Anke Laterveer
Beeld: Brenda van Leeuwen

Kek Mama-columnist Anke Laterveer is single moeder en schrijft elke week op Kekmama.nl supereerlijk en uitgesproken over wat ze meemaakt of wat haar opvalt. Deze week: dik zijn.

Kinderen krijgen steeds jonger anorexia omdat we in de media en in de klas de focus erg op gezond eten leggen. Dat moet minder.’ Ik las het en ik dacht: huh? Gezond eten is toch juist goed? Daar lijkt me weinig mis mee. Bovendien is anorexia is een ernstige ziekte waarbij veel meer aan de hand is dan 'gewoon dun willen zijn'. De nieuwe, vaak overdreven focus op afvallen gaat niet over gezond willen zijn, maar hierover: 

‘Oh, ik zondig wel eens stiekem met een stukje chocola, hoor!’ ‘Goed, dan eet ik nu een pannenkoek mee en dan ren ik morgen wel een extra rondje.’ ‘Ik heb zo’n dikke kont in deze broek!’ Je zegt het makkelijk en het lijkt er niet echt toe te doen. Maar dat doet het wel. Al deze dingen gaan namelijk niet over gezond eten. Ze gaan over dik zijn. Want dat wil je echt niet. Dik, dat is het ergste denkbaar. Dik, dat is voor luie mensen, voor mensen zonder doorzettingsvermogen, die het geen probleem vinden dat ze lelijk zijn en zich helemaal laten gaan.

More content below the advertising

Dikke mensen zijn een soort apart

Dat weten we zo zeker omdat we dat zien op tv. En in de krant, in films en series. Zelden zie je dikke vrouwen op tv waarbij hun gewicht er niet toe doet. Dikke mensen in de media zijn of om te lachen of zielig. En altijd aan het eten. Nooit gewoon gewoon, zoals de andere mensen. Dikke mensen zijn een soort apart. En een soort waar je liever niet bij wil horen.

Dus lachen we om ze als we ze niet zijn en schamen we ons als we ze wel zijn. Ik ook. Tot een jaar of vijf geleden schaamde ik me dood voor mijn figuur. Droeg ik altijd bedekkende kleding. En nog was er even niet aan denken er niet bij, want constant hielpen mensen mij herinneren dat ik dik was. Alsof mij dat zelf nog nooit opgevallen was.

'Zou je dat nou wel doen?'

Wildvreemde mensen, gewoon op straat, spraken me aan als ik een ijsje at. ‘Zou je dat nou wel doen?’, anderen keken brutaal in mijn winkelwagentje en gaven hun mening over mijn keuzes. Minstens een of twee keer per week werd ik nageroepen: ‘Papzak!’. 

Dat is nu voorbij. Ik ben niet langer onzeker. Ik ben dik en ik vind het prima. Ik ben tevreden met wie ik ben, van binnen en van buiten. Bovendien ben ik gezond. Dat is ook zoiets wat mensen moeilijk kunnen geloven. ‘Ik maak me zorgen om je gezondheid’, zeggen wederom mij volslagen onbekende mensen. Onzin natuurlijk. Als je je echt zorgen om mijn gezondheid zou maken, dan zou mijn mentale gezondheid je net zo lief zijn als mijn fysieke en zou je me dus niet hardop en ongevraagd vertellen dat ik niet oud zal worden op deze manier. Je wil gewoon graag zeggen dat dik in jouw ogen niet deugt. En of ik daar even mee op wil houden.

‘Echt stoer dat jij gewoon een strak rokje draagt’

Nu ik zelfzeker ben geworden, is er  iets nieuws bijgekomen. Een beetje iets geks. Van verwijten is het nu naar complimenten gegaan. ‘Je ziet het bij jou nauwelijks’, ‘Zo knap dat jij zoveel zelfvertrouwen hebt’, ‘Echt stoer dat jij gewoon een strak rokje draagt’. Het probleem met daarmee is: het zijn geen complimenten. Het zijn bevestigingen van de opvatting dat dik lelijk is. En dat het knap is dat ik zo goed met mijn handicap omga. Alleen: ik heb geen handicap. Ik ben mooi, ik ben gelukkig en kennelijk het allerbelangrijkste: ik ben gezond.

Willen we echt iets doen tegen kinderen die in paniek raken van gezond-eten-rages? Dan moeten we niet stoppen met praten over gezond eten, maar stoppen met dreigen met dik worden. Want wat we onze kinderen moeten leren, is heel simpel: Dikke mensen zijn doodnormale mensen en gezond eten doe je omdat het goed voor je is. Niet meer, en ook niet minder.

Anke Laterveer (36) is schrijver, columnist, cabaretier en web woman van Kek Mama. Samen met haar kinderen Jakob (7) en Hannah (6) woont ze in Haarlem.

Lees ook Anke's column: 'Hoezo niet in bikini als je moeder bent?'

Of haar andere column: 'Ik snap Halina wel'