‘Ik was als de dood dat we Veilig Thuis over de vloer zouden krijgen’

14.01.2022 05:02
sprokkel reddende engelen hulpverlening ouders Beeld: iStock

Machtig mooie taak dat opvoeden, maar soms poppen er problemen op die te groot zijn om zelf op te lossen. Voor deze moeders kwam het vangnet precies op het goede moment.

Jacobien (38) is alleenstaand moeder van Rens (9) en Jasper (7).

“Toen de juf belde, dacht ik dat Rens misschien zijn gymkleren was vergeten. Of dat ze een afspraak wilde maken voor een tienminutengesprek. Maar op het moment dat ze me begroette hoorde ik aan haar stem dat het foute boel was. Rens had een stoel door het smartboard gegooid. De schade was niet te overzien, maar erger: toen ze hem tot bedaren wilde brengen en in een ander klaslokaal had gezet om af te koelen, had hij ook daar de tent verbouwd.

 

Driftbuien

Het was niet de eerste keer. Zijn woede-uitbarstingen werden de school te veel, zei ze. Zelfs de schoolmaatschappelijk werker, die al een jaar lang elke twee weken sprak met Rens, zag geen uitweg meer; er was echt meer hulp nodig. Ik voelde me radeloos. En hopeloos falen als moeder, want ook thuis kon ik de driftbuien van Rens niet langer het hoofd bieden. Ze waren ontstaan na het vertrek van zijn vader bij ons gezin, drie jaar eerder. En hoe langer het contact tussen Rens en zijn vader uitbleef, hoe erger zijn woede-uitbarstingen werden. Ik had er geen enkele invloed op; mijn ex-man leek van de aardbodem verdwenen te zijn.

 

Jeugd GGZ

Via schoolmaatschappelijk werk kreeg ik het nummer van een gemeentelijke instantie op het gebied van de Jeugd GGZ. Voor mijn gevoel was dat amper een stap verwijderd van Jeugdzorg. Met knikkende knieën belde ik ze de daaropvolgende maandag op, doodsbang dat bij één verkeerd antwoord mijn kind afgenomen zou worden. Er was een wachtlijst, maar ook een gaatje, meldden ze. Nog geen maand later konden we op intakegesprek. Huilend deed ik er mijn verhaal. Over het vertrek van de vader van mijn kinderen, over hoe ik stad en land had afgelopen bij bevriende jongerenwerkers en orthopedagogen. Rens had een klankbord nodig, en als moeder die hem dag en nacht verzorgde was ik daar niet de aangewezen persoon voor.

“Stukje bij beetje werd mijn verkrampte kind weer zichzelf.”

Ik uitte ook mijn angst dat we nu overgeleverd zouden zijn aan Het Systeem. Dat we Veilig Thuis over de vloer zouden krijgen en dat deskundigen zouden denken dat ik de zorg voor mijn kind niet aankon. Maar het tegenovergestelde gebeurde. De jeugdpsycholoog was zelf alleenstaand moeder en begreep me volledig. En: met haar no-nonsensementaliteit wist ze Rens als geen ander te bereiken. Wekelijks ging hij er op gesprek. Dat er iemand was die met me meedacht bleek een zegen. Soms was hij de dagen na zo’n sessie niet te genieten. Andere weken was Rens de vrolijkheid zelve. Stukje bij beetje zag ik mijn verkrampte kind ontspannen en weer zichzelf worden. En als bonus stak ik tijdens de oudergesprekken met de psycholoog ook de nodige kennis op om om te gaan met een situatie als de onze.

Het is nu een jaar na het eerste gesprek en zowel op school als thuis is de rust teruggekeerd. Rens voelt zich gehoord, ik voel me gesteund en school is gerustgesteld. De drempel om hulp in te schakelen was gigantisch, maar nu die hulp er is, snap ik niet waarom ik zo lang ploeterde in mijn eentje. Help is geen scheldwoord.”

 

Lees ook

‘Mijn 6-jarige dochter roept soms uit boosheid dat ze me haat en dat vind ik vreselijk’ >

 

Gezinsonderzoek

Leonie (42) ligt in scheiding en is moeder van Rafaël (8) en een volwassen dochter die op zichzelf woont.

“Rafaël is een voorbeeldleerling, een voorbeeldgast bij vriendjes thuis en een voorbeeldzoon voor ons. Dat ik op een dag een belletje kreeg van Veilig Thuis was allesbehalve aan hem te wijten en volledig aan mijn man en mij. Natuurlijk wist ik dat ons middelengebruik enigszins uit de hand liep. Mijn man nam in het weekend weleens een lijntje, ik wist soms van geen stoppen met de wodka. Dat liep steeds vaker uit op scheld- en vechtpartijen. En daar hadden de buren op een dag melding van gemaakt.

Na het eerste gezinsonderzoek door Veilig Thuis en de toewijzing van een gezinsbegeleider die wekelijks bij ons op bezoek kwam, ging het mis. Mijn man en ik waren een avond uit eten, hadden meer tot ons genomen dan de planning was en daarop liep het gierend uit de klauwen. Een eenvoudig meningsverschil eindigde in een vuistslag tegen mijn kaak. In paniek belde ik mijn beste vriendin. Rafaël was bij de buren.

“Rafaël kon beter bij opa en oma wonen, zeiden ze bij Veilig Thuis.”

Toen de taxi onze straat inreed, zagen we de politieauto’s al voor de deur staan. Een noodgreep van mijn vriendin, bleek later, waarvoor ik haar nog altijd dankbaar ben. Het was een beter idee als onze zoon een tijdje bij zijn opa en oma – mijn ouders – zou verblijven, zeiden de agenten. Ze hadden ze al gebeld. Mijn man pakte desgevraagd een tas en vertrok naar een vriend. Tijdens een gesprek met de crisisdienst van Veilig Thuis de volgende dag, stemde ik ermee in dat Rafaël voorlopig bij mijn ouders bleef. Ik schreef mezelf in bij een verslavingskliniek, mijn man kondigde de scheiding aan – misschien maar beter ook.

 

Voor eeuwig dankbaar

Ik ben inmiddels in herstel en in de weekenden komt Rafaël weer thuis. Tijdens schooldagen blijft hij zelf het liefst voorlopig bij mijn ouders. De rust doet hem overduidelijk goed. Hij is nog altijd die zachte, hardwerkende voorbeeldleerling en tegelijkertijd bloeit hij sociaal in de klas enorm op, zegt de juf. Ik neem het Rafaël niet kwalijk dat hij liever bij opa en oma blijft. Ik heb gefaald als moeder en zal me de rest van mijn leven schuldig voelen over deze smet op zijn jeugd. Maar ik ben Veilig Thuis, de politie en mijn ouders eeuwig dankbaar dat ze me voor het blok hebben gezet om hulp te zoeken. Nu is de band met mijn zoon misschien nog te redden.”

 

Lees ook

Éven de weg kwijt als moeder: ‘En toen riep gezinszorg me op het matje' >

 

‘Het is in, mam'

Renate (37) is getrouwd met Robert (38) en moeder van Billie (11) en Ted (7).

“‘We begrijpen het’, zei de meester van groep 7. ‘Alle kinderen hebben het moeilijk gehad tijdens de lockdowns.’ Maar dat Billie wel erg vaak ziek was en bovendien op een dag met verband om haar polsen naar school kwam, deed daar de alarmbellen rinkelen. Het was in, zei ze, toen ik haar vroeg naar die verbanden. Ze trok zich terug op haar kamer, om na een uur huilend naar beneden te komen. Ze had het gezien op Snapchat, dat kinderen depressieve en soms zelfs suïcidale dingen postten. Tot zichzelf verwonden aan toe. Ik vond haar toch al wat jong voor dat medium en na deze opmerking besloot ik haar dáár voorlopig van weg te houden.

Uit voorzorg belde ik de huisarts. Die schreef een verwijsbrief voor de kinderpsycholoog, maar plande ook een gesprek in met de POH-GGZ, een praktijkondersteuner met een hbo-opleiding psychologie. ‘Nee, dáár hebben we wat aan’, schamperde ik. Als onze dochter echt depressief was, hadden we wel wat grover geschut nodig.

 

Grof geschut

Om de wachttijd tot de psycholoog te overbruggen, stemden we in. Het bleek een schot in de roos. Als buitenstaander wist de praktijkondersteuner de juiste mix te vinden tussen empathie en overwicht. Billie kampte weliswaar met depressieve symptomen, maar had vooral last van de prepuberteit én het feit dat Robert en ik veel met haar broertje bezig waren, die als aanstormend talent bijna elke dag voetbalde.

“De POH’er staat nog altijd onder speed dial.”

Dat was een eyeopener. Met de verbanden hoopte Billie de aandacht te krijgen die wij haar al tijden niet gaven. Na gezinsgesprekken verbeterde haar situatie zienderogen. De psycholoog hebben we afgebeld, de POH’er staat nog altijd onder speed dial. Nooit meer laat ik me leiden door mijn vooroordelen; zonder deze vrouw waren we er nooit zo snel uit gekomen.”

 

Tigh gap

Sally (40) is moeder van Thijmen (13), Marieke (12) en Sebastiaan (9). Ze woont samen met Maarten (42), die een dochter (10) heeft.

“Ze wilde een thigh gap, een poortje tussen haar benen dat geen vrouw van nature heeft, tenzij ze zichzelf uithongert. Haar vriendinnen hadden het ook, dus ze was veel te dik, zei Marieke. Ja, je vriendinnen hebben nog geen borsten, jij ontwikkelt je al tot vrouw, pareerde ik. Maar Marieke was niet voor één gat te vangen. Kinderen die op haar leeftijd al kampen met overgewicht krijgen later vaak diabetes, meldde ze. En zo wist ze heel Wikipedia op te dreunen over overgewicht bij jongeren. Bovendien haalde ze influencers aan die leefden op sla en proteïneshakes. Ongelooflijk schadelijk voor een meisje van haar leeftijd.

Al snel constateerde ik dat haar broodtrommel dag na dag ongeopend in haar tas bleef zitten en de hond tijdens het avondeten wel héél stilletjes onder tafel lag. ‘Pas op’, zei een vriendin met een dochter in de puberteit wier anorexia begon op dezelfde leeftijd en met dezelfde argumenten. Nu zaten ze al jaren met ruzie in huis en levensgrote kopzorgen om een dochter die op haar zestiende nog altijd niet menstrueerde door haar ondergewicht.

 

Praten over eetgedrag

Onze achtstegroeper aanmelden bij een anorexiakliniek, doe normaal, zeiden Maarten en ik ’s avonds tegen elkaar. Ook Mariekes vader vond het nogal overtrokken. Worstelt niet elk tienermeisje weleens met haar figuur? Tot ik er na een verwijzing van de huisarts toch maar eens op kennismaking ging en de rode vlaggen me om de oren wapperden. Was Marieke misschien extreem veel aan het sporten, vroeg de jeugdpsychiater. Ging ze na het eten structureel naar het toilet en viel ze af? Ik herkende tachtig procent van de voorbeelden die ze schetste. En sterker nog: mijn dochter deed het zeker al een jaar.

“Onze achtstegroeper aanmelden bij een anorexiakliniek? Doe normaal.”

Marieke was woedend toen ik vertelde dat we met een mevrouw gingen praten over haar eetgedrag. Toch ervoer ze het eerste gesprek als een opluchting. Dit probleem hadden we als gezin niet in ons eentje kunnen behappen. We hebben nog een lange weg te gaan – nog altijd weegt Marieke alles wat ze eet – en ik hou mijn hart vast voor wanneer ze ouder wordt en uiterlijk écht een rol gaat spelen. Ik hoop dat ze nu de juiste handvatten krijgt en we zwaardere problematiek dankzij de hulpverlening voor zijn. We staan er in elk geval niet alleen voor, en dat gevoel is de wereld waard.”

 

Lees ook

Als je kind een eetstoornis heeft: ‘Soms herkende ik mijn eigen kind niet meer' >

 

Schuldhulpverlening

Ishana (31) woont samen met Orlando (34) en is moeder van baby Chelsey (6 maanden).

“Het was een opeenstapeling van onhandige keuzes. Een auto op afbetaling die eigenlijk te duur was, een huurflat boven ons budget. En elk weekend stappen. Dan gaat het hard met je geld, zeker als je parttime werkt in een kapsalon en je man zonder werk zit. De aanmaningen stroomden zo snel binnen dat we ze niet eens meer openmaakten. Waarop de herinneringskosten alleen maar stegen, er steeds vaker deurwaarders op de stoep stonden en we tot overmaat van ramp uit ons huis gezet dreigden te worden.

“We krijgen veertig euro per week. Dat is inclusief geld voor babyspullen.”

Via de gemeente kwamen we in contact met de schuldhulpverlening. Iets wat we uit schaamte nog altijd angstvallig voor onszelf houden. Dat lukt makkelijk met een baby die ons elk moment nodig heeft. De hulpverlener beheert sinds een jaar onze rekeningen en geeft ons zakgeld om van te leven: veertig euro per week. Dat is inclusief geld voor babyspullen. Want we stonden nog niet goed en wel onder curatele toen ik zwanger bleek. Het is een zegen dat we bij de hulpverlening terechtkwamen, denk ik achteraf. Ik weet niet hoe we een kind hadden moeten opvoeden met zulke hoge schulden.

Nu is het ploeteren. Chelsey krijgt nog grotendeels borstvoeding, maar luiers kosten een fortuin. Ik heb budgetteren tot een kunst verheven, iets waar ik later vast de vruchten van pluk. Onze babyuitzet komt grotendeels gratis van Marktplaats. Maar dankzij de hulpverlening zijn we over twee jaar wel van alle schulden af.”

 

Dit artikel staat in Kek Mama 16-2021.

 

 

Meer Kek Mama?

Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >