Wat doe je wanneer de NIPT – de Niet-Invasieve Prenatale Test – uitwijst dat je kind misschien een syndroom heeft? Larissa (33) vertelt erover.
Lees verder onder de advertentie
De NIPT
“De NIPT was net beschikbaar voor vrouwen zonder risicoprofiel, toen ik hem op mijn eenendertigste kreeg aangeboden. Mijn man Pete en ik hadden er niet echt over nagedacht. Doe maar, zei ik tegen de verloskundige. Een bloedonderzoek – wat kon daar nou uitkomen?
Ongelooflijk naïef natuurlijk, want toen niet de verloskundige, maar de klinisch geneticus belde en vertelde dat de test trisomie 21 uitwees, oftewel downsyndroom, zakte de grond onder onze voeten vandaan. De NIPT-test bood geen absolute zekerheid, benadrukte ze; daarvoor waren vervolgonderzoeken nodig. Ik wist niet of ik die wel wilde. Pete en ik hadden er meer dan een jaar over gedaan om in verwachting te raken. Dit kindje móest er komen, dat voelde zó sterk. Hoeveel kinderen met Down leiden geen heerlijk leven? Tegelijkertijd voelde het aan alle kanten fout om verder te testen. Ik wilde niet het risico – hoe klein ook – lopen dat ik een miskraam zou krijgen, maar bovenal: ik voelde gewoon dat het goed zat, of dat nu met Down was of zonder. Pete steunde me in mijn beslissing, al trok de arts in het vervolggesprek wel even een wenkbrauw op.
Lees verder onder de advertentie
Getrappel
Onze zoon ontwikkelde zich volgens het boekje; ook de twintigwekenecho en aanvullende echo’s toonden geen afwijkingen. Natuurlijk bereidden we ons wel voor. Lazen veel en praatten nog meer. Soms sloeg de angst me om het hart. Dan schoot ik ’s nachts wakker en dacht: wat als het helemaal mis is? Maar dan voelde ik het getrappel in mijn buik, en kon ik me toch niet voorstellen dat hij iets zou mankeren.
Lees verder onder de advertentie
Bijna twee jaar geleden werd Nick geboren in het ziekenhuis: kerngezond en zonder Down. Ik heb keihard gehuild. Wat als we toch verder hadden getest, en hem als gevolg daarvan waren verloren? Aan de andere kant had een vruchtwaterpunctie nog voor de helft van mijn zwangerschap kunnen uitwijzen dat er niets aan de hand was, wat me heel wat zorgen had gescheeld. Maar ik ben blij dat ik mijn intuïtie heb gevolgd.”
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Toen Louis (3) zijn ouders ervan probeerde te overtuigen dat hij prima zonder zijwieltjes kon fietsen, namen ze hem niet meteen serieus. Toch besloten Joyce en haar man de proef op de som te nemen. Dat pakte totaal anders uit dan verwacht.