Expat-moeders vertellen: ‘Terug naar Nederland gaan we bijna nooit’

01.04.2022 13:13
expat moeders vertellen Beeld: Getty Images / Unsplash
Geen boterhammen met hagelslag of op de fiets naar school: dankzij ouders die zo nodig in het buitenland moesten gaan wonen ziet je jeugd er opeens heel anders uit.

Linda Peelen (44), woont sinds mei 2021 met haar man Martijn (47) en hun zoons Moos (10) en Joas (3) in Zweden. Vanuit daar coacht ze Nederlandse kinderen en hun ouders, veelal online.

“Op een zondagochtend zei ik tegen Martijn: ‘We móéten naar Zweden’. Ik kan niet precies omschrijven wat er gebeurde, maar ik voelde dat we weg moesten uit Nederland. Dat verbaasde mij ook, want we hadden het goed voor elkaar in ons prachtig verbouwde Friese woonboerderij, mijn kindertherapiepraktijk liep goed, net zoals de B&B’s van Martijn. Hij ging een stuk wandelen om dit op zich te laten inwerken. Toen hij terugkwam, vertelde hij dat hij een adelaar had gezien. Die staat voor: sla je vleugels uit, ga op avontuur.

 

Op avontuur

Lang verhaal kort: we zijn gaan uitzoeken wat je moet regelen als je emigreert. Toen Moos dat ontdekte in onze online zoekgeschiedenis schoot hij vol. Logisch, hij wilde zijn vrienden niet verlaten. We hebben samen met hem een mindmap gemaakt waarop hij alles schreef wat hij in Zweden zou willen doen. Die lag vanaf dat moment naast zijn bed en toen was het voor hem ook goed.

“Ik voelde ineens dat we naar Zweden moesten”

Binnen drie maanden was ons huis verkocht en konden we afscheid gaan nemen. Ik rekende op een kritische noot van mijn vader, maar hij zei: ‘Als ik jullie leeftijd had, zou ik ook gaan’. Op 5 mei 2021 zijn we met onze camper vertrokken, we gingen op de bonnefooi naar Zweden om rustig op zoek te gaan naar onze nieuwe stek. Na vijf weken rondreizen vonden we een huis, midden in Zweden op tien minuten rijden van een dorpje. De jongens gaan met plezier naar de peuterspeelzaal en school. Dapper, want we hebben nog geen tijd gehad om Zweeds te leren.

Het leven hier is zoals ik me het voorstelde. Ik geniet ontzettend van de kleurrijke bossen en diepblauwe meren. Er staan regelmatig vossen en elanden in de tuin. Laatst zaten Martijn en ik samen in de auto, door het glazen dak zagen we een adelaar vliegen. Voor ons de bevestiging dat het goed is dat we dit avontuur zijn aangegaan.”

Ambitieuze plannen

Yvette Seinen (36) woont met haar man Willem (37) en hun dochters Athalia (9), Ermelinde (7), Moriela (4) en Wianne (1,5) in Fortaleza, een kuststad in het noordoosten van Brazilië. Vanuit hun stichting Triomfator werken ze met kinderen die in de sloppenwijken wonen.

“Mijn leven lang heb ik geweten dat ik hier met straatkinderen zou gaan werken. Mijn roeping werd aangewakkerd door een bezoek van een zendingsechtpaar, zij kwamen op de basisschool vertellen over kinderen in Brazilië, die op straat slapen omdat ze geen dak boven hun hoofd hebben. Die verhalen maakten zo veel indruk op me, dat ik altijd heb volgehouden dat ik ooit zou gaan. Ook als volwassenen wat lacherig deden over mijn ambitieuze plannen.

Na mijn studie sociaal pedagogisch werk ontmoette ik Willem. Op onze eerste date vertelde hij dat zijn hart brak toen hij tijdens zijn reis door Brazilië ’s nachts kinderen over straat zag zwerven. Daar haakte ik meteen op in natuurlijk. Ik was 24, een jaar later waren we getrouwd en vijf jaar later vertrokken we naar Brazilië. Inmiddels waren onze oudste twee dochters geboren. We hebben op verschillende plekken gewoond, om bij andere stichtingen ervaring op te doen. Twee jaar geleden zijn we naar Fortaleza verhuisd.

 

Lees ook: Gezin stichten? Dat kan het beste in déze landen (en dit is waarom) >

 

Twee werelden

Eigenlijk leven we hier in twee werelden. Thuis, met onze vier dochters is het veilig. Maar zij kunnen niet buiten de tuin spelen en de poort moet altijd op slot, het gevaar van ontvoering voor de seksindustrie is te groot. Als we met hen op straat lopen, wil iedereen aan hun blonde haren zitten en ruiken. Dat vinden ze niet zo fijn, maar de vriendelijkheid en genegenheid van de Brazilianen is wel prachtig. Onze meiden gaan naar een privéschool en wat ze daar niet leren, breng ik hen thuis zelf bij.

“De kinderen mogen niet op straat spelen, dan kunnen ze ontvoerd worden”

Het contrast met de sloppenwijken is immens. Laatst was ik bij een oma die met haar zeven kleinkinderen in twee kamers woont. Haar dochter is prostituee, amper thuis en voortdurend zwanger. Hartverscheurend om te zien. De kinderen in de sloppenwijken hebben geen besef van tijd en afstand, vanwege het belabberde onderwijs. Veel dealers proberen de jonge kinderen daar te ronselen voor de drugshandel. Wij doen ons best patronen te doorbreken en organiseren kinderclubs, waar wij vertellen over Gods liefde voor hen. Naast vertier en gezelligheid, brengen we de kinderen ook praktische zaken bij: tandenpoetsen, handen wassen, gezond blijven. Ons verlangen is een eigen terrein waar we een school bouwen en kinderen leren zelfredzaam te worden.

Terug naar Nederland gaan we bijna nooit, familie zien we voornamelijk online. Willem mist Hollandse kaas, ik mis de Hollandse seizoenen en zomaar een rondje wandelen vanuit je huis. Ik vraag me nooit af of we er goed aan doen hier te wonen, dat weet ik gewoon.”

Zoveel verschillende landen

Julia Schipper (38) woont samen met Jurr ten Hove (39) en hun zoon Olle (3,5) in Bangkok, Thailand. Zij werkt daar als head of office van Right to Play, een internationale organisatie die zich door middel van spelen inzet voor kinderen die opgroeien in uitdagende omstandigheden.

“Olle luncht met gebakken rijst, een boterham met kaas hoeft hij niet. Zo werkt dat als je geboren wordt in Thailand, ook al zijn wij Nederlands. Ons leven is heel erg Thais, maar we blijven hier nog altijd buitenlanders. Dat ben ik overigens wel gewend, ik heb in zoveel landen gewoond.

Tijdens mijn internationale studie liep ik stage in Burkina Faso, ik heb gestudeerd in Zuid-Korea en een master gedaan in Ghana. Daarna heb ik voor langere of kortere tijd in het buitenland gezeten: Kenia, Palestina, Oeganda, Niger. Eigenlijk altijd alleen, terwijl Jurr en ik al bijna twintig jaar samen zijn. Tot ik zeven jaar geleden een vacature bij de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties in Thailand zag die Jurre echt op het lijf geschreven was. Hij kreeg de baan, ik werkte destijds voor Oxfam en ben intern gaan solliciteren, zodat ik ook vanuit Thailand kon werken.

 

Collectivistischer leven

Ruim drie jaar geleden is Olle geboren. Van mijn Nederlandse vriendinnen hoorde ik dat ze hun kind al voor de geboorte hadden opgegeven bij opvang en scholen, om verzekerd te zijn van een plekje. Hoogzwanger gingen Jurr en ik kijken bij de Outdoor School Bangkok. Dat had de directeur nog nooit meegemaakt, ze heeft het er nog steeds over. Kinderen groeien hier meer op in de gemeenschap omdat het leven veel collectivistischer is. School is voor Olle als een tweede familie – althans, zo voelt dat. Ik breng hem op Thaise wijze: op de scooter. Maar dan wel allebei met een helm op.

We hebben lang in een appartement op de negentiende verdieping gewoond, met adembenemend uitzicht. Maar toen kwam Covid-19 en voelden we ons toch wat opgesloten. Daar hebben we meteen werk van gemaakt en nu wonen we in een complex met drie rijen huizen rondom een zwembad. Een soort oase in de stad, met veel groen en vogels om ons heen. Olle kan al zwemmen, dus hier kan hij vrij spelen. Nog voor zijn derde verjaardag kon hij fietsen. Misschien zijn dat dan toch zijn Hollandse genen.

 

Tradities

We mixen Thaise en Nederlandse tradities op een hele natuurlijke manier. Dat wij altijd samen aan tafel eten, wordt hier als bijzonder gezien. Laatst reageerde de tandarts verbaasd dat we Olle niet voeren, maar dat hij zelf eet. En ondertussen zie ik dat Olle veel praat met Thaise gebaren; non-verbale communicatie is hier veel gebruikelijker dan in Nederland. Op school spreekt hij Engels en een beetje Thais. Als hij met zijn auto’s speelt, hoor ik hem Let’s go zeggen. Ook al spreken we thuis Nederlands. Dat vinden we belangrijk, want ik sluit niet uit dat we ooit teruggaan.”

Ondergedompeld in een ander land

De Nederlandse ambassadeur Bonnie Horbach (52) woont met haar dochter Lily (12) in Vilnius, de hoofdstad van Litouwen.

“Als toerist kijk je door een raam naar binnen, maar je wordt nooit echt onderdeel van de maatschappij. Als je langer ondergedompeld bent in een ander land, dan leer je de mensen beter kennen. Zo probeer ik door hun ogen naar de rest van de wereld te kijken.

Sinds mijn studie geschiedenis heb ik op verschillende plekken in de wereld gewoond. Van New York, Ghana en Mali tot Bangkok, Bagdad en Brussel. Lily is in Nederland geboren en toen ze net vier was, zijn we samen naar Zuid-Afrika verhuisd omdat ik daar als consulgeneraal ging werken. We zijn altijd met z’n tweeën geweest.

In Kaapstad kwamen we in een warm bad terecht. In onze straat stonden maar vier huizen en in drie daarvan woonden toevallig klasgenootjes van Lily. Ik raakte direct bevriend met hun ouders, we vingen allemaal elkaars kinderen op. Als ik op vrijdag gesloopt was na een drukke week, kwam de overbuurvrouw Lily halen, konden we samen mee-eten en kreeg ik daarna mijn dochter fris gebadderd in pyjama mee naar huis. Zuid-Afrikanen zijn zo warm en makkelijk in de omgang.

 

Ambassadeur

Na vijf jaar zijn we naar Vilnius verhuisd, hier ben ik ambassadeur van Nederland. Ik heb niet bepaald een negen-tot vijfbaan, afspraken buiten kantoortijden vinden vaak bij mij thuis plaats. Van jongs af aan heb ik Lily verteld dat ze altijd even binnen mag komen, ook al zit de president aan tafel.

“Litouwen lijkt op Nederland: klein met een uitgesproken mening”

Litouwen doet me denken aan Nederland: een klein land met de mentaliteit van een grote speler en met een uitgesproken mening. Het is hier veilig, de onrust zit vooral in de buurlanden. Litouwers zijn wat terughoudender dan Nederlanders. Op straat maken Lily en ik er een sport van iedereen enthousiast te begroeten in hun eigen taal. Van schrik vergeten ze vaak terug te groeten.

 

Demonstratie

Lily mist haar Zuid-Afrikaanse vriendinnen, maar heeft op de Amerikaanse internationale school ook weer nieuwe vrienden gemaakt. Zo speelt de dochter van de Deense ambassadeur vaak bij ons.

Een tijdje geleden kwamen ze in mijn werkkamer om te vertellen dat ze een BlackLivesMatter-protest gingen houden in het park waar onze residentie staat. Met zelfgemaakte protestborden gingen ze de deur uit. Om binnen vijf minuten alweer naar binnen te komen, zo gaat dat op die leeftijd met een spanningsboog van een paar minuten.

Een paar dagen later stond de politie aan de deur: ze hadden gehoord dat er was gedemonstreerd bij de ambassade en wilden de beelden van de beveiligingscamera’s terugkijken. Met het schaamrood op de kaken vertelde onze hulp dat het om de dochters van ambassadeurs ging. Daar hebben we die avond hard om gelachen.”

 

Dit artikel staat in Kek Mama 03-2022.

 

 

Meer Kek Mama? Neem nu een abonnement en profiteer van leuke aanbiedingen!