7 vrijheden die wij als kind hadden, maar kinderen van nu bijna niet meer meemaken

Illustratie bij: 7 vrijheden die wij als kind hadden, maar kinderen van nu bijna niet meer meemaken Beeld: Canva

“Waar zijn de kinderen eigenlijk?” Een vraag waarbij veel ouders tegenwoordig acuut hun telefoon zouden pakken. In de jaren zeventig en tachtig was het antwoord regelmatig: ergens buiten. Geen gps-horloge, geen WhatsApp en al helemaal geen ouder die iedere twintig minuten informeerde of alles nog goed ging. Als je maar thuis was voor het eten.

Lees verder onder de advertentie

Was vroeger alles beter? Zeker niet. Maar kinderen kregen op sommige vlakken wél een vrijheid waar veel kinderen nu waarschijnlijk met grote ogen naar zouden kijken. Deze zeven dingen waren toen heel normaal.

1. Uren buitenspelen zonder ouders

De deur uit, fiets mee en gáán. Niemand wist precies of je bij het speeltuintje, op het pleintje of drie straten verderop bij een vriendje zat.

Kinderen speelden buiten zonder dat er voortdurend een ouder naast stond. Natuurlijk waren er regels, maar zolang je je daar ongeveer aan hield, kreeg je behoorlijk wat vrijheid.

Het beroemde “thuis als de lantaarnpalen aangaan” was niet voor niets een ding.

2. Zelf naar school lopen

Een paar straten alleen naar school lopen? Voor veel kinderen in de jaren zeventig en tachtig heel normaal.

Ook een kleine boodschap doen of zelfstandig naar een vriendje fietsen hoorde erbij. Tegenwoordig willen veel ouders liever precies weten waar hun kind is en hoe laat hij ergens aankomt.

Begrijpelijk, maar dat maakt de vrijheid van toen ineens behoorlijk groot.

3. Zelf hun problemen oplossen

Ruzie met een vriendje? Een bal kwijt? Iets gedaan wat eigenlijk niet mocht?

Er stond niet altijd direct een ouder klaar om het probleem op te lossen. Kinderen moesten het regelmatig zelf uitzoeken.

Dat was vast niet altijd gezellig, maar daardoor leerden ze volgens het oorspronkelijke artikel ook omgaan met teleurstellingen en fouten. Soms ging iets mis en dan moest je bedenken: oké, en nu?

4. Zich héél erg vervelen

“Mááám, ik verveel me.”

“Dan bedenk je maar iets.”

Voor veel ouders die in de jaren zeventig of tachtig opgroeiden waarschijnlijk een bekend gesprek. Geen tablet die binnen tien seconden tevoorschijn kwam en geen eindeloze stroom filmpjes om de tijd te doden.

Dus werd er een hut gebouwd, een toneelstuk verzonnen, eindeloos geknutseld of gewoon een uur op de bank gehangen.

Verveling hoorde erbij. En uiteindelijk kwam er meestal vanzelf wel een plan.

5. Leuke dingen doen zonder dat iemand ze filmde

Een schoolfeest, vakantie of middag met vrienden kon voorbijgaan zonder dat er één foto van werd gemaakt.

En áls er foto’s werden gemaakt, moest je vervolgens weken wachten tot het rolletje was ontwikkeld. Om er dan achter te komen dat je op de helft met je ogen dicht stond.

Kinderen hoefden niet na te denken over hoe een moment eruitzag op Instagram of TikTok. Ze maakten het gewoon mee.

Geen likes, geen filters en geen dertig pogingen voor de perfecte foto. Hoogstens een wazige vakantiefoto die jaren later ineens weer uit een album opdook.

6. Zelf bepalen wat ze na school deden

School uit betekende niet automatisch door naar voetbal, muziekles, bijles en daarna nog snel huiswerk maken.

Kinderen hadden vaker lege uren waarin niemand iets voor ze had gepland.

En juist daarin zat vrijheid. Zelf beslissen of je ging voetballen, tekenen, bij een vriendje rondhing of werkelijk helemaal niets uitvoerde.

Geen volle Google Agenda nodig.

7. Gewoon bij een vriendje aanbellen

Misschien wel het grootste verschil: je hoefde geen speelafspraak te maken.

Je liep naar het huis van een vriendje, drukte op de bel en stelde de belangrijkste vraag van de middag: “Kan Lisa buiten spelen?”

Geen appgroep met ouders. Geen “woensdag lukt niet, maar over drie weken vrijdag van 15.30 tot 17.00 uur misschien wel”.

Was je vriendje er niet? Jammer. Dan fietste je door naar de volgende.

Natuurlijk hadden kinderen ook toen gewoon regels. Op tijd thuis zijn, luisteren naar je ouders en aanschuiven bij het avondeten. Maar de uren daartussen waren vaker van henzelf.

Een beetje van vroeger

Misschien hoeven we de jaren tachtig dus niet compleet terug te halen – die kapsels mogen bijvoorbeeld rustig blijven waar ze zijn – maar een middag waarop een kind zélf bedenkt wat hij gaat doen? Zo gek klinkt dat eigenlijk niet.

Over één ding hoefden ouders vroeger in ieder geval geen discussie te voeren: schermtijd. Tegenwoordig ontkom je er bijna niet aan. Hoeveel schermtijd is eigenlijk normaal voor je kind? Dat lees je hier.

Bron: YourTango

Voeg ons toe als voorkeursbron
Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail