online banking man
Beeld: Unsplash

Twee jaar lang spaarde Charlotte (34) in het diepste geheim om te kunnen ontsnappen uit haar huwelijk. Niet makkelijk, want haar man hield elke stap die ze zette in de gaten.

Op de dag dat we gingen samenwonen, gaf mijn vriend me drie potjes. “Het wordt tijd dat met geld leert omgaan”, zei hij. Op elk van de potjes had hij een label geplakt: één met fun, één met vaste lasten en de derde kreeg de sticker boodschappen. Ik was 23, sinds twee jaar afgestudeerd, had een goede baan en een meer dan prima inkomen. Een beetje beteuterd keek ik hoe hij de potjes uitstalde op mijn bureau.

More content below the advertising

Oké, ik hield van het goede leven en liet mijn vrienden daar graag van meegenieten. Ik at zeker twee keer per week buiten deur en hield van een glas goede wijn. Maar los van een wat hoog opgelopen renteloze studielening, had ik geen financiële problemen. En geen spaargeld, maar wie heeft dat in godsnaam nodig als ze 23 is?
 

Behandeld als een kleuter

Nu besef ik dat op dat moment alle alarmbellen hadden moeten rinkelen. Maar dat deden ze niet. Ook al was ik zojuist behandeld als een kleuter die een standje krijgt. Door mijn eigen partner. Ik hield van hem, dus wuifde ik het weg. Ergens voelde het ook wel veilig, een man die eens niet laks omsprong met geld – een heel verschil met mijn eerdere vriendjes.
 

'Het zat wel wat scheef, ergens'

We trouwden en kregen twee prachtige dochters. En toen begon de ellende pas echt. Onze jaren zonder kinderen waren tamelijk zorgeloos geweest. We hadden een hypotheek die te overzien was en konden de rest van ons geld besteden aan meters tijdschriften en champagne wanneer we daar trek in hadden. Het zat wel wat scheef, ergens, dat hij drie keer zoveel verdiende als ik, maar geen cent meer dan ik afdroeg aan onze lasten. Dat ik mijn vakantiegeld moest inleveren ten behoeve van onze reispot, maar daarnaast óók de helft van de tickets betaalde. Logisch toch, vond hij, híj kreeg nu eenmaal geen vakantiegeld als zzp’er. Laat maar, dacht ik; hij pakt weer vaker de rekening als we uit eten zijn en bovendien: eerlijk zullen we alles delen. Zoveel boeide het me ook weer niet. Geld is er om uit te geven, en we genoten er samen van.
 

'Honderd euro mocht ik zelf houden'

Na de bruiloft ging het van kwaad tot erger. De torenhoge hypotheek op ons nieuwe huis en alle aanverwante financiën zou mijn man wel regelen; ik maakte er toch een zooitje van. Tja, ergens had hij wel een punt. Op mijn verkeersboetes kwam steevast een aanmaning en met 26 jaar had ik ‘al’ een pensioengat van misschien wel twaalf hele maanden. Compléét onverantwoord, volgens mijn echtgenoot. Ach, ik had toch een bloedhekel aan de administratie. Als hij die dan zo graag voor zijn rekening wilde nemen, be my guest. O, er was wel één regel: mijn complete salaris diende ik aan hem af te dragen ten behoeve van de hypotheek en andere gezamenlijke kosten. Honderd euro mocht ik zelf houden – voor mijn funpotje. “Je moet echt leren inzien hoe duur het leven is”, zei hij. Terwijl ik er in de praktijk natuurlijk gewoon de boodschappen van deed.

Natuurlijk krabde ik mezelf weleens op het hoofd. Dit kon toch nooit de bedoeling zijn van een gelijkwaardige relatie? Maar ja, misschien had-ie ook wel gelijk. Geld interesseerde me inderdaad weinig. Gelukkig pakte ik weleens een freelanceklus aan, voor de broodnodige vulling van mijn portemonnee en stiekeme wijnlunches met vriendinnen. Niet dat ik hun iets vertelde. Leg maar eens uit dat je als normaal denkend mens met een fulltime baan onder financiële curatele staat van je echtgenoot.
 

Bedelen om een pak melk

Dat er een jaar na ons huwelijk kinderen kwamen was emotioneel mijn redding, maar financieel natuurlijk een recept voor nog meer rampspoed. Ik bracht mijn werkweek terug van vijf naar drie dagen en leverde daarmee meteen een klap salaris in. Dat gaf hem reden nóg meer bovenop mijn uitgaven te zitten. Wanneer mijn maandelijkse fungeld op was, moest ik bij hem bedelen om een pak melk voor de kinderen te kopen. Hij weigerde een gezamenlijke rekening te openen; ik kon de weekboodschappen toch doen met zijn pinpas?

Tja, dat was feitelijk natuurlijk de onze, want mijn salaris stond er ook op. Maar als ik onderweg van de supermarkt meteen even een nieuwe mascararoller meenam, kon ik rekenen op oorlog. “Zo”, zei hij dan als ik thuiskwam van het boodschappen doen, “wat deed jij bij de drogist?” Via online banking volgde hij elke stap die ik zette. “Kijk, zó makkelijk ga jij dus om met geld”, zei hij dan. “En dáárom heb jij nu geen cent te makken.”
 

'Geen geld, zei hij'

Hij boekte zakenreizen naar Tokio en Parijs, met verblijf in suites in de mooiste hotels. De door de meiden en mij zo felbegeerde vliegvakantie: onmogelijk. Geen geld, zei hij. Ik rekende me een ongeluk. Had geen idee wat zijn exacte inkomen was, maar in combinatie met het mijne en na aftrek van hypotheek en vaste lasten moest er jaarlijks toch minimaal een bedrag overblijven waarvan we dat vliegtuig bijna konden kópen.

Helaas, de zomervakanties brachten we door op campings (en niet omdat ik nou zo dol ben op een nachtelijk wc-bezoek met een toiletrol onder mijn arm) – maar hij ging doodleuk op safari of lekker shoppen in wereldsteden. Naast de stapels merkkleding die ik wekelijks voor hem wegvouwde, prijkten kindershirtjes van de textielgigant. Bij drie sneeuwvlokken schafte hij de duurste moonboots aan, en huppelden mijn dochters en ik ernaast met twee paar sokken in lekkende kaplaarzen.
 

Lees ook
'Mijn man had een affaire en loog daar glashard over' >

 

Alles voor de lieve vrede

Als ik terugkijk, kan ik me niet voorstellen dat ik het zo ver liet komen. Maar ik deed het: alles voor de lieve vrede. Een fijn thuis voor de kinderen, zonder ruzies. Ik moest ook niet zo zeuren, vond ik; ik wilde toch zo nodig een vent die een beetje verantwoordelijk en zorgzaam was? Had ik er eindelijk eentje, was het weer niet goed. Bovendien vond ik hem zielig. Zijn extreme controledrang was natuurlijk eigenlijk niets meer dan een gigantische verlatingsangst.
 

'Weet je wel wat dat kost?'

Ha, die zorgzaamheid stelde natuurlijk niets voor. Hij ging steeds vaker op reis, mijn vrijheid werd met de dag beperkter. Afspreken met vriendinnen, zelf eens een weekendje weg, een cursus of een sportschoolabonnement: ondenkbaar. Die enkele keer dat ik toch een avondje kroeg wist te regelen met een vriendin, hooguit drie uur kletsen boven een huiswijn, wachtte hij me thuis op in het donker. “Hoe kún je”, baste hij. “Weet je wel wat dat kost?”

En nadat ik drie avonden achter elkaar met een vriendin aan een verjaardagstaart voor mijn oudste had gewerkt (wát een rotklus maar wat was-ie mooi, in strak fondant en paardenthema), barstte de bom. Tierend vloog hij de keuken in. Waarom het in godsnaam nodig was hier zo veel tijd en geld aan te besteden, terwijl hij alleen in de woonkamer zat. “Dit kan niet langer zo, Char”, fluisterde mijn vriendin. Voor ik het wist, stond ik te janken. Ik wist allang dat ik moest maken dat ik wegkwam, ik moest het alleen nog in gang zetten.
 

'Ik besloot mijn mond te houden'

De helft van mijn extra inkomsten stond vast op mijn rekening. “Als je dat niet doet, zit de belastingdienst je binnen een maand op de hielen”, had mijn man gewaarschuwd. Een jaar lang zette ik alles braaf apart. Potte ook het tweede jaar vast op. Tot ik bericht kreeg dat ik dankzij allerlei fijne aftrekposten, mijn reserveringen gewoon mocht houden. Vraag me niet waarom hij het over het hoofd zag, maar mijn man vroeg er niet naar. Ik besloot mijn mond te houden, ook tegen mijn vriendinnen, opende een aparte rekening, en sluisde alles weg.

Hiervan moest ik op z’n minst wat potten verf en wat nieuwe meubels kunnen kopen. Ik schreef me in als woningzoekende, kocht nieuw servies voor het gezin en stopte het oude in dozen op zolder. Maakte een afspraak met een bevriende financieel adviseur om te onderzoeken wat een scheiding me zou kosten en vooral: wat dat me zou opleveren. Na twee jaar was ik er klaar voor. De dag voor kerst kreeg ik het verlossende telefoontje: er was een appartement beschikbaar.
 

'Ik heb je niet meer nodig'

Misselijk van angst vertelde ik mijn man die avond het nieuws. Dat ik wegging en wilde scheiden. “Dat kun jij helemaal niet”, siste hij. “Je hebt me nodig.” “Niet meer”, zei ik, “en ik heb het zojuist gedaan.” Het huurcontract kon ik regelen op basis van mijn eigen inkomen, mijn man hoefde me alleen maar uit te kopen uit de overwaarde op ons huis. Dat weigerde hij natuurlijk, tot ik zei dat ik dan partneralimentatie zou vragen tot de kinderen volwassen waren. Daarop tekende hij.
 

Rust

De meiden en ik wonen alweer drie jaar in ons droomhuis, zoals zij het noemen. Ik noem het driehoogachter, maar ik begrijp wat ze voelen: de spanning is uit ons leven. Financieel waren de eerste jaren ongelooflijk zwaar, maar hé, ik was niet anders gewend tijdens mijn huwelijk. Ik werk inmiddels weer fulltime en verdien genoeg op eigen kracht om binnenkort een echt huis te kopen. Mijn huwelijk heeft me voorgoed wakker geschud. Als ik ooit nog iemand toelaat in ons leven, geeft-ie me vóór hij me zijn hart schenkt eerst de toegang tot zijn bankgegevens.

 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >