Kinderen met chronische verkoudheidsklachten mogen gewoon naar school. Maar in praktijk blijkt dat veel scholen en opvangcentra de snotterende kleintjes weigeren uit angst voor corona. Dat maakt ouders boos.
Lees verder onder de advertentie
Kinderen met verkoudheidsklachten moeten thuisblijven. Maar als ze daardoor minimaal een week school of opvang missen, kunnen ouders om een coronatest vragen.
Volgens het RIVM moeten ouders dan in gesprek gaan met de kinderopvang of de school en aangeven dat het om bekende, chronische verkoudheidsklachten bij hun kind gaat. In dat geval moeten kinderen gewoon naar school kunnen.
Weinig testen
In werkelijkheid worden kinderen onder de twaalf jaar amper getest. Bij een coronatest wordt een wattenstaafje diep in de neus en keel gebracht en dat is voor kinderen ingrijpend. Ook is soms overduidelijk dat een coronatest niet nodig is, gezien de klachten van het kind. Huisartsen geven de ouders vaak geen briefje mee en GGD’s hebben het te druk, waardoor veel ouders zich ongehoord voelen.
Ouderorganisatie Boink krijgt veel klachten binnen van ouders. Het zou gaan om tientallen telefoontjes per uur van ouders die met hun snotterende kind thuiszitten. ‘Kinderdagverblijven moeten meer ontspannen’, zegt voorziter Gjalt Jellesma in het AD. ‘Het is onmogelijk om bij iedere ingang een arts of GGD’er neer te zetten. Hoe jonger de kinderen, hoe meer snotneuzen. Dat hoort bij het opbouwen van de weerstand.’
Dilemma
De Brancheorganisatie Kinderopvang wil niet dat de pedagogisch medewerkers moeten beslissen of een kind met een snottebel chronische klachten heeft of niet. ‘Dat moet iemand met verstand van gezondheid beslissen’, zegt directeur Emmeline Bijlsma.
De organisatie wil in gesprek met het ministerie en het RIVM voor een oplossing. Bijlsma: ‘Ik zie ouders die kapot zijn en hun kind dolgraag naar de opvang willen sturen. Andere ouders stellen vragen over een ander kind in de groep met een snottebel. En er is ongerust personeel dat er een oordeel over moet vellen. Een enorm dilemma dat ontzettend gevoelig ligt.’
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Toen Louis (3) zijn ouders ervan probeerde te overtuigen dat hij prima zonder zijwieltjes kon fietsen, namen ze hem niet meteen serieus. Toch besloten Joyce en haar man de proef op de som te nemen. Dat pakte totaal anders uit dan verwacht.
Je vraagt één keer of je kind z’n schoenen wil aantrekken, en vijf minuten later zit-ie nog steeds op de grond met één sok aan en een LEGO-poppetje in z’n hand. Herkenbaar, want jonge kinderen zijn nu eenmaal niet altijd kampioen luisteren. Gelukkig zijn er slimme manieren om ervoor te zorgen dat wat jij zegt […]