Halfbroer- of zus, stiefkind, bonusdochter- of zoon: zoveel mensen, zoveel benamingen. Volgens blogger Raschael Ash moet je als gezin kiezen waar je je allemaal prettig bij voelt. ‘Maar bij ons thuis gebruiken we nooit de term ‘half’ of ‘stief’.’
Lees verder onder de advertentie
Geen onderscheid
De één noemt de kinderen van haar partner stiefkinderen, de ander heeft het over haar bonuskinderen. Weer een ander houdt het gewoon bij ‘dochter’ of ‘zoon’ of de voornaam. Volgens Raschael, die zelf een gemengd gezin heeft, is het allemaal prima. ‘Iedereen moet kiezen waar hij zich prettig bij voelt. Maar in ons gezin is er één term die we nooit gebruiken: half of stief.’ Raschael legt op haar blog uit dat er geen onderscheid wordt gemaakt in broers en zussen, ongeacht wie de biologische ouders zijn. ‘Technisch gezien zijn onze kinderen halfbroers- en zussen, maar ze voelen 100% eigen vanwege de liefde die ze delen en hun band die met de dag hechter wordt.’
De kinderen van Raschael en die van haar partner noemen elkaar dan ook gewoon ‘broer’ en ‘zus’. ‘Ze voetballen met elkaar en kijken ernaar uit als de ander thuiskomt’, legt ze uit. Raschael begrijpt heel goed dat dit niet het geval is bij elk gezin. Als geen ander weet ze dat het hebben van een gemengd gezin uitdagingen met zich meebrengt. ‘Er staan veel emoties op het spel en ondanks goede bedoelingen, botsen we als ouders soms en maken we fouten – ook wij.’
Lees verder onder de advertentie
Desondanks is ze trots op haarzelf, haar partner en de ex-partners. ‘Wij allemaal, de biologische ouders en de stiefouders, zijn erin geslaagd om onze kinderen en hun gevoelens op de eerste plek te zetten’. Het logische gevolg is volgens Raschael dat de kinderen dat gedrag kopiëren en elkaar ook op dezelfde manier behandelen. ‘Ze zien elkaar als volle broer en zus. Net als dat wij geen onderscheid maken. Want uiteindelijk doet dat er ook niet toe – half- of stief, iedereen is familie.’
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Opa en oma die een studiepotje openen, het collegegeld betalen of zo nu en dan wat toestoppen: het is natuurlijk hartstikke fijn als het kan. Maar financiële hulp van grootouders kan volgens nieuw onderzoek ook écht verschil maken.