mama verslaafd aan pijnstillers
Beeld: Shutterstock

Drugs heeft ze nooit gebruikt, ze heeft zelfs nog nooit gerookt. Toch raakte Linda (35) verslaafd. Aan pijnstillers. “Het voelde alsof ik in een valkuil was gestapt.”

“Rillend lag ik op de bank. De adrenaline gierde door mijn lijf, alsof ik non-stop in een achtbaan zat die naar beneden denderde. Ik was niet echt ergens bang voor, daar was ook helemaal geen aanleiding voor. Toch stond mijn lichaam continu in de paniekstand, alsof er een groot gevaar op mij loerde. Af en toe gaf ik zelfs over, puur uit angst. Ik wist dat ik eigenlijk moest douchen, maar daar had ik de kracht niet voor. Naar de wc gaan voelde al alsof ik een berg moest beklimmen. Ik kon niet voor mezelf zorgen, laat staan voor mijn kinderen. Alleen thuis zijn durfde ik niet. Soms zat een vriendin de hele dag bij me. Ze hoefde dan niets te zeggen, als ze er maar was. Manisch hield ik de klok in de gaten. Ik kéék de wijzers naar voren. Gelukkig, weer een uur voorbij. De dag veilig doorkomen, dat was mijn doel. En wachten, tot ik weer een pilletje kon nemen.
 

More content below the advertising

Operatie

Appeltje-eitje, dacht ik toen ik hoorde dat mijn galblaas verwijderd moest worden omdat ik last had van galstenen. Even drie weken Netflixen op de bank en daarna zou ik weer de oude zijn. Ik had een druk leven als moeder van twee jongens van destijds tweeënhalf jaar en negen maanden, en werkte met veel plezier op een kinderdagverblijf. De operatie ging goed, maar na twee weken kreeg ik last van enorme steken, alsof ik met een mes werd gestoken. Toch was zowel op de MRI-scan als de röntgenfoto niets te zien. Omdat ik zo veel pijn had, schreef de huisarts mij morfinepillen voor: oxycodon. De pijn ebde inderdaad weg, alleen werd ik ontzettend angstig. Ik rilde, zweette en kreeg geen hap meer door mijn keel. Alsof ik constant in een noodsituatie zat.
 

Angststoornis of depressie

Volgens mijn huisarts lagen mijn klachten niet aan de morfine, daarvoor was de dosis te laag. Ze dacht dat ik aan een angststoornis of depressie leed. Dat kon ik me niet voorstellen. Ik was blij met mijn leven, waarom zou ik dan depressief zijn?

Toch ging ik het op een gegeven moment ook zelf geloven, want een andere verklaring had ik niet. De dosis medicijnen werd opgeschroefd. Ik kreeg oxazepam om rustig te worden, slaappillen en antidepressiva, naast de morfine die ik al slikte. Nu, met mijn gezonde verstand, denk ik: die zooi neem je toch niet in? Maar op dat moment voelde het alsof ik geen keus had. Ik deed alles om me maar beter te voelen.
 

'Ik was bang dat ik het niet zou overleven'

Acht maanden lang dacht ik dat ik gek werd. De hele dag hield ik mezelf voor: dit gaat ooit over, dit gaat ooit over. Mijn kinderen kon ik niet om me heen hebben, ik had alle kracht nodig om zelf overeind te blijven en om me te concentreren op rustig blijven en niet in paniek raken. Mijn ouders, vriendinnen en schoonouders vingen mijn zoontjes geregeld op. Ik heb ze vaak genoeg huilend in de auto gezet als ze ergens gingen logeren. Dan gaf ik ze een kus en zei dat ik van ze hield. En stiekem dacht ik dan: dit is de laatste keer dat ik ze zie. Ik was bang dat ik het niet zou overleven. Dat ik op een dag ter plekke dood neerviel omdat mijn hart die constante adrenaline niet meer zou trekken.

Ik ben nooit bang geweest dat ik mezelf iets zou aandoen. Diep vanbinnen wist ik dat ik alle reden had om te blijven leven en dat ik ooit beter zou worden. Maar een labieler iemand had zich in deze situatie misschien allang van een gebouw gegooid, zo heftig was het. Ik voelde me een waardeloze moeder. Toon was inmiddels een jaar en zat midden in zijn hechtingsperiode. Als hij viel, riep hij meteen om papa. Logisch, want mijn vriend Marcel deed alles. Hij deed hem in bad, kleedde hem aan, bracht hem en zijn broer Maas naar bed. Als Toon huilde, kon ik hem moeilijk troosten, maar als Marcel hem oppakte, was hij meteen stil. Dat zag ik als persoonlijk falen en ik voelde me enorm schuldig. Ik was een nutteloze moeder die niet eens voor haar kinderen kon zorgen.
 

Keerpunt

Een van de dieptepunten was dat ik naar mijn ouders liep, die tien minuten verderop wonen, en dacht dat ik dat nooit zou redden. Ik leefde op een appel en een bakje yoghurt per dag, meer kreeg ik niet door mijn keel. Verzwakt en zwaar onder invloed van de medicijnen zwalkte ik naar hun huis. De blik van mijn moeder toen ze de deur opendeed zal ik nooit vergeten. Zo bezorgd, en zo intens verdrietig om haar ooit zo levenslustige dochter als een soort zombie te zien. Dit was een keerpunt. Zo kon het niet langer.
 

Verslaafd aan oxycodon

Vlak daarna zag ik op tv een interview met twee vrouwen die verslaafd waren aan oxycodon. Met open mond staarde ik naar het scherm, het was alsof de mist in mijn hoofd optrok. Ik herkende alles aan hun verhaal. Hoe je in paniek raakt als je pillenstrip bijna op is. Dat je denkt: ik gooi een ruit in bij de apotheek of ik scoor iets via een schimmig handeltje op Marktplaats, maar ik móet mijn pillen hebben. Ik besefte dat ik in een vicieuze cirkel zat: ik was angstig, nam een pil, voelde me even iets beter en dan begon het opnieuw. Door die korte momenten van rust bleef ik alle pillen slikken. En daardoor was ik hartstikke verslaafd geraakt.

Ik was een junk, zoiets verzin je toch niet? Ik kon het amper bevatten dat ik verslaafd was. Uitgerekend ik, het heilige boontje dat nog nooit drugs had gebruikt, nooit een sigaret had gerookt en pas ging drinken op haar twintigste. Het ongeloof was enorm, net als de schaamte. Het voelde alsof ik in een valkuil was gestapt. Bij verslaafden dacht ik altijd – heel lullig – aan losers. Ik vond het zwakkelingen die zichzelf gewoon een schop onder de kont moesten geven. En nu was ik er zelf eentje.

Maar deels was ik ook opgelucht door dit inzicht. Zie je nou wel, dacht ik, ik ben niet gek geworden. Er is een reden waarom ik me zo vreselijk voel. En ik zal dit bewijzen. Voor het eerst voelde ik weer wat kracht door mijn lijf stromen. Maar tegelijkertijd was ik doodsbang om af te kicken.
 

Lees ook
Bankrekening: 'Als mijn vriend die Zalando-doos ziet, krijgen we meteen ruzie' >

 

Medicijnen afbouwen

Online zocht ik informatie en ik las verhalen van lotgenoten die maar niet van de morfine afkwamen, omdat het zo enorm verslavend is. Bij de huisarts had ik vaker had ik aangekaart dat ik het wel erg veel pillen vond, maar mijn bezwaren werden altijd weggewuifd. Ik voelde me toch beter, wat was dan het probleem? Maar dit keer sloeg ik met de vuist op tafel. ‘Ik héb geen depressie, stuur me maar door naar de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis!’ riep ik. Toen ik bij de psychiater kwam, schrok die van het lijstje pillen dat ik dagelijks innam. En ik werd geloofd, gelukkig. Een voor een moest ik de medicijnen gaan afbouwen.

Het afkicken was heftig. Ik lag in bed te zweten en te trillen, net zoals je junkies in films ziet doen. De pillen knipte ik in kwartjes, zodat ik heel langzaam kon minderen. De hoofdpijn was soms niet te doen. Constant keek ik op de klok: nog twintig minuten, dan mag ik weer nemen, dacht ik dan smachtend. Maar nooit heb ik met die tijd gesteggeld, hoe groot de verleiding ook was. Want ik wist: ik moet hier doorheen om beter te worden.

Na twee weken voelde ik me langzaam mezelf worden. Mijn eetlust kwam terug en ik werd iets sterker, want van mijn spierkracht was door al die maanden thuis hangen ook niets meer over. Ik was blij met de vooruitgang, maar ook een beetje boos. Serieus, was dít het? Had ik daardoor een jaar van mijn leven verwoest? Van alles van mijn kinderen gemist en de eerste verjaardag van mijn jongste in wazige flarden beleefd? Maar de opluchting overheerste. Ik zou niet in een gesticht belanden of dood neervallen. Met veel doorzettingsvermogen ben ik in drie maanden afgekickt van alle medicijnen.
 

Huisarts

Achteraf weet ik dat mijn huisarts echt de beste bedoelingen had. Ze wilde me helpen, maar is de verkeerde weg ingeslagen door mij zo veel middelen voor te schrijven. Nooit werd er geopperd dat ik eens moest gaan afbouwen, en ik kreeg probleemloos en onbeperkt herhaalrecepten. Later heb ik nog een gesprek met haar en haar praktijkgenoot aangevraagd. Ik maakte me mooi op, föhnde mijn haren, trok een jurkje aan en droeg hoge hakken. Ik zag ze verbaasd kijken toen ik binnenstapte, ze herkenden mij amper nu ik niet met onverzorgd haar en in joggingpak als een zielig vogeltje tegenover hen zat.

De artsen boden hun excuses aan, dat deed me goed. Ik wilde niemand de schuld geven, maar wel dat er erkend werd dat er fouten waren gemaakt. De pijn waar het allemaal mee begonnen was, kwam waarschijnlijk doordat het litteken van de galblaasoperatie onderhuids was gescheurd. En dat ik zo heftig op de oxycodon reageerde, kwam omdat bepaalde enzymen in mijn lichaam de morfine niet goed afbraken. Pure pech, maar wel iets waar ik een hoge prijs voor moest betalen.
 

Verslaafd aan pijnstillers

Toen onlangs in het nieuws kwam dat er steeds meer Nederlanders aan pijnstillers verslaafd zijn en dat deze middelen te makkelijk worden voorgeschreven, voelde dat als een erkenning dat het niet mijn eigen schuld was. Er wordt simpelweg niet beseft hoe snel je eraan verslaafd raakt, en dat moet echt veranderen.

Nog altijd ben ik dankbaar voor de steun die ik van mijn familie, vriendinnen en Marcel kreeg. Niets was hem te veel. Bijna een jaar lang deed hij alles alleen in huis en met de jongens. Om te vieren dat ik weer beter was, gingen we een paar maanden terug met vrienden naar de Ardennen. Lekker eten en biertjes drinken – al was ik al na één flesje aangeschoten, omdat ik al zo lang niet gedronken had. Marcel en ik besloten tijdens dat tripje om voor een derde kind te gaan en inmiddels ben ik 24 weken zwanger van een meisje. Ik ben vastbesloten om van deze baby volop te genieten en geen seconde van haar te missen. Door mijn zwangerschap heb ik weleens hoofdpijn, maar daar neem ik liever niets tegen in, zelfs geen paracetamol.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 02-2019.




 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Beeld: Shutterstock
Beeld: Shutterstock

Slaan, duwen, trekken: kinderen doen het bijna dagelijks. Volgens moeder en blogger Acacia Blixen is het heel belangrijk dat een kind 'sorry' leert te zeggen tegen een ander. 'Ouders moeten daarin het goede voorbeeld geven.'

Buiten spelen

De kinderen van Acacia gaan niet naar school, omdat ze er voor kiest ze thuisonderwijs te geven. Haar kinderen spelen regelmatig met vriendjes die ook niet naar school gaan. ‘We zijn een groepje gestart met kinderen van allerlei leeftijden die samen buiten konden spelen, onder toezicht van een ouder. Ik heb toen één ding aangegeven: dat slaan en duwen niet getolereerd wordt en dat als een kind een ander kind pijn doet, hij zijn verontschuldigingen moet aanbieden.’

More content below the advertising

 

Lees ook:
'Mijn dochter (5) hoeft niet altijd sorry te zeggen' >

 

Zelf oplossen

In praktijk blijkt dat echter niet zo eenvoudig. Het komt nogal eens voor dat één van de kinderen van Acacia een duw of trap krijgt en dat de boosdoener dan verder gaat alsof er niets gebeurd is. ‘Daar stoor ik me enorm aan’, vertelt ze. ‘Soms zegt de ouder van het kind ‘sorry’, namens zijn zoon of dochter, maar zo’n verontschuldiging is niets waard.’ Volgens Acacia moet je het de kinderen zélf te laten oplossen. 'Dus: niet ‘sorry’ zeggen namens je kind, maar het je kind zelf laten zeggen. En wil hij dat niet, omdat hij geen spijt heeft, dan moet hij weg.’

 

Goede voorbeeld

Acacia vindt daarnaast dat ouders het goede voorbeeld moeten geven. ‘Bied zelf je verontschuldigingen aan als je een fout maakt. Als een kind het gewend is om ‘sorry’ te horen van zijn ouders, dan zullen ze het gemakkelijker vinden om zichzelf te verontschuldigen tegenover hun vriendjes. Geef je als ouder niet het goede voorbeeld, dan leert een kind dat het normaal is dat iemand anders de verantwoordelijkheid voor zijn acties op zich neemt.’
 

Bron: Scary Mommy.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

 

Beeld: Shutterstock
Beeld: Shutterstock

Klik en nog eens klik: in een mum van tijd heb je twee gaatjes in je oren, voor de rest van je leven. Dat lijkt heel vanzelfsprekend voor meisjes, maar volgens Kristen Mae is dat het niet. Zij liet haar dochter zelf bepalen wanneer ze gaatjes in haar oren wilde. 

Traditie

De dochter van Kristen is 9 en heeft sinds een jaar gaatjes in haar oren. Kristen legt op haar blog uit: ‘Veel ouders geven hun dochters oorbellen als ze nog maar een baby of een peuter zijn. Zelf was ik ook een baby toen ik gaatjes kreeg en ik kan me er dus niets van herinneren. Voor sommige ouders is het zelfs een culturele traditie die er gewoon bij hoort. Maar ik heb er heel bewust voor gekozen om onze dochter pas op haar negende gaatjes te geven.’

More content below the advertising

 

Lees ook:
'Waarom ik mijn baby echt geen oorbellen geef' >

 

Eigen keuze

Kristen noemt daar een aantal redenen voor. ‘Ten eerste wilde ik haar geen pijn doen op zo’n heel jonge leeftijd. Bovendien vind ik de standaard die tegenwoordig aan uiterlijk wordt gesteld, onzin. Ik wilde haar geen gaatjes geven omdat het maatschappelijk verwacht wordt om die als jong meisje te hebben.’ Daarnaast vond Kristen het heel belangrijk dat het haar dochters eigen keuze zou zijn. ‘Rond haar vijfde begon ze zich af te vragen waarom haar vriendinnetjes wel gaatjes in hun oren hadden en zij niet. Ik vertelde haar waarom ik had gewacht en ze vroeg me of het pijn zou doen. Ze besloot toen dat ze op haar achtste gaatjes wilde. En zo geschiedde.’

Sindsdien is haar dochter supertrots op haar oorbellen. ‘Waarschijnlijk was het ook gewoon oké geweest als we haar op jonge leeftijd gaatjes hadden gegeven’, zegt Kristen. ‘Maar ik ben toch blij dat we hebben gewacht. De dag dat ze haar eigen keuze maakte – ook al gaat het maar om twee piepkleine gaatjes – was de dag dat ze zich onafhankelijk voelde. Voor haar was het een bewuste keuze waar ze voor altijd trots op zal zijn.’

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >