Co-sleepen: de één begint er nooit aan, de ander zweert er bij. Moeder en blogger Katie Cloyd slaapt bijna elke nacht samen met haar kinderen. ‘Dat is wat ze zelf willen.’
Lees verder onder de advertentie
Bed in de hoek
Toen Katie zwanger was, had ze niet het plan om haar kind bij haar in bed te nemen. ‘Tot mijn zoon werd geboren. Hij was zo klein en het was zo heerlijk om naar zijn bedje te kijken, naast het onze, en hem te zien slapen.’
De bedoeling was om haar zoon na een paar maanden naar zijn eigen kamer te brengen. ‘Maar het kwam er gewoon niet van. Ook niet toen zijn broertje drie jaar later werd geboren. Voor hem zetten we een bed neer in de hoek van onze slaapkamer.’
Inmiddels zijn haar zoons 6 en 3. Ze delen een eigen slaapkamer, maar liggen meestal bij hun ouders. ‘Ze vallen in hun eigen bed in slaap, maar de volgende ochtend word ik vaak wakker met minstens één van hen in onze slaapkamer.’
Het zorgt voor onbegrip bij Katie’s omgeving. ‘Veel mensen begrijpen niet waarom wij het toestaan. Maar samen slapen wil niet zeggen dat de kinderen in ons bed liggen. Ik zou dan geen oog dicht doen. De kinderen slapen op onze kamer – dat is iets anders.’
Het heeft volgens haar niets te maken met haar angst; een verwijt dat ze vaak krijgt. ‘Ik vind het heerlijk om de kinderen te kunnen horen vanuit mijn eigen bed, maar daarom laten we ze niet bij ons slapen. Het is niet de keus van mij en m’n man, onze kinderen willen het zelf.’
Onafhankelijk
De meest irritante opmerking vindt Katie dat hun kinderen nooit zullen leren om alleen te slapen. ‘Onzin. Kinderen worden afhankelijk geboren en leren langzaam onafhankelijk te worden. Dat gebeurt elke dag op een miljoen manieren en waar ze gaan slapen, maakt geen verschil.’
Ze begrijpt dat co-sleepen niet voor elk gezin is weggelegd. ‘Als het je seksleven beïnvloedt – wat bij ons totaal niet het geval is, want voor romantiek hebben we andere plekken in huis – of als je zelf geen oog dicht doet als je kind in je kamer is, dan is het geen optie. Maar voor ons gezin is dit de juiste keuze.’
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Opa en oma die een studiepotje openen, het collegegeld betalen of zo nu en dan wat toestoppen: het is natuurlijk hartstikke fijn als het kan. Maar financiële hulp van grootouders kan volgens nieuw onderzoek ook écht verschil maken.