blijf bij hem voor geld
Beeld: 123RF

Ze moet haar eigen verjaardagscadeau kopen en vindt haar man een botte boer, en toch wil Jasmijn (37) niet scheiden. “Ik moet er niet aan denken dat ik op een flatje moet wonen.”

 

“Als ik iets aardigs over mijn man wil zeggen, zou ik hem onverstoorbaar noemen. Op dagen dat het minder goed lukt hem met milde blik te bekijken, komt botte boer meer in de buurt. Ik hoor andere vrouwen vaak klagen dat hun mannen hun emoties niet genoeg uiten. Ik vraag me vaak af of die van mij ze überhaupt hééft. 

Een voorbeeld: toen hij drie jaar geleden in de ochtend op zijn werk door zijn broer werd gebeld dat hun vader onverwacht was overleden, bleef hij de rest van de dag gewoon op kantoor. Business as usual. Toen ik hem bij thuiskomst vroeg waarom hij niet direct naar huis was gekomen, keek hij me niet-begrijpend aan. ‘Had ik hem daarmee dan weer tot leven kunnen wekken? Nee toch?’ Waarna hij een cola uit de ijskast pakte en achter zijn laptop kroop.

 

Toneelstuk voor mijn dochter

Een verjaardagscadeau voor mij – doet hij niet aan. Dat koop ik al jaren zelf. Ik laat het mooi inpakken en leg het op de ontbijttafel. Het enige wat hij hoeft te doen is het een stukje naar me toeschuiven, zo van: ‘Alsjeblieft Jasmijn’. Dat toneelstukje voer ik op voor mijn dochter: ik wil niet dat ze medelijden met me krijgt, ze is nogal gevoelig van aard. Als ik een weekend weg ben, krijg ik apps met de vraag waar de rijstwafels liggen, of de zwembandjes van Mick. Dat hij me mist, heeft hij nog nooit geschreven. Of gezegd. 

Wat moet je in godsnaam met zo’n robot, zou je misschien denken. Nou ja, wat hij wel heeft, is humor. Van die absurdistische Hans Teeuwen-humor. En hij heeft me ten huwelijk gevraagd. In de auto. Terwijl we in de file stonden, maar toch. Dat hij op onze trouwdag ‘ja’ tegen me heeft gezegd, is het enige romantische wat hij ooit heeft gedaan. 

 

Burgerlijk leven

Om het geld hoefde hij mij niet bepaald te trouwen. Ik heb als kleding- en sieradenontwerpster nooit veel te makken gehad. Mijn werk is wel arbeidsintensief: ik ben een week bezig met een jurkje waar ik hooguit tweehonderd euro voor kan vragen. Toen ik Stijn ontmoette, had ik twee bijbaantjes in de horeca om de huur op te kunnen brengen. Voor mijn vorige vriendjes gold hetzelfde: die kwamen net als ik van de kunstacademie. Lees: altijd blut. En ze waren vaak creatief met alcohol. Of drugs. Op het moment dat ik aan Stijn werd voorgesteld, op een feestje van een vriendin, had ik net een knipperlichtrelatie met een nachtbraker achter de rug. Dat was ik zó zat. Ik snakte naar een burgerlijk leven. Naar iemand met normale vrienden. Met een normale baan.

 

Mooie kinderen met deze man

Bovenal snakte ik naar een kind. Qua uiterlijk was Stijn helemaal mijn type: lang, mooie bos krullen, strakke kaaklijn, donkerbruine ogen. Ik heb ooit van een psycholoog gehoord dat mensen om heel andere redenen dan liefde kinderen met iemand willen. Ik weet in elk geval nog precies wat er door mijn hoofd schoot toen ik hem de hand schudde: met deze man zou ik mooie kinderen krijgen. Hoe dan ook, ik viel enorm op hem. En hij op mij, ook niet onbelangrijk. De seks was vanaf het begin goed en is dat nog steeds: zwijgend, in bed, is de communicatie wél bevredigend.

En deze man had dus een normale baan. Wat zeg ik: hij had een topbaan. Stijn is programmeur en wordt gedetacheerd bij banken en verzekeraars. Hij is een nerd die er niet uitziet als een nerd. En hij was gul. De eerste ochtend dat we samen wakker werden, gaf hij me al zijn creditcard mee zodat ik een taxi naar huis kon pakken. Hij gaf niks om geld, zei hij. Dat hij eigenlijk nergens om gaf, daar kwam ik later pas achter.

 

Eén keer kreeg ik bloemen

Die mooie kinderen kwamen er. Ons eerste kind, Zoë, werd geboren in het vrijstaande jarendertighuis met rieten dak waar we net naartoe waren verhuisd. En ik moet zeggen dat mijn man zich die eerste maanden na de bevalling van zijn beste kant liet zien. Hij kwam me soms uit zichzelf een kopje koffie brengen. Eén keer kreeg ik bloemen. De enige soort waar ik niet van hou, maar toch. Ik vond het bemoedigend. 

Ik weet best dat geluk niet hetzelfde is als comfort, maar intussen vond ik mijn nieuwe levensstandaard heel aangenaam. Nog geen jaar daarvoor deelde ik mijn badkamer met twee huisgenoten. Nu hadden we er twee voor onszelf. Er was zelfs ruimte voor een ateliertje aan huis voor mij. Het was heerlijk om ’s nachts niet meer wakker te worden van het house-gedreun van de onderburen.

 

Allemaal op mijn manier

En ik was intens gelukkig met mijn dochter. Ik geloof dat Stijn welgeteld twee keer een luier heeft verwisseld, maar daar zat ik niet zo mee. Wij hadden dan wel een traditionele rolverdeling, de stress van veel werkende moeders kende ik niet. En ik vond het stiekem ook wel fijn dat ik het allemaal op mijn manier kon doen. We hadden nooit onenigheid over hoe we Zoë’s kamertje zouden inrichten. Of hoelang we haar moesten laten huilen voor we naar haar toe gingen. Ik was toch altijd de degene die het bed uit ging.
 

Lees ook
'Mijn man wil samen oud worden, maar wel in aparte huizen. Zelfs nu we twee kinderen hebben' >

 

Wat een armoe

Het moederschap nam mij op een prettige manier in beslag. Net toen de kruitdampen van die intensieve babytijd waren opgetrokken en ik wat meer tijd kreeg om mijn relatie met Stijn eerlijk onder de loep te nemen, werd hij benaderd door een headhunter voor een langlopend project in Australië. Twee maanden later woonden we in Sydney. En toen was er weer een heleboel afleiding, zeker toen Mick geboren werd. Een hoogtepunt en dieptepunt tegelijk.

De verloskamer zat vol mensen: de gynaecoloog, een assistent, een bevallingscoach en mijn zusje. Maar Stijn was er niet. Er zijn profvoetballers die een WK laten schieten voor de bevalling van hun vrouw, maar de mijne was doodleuk naar een IT-beurs in Europa vertrokken terwijl hij wist dat het tijdstip tricky was. Ik zal nooit vergeten hoe mijn zusje me daar in die verloskamer aankeek, toen ik met Mick op mijn borst lag bij te komen. Wat een armoe, las ik in haar ogen.

 

Karig seksleven

We zijn inmiddels vier jaar verder en alweer twee jaar terug in Nederland. Bij dat ene bloemetje is het  gebleven. En nee, ik vind het nog steeds niet leuk dat Stijn nooit vraagt hoe het met me gaat. Dat hij nog geen wenkbrauw zou optrekken als ik in een schubbenpak en met een duikbril op de trap af zou komen. Dat hij ’s avonds altijd maar achter die rotcomputer zit. Maar hij doet zeker zijn best met de kinderen. En het mooie aan kinderen is: zij accepteren hem zoals hij is. Hij drinkt niet te veel en slaat me niet – als ik onze Russische schoonmaakster moet geloven, heb ik alleen al daarmee een lot uit de loterij getroffen. Hij is niet jaloers, laat me volkomen vrij. En als ik van vriendinnen met lange relaties hoor hoe karig hun seksleven is, bof ik helemaal. 

 

Gemak en genot

Maar zelfs als dat uitgeblust was, zou ik Stijn niet verlaten. In de eerste plaats wil ik dat mijn kinderen niet aandoen. Ik wil niet dat zij afscheid moeten nemen van het fijne leven dat we hebben. Ik weet dat het hopeloos ongeëmancipeerd klinkt, maar ik wil niet terug naar dat antikraakflatje waarin ik acht jaar geleden zat. Ik vind het belangrijk dat mijn moeder mijn broer in Praag kan blijven bezoeken. Dat kan ze alleen omdat Stijn altijd haar vliegticket betaalt. Die ‘rot computer’ levert ons wel een heleboel gemak en genot op.

Daar komt nog bij dat ik onlangs ben gediagnosticeerd met MS. Een vaste baan in de kledingbranche kan ik met mijn zo goed als nul ervaring sowieso vergeten, en als ik voor mezelf zou beginnen is er geen verzekeraar die mij een betaalbare arbeidsongeschiktheidsverzekering aanbiedt. Ik zit, kortom, nogal klem. Het enige wat ik kan doen is er het beste van maken.

 

Bij je man blijven om zijn geld

Van tegenover elkaar aan een tafeltje zitten, of voor een tentje, word ik niet gelukkig, dus dat doen we dan ook maar niet. Ik heb ontdekt dat we het beste iets actiefs kunnen ondernemen met elkaar. Iets waarbij je niet te lang met elkaar hoeft te praten. Op die manier probeer ik het een beetje vol te houden. Ik weet het, volhouden klinkt niet goed, maar het is de waarheid. Als ik het even niet zie zitten, ga ik naar mijn atelier en bel een vriendin om mijn hart te luchten. Hoewel ik merk dat ik langzamerhand mijn krediet een beetje aan het verliezen ben bij de mensen om mij heen. Te beginnen bij mijn zusje. Ik heb Stijns afwezigheid tijdens mijn bevalling vergeven, zij niet. Zij komt niet bij ons thuis als hij er is. Dat doet pijn, maar zij heeft nog geen kinderen. En ze weet niet dat alles dan verandert. Dat je dan zomaar kunt besluiten bij je man te blijven om zijn geld."

 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

scheiden of blijven

Je hebt het eindeloos geprobeerd. Alle voors en tegens afgewogen, tientallen keren gepraat met elkaar, en misschien zelfs wel relatietherapie gevolgd. Als de onrust en onvrede in je relatie aanhouden, wat doe je dan? Scheiden of blijven?
 

Nollie (39), moeder van twee zonen (8 en 4) en een dochter (6), trok het niet meer, de eeuwige strijd met haar man Evert (43). Begin dit jaar vroeg ze de scheiding aan. “Ons eerste gesprek ooit was een woordenwisseling. Een verbale krachtmeting. Tijdens een teamleidersvergadering op kantoor, liep ik - amper zevenentwintig jaar - de vergaderruimte binnen en zag hem in één oogopslag zitten, de nieuweling: Evert. Het zoveelste grijze pak tussen de eindeloze andere grijze pakken binnen ons bedrijf, maar met één groot verschil: hij keek me aan met zo'n zelfingenomen, brutale blik, dat ik wist dat we aan elkaar gewaagd waren.
Ik vergiste me in wat cijfers, tijdens die vergadering. Hij zette me met een gevatte opmerking op mijn plek, ik gaf een grote mond terug. 'Aangenaam', zei hij een paar uur later bij de koffieautomaat, 'volgens mij zijn wij nog niet uitgepraat.' Die middag zaten we samen op de vrijdagmiddagborrel van het werk, dezelfde nacht nog bleef ik slapen. We zijn nooit meer uit elkaar gegaan.
 

Krachtmeting

Die eerste ontmoeting zette de toon voor hoe we met elkaar omgingen. De liefde tussen Evert en mij was groot; we klikten op alle fronten en we genoten van elkaar. Er was alleen één maar: onder al die positiviteit, bleef die continue krachtmeting gaande. Had ik een zware dag gehad op werk, dan was de zijne zwaarder. Ontdekte hij een leuk, nieuw restaurant, dan kende ik iets nog veel hippers. De grootste grapjas op een feestje: we streden zonder woorden om de eer. Wie de leukste ouder was wanneer de kinderen vriendjes mee naar huis namen. Wie het meest gereisd had. Het best zijn talen sprak. Het was dodelijk vermoeiend.
Het houdt je scherp, zo'n relatie. En we zorgden óók goed voor elkaar. Wanneer één van ons ziek was. Of gestrest. Of gewoon even tijd voor zichzelf nodig had, in een pittige fase met de kinderen. Toch kon geen van ons ooit echt klein zijn bij de ander, en zich echt laten troosten. Voor ons allebei gold dat als een teken van zwakte, en dus verlies.
 

Praktische aanpak

De ergernis daarover ontstond toen onze oudste zoon gepest werd op de basisschool. Lerarengesprekken en conclaven met de schooldirectie, Evert en ik deden ze fantastisch samen. We voerden allebei het hoogste woord, waren doortastend en onvermurwbaar. Samen regelden wij het wel even, dachten we. Wat klopte, want het pesten stopte. Maar delen hoe ik 's nachts wakker lag van de zorgen, hoe mijn hart brak als mijn zoon weer eens in tranen thuiskwam en ik zachtjes mee huilde: ho maar. Andersom raakte het Evert natuurlijk net zo hard, maar ook hij hield zijn diepste gevoelens voor zichzelf. We vonden elkaar in de praktische aanpak, en dreven op emotioneel vlak steeds verder uit elkaar. Eenzaam in je eigen relatie; dat gevoel gun je niemand.
Ik merkte het niet eens, in eerste instantie. Tot ik Ewoud tegenkwam, een vriend van vrienden. We raakten aan de praat op een tuinfeestje, en voor ik het wist vertelde ik hem alles wat in me omging. Mijn angsten, mijn onzekerheden. De zorgen die ik had over mijn zoon en hoe ik dat niet echt kon delen met Evert. Ewoud liet me praten. Had geen pasklare oplossingen of gevatte opmerkingen paraat, maar voelde gewoon met me mee. En dat was precies wat ik nodig had.
 

Softe toer

Ik vertelde Evert over mijn gesprekken met Ewoud. En over hoe erg ik die emotionele band tussen ons miste. Het eerste gesprek deed hij al af met een 'Zo, gaan we op de softe toer, meisje?'. 'Dit bedoel ik dus', reageerde ik. Overdreven, vond hij. Koud en ongeïnteresseerd als hij dat echt meende, vond ik. Weer kwamen we tegenover elkaar te staan. Vochten we voor ons gelijk. Terwijl het enige wat we echt hoefden te doen, namelijk simpelweg naar elkaar luisteren zonder strijd, niet bedachten.

Wat me ooit het meest in hem aantrok, werd ons breekpunt. Zelfs toen we onze problemen bespraken met een bevriende psycholoog, probeerden we allebei nog ons verhaal zoveel mogelijk vol levenswijsheid en inzichten te vertellen. Wát een schertsvertoning.


Lees ook:
'We namen meer genoegen met elkaar dan dat we voor elkaar kozen' >

 

Twee kapiteins

Dit was gewoon wie we waren, realiseerde ik me. En niet alleen ik, Evert deelde mijn inzicht. Twee kapiteins op één schip, dat werkt gewoon niet. Misschien was het best te leren, om af en toe een stap opzij te doen en de ander gewoon te horen. Zonder meteen weer met oplossingen en wijsheden te komen. Maar de jarenlange strijd had ook iets gedaan met ons gevoel voor elkaar. Evert en ik hielden van elkaar als de vader en moeder van onze kinderen, maar de liefde voor elkaar als partners, was aan alle strijd ten onder gegaan. Zelfs de seks was al tijden dood, want hoe kun je nou echt vrijen, als je altijd maar bezig bent met scoren?
Begin dit jaar vroegen we gezamenlijk de scheiding aan. Binnen drie maanden waren we eruit, oplossingsgericht als we altijd zijn. We hebben het beklonken met een gezinsetentje. Sindsdien - ik woon de helft van de tijd met de kinderen in ons huis, Evert in een appartement even verderop - is onze relatie stukken beter. Zie ik ook weer zijn leuke kanten, en lachen we weer. Ik hoef niet meer van hem te winnen en hij niet van mij, en samen doen we ons best het zo fijn mogelijk te houden voor de kinderen. Hebben we uiteindelijk toch nog allemáál gewonnen."

Scheiden of blijven? Lees hier de tips van psycholoog Sandra van Scheijndel.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

 

man komt te snel klaar
Beeld: Pexels

De man van Annelize (39) bereikt tijdens het vrijen binnen tien seconden een orgasme. ‘Begin ik net een beetje op te warmen, is ‘ie alweer klaar.’ Seksuoloog Mandy Ronda geeft tips.

Een jaar na haar scheiding kwam Annelize, moeder van twee kinderen (8 en 6), de man van haar dromen tegen. Hij had alleen één probleempje, ontdekte ze meteen tijdens de eerste date. “We waren uit eten geweest en namen nog een afzakkertje bij mij thuis. Binnen de kortste keren lagen we te zoenen op de bank. Na een minuut of wat deinsde hij geschrokken terug. ‘Sorry’, zei hij, een beetje beschaamd. Ik begreep niet wat hij bedoelde, tot hij wat ongemakkelijk naar zijn kruis greep: hij was klaargekomen in zijn boxershort.

Wat schattig, dacht ik, hij raakt zo opgewonden van me, dat hij het niet aankan. Maar inmiddels zijn we getrouwd en drie jaar verder, en de seks heeft nog nooit langer geduurd dat twee minuten. Zodra hij me penetreert, is hij binnen tien seconden klaar. Precies wanneer ik net een beetje begin op te warmen.”
 

Zelf kan ‘ie het wel

“Hij heeft het al zijn hele leven, zegt hij, en weet niet beter. Alleen met masturberen gaat het minder snel. Tenzij ik het doe natuurlijk, want dan is het zo gepiept. We hebben weleens een verdovende crème geprobeerd, maar die werkte niet. Alleen het opsmeren bracht hem al bijna tot een hoogtepunt. Ik ben wél anders gewend, en stoor me inmiddels zo aan zijn probleem, dat ik langzamerhand begin te verlangen naar seks met een andere man. Wanneer we er weer eens over hebben gepraat, stelt hij zijn routine meestal wel even bij. Neemt meer de tijd voor mij, masseert me, en verwent me met zijn vingers of tong. Zodat ik ook geniet, voordat hij zijn tien seconden lol heeft. Maar na een week komt daar meestal de klad weer in, en bestaat de seks alleen nog maar uit vluggertjes.”
 

Aandoening

Het goede nieuws: er valt wat aan te doen, zegt seksuoloog Mandy Ronda. “Oók als een verdovende crème niet werkt. Dat is bovendien alleen maar symptoombestrijding, evenals de antidepressiva die de huisarts nog weleens voorschrijft bij dit probleem - terwijl er waarschijnlijk een heel ander probleem achter ligt.” Veel mannen denken dat ze te snel klaarkomen, maar slechts een heel klein percentage lijdt zoals de man van Annelize daadwerkelijk aan premature ejaculatie, zegt ze. “Dat is een aandoening, waarbij een man altijd tussen de nul en honderdtwintig seconden tot een orgasme komt, en het point of no return niet voelt aankomen.”

 

Lees ook:
‘Ik heb gewoon écht geen zin in seks’ >

 

Trucjes

Mandy begeleidt stellen én single mannen die hiermee te maken hebben. “Vaak blijkt dat spanning, faalangst en prestatiedruk de boosdoeners zijn”, zegt ze. “En heel soms is er sprake van een overgevoelige eikel, door een tekort aan de neurotransmitter serotonine bij depressie, of door een overschot aan adrenaline door stress.”

Neem het serieus, praat erover, en zoek hulp bij een seksuoloog, is haar advies. “Het is geen diagnose waar je zomaar vanaf komt, maar er zijn wel een paar trucjes om ermee om te gaan. Wissel wat vaker van standje, bijvoorbeeld. En als hij dan nog steeds te snel klaarkomt, kan hij tijdens het masturberen  - dus zonder prestatiedruk van zijn partner - proberen het klaarkomen zo lang mogelijk uit te stellen. Dat kan met behulp van ademhalingstechnieken en bekkenbodemtraining. Zo leert hij in contact te komen met zijn lichaam en te herkennen wanneer het point of no return zich aandient.”

Erkennen dat je dit probleem hebt is spannend, dus hulp zoeken is dapper, vindt Mandy. “Het is alleen maar hoe je het bekijkt: zie het niet als hulp zoeken voor een probleem, maar als skills halen om een betere minnaar te worden.” En daar wordt toch iedereen gelukkig van?
 

Dit artikel is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >