André Hazes doet boekje open over co-ouderschap: ‘Dan volgt er een discussie met zijn moeder’
Co-ouderschap kan soms best een uitdaging zijn en ook bij André Hazes en Monique Westenberg blijkt dat herkenbaar ingewikkeld.
Beeld: Canva
Maakt jouw peuter ineens een groeispurt door en lijkt dat gepaard te gaan met wat extra babyvet? Dat kan schrikken zijn. Toch blijkt uit nieuw onderzoek dat een voller peuterbuikje niet automatisch voorspelt hoe het gewicht van je kind zich later zal ontwikkelen.
Tijd om de cijfers in perspectief te plaatsen.
Australische onderzoekers doken in de data van maar liefst 6291 kinderen uit de beroemde Britse langlopende studie Children of the 90s van de University of Bristol. Met slimme genetische modellen bekeken ze hoe erfelijke aanleg invloed heeft op het lichaamsgewicht tussen het eerste en achttiende levensjaar. De conclusie? Een stevig kindje van drie is niet automatisch een tiener met overgewicht.
Volgens onderzoeker Geng Wang van de University of Queensland maken ouders zich vaak onnodig zorgen. “Ouders maken zich vaak zorgen wanneer een kind vroeg aankomt of anders groeit dan leeftijdsgenoten, maar onze bevindingen suggereren dat genetische variatie deze veranderingen kan beïnvloeden.”
Sterker nog: “We ontdekten dat genetische factoren die bijdragen aan de lichaamsgrootte van een baby anders kunnen zijn dan de factoren die de lichaamsgrootte van een tiener beïnvloeden”, voegde Wang toe. Met andere woorden: het DNA dat zorgt voor een mollige dreumes, is niet per se hetzelfde DNA dat later een verhoogd obesitasrisico geeft.
De studie, gepubliceerd in Nature Communications, laat wel zien dat BMI rond tienjarige leeftijd en de totale groeisnelheid tussen één en achttien jaar sterker samenhangen met latere gezondheidsproblemen zoals diabetes, een hoog cholesterol en hartziekten.
Hoofdonderzoeker Nicholas Timpson benadrukt dat er belangrijke genetische verbanden zijn in hoe BMI zich ontwikkelt tussen het eerste en achttiende jaar. “De resultaten helpen ons echt om beter inzicht te krijgen in de veranderende patronen en gezondheidsimplicaties van factoren zoals lichaamsgrootte gedurende het leven.” Collega-onderzoeker Nicole Warrington vult aan: “Toekomstig onderzoek is nodig om te bepalen op welke leeftijden preventie van obesitas of groeiproblemen het meest effectief is voor langdurige gezondheidsvoordelen.”
Ondertussen laten cijfers uit het Britse National Child Measurement Programme zien dat obesitas nog steeds een issue is: 10,5 procent van de vier- en vijfjarigen heeft obesitas, en bij tien- tot elfjarigen is dat zelfs meer dan een vijfde.
Maar de belangrijkste takeaway voor ouders? Een baby of peuter met ietwat meer vet is niet automatisch een voorbode van levenslange problemen. Groei is geen rechte lijn, en genetica speelt een grotere rol dan we soms denken. Dus ja, blijf letten op gezonde gewoontes. Maar laat die paniek over dat peuterbuikje vooral een maatje kleiner worden.
Wel slaan kinderartsen alarm omdat er steeds ernstigere gezondheidsproblemen ontstaan door obesitas. Je leest het hier.
Bron: University of Bristol