bezuinigingsmaatregelen van de voorgaande periode op te biechten. ‘Moordwijf’, zei hij, en knuffelde me plat. Voor het eerst in meer dan een jaar tijd kwamen we weer nader tot elkaar.
 

'Meedoen met de grote jongens'

We zijn nu twee jaar verder. De zaak van William loopt sinds een tijdje als een dolle; de markt is ons gunstig gezind. Maar onze schulden zijn torenhoog. De afgelopen jaren waren vreselijk. Stond ik bij de kassa in de supermarkt met samengeknepen billen, hopend dat er wel voldoende saldo op onze rekening stond. De familievakantie hebben we al twee jaar overgeslagen. ‘Papa heeft het te druk op de zaak’, vertelden we de kinderen. Wat waar was, maar om redenen die we maar liever verzwegen. In plaats van een strand in de Carribean, picknickten we bij de plaatselijke plas. We volgenden een golfsurfcursus. Gratis, via een bevriende moeder van school.

Ik geloof niet dat de jongens iets hebben gemerkt van onze financiële noodsituatie. Sterker nog: onze zomer in eigen land noemden ze de leukste ooit. Dat heeft me wel de ogen geopend. ‘Meedoen met de grote jongens’, zoals William dat noemt, is niet wat gelukkig maakt. En wie weet: misschien houden ook die grote jongens de schijn wel op. Je weet nooit wat er speelt achter voordeuren. Het duurt nog wel even tot al onze schulden zijn afbetaald, maar dát we ze snel kunnen afbetalen, is al een enorme luxe. Dat is veel mensen niet gegund.
 

Geluk

Hoe vreselijk de afgelopen jaren ook waren, ze werkten louterend. Wat wil ik mijn kinderen leren in het leven? Niet dat geluk afhangt van materie en luxe, zoveel weet ik wel. Ik zal blij zijn wanneer we schuldenvrij zijn. Toch wil ik niet meer terug naar de levensstijl die we hadden, zelfs al kunnen we het ons veroorloven. Spullen zijn tijdelijk. Die gaan stuk of je raakt ze beu. Uiteindelijk draait het om het geluk en de gezondheid van mijn gezin.

Heel eerlijk: we gaan gewoon weer op wintersport zodra het kan, en ik ga liever naar Belize dan kamperen in de Betuwe. Maar het mag allemaal best een tandje minder. De spelletjesavonden met de kinderen bij een glas huiswijn van de plaatselijke super waren minstens zo gezellig als de champagnefeestjes met de buren. We houden ze er beide in, hebben William en ik afgesproken. En dan hijs ik me als vanouds in mijn designerjurkje, maar wel van The Next Closet.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 07-2019.

 

Meer Kek Mama? Neem nu een abonnement en profiteer van leuke aanbiedingen!