Tot half twaalf in pyjama, geen reistijd, minder rennen en vliegen: er zitten best wat voordelen aan thuiswerken. Maar ook genoeg nadelen (lees: gillende kinderen, ongezellig, veel afleiding). Wat vinden jullie fijner? We vroegen het op Facebook.
Lees verder onder de advertentie
De meningen lopen uiteen.
Simone: “75% thuis/25% kantoor zou ik ideaal vinden.”
Brigitte: “Combinatie is het beste; thuiswerken is ideaal met ophalen van kinderen etc, maar voor het sociale contact is kantoor weer veel fijner dan de zolderkamer.”
Norma: “Liever thuis, op kantoor krijg is veel te veel prikkels binnen die ik niet altijd kan wegfilteren. En thuiswerken scheelt mij ook reistijd die ik weer aan andere dingen kan besteden.”
Linda: “Het fijnst werk ik op kantoor. Ik heb thuis helaas geen aparte werkkamer en zit met 2 beeldschermen aan de eettafel. Ik kan me minder goed concentreren omdat ik mezelf enorm in de weg zit. Het kletspraatje met collega’s, de werkomgeving en er gewoon even uit vind ik heel fijn. Thuis zit ik in m’n joggingpak, zonder make-up. Als ik naar m’n werk ga tut ik me altijd op en heb ik gewoon kleren aan voor op kantoor. Yes doe mij maar kantoor!”
Lilian: “Thuis! Veel rustiger en ik kan veel beter geconcentreerd werken! En overleg via teams gaat prima en dan heb ik alsnog contact met collega’s! Win-win!”
Suzanne: “Kantoor gaat veel beter… Thuis voel ik mij verantwoordelijk voor het huishouden en andere zaken. Leidt te veel af.”
Annemarie: “Ik ben blij dat ik flexibel thuis kan werken, maar werk wel het liefst op kantoor. Dan kan ik me meer focussen op mijn werk. Bovendien vind ik het contact met mijn collega’s erg prettig.”
Kelly: “Laat mij maar lekker naar kantoor gaan! Beetje mensen om me heen. Sociale contacten, gezelligheid. Daar haal ik veel meer energie uit dan de hele dag alleen boven in mijn slaapkamer achter mijn bureau te zitten.”
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Opa en oma die een studiepotje openen, het collegegeld betalen of zo nu en dan wat toestoppen: het is natuurlijk hartstikke fijn als het kan. Maar financiële hulp van grootouders kan volgens nieuw onderzoek ook écht verschil maken.