Roos Schlikker

Roos Schlikker (42) is journalist, columnist en moeder van zoons Miró (9) en Róman (7). In Kek Mama schrijft ze over haar gezinsleven.

De prins is uit school gekomen en drapeert zich op de bank. “Maaaaaaaam...” klinkt het landerig. “Ik heb hongeeeeeeer. Wat mag ik eten?”

More content below the advertising

Ik som wat op. “Stukje fruit? Een tosti? Ik heb nog mozzarella als je wilt.” Nuffig schudt hij zijn prinsenhoofd. “Geen zin in.” Ik haal mijn schouders op. “Nou, roep maar als je het weet.”

Een halfuur later. Opnieuw gebrul. “Maaaaaaaam...” De prins zucht. “Ik heb het koud. Kun je iets warms voor me pakken?” Ik drapeer een dekentje over zijn schoot.

Weer tien minuten later. “Maaaaaaaam...” Of ik een doekje wil pakken, want de prins heeft wat water gemorst. Of ik zijn boek wil zoeken, want de prins weet niet waar-ie is. Of ik niet toch een appel kan brengen. “Geschild. In partjes. Met kaneel.” Daarmee gaat hij een brug te ver. “Jemig”, roep ik. “Wat is met jou aan de hand? Ik ben je slaaf niet. Laat je niet zo bedienen.” Woedend kijkt de prins me aan. “Ik wil een appel! Met kaneel!” “Je kan de rambam krijgen.” “Maaaaaaaam!”
 

Personal assistent

De stemming komt er die middag niet meer in. Ik mopper inwendig. Verwend mormel. Ik ben zijn serveerster niet. Wat denkt-ie wel? Dat ik een restaurant aan huis run? Of een baantje zoek als personal assistent? Waar is mijn lieve kleine hartendief die normaal zo makkelijk is, zijn dekentjes zelf pakt en niet loopt te jengelen om geschilde appeltjes?

Maar dan is het avond en maan ik de prins zijn koninklijke tanden te poetsen. Hij kijkt me aan en prevelt: “Sorry, mam. Ik... ik ben gewoon zo moe.”
 

Lees ook
Kort lontje: dat krijg je van slaapgebrek >

 

Aandacht

Eindelijk komt het verhaal eruit. Hij was die morgen al om vijf uur wakker en had niet meer kunnen slapen. Hij wilde niets zeggen, had manmoedig geprobeerd zich door de dag heen te slaan, maar hij voelde zich beroerd. Ik kijk hem aan. Plotseling zie ik het. De prins die zo veel eisen had, had eigenlijk maar één grote behoefte: zorg voor mij, want ik ben te moe. En is dat niet veel vaker zo? Veeleisende mensen hebben dikwijls iets heel anders nodig dan waar ze om vragen. Ze willen gezien worden. En wat liefdevolle aandacht.

Niet veel later ligt de prins in bed. Hij wil nogmaals sorry zeggen, maar ik leg mijn vinger op zijn lippen. Ssssst. Ga maar slapen jij. Ik ben er, kleine prins. Ik leg een dekentje over hem heen.
 

Deze column staat in Kek Mama 05-2019.

 

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >