ode aan de sleur gezinnen
Beeld: Shutterstock

Ze durft het bijna niet hardop te zeggen, maar Marieke houdt heel erg van sleur. En wat blijkt: het is overlevingsstrategie nummer één voor jonge gezinnen.

“Straks kom je nog in een sleur.” Het was zes jaar geleden, ik had geen kinderen en zat met het zeven maanden oude, schattige zoontje van mijn vriendin Janneke op mijn schoot. Janneke zelf keek op dat moment heel vies en spuugde dat woord bijna uit: sleur. Ik fronste, vroeg waar ze bang voor was en wat volgde was een heel verhaal met als strekking: als je niet uitkijkt, is elke dag hetzelfde. Moet je echt niet willen. Ik knikte natuurlijk mee, want ja, nee, als je het zo stelde, dan was dat natuurlijk echt het begin van het einde: sleur.

“Straks zitten we nog zes avonden per week samen op de bank”, zette Janneke het geheel nog even aan. “Dan weten we op maandag al wat we op vrijdagavond gaan doen.” Ik knikte extra instemmend, want Janneke leek dit idee echt het einde van de wereld te vinden. Wat ik maar niet zei was wat ik eigenlijk dacht: waar kan ik tekenen?
 

'Ik hou van regelmaat'

Ik weet dat autisme niet iets is wat je wenst voor je kind of jezelf, en ook dat het bepaald niet lollig is als je ermee te maken hebt. Ik wil er dan ook zeker niet de draak mee steken, maar om aan te geven in welke mate ik hou van regelmaat, plannen en weten waar ik aan toe ben, word ik in huiselijke kring nogal vaak aangeduid als ‘het autistje’. Zelf kies ik graag voor de term ‘de diesel’. Ik kom niet heel makkelijk op gang, maar loop ik eenmaal ergens warm voor, dan ga ik ook uren/dagen/jaren door. Heb ik echter bedacht hoe de dag/ week/eeuw eruit gaat zien en je komt ineens met een ander plan, is mijn standaard reactie: moet dat?
 

Sleur

Ik kom ervoor uit: ik ben dol op die gevreesde sleur. Alleen dat woord, dat maakt het ingewikkeld. Sleur klinkt bejaard, en seksloos. Alsof je al met één been in het graf staat of op z’n minst bij de scheidingsadvocaat. Maar ik vind het juist iets heerlijks. Ik hou ervan als ik ’s ochtends weet hoe de dag eruit gaat zien. Of eigenlijk: als ik op maandag weet hoe de hele week eruit zal zien. Of de twee weken daarna. Ik hou van de hele dag weten dat er die avond níets op het programma staat, zodat man en ik gestrekt kunnen op de bank met een boek of serie, of laptop in tijden van drukte. Wordt dat plan doorbroken, ben ik subiet chagrijnig. Doe mij maar zeven dagen per week regelmaat. Of nou ja, zes, want een complete kluizenaar ben ik nou ook weer niet.

Ik ga heus graag weg – lekker uit eten, drankje met vriendinnen, de kinderen op sleeptouw naar de dierentuin (mijn favoriet) of speelparadijs (hun favoriet) – maar wil het wel minstens drie dagen van tevoren plannen, liever nog drie weken. Sowieso ben ik dol op plannen, wat een eigenschap is die meer sleur-lovers hebben. Go with the flow vind ik een mooie Instagram-hashtag, maar is aan mij niet besteed.

Oké, toen ik nog jong en ambitieus dacht de wereld te bestormen, vulde ik heus niet bij ambities in ‘dat de dagen er zo veel mogelijk hetzelfde uitzien’. Niet dat ik mezelf tot doel stelde de Nobelprijs binnen te halen, maar afwisseling, living on the edge – dat was natuurlijk wel hoe mijn leven eruit zou moeten zien. Adrenaline en alles. Groots en meeslepend. Alleen vind ik het dagelijks leven al best meeslepend, in de zin dat ik voortdurend wordt opgeslokt door werk, kinderen, tijd voor de man met wie ik die kinderen kreeg, beslommeringen en verplichtingen. Als ik niet kan vasthouden aan mijn eigen, in mijn hoofd in elkaar getimmerde planninkje, heb ik het gevoel dat ik de boel niet meer onder controle heb – en controle, daar ben ik toevallig erg dol op.
 

Lees ook
Anne-Marie Jung: 'Ik hou van reuring en feestjes. Sleur ken ik niet' >

 

Een oud geslacht van sleurmijders

Nu ben ik getrouwd met een makkelijk wendbaar sportmodel (voor de duidelijkheid: we zitten nog steeds in die autovergelijking, niet dat mijn wederhelft gesmeerd in glimmende olie hete kalenders siert of zo). Appt op maandagavond half tien een vriend of hij zin heeft om even een drankje te drinken, stuurt Simon binnen één seconde: 'On my way'. Snap ik niets van, ik kijk op zo’n moment al met één oog naar mijn bed. Maar hij komt dan ook uit een oud geslacht van sleurmijders.

Bijvoorbeeld: waar bij ons thuis vroeger hooguit eens per jaar afhaaleten op tafel stond – en heel veel jaren ook niet – en we uitsluitend op de verjaardag van oma uit eten gingen, kwam Simon als kind meerdere keren per week in de plaatselijke horeca. Want: geen zin om te koken, we eten morgen wel weer thuis, even eruit, is toch leuk, weer eens wat anders.

Simon en ik zijn opgegroeid in dezelfde plaats en kwamen onlangs door redenen die ik niet meer weet op de vraag bij welke van de vier snackbars in het dorp je de beste kroketten kon krijgen. Ik had geen idee, want ik kan me niet herinneren dat ik die snackbars ook maar één keer vanbinnen heb gezien. Simon kende van elk van de zaken zelfs de kwaliteit van het bamiblok, want na zo vaak kroketten wil je kennelijk weleens iets exotisch proberen. En toen zijn destijds tienerbroer bij de plaatselijke afhaalchinees eens iets bestelde dat hij niet goed van z’n lijstje had gelezen, sprak de dame achter de balie de fameuze woorden: “Dat vindt jouw moeder niet lekker, je moet die daaronder hebben.” Het was niet dat mijn schoonouders niet van koken hielden, ze deden gewoon meer aan ‘we zien het wel’. Dat doet Simon ook nog steeds graag.
 

Diesel vs. sportmodel

Je zou denken dat de combinatie diesel vs. sportmodel een recept is voor relatieproblemen, maar na vijftien jaar durf ik te concluderen dat het voor ons werkt. Ik zoek nog naar een beter woord dan het uitgekauwde ‘balans’, maar tot die tijd, noem ik het toch maar even zo. Balans die maakt dat hij mij bij tijd en wijle resoluut uit m’n sleur trekt, en die tegelijkertijd maakt dat ik op de rem hang als we zo’n beetje elke dag dreigen te verzanden in uitjes, etentjes, ‘o hé die-en-die nodigt ons uit voor over een uur, hup, hup, de auto in, wat maakt het uit dat het zondagavond is’-situaties, en meer van die dingen.

Een enkele keer, als de agenda leeg is en ik gelukkig, kan Simon ineens overvallen worden door onrust. FOMO, om het lekker hip te zeggen (voor wie dit niet kent, het staat voor fear of missing out) heb ik niet, ik heb LOMO (love of missing out) en hou ervan om ergens níet te zijn. Wat uiteraard niet heel instagram-waardig is, maar gelukkig, er is licht aan het eind van de sleurtunnel. Want onlangs las ik over een – jawel, heus – wetenschappelijk onderzoek naar sleur. Conclusie: sleur is niet alleen maar mijn dagelijkse verlangen naar mijn eigen bank, het is overlevingsstrategie nummer één voor jonge gezinnen, aldus de Vlaamse socioloog Theun Pieter van Tienhoven, die – man naar mijn hart – pleit voor herwaardering van sleur.
 

Routine maakt gelukkig

Het idee hierachter: routine (lees: sleur) vermindert stress en zonder stress voelt de mens zich gelukkiger. Stel dat je geen routine zou hebben. Moet je elke dag een nieuw ritme uitvinden. Ik zou bij het vullen van de kinderbroodtrommel al overspannen zijn en tegen de tijd dat de werkdag begint, zou je me kunnen wegdragen. Sleur scheelt tijd, blijkt kortgezegd uit het onderzoek. En ik ben toevallig heel dol op dingen die tijd schelen, want tijd is een schaars goed als je twee kleine kinderen hebt.

Mijn enthousiasme over dit onderzoek deelde ik uiteraard met mijn sportmodel. Die trok zijn wenkbrauwen op, maar aangezien de kinderen net in bed lagen en we die avond niet hoefden te werken, schudde hij het door mij zo geliefde dekentje op onze bank eens extra op. “Kom hier, autistje. Gaan we lekker gezond Netflixen.”
 

Dit artikel staat in het Kek Mama 13-2018.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Bankrekening Curaçao
Beeld: Pixabay

Sandra heeft drie jaar op Curaçao gewoond en heeft daar geleerd alles uit het leven te halen.

Sandra (40), getrouwd met Teun, twee dochters van 14 en 12, fulltime gastouder “Ik zie net op mijn telefoon dat een van de gastouderbureaus waarvoor ik werk, heeft betaald. Mooi, dan kunnen we vanavond uit eten. Dagelijks vang ik maximaal zes kinderen op: de jongste is een baby van drie maanden, de oudste een meisje van acht.

Alle kinderen zijn welkom, of ze nu gedragsproblemen hebben of niet. Als hun ouders minder te besteden hebben, vraag ik een kleinere vergoeding. Voor het geld moet je dit werk niet doen. Per maand verdien ik gemiddeld vijftienhonderd euro.
 

Kinderopvang-proof

Toen ik na de geboorte van mijn oudste dochter aan huis was gekluisterd vanwege bekkeninstabiliteit, begonnen vroegere collega’s hun kinderen bij mij te droppen. Ik kreeg zo veel energie van die kinderen, dat ik dacht: dan kan ik het net zo goed betaald gaan doen. Ik haalde de benodigde papieren en heb ons hele huis kinderopvang-proof gemaakt.

Onze dochters weten niet beter. Het zijn gemakkelijke en sociale meiden die gewend zijn alles te delen. Als het een drukke dag is geweest, biedt mijn jongste dochter vaak aan om te koken – ze bakt al een betere biefstuk dan ik. Ik heb er wel altijd voor gewaakt dat ze genoeg aandacht van mij krijgen. Jarenlang gingen we aan het eind van de dag met z’n drietjes in bad, en met de jongste doe ik dat nog steeds.
 

'We deinen mee op de golven'

We zijn vaak met zijn drieën. Mijn man is chef d’équipe bij de marine, en veel van huis. Het komt voor dat hij zondagavond terugkomt uit Den Helder en zegt: ‘Schat, ik ga drie maanden weg.’ Ik zeg altijd: we deinen mee op de golven. Vrouwen die geen nacht zonder man kunnen slapen, dat vind ik zo’n gezever. En dat een zeeman in ieder stadje een ander schatje heeft, is onzin. Teun en ik weten wat we aan elkaar hebben.

Als je dat wil verkloten met een stomme nacht met een ander, ben je dom bezig. Nee, ik vind het heerlijk zo veel alleen te zijn. Als hij terugkomt van een lange reis gaan we ’s avonds samen in de tuin zitten, onder het afdakje voor de winterhaard. Biertje en glaasje wijn erbij en dan uitgebreid bijpraten.
 

Lees ook
'Er komt nu echt een eind aan ons leven in Málaga' >

 

Drie jaar Curaçao

Het werk van mijn man heeft meer voordelen. Toen de meisjes vijf en acht waren, zijn we voor drie jaar naar Curaçao vertrokken. We kozen er bewust voor te midden van de lokale bevolking te wonen en niet tussen de Hollandse expats, en hebben er vrienden voor het leven gemaakt.

Met gemiddeld drieduizend euro per maand heeft Teun een modaal salaris, maar daar waren we met dat geld schatrijk. Onze tuinman woonde met elf andere familieleden in een piepkleine kunuku – een huisje volgestouwd met stapelbedden, zonder douche. Veel eilandbewoners moeten rondkomen van vijfhonderd euro. ‘We hebben geen geld, maar wel de blauwe zee en de barbecue’, zeggen ze vaak. Een tijd naar het buitenland kan ik iedereen aanraden, het leert je relativeren. Ik ben milder en relaxter teruggekeerd naar Nederland, laat me minder snel van mijn stuk brengen.
 

BRCA1

Van die levenshouding heb ik de afgelopen jaren veel plezier gehad. In mijn familie komt BRCA1 voor, de genmutatie die borstkanker of eierstokkanker kan veroorzaken. Na de geboorte van mijn tweede dochter heb ik me laten testen. Die timing was bewust, niet alleen omdat mijn gezin compleet was, ook omdat we als ik positief zou testen misschien geen hypotheek konden afsluiten, en ook geen levensverzekering. Ik testte inderdaad positief. De kans dat ik ooit kanker zou krijgen was tachtig procent.

Tien jaar lang werd ik elke zes maanden onderzocht en zat ik tien lange dagen in spanning over de uitslag. Toen drie jaar geleden mijn nichtje, moeder van twee jonge kinderen, overleed aan borstkanker, besloot ik een einde te maken aan die onzekerheid. Ik dacht: bepaalt dit gen wie ik ben? Bepaalt dat gen wat ik ga doen met de rest van mijn leven? Ik wilde de controle terug. Ik wilde mijn kinderen zien opgroeien. Genieten van het leven.
 

De impact van angst en onzekerheid

Ik zal nooit vergeten hoe heerlijk ik sliep, die eerste nacht nadat mijn eierstokken en borstweefsel waren verwijderd. Toen ik zo uitgeslapen wakker werd, realiseerde ik me pas echt hoeveel impact de angst en onzekerheid op mijn leven hebben gehad.

Ik heb het geluk dat Defensie ook goed voor de partners van hun werknemers zorgt, en ik via hen ben verzekerd. Wat niet wil zeggen dat de verzekeraar niet tegenstribbelt. Dat deden ze bijvoorbeeld bij mijn borstreconstructie; die wilden ze niet vergoeden omdat het om een cosmetische ingreep zou gaan. Wat ik ook krom vind: als zzp’er kan ik een arbeidsongeschiktheidsverzekering vergeten. Die is vanwege mijn medische geschiedenis onbetaalbaar.

Terwijl ik sinds de operaties net zoveel kans heb op kanker als jij. Maar zoals ik al zei: ik laat me niet meer gek maken. En richt me op wat ik kan betekenen: bijvoorbeeld door mee te werken aan alle mogelijke onderzoeken op het gebied van deze gen-mutatie, zodat onze dochters later niet hetzelfde lot hoeven te ondergaan.
 

'We zijn gezond en gelukkig, daar gaat het om'

Het enige waarvoor we sparen, is om de eventuele studies van onze kinderen te bekostigen en om Teuns pensioengat aan te vullen. Op de rekening voor onverwachte uitgaven staat altijd wel tweeduizend euro. Verder mag het geld gewoon op. Aan etentjes met vriendinnen. Weekendjes weg met zijn vieren. Een spontane wintersportvakantie die we eigenlijk niet kunnen betalen. Dan bijten we daarna maar weer even op een houtje. We zijn gezond en gelukkig, daar gaat het om.”
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

NASCHRIFT 

In dit interview vertelt Sandra dat een arbeidsongeschiktheidsverzekering vanwege haar medische voorgeschiedenis voor haar te kostbaar werd. Ter verduidelijking: wie een BRCA-mutatie heeft, kan zich bijna altijd tegen de normale voorwaarden verzekeren. Als je toch borstkanker of eierstokkanker hebt gekregen, is het wel mogelijk dat de je premie omhoog gaat. Meer informatie vind je op oncogen.nl, een platform voor mensen met kanker in de familie. 

 

​​​​​​​

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

slaapgebrek kort lontje
Beeld: Pixabay

Als je iemand wilt martelen moet je zorgen dat ie-niet slaapt: Nienke Blokhuis gelooft het meteen. Toen haar zoon maandenlang niet doorsliep was ze in staat een moord te plegen.

Ik kende ze, de verhalen over kinderen die hun ouders tot waanzin dreven door nachten achtereen niet te slapen. Ik had met ze te doen, maar was vooral heel erg blij dat het bij ons wel goed ging. Onze oudste zoon duikt van jongs af aan met plezier zijn bed in en slaapt door tot in de late ochtend.
 

Jullie zijn zulke relaxte ouders

“Jullie zijn ook zulke relaxte ouders, dat zie je terug in het kind hè”, hoorde ik vaak als ik vertelde dat we op dit vlak niets te klagen hadden. Dan antwoordde ik iets van: “Pfff nahh haha joe”, met een wegwerpgebaar en uiteraard een flinke toef valse bescheidenheid. Want natuurlijk klopten wij onszelf op de borst. Potdorie, dat hadden we maar goed gedaan.
 

Tweede zoon is vreselijk slechte slaper

En toen, ruim twee jaar later, kwam nummer twee. Een joekel van een kind met een flinke bos haar en grote donkere ogen. Mijn prachtzoon. Een dikke tevreden boeddha met een enorme eetlust en flinke stembanden, die hij gelukkig alleen gebruikte als het echt nodig was. We waren dik tevreden met onze nieuwe aanwinst.

Toen hij ’s nachts wat begon te spoken, susten we dat met het geruststellende: “Het zal wel weer een sprongetje zijn”. Totdat het zelfs niet meer binnen de brede marges van Oei, ik groei viel. En een dutje overdag voor mij niet meer voldoende was om bij te slapen. Het duurde even voordat ik toe kon geven dat mijn zoon een vreselijk slechte slaper was. En ik dus een oververmoeide moeder.
 

Slaaponderbreking is een martelmethode

Even voor de duidelijkheid: mijn zoon sliep wel, hij werd alleen steeds wakker. Bijna om het uur. Dan wilde hij mijn hand voelen, of even aan de borst en sliep na twintig minuten weer verder. Om na een uur weer wakker te worden voor nog zo’n sessie. Behalve als ik hem naast me liet liggen, onze voorhoofden tegen elkaar. Lief, maar voor mij een onmogelijke positie om weer in slaap te vallen.

Daarom legde ik hem uiteindelijk weer terug in zijn bedje, waar hij na een klein uurtje, jawel, weer wakker werd. En dat tot de vroege ochtend. Slaaponderbreking is een beproefde martelmethode, las ik ergens. Mensen kunnen er gek van worden, en ziek. Het raakt je namelijk in je diepste biologische functies die verantwoordelijk zijn voor je lijf en je verstand. En man, dat heb ik geweten. 
 

Een kort lontje met vies haar

Ik geef alvast één cliffhanger weg: mijn vriend is al die tijd bij mij gebleven. Een godswonder. Gek genoeg sliep hij altijd door het gehuil heen, waardoor hij mijn geraaskal waarschijnlijk nog redelijk op kon vangen. Ook leerde hij al snel niet meer tegen mij in te gaan als ik ’s ochtends de gebroken nachten evalueerde.

Soms durfde hij het aan ook een beetje te klagen als hijzelf iets van het gehuil had meegekregen. “Ik merk het toch wel aan mezelf hoor, dat gespook ’s nachts”, probeerde hij dan. “Je bent niet de enige die moe is.” In mij groeide dan een gloeiend hete bal die langzaam naar boven steeg. “Hoe bedoel je”, kreeg ik er nog net uit. “Ik zág je verdomme slapen, al die keren dat ik rechtop in bed zat.” Meestal liet hij het hierbij, een enkele keer sloot hij af met: “Maar dat hoef je nog niet op mij af te reageren”. Waarop ik gilde: “Dat zal wel, maar dat moet je me maar even gunnen!” Want ik was me er heus van bewust dat ik zowel fysiek als mentaal de slechtste versie van mijzelf was: een kort lontje met vies haar. En het ergste nog: zonder humor.
 

Hersencellen één voor één uitgeschakeld

Want hoe ik ook mijn best deed tijdens gesprekken op feestjes, altijd ging de clou langs me heen. Of antwoordde iemand, nadat ik het voor elkaar had gekregen een scherpe volzin te formuleren, dat die conclusie net ook al was getrokken.

Eén keer heb ik zes vergeefse pogingen gedaan het woord ‘manipulatief’ foutloos uit te spreken. De slapeloosheid schakelde mijn hersencellen één voor één uit totdat er maar een handjevol actief bleef. Die laatste dappere exemplaren leken alleen maar goed te zijn voor de meest noodzakelijke functies: eten, drinken, rechtop staan, lopen. En praten over slaap.
 

Lees ook
Vrolijke opvoedtantes Els en Do over slaapgebrek >

 

Als een suikerpatiënt

Want god, wat praatte ik graag over nachtrust. Als een suikerpatiënt die een slagroomtaart moet beschrijven, zo ging ik los over slaap. Vroeg iemand mij hoe het met me ging, dan begon ik over de nachten. Ondertussen zag ik overal mogelijkheden waar ik mijn hoofd even neer kon leggen.

Een etalage van een beddenwinkel was als een snoepwinkel. Let wel: niet alle slaapverhalen waren welkom. De anekdotes van een vriendin die na mij was bevallen van een dochtertje dat meteen doorsliep kon ik niet aanhoren. “We snappen er zelf ook niets van,” sloot ze haar succesverhaal steevast af, “maar vaak genoeg moeten we haar zelf ’s ochtends wakker maken.”
 

Dat het niet aan mij lag, stond nooit in zo'n lijstje

Daarna volgde een reeks tips die ik uiteraard zelf allang had uitgeprobeerd. Dat deed pijn. Want dat ik gewoon pech kon hebben, dat het niet aan mij lag, dat kwam nooit in zo’n lijstje voor. Nee, dan de moeders die in hetzelfde schuitje zaten. Ik pikte ze er meteen uit: zij die zich in een gesprek hardop afvragen waar ze het ook alweer over hadden, tijdens het luisteren ineens een glazige blik opzetten of op zoek zijn naar het mobieltje dat ze op dat moment in hun hand houden.
 

Jezelf en je gevoel voor humor kwijt

Toen ik een keer via Marktplaats bij iemand een wipstoeltje ging ophalen, zag ik het al toen ze de deur opendeed: de kleine oogjes, haar smoezelige yogabroek, de blik waaruit bleek dat ze even geen idee had waarvoor ik kwam. Toen ze in haar woonkamer vroeg voor wie het wipstoeltje was, begon ik automatisch over mijn nachten.

Als afgesproken viel ze me bij. Hoe onproductief ze al maanden is op haar werk. Hoe intens ze die collega haat wiens kinderen wél doorslapen. Samen bespraken we hoe irritant het is jezelf zo kwijt te zijn, en je gevoel voor humor. Hoe je relatie eronder lijdt en dat je partner echt geen recht van spreken heeft als hij wel slaapuren maakt. Later dan gepland fietste ik weer naar huis. Het motregende en het stoeltje gleed bij elke bocht van mijn stuur. Maar ik voelde me licht en fris. Ik zou bijna zeggen: uitgeslapen.
 

Dagelijks op jacht via Google

Eén hoofdstuk besprak ik niet met deze vrouw: die met oplossingen en adviezen. Want we wisten van elkaar dat we alles uit de kast hadden getrokken. De opmerking ‘laat je vriend het eens doen’ kon ik bijvoorbeeld niet meer horen. Ook al lag ik een verdieping lager of een huis verder, door mijn verstoorde nachtritme werd ik alsnog minimaal vier keer wakker.

Wel googlede ik dagelijks nieuwe slaapmethodes. Las ik iets over de heilzame werking van wollen rompers, dan stond ik al in een antroposofische kinderwinkel een loeiduur exemplaar af te rekenen. Ik gaf mijn zoon papflessen voor de nacht omdat een volle maag hem in slaap zou houden, bakerde in en weer uit, vermeed op krampachtige wijze oogcontact als ik hem op bed legde (en bad dat hij hier geen sociale stoornis aan zou overhouden), zong liedjes, speelde muziekdoosjes af, probeerde een verduisteringsgordijn en nachtlampjes, liet hem huilen of bleef sussen. Maar het hielp allemaal niets.
 

Ik flipte de pan uit

Toen mijn schoonmoeder begon over een aanschuifbedje, werd dat vanzelfsprekend mijn nieuwe missie. Op Marktplaats vond ik een perfect exemplaar. Meteen maakte ik een afspraak: zaterdag zou ik het ding ophalen. Ik was in een jubelstemming, zag voor me hoe mijn zoon intens tevreden in zo’n bedje lag, naast mij, zijn ronkende moeder. O jongens, dacht ik. Vanaf zaterdag slapen we weer. Alles komt goed.

Totdat op vrijdag een berichtje van verkoopster Chantal binnenkwam. Met een lullig ‘sorry’ kondigde ze aan dat ze het wiegje net had verkocht aan iemand die het eerder kon ophalen.Het was als het moment in een real life-soap waarop de voice-over zegt dat er ‘iets in haar knapte’. Ik flipte de pan uit. Ik overwoog Marktplaats te mailen om deze vrouw aan te geven. Ik gilde naar mijn vriend dat dit toch zeker niet normaal is. Dat dat hele Marktplaats toch zeker nergens op slaat als dit soort mensen eraan meedoen.

Wat mijn antwoord aan haar is geweest weet ik niet meer. Ik durf het niet op te zoeken. Maar het voelde wel heel fijn om eindelijk eens iemand volledig de schuld te geven van alle misère. Om de hele baggerse zooi bij deze volstrekt onbekende vrouw uit te storten. Ontremming, noemen ze dat in de psychologie. Knettergek, moet Chantal gedacht hebben. 
 

Eén voor één knipten ze weer aan

Dat aanschuifbedje is er nooit gekomen. Rond diezelfde periode bouwde ik de borstvoeding af en ging er meer flesvoeding in. Of misschien was het het weer, die nieuwe slaapzak, de stand van de maan. Het kan me niet schelen: hij sliep.

Ik heb nog weken moeten herstellen van zijn Guantanamo Bay-regime en werd iedere nacht vier keer wakker. Maar toen was-ie daar. Die hele nacht slaap. En nog één. Eén voor één knipten mijn hersencellen weer aan als kerstlampjes, ik kreeg weer zin in jurken en lipstick, etentjes, feestjes. Ineens was mijn vriend weer leuk en kwam ik eindelijk toe aan alle dingen die ik in die maanden had willen doen. Bijna alle dingen dan. Ik moet Chantal nog steeds een excuusmailtje sturen.
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >