niet gelukkig gezin moeder dus ik vertrok
Beeld: Shutterstock

Ze probeerde uit alle macht gelukkig te worden in haar moederrol. Maar het lukte niet. Daarom scheidde Marthe (38) drie jaar geleden niet alleen van haar man Reinoud, maar ook van haar kinderen Liv (9) en Beau (7).

Marthe: “Liv was drie uur oud toen de verpleegkundige in het ziekenhuis om twaalf uur ’s nachts vroeg: ‘Zullen we je om drie uur wakker maken om te voeden?’ Nou, dat leek me een beetje laat; moest ze niet net als andere baby’s ook ontbijten? De verpleegkundige bleek drie uur ’s nachts te bedoelen – en duwde me een stencil in handen met voorgestelde voedingstijdstippen.

Article continues after the ad

Liv lag uit voorzorg in een warmtebedje op de kinderafdeling, nadat ze het wat benauwd had gehad tijdens de bevalling. Voeden op verzoek, zoals ik van plan was, was even geen optie. Gek genoeg drong nu pas tot me door dat ik vanaf nu dus nooit meer een seconde voor mezelf zou hebben. Dat niet alleen het voeden, maar het zorgen voor mijn kind in het algemeen voorgoed de hoofdmoot van mijn leven zou zijn.
 

Nieuwe rol

Natuurlijk wist ik waaraan ik begon toen ik zwanger raakte. Voor zover dat kan tenminste, voor iemand die voor het eerst moeder wordt. Ik bereidde me met militaire precisie op mijn nieuwe rol voor. Vergeleek consumentenonderzoeken voor de beste kinderwagen en meest ergonomische wiegmatrassen. Woog borstvoeding af tegen de fles, boekte een cursus zwangerschapsyoga en las alles wat er in de bibliotheek voorhanden was. Het beheerste mijn leven; ik was met niets anders meer bezig. Reinoud keek ernaar en genoot ervan. Ik als oermoeder – tjonge, dát had-ie niet zien aankomen.

Ik ook niet, voor de goede orde. Waar mijn vriendinnen op de basisschool vroeger van niets anders droomden dan trouwen en baby’s baren, hield ik me vooral bezig met mijn droom ‘baas’ te worden. Een eigen zaak, onafhankelijkheid, dat leek me wel wat. Mijn eerste lange relatie liep stuk op mijn gebrek aan een kinderwens. Hij wilde niets liever dan een gezinsleven, ík zag het niet voor me. Tot ik Reinoud tegenkwam – in mijn eigen kledingwinkel, nota bene – en de complete kosmos leek te gillen: dit is voortplantingsmateriaal.

En dat ís Reinoud ook. De voorspelbaarheid die hij met zich meebracht, zijn rust en nadenkendheid – héérlijk vond ik het. Jarenlang had ik de klok rond gewerkt om mijn winkel op te zetten en draaiende te houden. Van nature ben ik al druk; altijd in de weer met vrienden, nieuwe plannen maken, meer, beter, verder. Reinoud werd mijn oase. Tien maanden na onze eerste date was ik zwanger. Vrienden en familie waren blij, maar ook verbijsterd.
 

Gesloopt

Tussen Reinoud en mij ging het goed. Voorspelbaar, kabbelend, maar harmonieus. Prima basis voor een gezin, maar achteraf bezien niet de beste basis voor mij. Liv was een blakende baby. Sliep binnen een mum van tijd door, ging in de Maxi-Cosi mee naar het restaurant. Na mijn bevallingsverlof bracht ik haar vier dagen per week naar de kinderopvang.

Ik was stapelgek op haar, maar had mijn zaak ernaast keihard nodig, en Reinoud werkte eveneens fulltime. Beau kwam er als een cadeautje bij. Niet heel bewust gepland, maar ik had ook geen spiraal sinds mijn bevalling, dus we wisten wat kon gebeuren. Dat zou dan welkom zijn, besloten we.

Beau was een minder meegaande baby. Hij huilde veel, was ’s nachts vaak wakker. De enige manier om hem rustig te houden was door hem te dragen. Binnen vier maanden was ik gesloopt. Geen ouder wordt blij van zo’n situatie, het is gewoon keihard doorbijten. Dus dat deed ik. Reinoud hielp waar hij kon. Tegelijkertijd realiseerde ik me steeds meer dat de bijna obsessieve manier waarop ik mijn moederschap destijds had voorbereid volledig was gericht op het inrichten van de omgeving en mijn kennis, niet op het contact met Liv zelf of mijn diepste gevoelens als aanstaande moeder. En Beau, die fietste ik er op dezelfde manier achteraan.
 

Voor nu en altijd

Ik hou van mijn kinderen. Als ik kijk naar de prachtmensen tot wie ze zich ontwikkelen, klap ik bijna uit elkaar van geluk. Dat gevoel was er vanaf het begin. Het was puur het gevoel dat het nu voor altijd om een ander zou draaien dat me nekte. Niet uit egoïsme, maar uit een overweldigend verantwoordelijkheidsgevoel en een ingebakken hang naar persoonlijke vrijheid. Juist dat laatste maakte dat ook mijn huwelijk me steeds meer benauwde. Het hele gezinsstramien: het paste me gewoon niet.

Reinoud toonde begrip. ‘Neem een dag in de week voor jezelf’, zei hij. ‘Ik vang de boel thuis wel op.’ Een droomreactie. Ik probeerde het, en het hielp wat, maar de overige zes dagen van de week zat ik nog steeds vast in hetzelfde regime. Half zeven op, ontbijt maken, lunchpakketten smeren, kinderen in de kleren krijgen, racen naar school, opvang, werk. En na het werk de hele routine weer in omgekeerde volgorde. Elke avond uitgeblust op de bank, elke zomer naar een kindvriendelijke camping. Rijkdom waar heel wat vrouwen jaloers op zouden zijn, ik weet het. Dus drukte ik mijn ondankbaarheid – want zo zag ik het – jaar na jaar weg. Ik voegde me naar mijn nieuwe rol in het leven, en verloor mezelf.

Daar word je geen leuke partner van, maar ook geen leuke moeder. Mijn lontje werd steeds korter. Ik ergerde me steeds meer aan Reinoud, wanneer hij elke avond op dezelfde plek achter het aanrecht stond wanneer ik thuiskwam. Terwijl: hij stond achter het aanrecht. Elke avond. Hoe fijn wil je het hebben? Toch: elke avond weer dezelfde boeken voorlezen, nooit meer uit kunnen zonder de volgende dag voor zevenen een stapel kinderen in je bed; ik stikte erin. Ik voelde me volledig ontaard als vrouw én moeder zodat ik er niet ‘gewoon’ van kon genieten, zoals andere moeders. Dit is toch wat ouderschap en gezinsleven nu eenmaal inhouden?
 

Lees ook
'De dag dat ik mijn man vertelde dat ik wilde scheiden' >

 

'Wat wil jíj?'

Ik ging in therapie. Alleen, en later met Reinoud samen. Ik onderzocht of ik misschien een hechtingsprobleem had, of een depressie. We deden familieopstellingen, om te zien of mijn ontevredenheid voortkwam uit mijn verleden of de huidige inrichting van ons gezin. Reinoud onderging het allemaal gedwee – zoals hij gedwee was in alles. Als ik maar bleef, als we het maar samen zouden doen, tot de dood ons scheidde. Tot de psycholoog vroeg: ‘Maar wat wil jíj?’ Ik kon maar één ding bedenken: vrij zijn. Niet zonder mijn kinderen, niet per se zonder Reinoud, maar wel veel vaker op mezelf.

Dat was de eerste keer dat ik Reinoud grimmig zag. ‘Dus eigenlijk ben je gelukkiger zonder ons?’ beet hij me toe. Terecht. Ik legde uit dat ik waarschijnlijk een stuk gelukkiger met ze zou zijn als ik een evenredige hoeveelheid tijd voor mezelf had. Als ik maar niet dacht dat ik ergens op een flatje kon gaan wonen om de andere helft van de tijd het vlees te komen snijden, oordeelde Reinoud. Dan konden we maar beter stoppen.

Die woorden brachten een opluchting zoals ik die zelden had gevoeld. Ik had de knoop zelf neergelegd, maar niet de ballen hem zelf door te hakken. Nu Reinoud het voor me deed, besefte ik dat dit écht was wat ik wilde. ‘Het is niet dat ik niet van jullie hou’, huilde ik. ‘Ik hou alleen niet van ons leven.’ Daar begreep hij niets van. Hij, ik, de kinderen; dat wás toch ons leven? De nuance ontging hem en dat kon ik hem niet kwalijk nemen. Om me heen leefde iederéén schijnbaar gelukkig in diezelfde constructie.
 

Vertrokken

Weinig ouders kunnen hun kinderen waarschijnlijk zo oprecht zeggen dat ze nog heel veel van elkaar houden wanneer ze gaan scheiden. Het was één groot tranendal. Bij Reinoud en mij tenminste; Liv en Beau waren zes en vier. Beau haalde verongelijkt zijn schouders op en vroeg of hij weer mocht spelen, Liv vroeg alleen: ‘Zie ik jullie allebei dan nog?’ Toen ze daar bevestiging van kreeg, dook ook zij weer in haar Lego. Met het hoge woord eruit en de gigantische steen in mijn maag, twijfelde ik opeens aan mijn besluit. Zag ze nou zitten, die heerlijke drie mensen die alleen maar lief voor me waren. Waarom moest ik daar zo om huilen? Was het misschien eigenlijk wel een heel erg slecht idee?

Maar dat was het niet. Want toen de volgende dag de meeste tranen waren opgedroogd, kreeg ik een enorme rust over me. Dat voelde Reinoud ook. ‘Ik zíe je ontspannen’, zei hij, op zijn beurt alleen maar emotioneler. Vrienden hadden een pied-à-terre in de stad, maar woonden fulltime in het buitenland. Ik mocht er wonen zolang ik wilde. De eerstvolgende maandag, nadat de kinderen naar school waren, pakte ik mijn spullen en vertrok.
 

Voordelen

Reinoud en ik spraken een omgang af waarbij Liv en Beau elke maandag en dinsdag en om het weekend bij mij zouden zijn. Net iets minder dan de helft van de tijd, maar dat was prima zo: ik wilde hen immers ‘verlaten’. Daarnaast had ik mijn tijd hard nodig voor mijn zaak. De kinderen gingen er vrij naadloos in mee. Natuurlijk misten ze me, in het begin, en ze misten Reinoud wanneer ze bij mij waren. Maar dat normaliseerde snel. En toen ze zich realiseerden dat ze twee keer zoveel speelgoed kregen en vaker op vakantie zouden gaan, zagen ze ook de voordelen.

Die blijken er nog steeds. Ik heb inmiddels een eigen appartement en Reinoud en ik zijn nog steeds vrienden. Ik realiseer me hoeveel pijn ik hem heb gedaan. Dat hij zijn ego opzijzet voor mijn geluk, is iets waarvoor ik hem altijd dankbaar zal zijn. Ik gun hem hetzelfde geluk, maar voel hoeveel hij nog van me houdt. Eens per week eten we samen en vorig jaar zijn we zelfs met z’n vieren op wintersport geweest. Ik ben gescheiden van ons gezin, maar niet van deze mensen. Dat je in zo veel liefde óók voor jezelf mag kiezen, is een les die ik mijn kinderen graag leer.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 13-2020.

 

 

Meer lezen? Neem hier een abonnement op Kek Mama, de #1 glossy voor moeders.