Joan, moeder van Callum (7) en latrelatie met Dennis, gaat de uitdaging aan om een week lang zo min mogelijk eten te verspillen. ‘De Magnum moet ook op,’ jokt haar vriend op dag 3.

Ik word #verspillingsvrij

Vooraf dacht ik dat ik al heel goed bezig was en een schoolvoorbeeld ben van hoe het hoort, maar dat denk ik eigenlijk altijd. Of het nu een challenge is om 30 dagen lang seks te hebben of minder geen vlees te eten, ik acht mezelf hoger in dan uiteindelijk na afloop blijkt. Zo ook bij de uitdaging een week geen voedsel te verspillen. Vooraf lijkt me dat een makkie. Ik kan slecht eten weggooien. Mijn vader, kind van net na de Tweede Wereldoorlog, maar wel opgevoed met de dogma’s uit de oorlog, leerde me altijd al dat weggooien een zonde was. Verspillen in de letterlijke zin van het woord, doe ik daarom ook amper. Ik kook vrij ruim, zodat er altijd een vriendje van mijn zoon of eventueel vriendin kan mee-eten. Negen van de tien keer niet het geval, toch verdwijnt er haast niks in de kliko. Ik zorg voor een tweede ronde van de overgebleven kliekjes. Pastasaus vries ik in, van de overgebleven farfalle maak ik een salade. Idem met aardappelen die ik óf opbak of gebruik voor een ovengerecht. En roerbakschotels zijn de manier om restanten groenten in te verwerken. En anders hebben we altijd nog konijn Lolly voor een teveel aan sla of broccoli. Maar hoe zit het met de rest van mijn voorraden? Hoe #verspillingsvrij ben ik echt?

Dag 1: ‘Jij let ook nooit op data’

Het begint al lekker. Mijn vriend Dennis wil zijn boterhammen besmeren met filet americain, gekocht voor het weekend, maar niet gegeten wegens allerlei gezellige buiten de deur afspraken. En ja hoor: bruin en ranzig. Ik geef Dennis de schuld (‘jij let ook nooit op data’) , maar als ik de andere vleeswaren en verse producten check ben ik zelf geen haar beter. De ham zit op de datum, maar proeft nog prima gelukkig. Achterin staat een halfvolle pot appelmoes met schimmelrand en ik drink snel een beker  yoki, zodat ik het pak daarna met goed fatsoen kan weggooien. De eieren kunnen gelukkig nog een paar dagen. Ik besluit vanavond een goed gevulde omelet te maken. Verwerk ik meteen de champignons en tomaten erin die al plekjes vertonen. Ook stel ik de koelkast in op 4 graden. Eten is langer houdbaar als je koelkast op 4 °C staat, bacteriën groeien dan minder snel.

More content below the advertising

Dag 2: winkelen in de voorraadkast

De voorraadkast lijkt wel een dependance van de Albert Heijn. Ik heb niet één maar zes potten appelmoes, vier verschillende soorten pakken rijst, en verder veel knakworsten, blikken, potjes en zakken chips. En helemaal achterin opgesteld de inhoud van zeker drie kerstpakketten. Misschien ook een overblijfsel uit mijn jeugd? Aangezien ik geen hongerwinter verwacht is het misschien beter de voorraad te laten slinken. Ik ga dus winkelen in mijn eigen kast en besluit die avond tot een rijst pilav. In plaats van perziken pak ik een blikje ananas. Verder maak ik een boodschappenbriefje waarop ik precies noteer welke boodschappen ik nog nodig heb. In de supermarkt omzeil ik bewust de hamsterbulk Mexicaanse producten. Gezien de inhoud van mijn kast kan ik nog wel een tijdje voort zonder deze nieuwe aanwas.

Dag 3: de Magnum moet ook op

Keurige dag: de overgebleven rijst pilav van gister combineer ik met een groentepakket en een pakje gehakt uit de vriezer. Callum krijgt bovendien gebakken eieren mee naar school. Die moesten nu echt op. En als uit school snack zo maar een bakje kroepoek. Puur eigen belang; ze zijn nog maar een week houdbaar en anders plakken ze straks op mijn heupen. Dennis moppert even, maar door weer rijst te eten gooi ik niks weg en bespaar ik geld: win win. ‘En anders kook je maar zelf’, zeg ik vals. Buiten pannenkoeken bakken doet hij dat nooit, dus met dat argument heb ik onze maaltijdstrijd al snel gewonnen. Reden voor Dennis om zich na zijn laatste hap rijst te belonen met een Magnum dubbel chocola uit de vriezer. ‘Moet ook op’, jokt hij.

Dag 4: wraps houdbaar tot augustus 2018

’s Morgens gooi ik de overrijpe bananen, peren en appels met bruine plekjes van de fruitschaal in de blender: we ontbijten met een lekkere smoothie. De bedoeling was om vanavond tortilla’s te eten. Zo kom ik mooi van mijn overschot aan Mexicaans spul en blikken bonen en mais af. Ik heb slechts wat kipfilet, sla, tomaten en avocado’s gekocht. Maar als ik het plastic van de wraps opensnijd, komt er een hele muffe, zurige lucht vrij. Niet zo gek, zo blijkt als ik met mijn leesbril de datum bestudeer: houdbaar tot augustus 2018. Ai. Jammer, maar helaas de wraps verdwijnen in de afvalemmer. Normaal reden om acuut sushi te bestellen, nu ik #verspillingsvrij ben, besluit ik tot een alternatief. Het wordt een Mexicaanse schotel met drie soorten bonen, mais en een pot tomatensalsa. Het smaakt verrassend lekker.

Dag 5: met een foto de supermarkt in

Dit keer ontbijten we met beschuit, omdat het brood groen beschimmeld in de la ligt. Er is niets meer aan te doen. Als ik de schimmel er af zou schrapen, houd ik net croutons over. Dan maar beschuit met kaas en hagelslag. Ook prima. Met een foto van mijn voorraadkast in mijn telefoon, loop ik ’s middags door de supermarkt. Op die manier weet ik wat ik nog moet halen en wat ik al heb. Heel handig. Ik besluit verse zalm te eten met tagliatelle. De pasta is al aanwezig. Het gaat puur om verse producten erbij. Callum wil liever doperwten en aardappelen. Voor hem hoef ik dus niks extra te halen, zie ik op de foto.

Dag 6: de vriezer kan ook nog leeg

Zoon Callum neust ook mee in de voorraadkast en komt met de suggestie om ‘s avonds Dennis pannenkoeken te laten bakken. Mix hebben we immers al in huis. Kwestie van (nieuwe) eieren halen en melk. Poedersuiker is op, maar voor de rest hebben we nog bruine suiker en er staat ook nog een fles stroop – slechts wat plakkerig en dik. Voor de broodnodige vitaminen warm ik wat ingevroren vers gemaakte kippensoep op.

Dag 7: stiekem oude ketjap eten

Als ontbijt en lunch eet Callum (overgebleven) pannenkoeken. Ik besluit tot een laatste grote schoonmaak: die van mijn kruidenkast. Veel van de potjes zijn droge kruiden en tot Sint juttemis goed. Maar ik moet tot mijn spijt bekennen dat ook de ketjap en sojasaus de houdbaarheidsdatum al een tijdje hebben gepasseerd. Niets van gemerkt trouwens, toen ik beide producten onlangs nog gebruikte. Ook als ik nu met mijn vinger proef, is de smaak nog oké. Wellicht iets sterker dan normaal. Ik weet intussen dat je gewoon moet ruiken en proeven als iets over de datum is. De smaak en kleur kan achteruit gaan, maar onveilig wordt het niet. Behalve bij vlees en vis dan, maar dit is ketjap, dus soit. Kan wat mij betreft nog wel verwerkt worden, dus ik bewaar beide flesjes en zeg wijselijk niets tegen mijn wederhelft. ’s Avonds halen we eten. Mijn creativiteit is even op.

Conclusie:

Zoals ik al dacht ik ben erg goed in hergebruik. Maar waar ik echter de mist mee inga, is met houdbaarheidsdata. Zowel die op verse producten, als die op de blikken en potten in mijn voorraadkast. Ik ben dol op aanbiedingen en heb een zwak voor 1 plus 1 gratis. Dat is terug te zien aan mijn voorraadkast en tegelijkertijd ook mijn zwakte. Ik heb na deze week een derde van die kast leeg gemaakt, dat mag nog meer. Nergens voor nodig om zoveel op voorraad te hebben met drie supermarkten op loopafstand. Het risico op bederf is groot, zie ik aan de bulk spullen die ik toch nog heb moeten wegkieperen. Want als ik één ding heb geleerd deze challenge is dat ik veel beter moet letten op de kleine lettertjes en cijfers en dat je eten na de THT(tenminste houdbaar tot) datum vaak nog prima kan eten. 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >