Als elfjarige ben je geen kind, maar ook geen échte tiener. Je zit er precies tussenin. En dat maakt het volgens Christine Organ een nogal ingewikkelde leeftijd.
Lees verder onder de advertentie
Die ongemakkelijke fase begint – voor een aantal elfjarigen – op de middelbare school. En daar is Christine héél duidelijk over: ‘De middelbare school is gewoon verschrikkelijk. Hormonen gieren door je lijf, er ontstaan nieuwe vriendschappen, je wordt voor het eerst verliefd, je lichaam verandert. En iedereen is bang en ongemakkelijk.’
Lees verder onder de advertentie
Dubbel gevoel
Christine kan zich die verwarrende leeftijd nog goed herinneren. ‘Ik voelde me zó volwassen, zelfstandig en klaar voor de wereld. Maar tegelijkertijd was ik doodsbang om ouder te worden. Ik moest huilen bij de gedachte dat ik ooit ongesteld zou worden en ik weigerde om bh’s te dragen. Als je elf bent, zit je in een soort permanente staat van opwinding en angst.’
De periode tussen je tiende en twaalfde is ingewikkeld voor kinderen, maar ook voor hun ouders. Het advies van Christine: ‘Adem diep in en uit en onthoud dat ook deze fase voorbijgaat. Ja, al die stemmingswisselingen zijn vervelend, maar vergeet niet dat het voor je kind nóg vervelender is. Ze hebben geen idee wie ze zijn en wat er allemaal met ze gebeurt. Het is een vreemde, vermoeiende en wilde periode.’
Een zwangerschap terwijl je huwelijk net is stukgelopen, zet alles op zijn kop. Als vervolgens blijkt dat je niet één, maar drie baby’s verwacht, wordt die nieuwe werkelijkheid nog veel groter. Kim maakte het mee en werd midden in haar scheiding moeder van een eeneiige meisjesdrieling.
Wendy is trotse mama van een dochter (16) en een zoon (9). Hun gezinsleven is een heerlijke, soms chaotische mix van liefde en mooie momenten. Die deelt ze graag, ook de uitdagingen die op ons pad komen. Je volgt ons op Instagram.
Je vraagt je kind om zijn kamer op te ruimen en een halfuur later is er… precies niets gebeurd. Behalve dat er inmiddels nóg meer Lego op de vloer ligt. Herkenbaar? Misschien kun je de sterren de schuld geven.
Een buur helpen als ze een keer omhoogzit met de opvang? Natuurlijk. Maar bij Babette lijkt haar behulpzaamheid inmiddels iets te vanzelfsprekend te zijn geworden. Ze heeft zelf een dochter van zes, maar krijgt op maandag regelmatig twee extra kinderen over de vloer. Zonder dat haar buurvrouw eerst vraagt of dat eigenlijk wel uitkomt.
“Waar zijn de kinderen eigenlijk?” Een vraag waarbij veel ouders tegenwoordig acuut hun telefoon zouden pakken. In de jaren zeventig en tachtig was het antwoord regelmatig: ergens buiten. Geen gps-horloge, geen WhatsApp en al helemaal geen ouder die iedere twintig minuten informeerde of alles nog goed ging. Als je maar thuis was voor het eten.