draagmoeder en wensmoeder vertellen
Beeld: Shutterstock

Toen Jessica hoorde dat haar nichtje Tamara geen kinderen kon krijgen, twijfelde ze niet lang om draagmoeder te worden. “Na de geboorte van mijn tweede dochter zei ik: ‘Mijn buik is beschikbaar.’”

Tamara Braams (28) woont samen met Remco (28). Ze zijn in verwachting van hun eerste kind, een meisje, dat wordt gedragen door Jessica.

Article continues after the ad

“Laatst stond ik bij de slager en feliciteerde een dorpsgenoot mij met mijn zwangerschap. Het moet er wat vreemd hebben uitgezien, mijn buik is namelijk zo plat als een dubbeltje. Maar een paar weken eerder had ik op Instagram geschreven dat Remco en ik een baby krijgen. Op een wel heel bijzondere manier: mijn tante Jessica is onze draagmoeder.
 

Kinderen

Op mijn vijftiende ging ik naar de huisarts omdat ik maar niet ongesteld werd. Ik kreeg een pil om mijn menstruatie op te wekken, maar toen dat niks uithaalde, werd ik doorverwezen naar het ziekenhuis. Daar was vrij snel duidelijk dat ik geen baarmoeder had. Wel had ik twee functionerende eierstokken en een voorraad eitjes, maar ik zou nooit een kind kunnen dragen.

Ik ben stapelgek op kinderen en wist al jong dat ik ooit moeder wilde worden – ik heb er zelfs mijn werk van gemaakt, want ik ben leidster op een kinderdagverblijf. Dat die droom nu abrupt ten einde kwam, vond ik vreselijk. Toch hield ik me niet alléén maar bezig met hoe het later moest. Ik was immers nog hartstikke jong en was ook gewoon druk met puberdingen, zoals op stap gaan met vriendinnen. Sowieso ben ik geen doemdenker: ergens had ik het vertrouwen dat het op de een of andere manier goed zou komen.

Ik heb het wel meteen aan Remco verteld toen ik hem op mijn twintigste leerde kennen, ook omdat ik wilde peilen hoe hij erin stond. Hij schrok, maar vooral omdat hij het erg voor mij vond. Hij riep er meteen achteraan dat het voor hem geen reden was om niet bij me te blijven.

In de jaren erna hadden we het er soms over. Ik was daarin verder dan Remco – hij is niet zo’n voorloper en veel van zijn vrienden hadden toen nog geen kinderen. Toch kwam het weleens ter sprake. Zo vonden we adoptie allebei nogal een grote stap, omdat het adoptieproces behoorlijk heftig kan zijn – niet in de minste plaats voor het kind zelf. Dat schoven we dus een beetje voor ons uit. Maar eigenlijk kwam Jessica daarna al vrij snel in beeld. Zij is de vrouw van mijn oom Casper, de broer van mijn moeder. Casper is een nakomer en we schelen maar tien jaar – ik ben praktisch samen met hem opgegroeid en we hebben daardoor een sterke band.
 

Draagmoeder

In het begin kende Jessica mijn voorgeschiedenis nog niet. Mijn moeder vertelde erover toen Jessica zwanger was van haar oudste dochter en ze samen de babykamer stonden te schilderen. Eigenlijk begon Jessica toen meteen over het draagmoederschap. Ze had blijkbaar al langer de wens om ooit draagmoeder te zijn, omdat het haar mooi leek om dat voor een ander te doen – daarbij verliep haar zwangerschap prettig.

Overigens hoorde ik het pas een paar weken later, toen Jessica langskwam voor een behandeling in mijn schoonheidssalon die ik toen nog had. Ik weet niet meer hoe ik precies reageerde, maar ik was flabbergasted, besefte meteen hoe bijzonder haar aanbod was. Remco ook, toen ik het hem die avond vertelde. We waren allebei hartstikke emotioneel en zó opgelucht. Ineens ging er een deur voor ons open, was er een mogelijkheid om tóch samen een kind te krijgen.

Het verdere proces heeft wel even geduurd omdat Jessica zelf nog een tweede dochter kreeg. Ik vond die periode loeispannend, omdat ik wist dat ze een natuurlijke bevalling moest hebben – een voorwaarde voor het draagmoederschap. Toen Lotte eenmaal op de natuurlijke manier was geboren, belde Jessica ons meteen op. Ik schoot vol en wist: de volgende baby die ze krijgt is van ons.
 

Zenuwslopend

Omdat ik gewoon eicellen had en Remco ook vruchtbaar was, kwamen we in aanmerking voor ivf. Uit de punctie kwamen maar liefst dertien embryo’s. Ik vond het fijn om die prestatie te leveren, ook naar Remco en Jessica toe. Ik kon het kind weliswaar niet dragen, maar dit was wel gelukt – daar was ik trots op.

Jammer genoeg mislukte de eerste ivfpoging. Ik kan nu heel stoer zeggen dat dat niet erg was, maar dat was het natuurlijk wel. Gelukkig waren Jessica, Casper en Remco heel positief – dat helpt ook, dat je met z’n vieren toeleeft naar het volgende moment. Bij de tweede poging zaten we thuis bij Jessica te wachten op het verlossende telefoontje. Zenuwslopend, het voelde net alsof we onze examenuitslag zouden krijgen. Maar toen belde de arts: Jessica bleek hartstikke zwanger.

We waren zó blij, konden het wel van de daken schreeuwen. Op de terugweg naar huis geloofde ik het nog steeds niet. Ik heb die avond wel twintig keer in Remco’s hand geknepen. Eigenlijk had ik verwacht dat ik meer verdrietige momenten zou hebben tijdens de zwangerschap, maar het viel me alles mee.

Natuurlijk was het soms lastig. Zo had ik mezelf heel graag zwanger willen zien. Ik weet nog dat ik na de eicelpunctie een opgezette buik had van de hormonen en het even leek of ik een beginnend zwangerschapsbuikje had. Dat was mooi, maar ook confronterend. Ook vind ik de laatste loodjes pittig. Overdag spreek ik Jessica natuurlijk geregeld, maar ik kan niet vóelen hoe het met haar gaat, al helemaal ’s avonds niet. Dat geeft een machteloos gevoel, dat ik eigenlijk alleen maar kan afwachten – ik zit echt aan mijn telefoon vastgeplakt.

Het grappige is dat ik me soms wel zwanger voel, vooral de laatste paar weken. Ik ben emotioneler, heb nesteldrang, ben als een malle babykleertjes aan het wassen en zit geregeld in de babykamer – het allerfijnste plekje in huis.
 

Lees ook
'Mijn schoonzus beviel van mijn dochter' >

 

Tijdens de zwangerschap

Sommige dingen zijn wel spannend. Wat bijvoorbeeld als mijn kind straks huilt en ik haar niet stil kan krijgen, maar Jessica wel? Ze heeft negen maanden in háár buik gezeten, haar hartslag gevoeld en stem gehoord. Ik kan daar best onzeker van worden, maar Jessica reageert daar heel begripvol op. We hebben nu afgesproken dat als we bij elkaar op bezoek zijn en de baby huilt, ík degene ben die haar troost – Jessica mag haar weer vasthouden als ze vrolijk is.

Ach, waarschijnlijk gaat dat troosten na een week al automatisch en maakte ik me druk om niks. Mijn vriendinnen hadden me al gewaarschuwd: sommige details tijdens de zwangerschap vergeet je zó snel. Wanneer het eerste schopje was, bijvoorbeeld. En op welke momenten we naar het ziekenhuis gingen. Daarom schrijf ik alles op in een boekje voor mijn ongeboren dochtertje. Dat ze zo gewenst is, en hoeveel moeite we hebben gedaan om haar te krijgen. Jessica weet het nog niet, maar we gaan onze dochter naar haar vernoemen – haar tweede naam wordt Jess. Zonder haar tante zou ze er immers nooit zijn geweest.”
 

Anderen helpen

Jessica van Duijn–Hoorns (38) is getrouwd met Casper en moeder van Noah (14), Jennah (6) en Lotte (3). Ze is 37 weken zwanger.

“Het bijzondere is: ik heb het draagmoederschap al eerder overwogen. Jaren geleden woonde ik in Sri Lanka – daar kreeg ik mijn zoon Noah – en leerde ik een stel kennen dat geen kinderen kon krijgen. Het leek me ontzettend mooi om draagmoeder te zijn en hen te kunnen helpen met hun kinderwens. We waren er serieus over in gesprek en bezochten zelfs een ziekenhuis, maar in Sri Lanka is het draagmoederschap nogal taboe, dus uiteindelijk ging dat niet door. Achteraf misschien beter, want ik wilde zelf ook nog meer kinderen – een belangrijke voorwaarde voor het draagmoederschap is dat je eigen gezin compleet is.
 

Zonder aarzelen

Casper leerde ik kennen toen ik weer in Nederland kwam wonen. We kwamen elkaar tegen op een schoolreünie en het was meteen raak. Ook Tamara ontmoette ik al snel, maar ik kende haar verhaal niet. Tot Tamara’s moeder me erover vertelde.

Ik voelde haar bezorgdheid en verdriet: hoe zou het met Tamara en Remco gaan, zouden ze ooit kinderen krijgen? Dat raakte me. Dit kán geen toeval zijn, dacht ik ook meteen, omdat ik al eerder had nagedacht over het draagmoederschap. ‘Wie weet lukt het wel, en misschien kan ik daarbij helpen’, zei ik zonder aarzelen. Dat klinkt simpel, en dat was het eigenlijk ook. Ik weet namelijk hoe bijzonder kinderen zijn en gun anderen dat ook. Tamara helemaal; zij is iemand die een vreselijk lieve moeder zou kunnen zijn.

Natuurlijk overlegde ik het thuis met Casper. Doen, zei hij – hij twijfelde geen seconde. Was dat wel zo geweest, dan had ik het niet gedaan. Voor hem is het immers ook vreemd: een vrouw die negen maanden zwanger is, maar niet van hem. Je moet het echt sámen aangaan. Maar Casper stond er vierkant achter. Het hielp ook dat Tamara zijn nichtje is en ze heel close zijn.
 

'Mijn buik is beschikbaar'

Het moment dat ik het aan Tamara vertelde, lag ik hoogzwanger bij haar in de stoel voor een beautybehandeling. Ze vond het geweldig, al kon ze het bijna niet geloven. Tegelijkertijd zag ik de opluchting in haar gezicht – toen hebben we wel even een potje staan huilen. Uiteindelijk duurde het nog een paar jaar voor we echt aan het traject begonnen. Tamara en Remco waren nog jong, zelf kreeg ik een tweede dochter.

Toen mijn gezin daarna compleet was, stond niks het draagmoederschap meer in de weg. ‘Mijn buik is beschikbaar’, zei ik tegen ze. Daarna liet ik het over aan Tamara en Remco. Ik wilde hen niet pushen: zij moesten er ook klaar voor zijn. Mijn enige voorwaarde was dat ik het vóór mijn veertigste wilde doen. Zo is het balletje uiteindelijk gaan rollen.
 

Iets terug doen

Mijn zwangerschap verloopt prima, al heb ik echt een gigantische buik. Ik ben nog nooit zo dik geweest. Mijn eigen kinderen waren allemaal vrij klein, maar dit is een stevige tante – ze zit nu al op 3500 gram en ik moet nog een paar weken. Remco vertelde laatst dat hij ook een forse baby was – op dat moment was ik al ruim over de helft. ‘Leuk dat jullie dit nu pas laten weten, bedankt’, zei ik voor de grap tegen ze.

Sowieso is er veel contact tussen ons. We wonen vijf minuten bij elkaar vandaan en zien elkaar bijna elke dag. Tamara en Remco
proberen me van alle kanten te ondersteunen. Dan komen ze weer langs met een fruitmand, of neemt Tamara de kinderen mee zodat ik even kan rusten. En toen Casper en ik een weekendje weg waren, hadden ze de hele woonkamer gerestyled. Hartstikke lief natuurlijk, maar niet nodig. Al snap ik het heel goed: zij vinden het fijn om iets terug kunnen doen.
 

Steun

Ook Casper steunt me waar hij kan. Natuurlijk is het voor hem niet altijd leuk. Soms komt hij thuis en lig ik al voor pampus op de bank – dan heb ik nergens zin in. En ik dartel nou ook niet bepaald in jarretels door de slaapkamer. Maar ik heb echt de allerliefste man van de wereld: hij kookt, haalt de kinderen en doet het huishouden, ondanks dat hij ook hartstikke druk is met zijn eigen bedrijf. We weten allebei: over een paar weken is het klaar en hebben we iets heel moois gedaan.

Mijn kinderen vinden het fantastisch dat ik zwanger ben. Vooral Jennah maakt het heel bewust mee – zij gaat soms mee naar een echo en aait geregeld over mijn buik. Lotte is het weleens beu. ‘Wanneer komt de baby eruit mama, dan kunnen we weer paardjerijden’, zegt ze dan. Dat ze geen zusje krijgen snappen ze heel goed. Wat dat betreft zijn kinderen zó makkelijk; toen ik ze vertelde dat de baby in mijn buik van Tamara was, vonden ze het prima en gingen ze weer verder met hun speelgoed.
 

Inspireren

‘Dit is van een andere man’, grap ik weleens als mensen me naar mijn zwangerschap vragen. Ha, dan zie je ze echt even kijken. Natuurlijk leg ik de situatie daarna uit. Eigenlijk reageert iedereen heel enthousiast, mensen vinden het vooral bijzonder – soms moeten ze zelfs huilen. Het mooiste vind ik dat sommige vrouwen zeggen dat ze er ook over gaan nadenken. Daar ben ik blij om, dat ik anderen kan inspireren. Hoe gaaf zou het zijn als je dit kunt doen voor je eigen nichtje of vriendin?
 

Stuitligging

De bevalling is nog wel een ding, de baby ligt namelijk in een stuit – dat heb ik nog niet eerder gehad. In principe is het de bedoeling om bij Tamara thuis te bevallen, in een groot bed, met iedereen eromheen. Als de baby niet draait, moet ik echter alsnog naar het ziekenhuis en krijg ik waarschijnlijk een keizersnee. Stiekem baal ik daar wel van, helemaal omdat ik na mijn vorige bevallingen altijd snel op de been was. Bovendien gun ik Tamara en Remco een mooie bevalling zonder al te veel toeters en bellen. Tegelijkertijd sta ik er nuchter in: het belangrijkste is dat de baby veilig wordt geboren.

Natuurlijk heb ik twijfelmomenten gehad. Er groeit een kind in mijn buik, wat als ik me eraan zou hechten? Dat zijn dingen die je samen bespreekt – sowieso gaat er een heel traject met psychologische gesprekken aan vooraf. Al kun je je nooit helemaal voorbereiden, hormonen kunnen rare dingen doen. Gelukkig is dat in mijn geval niet gebeurd. Het klinkt gek, maar mijn lichaam wist meteen dat dit niet mijn baby was. Ik vind het heerlijk dat ze in mijn buik zit en ik probeer haar al mijn liefde mee te geven, maar ze voelt niet als mijn kind. Eigenlijk ben ik meer een soort oppas.

Het helpt dat Casper en ik ook geen kinderwens meer hebben. Ik moet er niet aan denken, wéér een huilende baby in huis. Ik vind het fijn om haar even vast te houden zodra ze is geboren, zodat mijn lichaam snapt dat de baby eruit is, maar daarna geef ik haar zo snel mogelijk aan Tamara. Zij is tenslotte de moeder.”
 

Inmiddels is Jessica bevallen van Tamara’s gezonde dochter Lina Jess. De bevalling is verlopen zoals gehoopt en iedereen maakt het goed.
 

Dit artikel staat in Kek Mama 13-2020.

draagmoeder-en-wensmoeder-vertellen

Meer persoonlijke verhalen lezen? Volg ons op Facebook.