postnatale depressie
Beeld: Pexels

Na de geboorte van haar eerste kind belandde Esther op een gitzwarte wolk. Uiteindelijk moest ze worden opgenomen op een psychiatrische afdeling.

Esther (37) is getrouwd met Arie-Willem en moeder van dochters Sam (4) en Juul (2) en zoon Gijs (1)

“Na de geboorte van mijn oudste kwam er een dag waarop ik nog maar één uitweg zag: zelfmoord plegen. Als ik Sam naar de opvang bracht, dacht ik: kan ze hier niet voorgoed blijven? Dan kan ik thuis het gas aanzetten. Gelukkig heb ik dat mijn man verteld, daardoor leef ik nu nog. Blijkbaar wilde ik het diep vanbinnen toch niet.
 

'Het komt goed'

Ik geef dit interview om lotgenoten te steunen. Vrouwen die na hun bevalling op een gitzwarte wolk belanden. Ik wil ze laten weten dat ze niet de enigen zijn. Dat het goedkomt. Dat er fantastische zorg bestaat in Nederland. Ik heb nu drie kinderen met wie ik zielsgelukkig ben.

Mijn postnatale crisis bleek voort te komen uit een bipolaire stoornis. Daar valt goed mee te leven als je de juiste zorg krijgt en je levensstijl aanpast. Net zoals met suikerziekte, zeg maar. Ik wil het taboe eromheen helpen weghalen en me niet meer hoeven schamen.
 

Rots in de branding

Ik heb altijd kinderen gewild. Gelukkig vond ik de beste man die ik me kon wensen: mijn grote liefde Arie-Willem. We ontmoetten elkaar in een kroeg in Utrecht. Hij is acht jaar ouder dan ik en mijn rots in de branding. Zijn lichaam is niet sterk, maar zijn geest wel. Bij mij is dat andersom, dus we vullen elkaar goed aan.

Mijn eerste zwangerschap verliep volstrekt probleemloos. Ik beviel thuis. Het ging super: binnen vier uur was Sam geboren. Daarna ging alles mis. Niet met Sam, maar met mij. Ik voelde me totaal vervreemd van alles. Als ik gehuil hoorde, dacht ik: waar komt dat vandaan? Ik kon nauwelijks onderscheiden of het van de baby kwam of van mij. Gelukkig was mijn man fantastisch met Sam, want ik had geen idee wat ik met haar aanmoest.
 

Irrationele woede

De dagen na de bevalling kwam er een enorme irrationele woede in me naar boven. Issues uit mijn verleden. Ik groeide op in een streng religieus gezin. In ons dorp mocht je op zondag niet zwemmen. Over gevoelens werd nauwelijks gepraat. Misschien is dat de reden waarom zo veel kinderen uit mijn omgeving ontspoorden. In de catechisatieles gooiden de zoons van de strengste ouderlingen met bijbels.

Ik geloofde op een gegeven moment niet meer in God en kon niet wachten tot ik het huis uit kon. Tijdens mijn studietijd sloeg ik los. Vriendinnen weten nog hoe ontremd ik kon zijn op vakantie. Met drank, met jongens. Die losbandigheid past helemaal niet bij mijn karakter. Nu weet ik dat het te maken had met mijn ziekte. Als er eerder een diagnose was gesteld, had ik eerder medicijnen gekregen en was de hel na Sams geboorte ons bespaard gebleven.
 

De eerste maanden

De eerste twee maanden na de bevalling heb ik niet geslapen. Achteraf vind ik dat daar te weinig aandacht voor is geweest. Slapen is belangrijk als je labiel bent. De huisarts schreef melatonine voor. Het haalde niets uit. Ik had eigenlijk een paardenmiddel moeten krijgen.

Gelukkig was mijn man een schat van een vader, maar er kwam een moment dat hij weer aan het werk moest. Hij stelde een schema voor me op: zo laat zet je Sam in de wipstoel, zo laat ga je met haar wandelen, zo laat geef je haar een flesje.

Tijdens die wandelingetjes was ik altijd bang dat ze zou gaan huilen. Ik dacht: dan moet ik haar oppakken en ziet iedereen dat ik een slechte moeder ben omdat ik niet weet hoe dat moet. Mijn man zegt achteraf ook: ‘Je hield haar nooit echt vast zoals een moeder dat doet.’
 

'Ik wist niet meer hoe ik de auto moest starten'

Na twee maanden zonder slaap besloten we een weekje B&B te doen. Toen we alles hadden ingepakt en wilden vertrekken, wist ik niet meer hoe ik de auto moest starten. Het liep totaal uit de hand, de crisisdienst moest worden ingeschakeld. De dienstdoende verpleegster pakte me hard aan. Ze verweet me dat ik veel te veel kraambezoek had ontvangen. Er kwam een psychiater bij die me een hoge dosis oxazepam voorschreef en daarna zyprexa – dat is zwaar spul. Zelfs daarop sliep ik niet langer dan een nacht.

Toen ik die suïcidale gedachten kreeg, werd ik uiteindelijk opgenomen op de Moeder en Baby Unit in de afdeling psychiatrie van het ziekenhuis. Samen met vijf andere moeders en hun baby’s. Voor iemand die rust nodig had de slechtste plaats denkbaar. Bij het avondeten huilden niet alleen alle baby’s, maar ook hun moeders. Ik dacht: hoe moet ik hier ooit beter worden? Toch was het uiteindelijk een goede ervaring. Alleen al omdat ik onder lotgenoten verkeerde. Daardoor besef je dat je niet de enige bent.
 

Lees ook
Man schrijft indrukwekkende column over postnatale depressie van zijn vrouw >

 

'Ik voelde me zo schuldig'

Eens per week hadden we babymassage. Dan keek ik toe hoe liefdevol de andere moeders hun kinderen masseerden. Terwijl ik niets voor Sam voelde. Ik voelde me zo schuldig. Ik dacht: ik had nooit een kind moeten krijgen. Op een dag durfde ik die gevoelens te delen met de andere moeders. Ze zeiden zonder uitzondering dat zij ook niets voor hun baby voelden. Een ongelooflijke opluchting. Het viel me opeens ook op dat Sam relatief niet eens zoveel huilde – dat gaf een soort van zelfvertrouwen.

Er werden allerlei medicijnen op me uitgeprobeerd. Daardoor ging ik door verschillende fases. Van zwaar depressief tot altijd willen slapen naar manisch. God, wat was die laatste fase heerlijk. Ik wilde uren door de stad lopen met Sam, was heel druk, had me in tijden niet zo fijn gevoeld. Tijdens de creatieve les begon ik met twee enorme projecten tegelijk. Een lotgenoot vroeg: ‘Wat heb jij voor pillen? Die wil ik ook.’ Maar het deugde natuurlijk niet, ik sliep veel te weinig en zag eruit alsof ik aan de coke was.
 

Genot

Uiteindelijk werd de juiste medicijnencocktail vastgesteld. Langzaam maar zeker werd ik weer normaal. Mijn gevoelens voor Sam begonnen te stromen. Ik genoot eindelijk van het schattige kindje dat aan mijn zorg was toevertrouwd. Toen pas voelde ik hoe geweldig het is om moeder te zijn. Eindelijk kon ik gewoon gelukkig zijn met mijn dochtertje. Na twee maanden mocht ik naar huis en na een tijd kon ik zelfs weer aan het werk.

Je zou zeggen: na deze rollercoaster ben je wel klaar met kinderen, maar ik wilde graag een broertje of zusje voor Sam. Ik dacht: ik krijg nu de juiste behandeling, ik weet wat me kan gebeuren, erger kan het nooit worden. Mijn man was bezorgd, maar wilde ook graag een tweede. Al snel was ik zwanger.
 

Geen bezoek en niet appen

Deze keer kwam ik bij de beste psychiater ooit. Hij veranderde mijn medicijnencocktail in een simpele dosis lithium waarop ik perfect gedijde. Toen Juul werd geboren, hield ik meteen van haar. Er werd goed voor me gezorgd. De eerste maand mocht ik geen bezoek, en daarna heel beperkt. Ik mocht niet eens appen met vriendinnen. En ik moest eerlijk aan mijn man en de dokter vertellen hoe ik me voelde.

Eén keer ging het bijna mis: er kwam een oude vriendin op bezoek die niets heeft met kinderen. Ik kreeg weer even dat vervreemde, opgefokte gevoel van na Sams geboorte. De psychiater zette meteen de juiste dosis zyprexa in, zodat de schade beperkt bleef. Hij bleek me zo goed te kennen dat hij vroeg: ‘Zien we je nog eens terug voor een derde?’ Hij had aan me gezien dat ik maar één ding dacht: dit wil ik nog een keer.

De buitenwereld vond het ongetwijfeld idioot dat we voor een derde gingen, maar niemand durfde het hardop uit te spreken. Mijn man ging erin mee. Omdat hij gek is op kinderen, maar ook omdat hij wist hoezeer ik ernaar verlangde. Dus raakte ik in verwachting van Gijs, het vrolijkste en makkelijkste mannetje aller tijden. Nadat ik van hem was bevallen, heb ik een korte depressie gehad, maar dankzij professionele hulp kwam ik daar snel bovenop.
 

'Ik ben zo blij met mijn gezin'

Wat er een week voor de geboorte van Gijs gebeurde, zou een ramp zijn geweest als hij mijn eerste kind was geweest. Arie-Willem werd ernstig ziek. Nierproblemen. Sindsdien wordt hij drie keer per week in het ziekenhuis gedialyseerd en staat hij op de wachtlijst voor een nieuwe nier. Drie maanden geleden werd ook nog ontdekt dat zijn oude hartklep is verkalkt.

Hij is geopereerd en is nu aan het aansterken. Arie-Willem kan het goed aan. Zoals hij alles goed aankan. Opmerkelijker is dat ik ook overeind blijf. Dankzij mijn medicijnen, en omdat ik zo gelukkig ben met mijn man en onze kinderen. We blijven niet kniezen, we doen leuke dingen en kijken naar Sam, Juul en Gijs die rondklooien op de kinderboerderij. Ik ben zo blij met mijn gezin. Eigenlijk ben ik permanent een beetje ontroerd.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 05-2018.

 

Socialrun

Esther doet in september mee met de Socialrun. Dit is een non-stop estafetteloop met als doel om openheid te stimuleren rondom psychische aandoeningen.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Tijd voor jezelf Krista Okma
Beeld: Unsplash

Je kunt natuurlijk de hele dag door rennen, maar je kunt ook even stoppen en aan jezelf denken. Daar word je namelijk blijer van.

PEDAGOOG KRISTA OKMA: “Vroeger brachten vrouwen weliswaar meer tijd door met hun kinderen, maar ze waren niet per se meer met de kinderen bezig dan de moeders van nu. Het huishouden kostte toen meer energie en tijd, omdat vrouwen nu meer hulpmiddelen hebben. Ze werken meer, maar spenderen ook meer qualitytime met hun kinderen dan vroeger. En dat is belangrijker: het gaat meer om de echte contactmomenten; om dat wat je doet, en niet om hoeveel en hoe vaak. Dat betekent niet dat je per se wekelijks naar de dierentuin of een pretpark moet. Even oprechte interesse tonen door vragen te stellen is al heel veel waard; zo ervaar je dat je een goede band hebt met je kind. Het prettige bijeffect is dat je kind je weet te vinden als er wat is.
 

1001 kritieke dagen

De hoeveelheid aandacht en de frequentie is afhankelijk van de behoefte van het kind. Krijgt het te weinig, dan zal het op een negatieve manier om aandacht vragen. Sommige kinderen worden dan opstandig, anderen trekken zich juist terug. Vooral de eerste jaren is het belangrijk. We spreken ook wel over de ‘1001 kritieke dagen’ waarin de veilige basis wordt gelegd voor alle levensfasen die nog komen.

Het zijn die echte contactmomenten die het ouderschap leuk maken. Samen een boekje lezen, door de kamer dansen, voetballen. Het is belangrijk om daarvan te genieten. Daar heb je zelf ook wat aan en je krijgt er energie van. Bovendien vaar je op die momenten als het ouderschap even niet zo leuk is.”
 

Lees ook
Psycholoog Najla Edriouch: 'Sociale activiteiten mogen geen moetjes zijn' >
 

TIP VAN KRISTA:

‘WEES EEN IMPERFECTE OUDER’

“Stress mag er zijn, het hoeft niet te worden weggestopt voor kinderen. Ouders mogen zichzelf na een drukke werkdag daarom best wat ruimte geven om even te landen. Zo gek is dat niet; kinderen moeten immers ook bijkomen na een lange dag. Help ze even op weg om iets te gaan doen en ga dan op de bank zitten. Een cliché, maar waar: een ouder kan er niet voor het kind zijn als hij of zij niet goed voor zichzelf zorgt. Door zelf niet perfect te zijn geef je je kind ook de ruimte om fouten te maken. En er is geen betere plek om daarmee te oefenen dan thuis.”

 

Dit verhaal is er één van een interviewserie in Kek Mama 10-2018.


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

bankrekening vastgoed
Beeld: Unsplash

Dionne (40) is ondernemer, getrouwd en moeder van drie zoons (13, 12 en 9). Ze is graag onafhankelijk en vindt geld verdienen heerlijk.

Dionne (40) is ondernemer, getrouwd en moeder van drie zoons (13, 12 en 9): “Als kind haalde ik kersttakken uit het bos, die ik vervolgens in de buurt aan de deur verkocht. Later verkocht ik pruiken. In mijn studententijd stond ik meer achter de bar dan dat ik in de collegebankjes zat. Ik werkte hele nachten in een illegaal casino.
 

Je eigen broek kunnen ophouden

Van huis uit kreeg ik mee dat je je eigen broek moet kunnen ophouden; er was voldoende geld, maar we kregen nooit iets voor niks. Toen we onze zoons kregen, was dat voor mij geen reden om minder te gaan werken. Wel besloot ik mijn salesbaan bij een telecombedrijf op te geven om te gaan ondernemen. Ik begon met interieurprojecten waarbij mijn jaar kunstacademie van pas kwam – in Rotterdam mocht ik de winkels in een van de armste buurten herinrichten. Intussen had mijn man een financiële klapper gemaakt met de verkoop van een tijdschrift, waarmee hij ineens miljonair was. We besloten ons huis te verkopen en een jaar door Australië en Nieuw-Zeeland te reizen met een camper.
 

Zwemschool

Terug in Nederland kochten we een oude villa waar iedereen in de omgeving zijn neus voor ophaalde. Letterlijk: op de begane grond was er een binnenzwembad dat naar chloor stonk. Maar ik zag mijn kans schoon, verbouwde het voor 15.000 euro en startte er een zwemschool. Nu, een paar jaar later, heb ik 23 man personeel in dienst en zwemmen er wekelijks 450 kinderen in ons eigen bad en in de zwembaden die we huren voor onze lessen. Ik ben er eerlijk in: het had net zo goed een schoenenzaak kunnen zijn, maar het zwembad was er toch al. Mij ging het er vooral om dat het beter verdiende dan die interieurklussen. Dat doet het. Op de rekening van de zwemschool staat nu ongeveer 30.000 euro: na aftrek van de personeelskosten en de huur van andere baden blijft er maandelijks zo’n 15.000 euro bruto salaris voor mij over. Het is míjn toko, mijn man bemoeit zich er totaal niet mee.
 

Eén liter energie

Het voordeel van een bedrijf aan huis is dat ik er veel kan zijn voor mijn zoons. We hebben wel een au pair, maar zij is er meer voor het huishouden. En ze haalt de kinderen van school. Voor kletsen op het schoolplein heb ik nooit geduld gehad. Begrijp me niet verkeerd: ik doe er alles aan om een betrokken moeder te zijn. Ik ben al drie keer klassenmoeder geweest, zit in het bestuur van de hockeyclub, ik ben teamcoach. Maar ik zie het zo: ik beschik per dag over één liter energie en ik zorg ervoor dat ik altijd binnen die liter blijf. Daarom ben ik nooit getroffen door een burn-out. Eén keer per week ga ik een kwartier op Facebook, dan like ik even iedereen die ik leuk vind, en dan ga ik er weer af. Mijn agenda is heilig. Als je je niet laat leiden door impulsen, krijg je veel meer gedaan. En als iets of iemand me te veel energie kost, dan stop ik ermee.


Lees ook
Bankrekening: 'Echt leuke dingen kosten geen geld' >

 

Vastgoed

Omdat ik nogal een gat in mijn hand heb – ik geef vooral veel uit aan eten, kleding, koffietjes en verre reizen – besloot ik mijn geld in vastgoed te stoppen, zodat ik er niet bij kan. Ik heb voor 70.000 euro eigen spaargeld en een aanvullende hypotheek van 270.000 euro een woonboot in de stad gekocht, plus een vakantiehuis op de Antillen, die ik beide verhuur aan toeristen. Die twee hypotheken los ik deels af met de opbrengst van de zwemschool.

Voor de inkomsten uit de woonboot heb ik een aparte rekening waar nu 20.000 euro op staat. Daar kom ik in principe niet aan. Verder heb ik nog een privérekening waar 2000 euro op staat en hetzelfde bedrag staat op onze en/of rekening. Over geld praten we thuis zelden, de gesprekken beperken zich tot: ‘De en/of is leeg, zet jij er even 1000 euro op?’
 

Misgegokt

Je zou kunnen zeggen dat het makkelijk praten is als je zo veel heb. Maar we hebben ook mindere tijden gekend. Mijn man heeft weleens misgegokt met bedrijven opzetten. Momenteel heeft hij een sociaal-maatschappelijke functie als bewindvoerder voor de rechtbank tegen een bescheiden salaris. Hij heeft er volkomen vrede mee dat ik nu degene ben die het meeste binnenbrengt.
 

'Primitief'

Mijn kinderen zijn niet verwend. Merkkleding vinden ze stom, ze rijden op oude fietsbarrels, net als wij. Mijn zoons beseffen dat de wereld groter is dan de statige straat waar wij wonen. Vermoedelijk ook omdat ze een en ander hebben meegekregen van de reizen die we hebben gemaakt. Dat doen we altijd ‘primitief’. Toen we zes weken door Indonesië reisden, sliepen we in de meest aftandse hostels; die hebben meer charme dan die non-descripte, dure hotels.

Ik kan mezelf wel aardig te buiten gaan aan kleding: daaraan besteed ik zo’n vijf- à zeshonderd euro per maand. Tegelijkertijd ben ik een koopjesjager. Ik zou nooit van mijn leven een broek van vijfhonderd euro aanschaffen. Dan koop ik er liever tien van vijftig euro voor mijn zoons. Of zes jurkjes voor mezelf.’
 

Jaloezie

Ik vertel nu over mijn werk en inkomen, maar dat doe ik verder nooit. Dat komt ook omdat ik heb gemerkt dat mensen jaloers kunnen zijn. Vooral vrouwen. Als ik op Facebook iets post over ons huis op de Antillen, krijg ik soms als reactie: ‘Waar is de haatknop?’ Dat is dan grappig bedoeld, maar toch. Mannen zeggen eerder: ‘Good for you dat je zo veel winst maakt!’ Ik vind geld verdienen heerlijk omdat ik graag onafhankelijk ben, maar ik kan het ook relativeren. Zolang we alle vijf gezond zijn, kan ons niks gebeuren.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 09-2018.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >