Roos Schlikker

Roos Schlikker (42) is journalist, columnist en moeder van zoons Miró (8) en Róman (6). In Kek Mama schrijft ze over haar gezinsleven.

Het is avond, ik kom net onder de douche vandaan en staar naar mijn afgetrokken bekkie in de spiegel. Hoe moet ik hier in godsnaam iets van maken? Mijn huid heeft de kleur van karton, mijn wangen hangen, rond mijn ogen is het rood van het vele wrijven. Mijn hand met een poederkwast blijft hangen in de lucht.
 

More content below the advertising

Geen zin, geen fut

De afgelopen weken woonde ik in een uniform van pyjamabroeken en te ruime capuchontruien. Mijn haar zat in een knoedel op m’n kop, make-up droeg ik niet, ik was al blij dat ik mijn tanden kon poetsen. Een nare kwaal aan mijn evenwichtsorgaan zorgde ervoor dat ik op de gekste momenten zo duizelig werd dat ik alleen nog maar kon liggen, kotsmisselijk, mijn armen over mijn gezicht gevouwen omdat ik licht noch geluid verdroeg. Ik schuifelde door het huis, was in mezelf gekeerd, stilletjes, elke mate van opwinding kon me het gevoel geven of ik in een wasmachine zat. De spiegel meed ik zo veel mogelijk. Geen zin, geen fut, geen behoefte aan uiterlijke verzorging.

Was ik dit echt? De vrouw die een kast vol felgekleurde jurkjes heeft, die zelfs hoogzwanger nog op hakken paradeerde, die dol is op kettingen, oorbellen, strikken in haar haar. Die zich in haar verkeringstijd heeft voorgenomen zichzelf nooit voor die leuke Frans-­Canadees van haar te laten verslonzen. Die vrouw was ik. Ik was getransformeerd in Ma Flodder.
 

Lees ook
Column Roos: 'Waxen is gênanter dan baren' 


Liefde is...

Maar die Frans­-Canadees van me deed net of hij het niet zag. Hij keek niet naar mijn afzakkende joggingbroek omdat hij bezig was me in de ogen te staren. Hoe ging het met mij? Kon­-ie nog iets voor me doen? Had ik zin in soep? Of een dutje misschien?

Liefde is je altijd gezien weten. Niet vanwege je prachtige ogen, maar om dat wat erin te lezen valt. François verstaat die kunst als geen ander. Hij negeerde mijn slonzigheid en zag me intussen wel.

Na twee maanden gedwongen bankhangen gaat het ietsjes beter. Ik besluit naar een chic diner voor mijn werk te gaan. Mijn lange jurk hangt klaar, ik ruik naar roosjes en staar naar mijn spiegelbeeld. De kwast hangt nog steeds voor mijn gezicht. Dan komt hij binnen. En zegt het enige juiste. “Wat ben je mooi.” Liefde is je altijd gezien weten. En weten dat hij kijkt. Bij jou naar binnen. Precies op het juiste moment.
 

Deze column staat in het Kek Mama Liefdesboek 2018 en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >