Emotionele dag voor familie Bal uit Een Huis Vol: ‘Zo verdrietig’
Zondagochtend deelde de Familie Bal van Huis Vol een foto op Instagram van het gezin samen aan tafel.
Beeld: Canva
Er is zo’n opvoedwijsheid die hardnekkig blijft hangen: zoals je een kind aanspreekt, zo gaat het zich ook gedragen. Geef je vertrouwen, dan groeit het. Praat je alsof het kind iets kan, dan gaat het eerder proberen om inderdaad “dat kind” te zijn.
Alleen… blijkbaar mag die aanmoediging niet af en toe tussendoor. Volgens arts en oudercoach dr. Chelsey Hauge-Zavaleta werkt prijzen pas écht merkbaar als het héél vaak gebeurt: ongeveer 100 complimenten per dag. Ja, per dag. Dus niet “goed gedaan met je jas” en klaar, maar de hele dag door kleine bevestigingen stapelen.
Hauge-Zavaleta stelt dat psychologen pas bij dit soort aantallen klinisch duidelijke gedragsverschillen zien. Het idee: kinderen gaan vaker herhalen wat ze horen dat goed gaat. Krijgt een kind continu te horen wat wél lukt, dan wordt dat het verhaal dat het brein opslaat: dit kan ik. En als iets een succesgevoel oplevert, wordt het sneller opnieuw gedaan.
En andersom? Als een kind vooral (of alleen maar) negatieve instructies krijgt — “niet rennen”, “niet zo”, “hou op” — dan wordt dáár juist op geoefend: reageren, ontploffen, in de weerstand schieten. Niet omdat het kind “lastig” is, maar omdat dat patroon steeds opnieuw wordt ingesleten.
Voor neurodivergente kinderen (denk aan ADHD, autisme, enz.) zou dit effect nog groter zijn. Hauge-Zavaleta zegt dat deze kinderen tegen de tijd dat ze 10 zijn tienduizenden extra negatieve correcties hebben gehoord vergeleken met neurotypische leeftijdsgenoten. Met andere woorden: de startpositie is niet gelijk. Als een kind vaker te horen krijgt dat het “het verkeerd doet”, is de kans groter dat het zich vaker zo gedraagt.
De boodschap is pittig, maar wel hoopvol: dit kan volgens haar worden bijgestuurd, alleen vraagt het dus wel om een intensieve aanpak.
Tekst gaat verder onder de video.
Voor neurodivergente kinderen noemt Hauge-Zavaleta een duizelingwekkend richtgetal: 462 keer prijzen per dag. Dat klinkt alsof ouders de hele dag als een juichende cheerleader door het huis moeten rennen (met heesheid tegen bedtijd). Gelukkig komt ze met een truc die het haalbaar(der) maakt: “sportscaster praise”.
Het principe is simpel: zeg hardop wat een kind goed doet, op het moment dat het gebeurt. Geen groot compliment met confetti, maar een korte “commentator-zin” die gedrag labelt. Dus niet alleen: “Wat goed!” Maar: “Je zet je bord in de gootsteen.” Of: “Je gebruikt een zachte stem.” Of: “Je denkt even na voordat je iets zegt.”
Het effect is tweeledig:
Een andere expert omschreef het zo: het is gewoon benoemen wat er voor je neus gebeurt. Bijvoorbeeld als een kind rustig zit te kleuren: “Wauw, je bent echt gefocust. Kijk hoeveel aandacht je erbij houdt.”
Honderd (of 462) voelt als een getal waar niemand aan komt op een dag. Maar de kern is duidelijk: meer positieve feedback dan je nu denkt, vooral op kleine dingen die vaak ongemerkt goed gaan, loont. Niet alleen prijzen voor grote prestaties (“goed rapport!”), maar juist voor gedrag dat je vaker wilt zien (“je komt als ik het vraag”, “je probeert het nog een keer”, “je wachtte op je beurt”). En als het werkt, is het win-win: minder strijd, meer samenwerking en een kind dat vaker ervaart: ik kan dit.
Pubers worden groter, zelfstandiger en soms ook een tikje onhandelbaar. De ene dag hebben ze je totaal niet nodig en de volgende dag wél, maar dan graag op hun voorwaarden. Dat kan botsen. Je leest hier elke 7 dingen ouders doen die nooit strijd hebben met hun tiener.
Bron: Scary Mommy