Zit je kind op een sport? Deze 7 levenslessen krijgt je kind onbewust mee

Sportseizoen kinderen Beeld: Canva

Sta jij ieder weekend met een beker koffie langs een koud voetbalveld? Of zit je wekelijks op een houten bankje te kijken hoe je kind turnt, hockeyt of voor de zoveelste keer dezelfde judoworp oefent? Goed nieuws: al die trainingen kunnen je kind méér opleveren dan alleen een betere conditie.

Lees verder onder de advertentie

Sporten draait namelijk niet alleen om doelpunten, medailles of als eerste over de finish komen. Kinderen kunnen namelijk tijdens het sporten vaardigheden ontwikkelen waar ze ook als volwassene nog iets aan hebben. Van omgaan met verlies tot gewoon komen opdagen als je eigenlijk geen zin hebt. En nee, daarvoor hoeft je kind echt niet de nieuwe Femke Bol te worden.

Lees verder onder de advertentie

1. Ze leren dat opgeven niet meteen hoeft

Doelpunt gemist. Wedstrijd verloren. Tijdens de training lukte werkelijk níéts. Voor een kind kan dat behoorlijk balen zijn. Maar de week erna staat er gewoon weer een training op het programma. Door te sporten kunnen kinderen ervaren dat één slechte wedstrijd niet betekent dat ze ergens slecht in zijn. Soms lukt iets pas na tien, twintig of honderd pogingen. Een les die later ook handig is als een opleiding, baan of ander doel even niet zo soepel loopt.

Lees verder onder de advertentie

2. Ze ontdekken hoe samenwerken werkt

Je kunt nog zo goed kunnen voetballen, maar zonder teamgenoten wordt een wedstrijd behoorlijk ingewikkeld. Zeker bij teamsporten oefenen kinderen met overleggen, rekening houden met anderen en verantwoordelijkheid delen. Ze ontdekken bovendien dat niet iedereen hetzelfde hoeft te kunnen om belangrijk te zijn voor een team. En zeg nou zelf: leren dat niet altijd alles om jou draait, komt buiten het sportveld ook best van pas.

Lees verder onder de advertentie

3. Ze oefenen met doorzetten als ze geen zin hebben

Iedere ouder met een sportend kind kent waarschijnlijk deze klassieker: vijf minuten voordat je weg moet, wordt ineens aangekondigd dat hij vandaag écht niet naar training wil. Want moe. Regen. Geen zin. Of allemaal tegelijk. Toch hoort bij een sport vaak dat je regelmatig oefent. Daardoor kunnen kinderen leren dat je soms iets moet doen waar je op dat moment niet om staat te springen om uiteindelijk beter te worden.

Lees verder onder de advertentie

Die discipline kan later ook op heel andere momenten van pas komen. Bijvoorbeeld bij studeren, werken of eindelijk die ene administratieve klus afmaken die al drie weken op je wacht.

4. Ze leren omgaan met feedback

“Je moet je voet anders neerzetten.” Of “Probeer de volgende keer eerder over te spelen.” Een trainer of coach vertelt regelmatig wat beter kan. Dat is niet altijd leuk om te horen, maar kinderen kunnen daardoor wel leren dat feedback niet automatisch betekent dat ze iets slecht doen.

Met goede begeleiding ontdekken ze dat een opmerking juist kan helpen om ergens beter in te worden.

Best een fijne vaardigheid voor later, wanneer een docent, collega of leidinggevende óók weleens iets vindt van hoe je iets hebt aangepakt.

5. Ze leren doelen stellen

Eindelijk zonder zijwieltjes fietsen is al een overwinning, maar binnen een sport volgen die doelen elkaar vaak snel op. Een zwemdiploma halen. Die moeilijke turnbeweging kunnen. Een snellere tijd neerzetten. Of eindelijk dat eerste doelpunt maken.

Kinderen ervaren zo dat een groot doel meestal uit een heleboel kleine stapjes bestaat. Je hoeft iets niet meteen perfect te kunnen. Oefenen, bijstellen en opnieuw proberen hoort erbij.

6. Ze merken dat anderen op ze rekenen

Geen zin in de wedstrijd? Je teamgenoten rekenen er misschien wél op dat je komt. Sport kan kinderen daardoor iets leren over afspraken nakomen en verantwoordelijkheid nemen. Je bent onderdeel van een team en jouw aanwezigheid doet ertoe.

Later kan dat zich vertalen naar andere situaties: doen wat je hebt beloofd, op tijd komen en er zijn voor mensen die op je rekenen. Al blijft het natuurlijk de vraag of die les ook geldt voor het op tijd in de wasmand gooien van het sporttenue.

7. Ze leren omgaan met spanning

Een wedstrijd spelen terwijl ouders langs de lijn kijken, een penalty moeten nemen of als laatste de turnvloer op: sporten kan behoorlijk spannend zijn. Door zulke momenten vaker mee te maken, kunnen kinderen leren omgaan met zenuwen en druk. Even ademhalen, concentreren en tóch beginnen.

Tekst gaat verder onder de podcast

Dat betekent natuurlijk niet dat ze later nooit meer stress hebben. Wel hebben ze al kunnen ervaren dat spanning erbij kan horen én dat je ondanks die zenuwen verder kunt.

Plezier blijft het belangrijkst

Betekent dit dat je je kind linea recta moet inschrijven voor voetbal, hockey en tennis? Nee. Niet ieder kind houdt van sport en deze eigenschappen kunnen kinderen natuurlijk ook op allerlei andere manieren ontwikkelen. Bovendien kan te veel druk van ouders juist averechts werken. Sportpsychologen waarschuwden eerder dat overmatige bemoeienis en prestatiedruk het plezier van kinderen in sporten kunnen verminderen.

Lees verder onder de advertentie

Dus: aanmoedigen? Prima. Vanaf de zijlijn aanwijzingen schreeuwen alsof de Champions League-finale ervan afhangt? Misschien iets minder.

Wat als jij het liefst ieder weekend langs de lijn staat, maar je kind bij het woord ‘sport’ al diep begint te zuchten? Deze moeder besloot haar kinderen juist níét te pushen om op een sport te gaan. Waarom, lees je hier.

Bron: YourTango

Voeg ons toe als voorkeursbron
Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail