zeven jaar mobiel
Beeld: Pixabay

We geven onze kinderen een smartphone omdat we dat een veilig idee vinden. En tegelijkertijd laten we ze los in de jungle van internet, die we zelf nauwelijks kennen.

Mijn dochter was negen toen ze midden in de ochtendchaos aan mijn mouw trok. Ik stond met zes trommels, drie gymtassen en een sponsorloopformulier in mijn handen iedereen naar buiten te bonjouren, maar zag dat het haar ernst was en ging met haar zitten. Ze vertelde wat ze op haar lever had: twee weken eerder was ze bij een vriendinnetje. Mijn dochter had niet in de gaten dat het meisje met haar iPhone een filmpje van haar maakte terwijl ze maf stond te dansen. Zelf heeft ze geen mobieltje.

More content below the advertising

De vriendin liet het filmpje van veraf zien, mijn dochter schaamde zich en riep: “Nee, verwijderen!”, waarop het meisje het met één druk op de knop verstuurde. “Wat doe jij nou?”, vroeg mijn dochter. “Ik heb ’m aan de groepsapp van de klas verstuurd”, antwoordde de vriendin lachend, terwijl de reacties al binnenstroomden. Twee weken had mijn dochter ermee rondgelopen; eerst omdat ze niet moeilijk wilde doen, later omdat ze bang was dat ik de moeder van het meisje zou bellen.
 

Gebruik van een smartphone

Het lijkt een onschuldig voorval, maar ik zag mezelf geconfronteerd met twee wezenlijke vragen: op welk moment en op welke manier moet ik mijn kinderen opvoeden in het gebruik van een smartphone en hoe ga ik om met ouders die er andere of geen gedachten over hebben? Ik realiseerde me hoe offensief zo’n gesprek zou zijn, mocht het ooit plaatsvinden. “Ja, hallo. Klopt het dat jouw dochter van negen al een smartphone heeft? Realiseer je je dat ze in allerlei groepsapps zit? Heb je haar uitgelegd hoe ze daarmee om moet gaan? Heb je besproken dat ze toestemming moet vragen om andermans beeltenis te gebruiken? Hou je in de gaten wat ze online uitspookt en of er gepest wordt?”
 

Geen poes intypen

Ik ben niet zo’n schuimbekkend type en bovendien waren het vragen die ik mezelf nog niet eens had gesteld. Natuurlijk, door de jaren en het baren heen was er binnenshuis wel een soort schermbeleid ontstaan (kom nooit aan je moeders computer of telefoon als je je jeugd met tien vingers wilt afsluiten, geen spelletjes installeren zonder toestemming en geen ‘poes’ intypen bij Google), maar over mobiel gebruik – laat staan appjes versturen of sociale media – had ik nog geen gesprek met ze gevoerd. Waarschijnlijk omdat ik had besloten dat mijn kinderen sowieso geen mobieltje krijgen voor ze naar de middelbare school gaan.

Ik zie in hun omgeving steeds meer vriendjes en vriendinnetjes vanaf groep vijf, zes met een smartphone. Maar dat zegt wellicht niks, want ik woon in de Randstad. Koop ik tijd door te verhuizen? Helaas. Uit het onderzoek Hey, what’s app? 8-18 jarigen en mobiele telefoons, gehouden door Mijn Kind Online in 2012, bleek dat kinderen in heel Nederland op steeds jongere leeftijd een eigen telefoon krijgen, en steeds vaker met internet. Ruim een kwart van de achtjarigen, de helft van de tienjarigen en bijna honderd procent van de twaalfjarigen heeft er een.
 

Snoeppot

Ik praat erover met Remco Pijpers, expert Jeugd en Media en vader van drie kinderen. “Mijn vrouw en ik hanteren een redelijk strikt beleid. De kinderen krijgen pas een telefoon als ze naar de brugklas gaan. De fascinatie van kinderen met technologie is zo groot – het is te vergelijken met een snoeppot neerzetten en verwachten dat ze zich niet ziek zullen eten.”

De cijfers ondersteunen zijn verhaal. Tegen de tijd dat kinderen dertien zijn, versturen ze ruim honderd whatsappjes per week. Dat loopt uiteindelijk op tot zo’n vijfhonderd. En dan hebben we het nog niet eens over overig internetgebruik.
 

Altijd bereikbaar

Opvallend: bij jonge kinderen gaat het meestal om contact met hun moeder, en dat strookt met de door ouders vaak genoemde reden om een mobiele telefoon voor hun zoon of dochter te kopen: dan kun je je kind bereiken als het buiten speelt, naar school gaat, op weg is naar een clubje. Dat blijkt ook als ik er met andere ouders over praat. Als ik vraag waarom hun kind een smartphone heeft, reageert het merendeel schouderophalend met: “Waarom niet?” Alsof daar weinig soul searching aan vooraf is gegaan. Als ik doorvraag is bijna altijd de reden: bezorgdheid. Een mobiele lifeline als doorgetrokken navelstreng.
 

Lekke band

Maar biedt die telefoon geen schijnveiligheid, met bovendien een hele reeks bijwerkingen? Mijn uitgangspunt is: zolang ik ze te jong vind om bepaalde dingen te doen – alleen fietsen, zonder toezicht naar het zwembad – ga ik mee. Zijn ze op een leeftijd waarop ze de verantwoordelijkheid aankunnen, dan geef ik ze ook echt de vrijheid het zelf te doen. Lekke band? Bel maar ergens aan of loop naar huis. Niet op de voetbalclub aangekomen? Ik ga ervan uit dat de trainer het opmerkt. Ware zelfredzaamheid creëer je niet met een telefoon; integendeel.
 

Lees ook
Steeds meer kleuters krijgen een mobiele telefoon >

 

Lego en gayporn

Uit Engels onderzoek blijkt dat de fysieke draaicirkel van kinderen in een paar generaties tijd extreem veel kleiner is geworden. Mocht een achtjarige in 1919 nog gemiddeld tot tien kilometer van huis rondzwerven, in 1958 was dat anderhalve kilometer en tegenwoordig nog maar 275 meter. In de stad heeft een kind anno 2015 vier vierkante meter speelruimte tot zijn beschikking. Uit angst voor allerlei – grotendeels ingebeelde – gevaren in de buitenwereld geven we onze kinderen toegang tot een andere, oneindig grote wereld die wij zelf amper kennen. En dat met weinig tot geen toezicht, uitleg of regels. Dat leidt tot absurde situaties.

Kinderen die via de app van alles over en tegen elkaar zeggen, zonder in het echte leven een confrontatie durven aan te gaan. Vrijuit foto’s en filmpjes verspreiden zonder ooit een gesprek over privacy te hebben gevoerd (als ze al weten wat het woord betekent). Mijn destijds zevenjarige zoon die bij het oppasadres van een vriendje tussen het Lego-en door keiharde gayporn had zitten kijken. Ouders die om negen uur hun kind in bed leggen, zonder te weten dat het tot in de late uurtjes op virtuele wereldreis is. Doorgeslagen controle in het echte leven versus doorgeslagen vrijheid online.
 

Zoenen achter het fietsenhok

We doen het niet bewust, we gaan gewoon uit van ons eigen referentiekader. Op die leeftijd waren wij bezig met poezieplaatjes ruilen, fikkies stoken en zoenen achter het fietsenhok. Online zijn betekent voor ons niet meer dan de babyfoto’s van een collega liken, suffe updates op LinkedIn lezen, googelen (en misschien heel soms, en dan nog per ongeluk, langs Pornhub surfen). Je smartphone gebruik je om te bellen, als parkeermeter of flitsmelder. Op whatsapp zit je in een paar keuvelgroepen met oude vrienden, ouders of sportmaatjes.

Ondertussen hebben we geen idee wat onze kinderen online of op hun telefoon uitspoken, omdat we geen ervaring hebben om op terug te vallen – een belangrijk uitgangspunt van opvoeden. Nu wisten mijn ouders ook niet welke streken ik allemaal uithaalde, dat is nu juist het belang van vrijheid en zelfontplooiing. Maar ze kenden wél de wereld waarin ik die grenzen opzocht en stelden het kader vast: waar, wanneer, met wie en hoe. Zeker voordat ik naar de middelbare school ging.
 

Digitale ruggengraat

Dat is misschien wel het wezenlijke verschil met de wereld die een smartphone ontsluit: we weten niet naar welke uithoeken ervan de kinderverbeelding leidt en stellen daardoor geen enkele of slechts een vage grens. Remco Pijpers: “Lang hebben we geloofd dat kinderen vanzelf wel wijs werden op het gebied van smartphones, internet en technologie. Maar dat is een fabel: recent onderzoek wijst uit dat je digitale ruggengraat niet vanzelf aangroeit, daarbij moet een kind geholpen worden. Hoe digitaal geletterd kinderen zijn, hangt vooral van de thuissituatie af. De school heeft daar nauwelijks invloed op. Dat betekent nogal wat: kinderen van hoger opgeleide ouders ontwikkelen zich nog sneller, kinderen waar thuis niks gebeurt, staan stil.”

Zoals de seksuele revolutie het belang van voorlichting thuis en op school op de kaart zette, vraagt de digitale revolutie nu eenzelfde omslag. Deze voorlichting moet alleen op nóg jongere leeftijd beginnen, ook omdat je niet weet hoe elders het toezicht is – mijn zoon hoef ik bijvoorbeeld al niet meer uit te leggen hoe mannen seks hebben.
 

It takes a village

Ik ben niet van mening veranderd over het bezit van een telefoon op de basisschool. Integendeel, ik ben gesterkt in het feit dat mijn drie kinderen eerst en vooral de kans moeten krijgen weerbaar te worden in het echte leven. Kans om zichzelf en hun omgeving te leren kennen zonder in hun eentje in die andere, gigantische, virtuele wereld af te dalen. Kans om te ervaren hoe groepsdynamiek werkt, zonder nu al in groepsapps of op sociale media te zitten.

Aan de andere kant ga ik ze bewust méér fysieke vrijheid geven. Met goede afspraken, zonder de schijnveiligheid van een telefoon. In de tussentijd maak ik ze wegwijs in de digitale wereld, zodat ze de talrijke mogelijkheden zien én de ruggengraat kweken er zinnig mee om te gaan. Ouders in mijn omgeving geef ik een kopietje van dit artikel zodat we het gesprek kunnen aangaan, want dit is geen onderwerp om te laten liggen tot onze kinderen naar de middelbare school gaan. Daarbij kunnen we denken ‘ieder voor zich’, of proberen betrokken te zijn bij elkaars kinderen.

Zeker als we ze wat meer vrijheid geven, is het fijn te weten dat andere ouders meekijken en niet als uitgangspunt hebben: dat kind belt zijn vader of moeder maar. Want ondanks al die vooruitgang blijft het Afrikaanse gezegde waar: It takes a village to raise a child. Niet een telefoon.
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.


 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

video-meisjes-pop-borstvoeding-geven

Marjorie Harvey, de vrouw van komiek Steve Harvey, plaatste nietsvermoedend een filmpje van haar kleindochters die hun poppen 'borstvoeding' gaven op Instagram. Wat volgde was een stortvloed aan reacties; positief, maar ook negatief.

'Er zijn grenzen'

Want behalve dat veel mensen het 'vreemd' vinden dat het zwarte meisje een witte pop in haar handen heeft, vinden ze vooral de video zelf over the top. 'Dit is dus één van de redenen dat veel meisjes moeder worden voordat ze hun school hebben afgemaakt', zo reageert iemand. Weer een ander schrijft: 'Waarom laat je je kinderen op deze manier zien op social media? Er zijn grenzen: dit gaat echt te ver.' Ook wordt gezegd dat de meisjes echt nog 'te jong' zijn om te doen alsof ze borstvoeding geven. 

More content below the advertising

 

Lees ook
8x prachtige foto's die laten zien hoe borstvoeding wereldwijd gegeven wordt >

 

'Overdreven geseksualiseerd'

Er zijn ook veel mensen die de beelden juist aandoenlijk vinden. 'Te jong? Te jong voor wat, om moedertje te spelen? Moeder zijn betekent ook dat je je baby moet voeden. En het is volkomen normaal dat zij weten dat er moedermelk uit je borsten komt. Sommige kinderen zien hun moeder borstvoeding geven, anderen zien dat ze een flesje klaarmaakt: ze kopiëren gewoon hun moeder - helemaal prima toch? Helaas leven we in een land waar borsten overdreven geseksualiseerd zijn.'

 

'Een knuffel nodig'

Na alle commotie voelt zelfs Marjorie de behoefte om te reageren. 'Aan iedereen die onbeschofte dingen heeft gezegd: jullie hebben gewoon een knuffel nodig...'

 
 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Rose and Elle breastfeeding dolls 😂😂😭

Een bericht gedeeld door Marjorie Harvey (@marjorie_harvey) op

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
Beeld: Shutterstock
Beeld: Shutterstock

Wil je graag een kind adopteren, dan is het fijn om te weten wat je zoals kunt verwachten van een adoptietraject. Wij zetten de belangrijkste punten voor je op een rij.

Soorten adoptie

Wil je gaan adopteren, dan zijn dit de mogelijkheden:
 

More content below the advertising
  • Buitenlandse adoptie

De meeste adoptiekinderen komen uit het buitenland. Het gaat dan om kinderen die zijn afgestaan door hun geboorteouders, omdat zij bijvoorbeeld niet de financiële mogelijkheden hebben om voor hun kind te zorgen. Het kan ook zijn dat de ouders om verschillende redenen uit de ouderlijke macht zijn gezet.
 

 

  • Binnenlandse adoptie

Dit is een vorm die in ons land niet vaak meer voorkomt, het gaat ongeveer vijftien kinderen per jaar. 
 

  •  Open of gesloten

Er is een verschil tussen een open of gesloten adoptie. Bij een gesloten adoptie wordt de band en het contact tussen het kind en de geboorteouders volledig doorgesneden. Dit is meestal het geval bij buitenlandse adoptie. De gegevens van de geboorteouders gaan dan in een dossier, dat zonder hun toestemming niet mag worden ingezien door het kind.

Bij een open adoptie hebben de geboorteouders een stem bij het bepalen van de keuze van de adoptieouders voor het kind. Ook na het afronden van de procedure blijft er contact met hen. Soms nemen de geboorteouders zelfs een deel van de opvoeding voor hun rekening.

 

Lees ook:
'Hoe adoptie mijn manier van opvoeden heeft veranderd' >

 

Hoe werkt een adoptieprocedure?

Het begint met het aanvragen van een beginseltoestemming. Daarbij wordt gekeken of je aan voorwaarden voldoet om te worden toegelaten tot de procedure. Zo is het samen adopteren van een kind alleen mogelijk als je getrouwd bent en mag je niet ouder zijn dan 45 jaar. De Raad voor Kinderbescherming kijkt naar de gezinssituatie en naar jullie wensen en beweegreden om te adopteren. Vervolgens wordt er een gezinsrapport opgesteld. Op basis daarvan beslist het Miniserie van Justitie en Veiligheid, samen met het advies van de Raad voor Kinderbescherming, of er beginseltoestemming wordt verleend. Zo ja, dan krijg je toestemming om een kindje uit het buitenland te adopteren.

Stellen die adoptie overwegen en beginseltoestemming hebben gekregen, gaan naar een informatiebijeenkomst waarbij ze meer informatie krijgen over het adoptieproces. Ook moet je naar vijf verplichte voorlichtingsbijeenkomsten. Deze zijn bedoeld om je meer informatie te geven over adopteren, zodat je een weloverwogen keuze kunt maken. Onderwerpen als de biologische ouders, hechtingsproblematiek en de voorgeschiedenis van het kind komen aan bod.

In de zogeheten bemiddelingsfase komt het contact tot stand met instanties in het buitenland. Zij zoeken de meest geschikte ouders voor een kind dat voor adoptie in aanmerking komt. De meeste adopties komen tot stand via één van de vijf organisaties in Nederland die een vergunning hebben om te bemiddelen.
Is er sprake van een goede match, dan wordt het kindje aan je voorgesteld. Je krijgt dan informatie over de leeftijd, het geslacht en eventuele bijzonderheden over de medische achtergrond.

Als je besluit te adopteren, wordt gecontroleerd of aan alle voorwaarden is voldaan en of al het papierwerk in orde is. Afhankelijk van het land van herkomst kan hier veel tijd, soms wel maanden, overheen gaan. Uiteindelijk haal je je kind op uit het buitenland – bij enkele landen komen kinderen onder begeleiding naar Nederland.

 

Lees ook:
Prachtig: zo ziet adoptie eruit >

 

Hoelang duurt het adoptieproces?

Er moet dus aan allerlei voorwaarden worden voldaan, voordat je in aanmerking komt om een kind te adopteren. Daar gaat veel tijd overheen, maar de weg die je daarna moet afleggen is ook behoorlijk lang.
De wachttijd tussen de aanmelding en de start van de voorlichtingsbijeenkomsten is gemiddeld een jaar. Vervolgens kan het nog één tot vier jaar duren voordat er een match is en je een kind in je armen mag sluiten. Dit is afhankelijk van de voorstellen die landen doen en de wensen en mogelijkheden die je als adoptieouder hebt. De wachttijd voor jonge, gezonde kinderen is bijvoorbeeld langer dan die voor oudere kinderen en kinderen met een special need (medische geschiedenis).

 

Wat zijn de kosten? 

De kosten voor de verplichte voorlichting bedragen zo’n 1600 euro. De bemiddelingskosten kunnen hoog oplopen: van 12.000 tot ruim 35.000 euro. Ook als je kind eenmaal in Nederland is, heb je te maken met enkele kosten. Zo kost een verblijfsvergunning ongeveer 950 euro en kost het omzetten van een adoptie naar Nederlands recht – als dat nodig is – tussen de 600 en 1000 euro.
 

Meer weten over adoptie? Ga dan naar Stichting Adoptievoorzieningen.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >