Hij heeft honderden bevallingen begeleid, werkt al jaren in het ziekenhuis en weet beroepsmatig precies wat er tijdens een geboorte kan gebeuren. Toch bleek verloskundige Niels bij de bevalling van zijn eigen dochter ineens gewoon een zenuwachtige aanstaande vader. “Normaal denk ik als zorgverlener: het komt wel goed, ik heb mijn shit onder controle. Nu dacht ik vooral: alsjeblieft, laat alles goed gaan.”
Lees verder onder de advertentie
Wie naar De verloskundigen kijkt, kent Niels als een van de weinige mannen in een vak dat nog altijd sterk door vrouwen wordt gedomineerd. Inmiddels werkt hij zo’n zeven jaar als verloskundige en heeft hij honderden kinderen ter wereld helpen komen. Maar sinds kort heeft zijn vak nóg een laag gekregen: hij en zijn vrouw, die zelf ook verloskundige is, werden ouders van een dochter.
Lees verder onder de advertentie
En hoewel je misschien zou denken dat twee verloskundigen thuis met twee vingers in hun neus door zwangerschap, bevalling en kraamweek rollen, bleek de werkelijkheid nét iets anders. “Dat hele stuk ná de bevalling? Daar hadden we eigenlijk ook gewoon nul verstand van.”
Vroedvrouw
“Toen ik een jaar of zeven of acht was, ging ik mee met mijn moeder naar de verloskundige. Zij was zwanger van mijn jongere zusje en toevallig was haar verloskundige een man. Ik weet nog dat hij een echo maakte en vertelde dat er een broertje of zusje aankwam. Dat is me altijd bijgebleven.”
Jaren later, toen Niels op school moest nadenken over zijn toekomst, kwam dat moment weer boven. “Ik wist dat ik iets in de zorg wilde doen en met mensen wilde werken. Mijn moeder legde toen uit wat een verloskundige allemaal doet: spreekuren, contact met mensen, bevallingen begeleiden, nieuw leven. Toen dacht ik: dit spreekt me eigenlijk heel erg aan.”
Lees verder onder de advertentie
Pas tijdens een open dag ontdekte hij hoeveel meer vrouwen kiezen voor dit beroep. “Toen kwam ik er eigenlijk pas achter dat het ook ‘vroedvrouw’ werd genoemd en dat bijna alleen maar vrouwen het deden.” Voor hem veranderde dat weinig. Hij had immers als kind al gezien dat een man het beroep óók kon doen. “Ik dacht: blijkbaar kunnen wij dit gewoon doen, want ik heb het zelf gezien. Dus ik ga het gewoon proberen.”
Wel merkte hij al jong dat anderen daar soms van opkeken. Toen hij op zijn dertiende op school vertelde dat hij verloskundige wilde worden, leverde dat geregeld verbaasde reacties op. Volgens Niels is dat misschien ook een reden waarom relatief weinig mannen voor het vak kiezen. “Als je het beroep gewoon zou uitleggen zonder erbij te vertellen dat bijna alleen vrouwen het doen, denk ik dat veel meer mannen zouden zeggen: hé, dat klinkt eigenlijk interessant.”
Lees verder onder de advertentie
Eerst verpleegkunde
“Ik kwam van het vmbo, dus ik kon niet meteen naar de opleiding Verloskunde. Ik ging eerst Verpleegkunde doen. Dat vind ik nu nog altijd een hele goede route. Ik had een bredere basis en als ik later zou ontdekken dat verloskunde toch niks voor mij was, kon ik altijd nog ergens anders in de zorg gaan werken.”
Lees verder onder de advertentie
“Door de opleiding Verpleegkunde had ik al veel over anatomie geleerd, wist ik hoe je contact maakt met patiënten en had ik al met gynaecologen gewerkt. Toen ik daarna Verloskunde ging studeren, merkte ik dat ik daar echt profijt van had. Veel dingen had ik al eens in de praktijk gezien.”
Inmiddels is hij zo’n zeven jaar aan het werk als verloskundige. “En als je iedere dienst één of twee bevallingen doet, telt het aantal baby’s natuurlijk snel op. Het zijn er inmiddels honderden.” Soms zijn dat er zelfs drie of vier in één dienst. “Maar dat zijn eigenlijk de diensten die je níét wilt. Dan heb je het zo druk dat je minder tijd voor de mensen hebt. Ik heb ook diensten waarop ik alleen maar koffie drink, omdat er niemand bevalt. Het verschilt enorm.”
De meest bijzondere bevalling
De bevalling die hem het meest is bijgebleven? Niels denkt meteen aan een vrouw die vooraf heel duidelijk had aangegeven dat ze liever geen mannelijke zorgverlener wilde. “Zij had in haar verleden iets naars meegemaakt met een man en had daar psychisch echt last van. Ze wilde absoluut geen mannen bij haar bevalling.”
Lees verder onder de advertentie
Aanvankelijk werd ze daarom begeleid door een vrouwelijke arts. Maar tijdens de bevalling moest die arts onverwacht weg vanwege een operatie. En dus moest Niels het overnemen. “Ik ging echt met buikpijn naar haar toe. Ik dacht: zij wil mij hier helemaal niet hebben.” Toch begonnen ze samen aan het laatste deel van de bevalling.
“Ze moest persen en ik heb ongeveer een uur met haar gezeten. Langzaam ontstond er steeds meer vertrouwen. Het ging goed en we kregen steeds meer een klik.” Toen de vrouwelijke arts uiteindelijk terugkwam, zag Niels zijn kans om zich terug te trekken. “Ik zei tegen haar: ‘heel veel succes, zet ’m op, je kant het’. En ik wilde weglopen.”
Lees verder onder de advertentie
Maar toen gebeurde er iets wat hij nooit is vergeten. “Ze pakte me vast en zei: ‘Ik wil dat je blijft. Ik heb jou ook nodig.’” Als Niels het vertelt, raakt het hem opnieuw. “Daar krijg ik nu gewoon weer een brok van in mijn keel. Dat was zó mooi. Niet alleen omdat ik haar bij de geboorte van haar kind mocht helpen, maar ook omdat ik misschien een heel klein beetje heb kunnen bijdragen aan het herstellen van haar vertrouwen in mannen. Dat vond ik echt heel bijzonder.” Het moment staat jaren later nog steeds op zijn netvlies.
De verbaasde reacties als mannelijke verloskundige
Voor zijn deelname aan De verloskundigen gebeurde het regelmatig dat vrouwen negatief, of op zijn minst verbaasd reageerden als hij de verloskamer binnen kwam. “Dan kwam ik binnen en zag je vrouwen soms even schrikken. Niet gek natuurlijk, want veel mensen verwachten gewoon geen mannelijke verloskundige.” Meestal verdween die twijfel snel zodra hij eenmaal met iemand in gesprek was, maar opvallend genoeg heeft het televisieprogramma daar nu iets in veranderd.
Lees verder onder de advertentie
“Nu kom ik soms een kamer binnen en zeggen mensen meteen: ‘Hé Niels, wat leuk! Hoe gaat het met je dochter?’” Daar moet hij nog steeds aan wennen. “Normaal moest ik mezelf soms eerst bewijzen als man in dit beroep. Nu kennen mensen me al van televisie en krijg ik eigenlijk meteen een warm welkom.” Voor Niels is dat een onverwacht positief effect van de serie. “Mijn hoop was ook dat mensen zouden zien dat mannen dit beroep gewoon heel goed en met veel plezier kunnen doen. Dat lijkt wel gelukt.”
Het moeilijkste aan het werk
Daar hoeft Niels niet over na te denken: “De momenten waarop het niet goed gaat.” Gelukkig komt het zelden voor, benadrukt hij. Maar juist daardoor vergeet hij die momenten nooit. Hij noemt bijvoorbeeld situaties waarin een zwangere vrouw naar het ziekenhuis wordt gestuurd omdat de verloskundige thuis geen hartslag van de baby meer kan vinden.
Lees verder onder de advertentie
“Als je dan in het ziekenhuis moet bevestigen dat het hartje echt niet meer klopt… dat gehuil gaat door merg en been.” Sommige situaties blijven weken of zelfs maanden bij hem. “Het hoort bij het vak, maar het went niet.”
Dat werd nog confronterender toen zijn eigen vrouw zwanger was. “Ik maakte eens zo’n situatie mee toen Jolene rond de dertig weken zwanger was. Dan komt het ineens heel dichtbij. Je denkt: over een paar weken is alles klaar, het kamertje staat klaar, iedereen wacht op die baby. En dan gaat het mis.” Hij besloot dat verhaal die avond niet thuis te vertellen. “Daar had mijn vrouw op dat moment ook helemaal niks aan.”
Twee miskramen
“De twee miskramen die wij zelf meemaakten, hebben mij absoluut veranderd als verloskundige.” Voor hij het zelf meemaakte, zag Niels een miskraam vooral vanuit zijn medische kennis. “Dan las ik in een dossier: iemand heeft een miskraam gehad. En dan registreerde ik dat eigenlijk gewoon als informatie.” Sinds hun eigen verlies leest hij zo’n zin anders.
“Nu zie ik bijvoorbeeld een stel dat na twee of drie miskramen uiteindelijk met een voldragen zwangerschap bij ons komt en denk ik: jeetje, wat hebben jullie een weg afgelegd om hier te komen. Dat zeg ik dan ook tegen die mensen. Het heeft me wel echt empathischer gemaakt. Ik denk dat ik daardoor een betere verloskundige ben geworden.”
Ook praktisch merkt hij verschil. Wanneer iemand na een miskraam belt met vragen over bloedverlies of wat ze kan verwachten, kan hij niet meer alleen vanuit protocollen antwoorden. “Ik weet vanuit de theorie wat ik moet zeggen, maar nu weet ik ook vanuit ervaring hoe zoiets kan voelen en wat mensen op zo’n moment nodig kunnen hebben. Daardoor kan ik ze beter begeleiden.” Een pijnlijke ervaring die hij nooit had willen meemaken, heeft zijn werk daarmee toch veranderd, op een positieve manier.
Vertrouwen
Hoe was het om als verloskundige een zwangerschap van je eigen vrouw mee te maken? Ben je dan extra bezorgd, door de kennis die je hebt? “In het begin was het natuurlijk spannend door die twee eerdere miskramen, maar naarmate de zwangerschap vorderde, had ik juist behoorlijk veel vertrouwen. Als ik de baby voelde bewegen, dacht ik: oké, dan zit het goed.”
Wel zag hij tegen het einde dat de buik van zijn vrouw vrij klein bleef. De verloskundige constateerde uiteindelijk hetzelfde en maakte een echo. Daaruit bleek dat hun dochter inderdaad klein was. Ze werden doorgestuurd naar het ziekenhuis en uiteindelijk werd besloten de bevalling in te leiden. Niels probeerde zich ondertussen nadrukkelijk níét met de medische zorg te bemoeien. “Ik zou het zelf als verloskundige ook niet fijn vinden als iemand die er verstand van heeft zich de hele tijd met mijn werk bemoeit. Dus ik heb dat bewust losgelaten.”
De bevalling van zijn dochter
“Zelfs na zo veel bevallingen te hebben begeleidt, was de bevalling van onze eigen dochter alsnog spannend. Normaal sta ik naast een barende vrouw als zorgprofessional. Dan ben ik gewoon kalm en denk ik: dit komt wel goed, ik heb mijn shit onder controle. Maar toen het mijn eigen vrouw en kind waren? Toen dacht ik wel: alsjeblieft, laat alles maar gewoon goed gaan.”
Hij merkte dat hij juist sneller geneigd was zich zorgen te maken. “Daarom was het maar goed dat ik daar als papa stond en niet als verloskundige. Ik denk dat ik anders veel te snel dingen had willen doen die helemaal niet nodig waren.” Dus stond hij naast zijn vrouw, als partner en aanstaande papa. “Ik heb wel echt peentjes zitten zweten.” Tegelijkertijd hielp zijn kennis hem ook. “Ik weet natuurlijk wat normaal is tijdens een bevalling. Ik weet dat bevallen pijn doet en wat er ongeveer gebeurt. Daardoor kon ik ook best rustig blijven en haar goed helpen.”
En toen waren twee verloskundigen ineens voor het eerst ouders…
Na de bevalling bleek alle werkervaring verrassend weinig voordeel op te leveren. Hun dochter woog bij haar geboorte iets meer dan 2,5 kilo en was daarmee een klein meisje. Voor haar voeding was extra begeleiding nodig en ook de borstvoeding moest op gang komen.
“Dat kostte gewoon heel veel tijd.” Niels had zich de kraamweek nét iets relaxter voorgesteld. “Ik dacht: dan heb je straks een baby, ben je vier of vijf weken vrij en kun je lekker met z’n allen televisie kijken terwijl ze op je arm ligt. Misschien ’s middags even slapen.”
Nou, niet dus. “Dan had je haar net gevoed en verschoond, legde je haar neer, spuugde ze weer en kon je opnieuw beginnen. Soms sliep ze twintig minuten en was ze alweer wakker.” Terugkijkend snapt hij nauwelijks hoe ze op zo weinig slaap functioneerden. “Je leert het natuurlijk allemaal tijdens je opleiding en je ziet het tijdens stages. Maar het zelf meemaken is toch echt anders.”
En er waren genoeg heerlijk knullige beginnersmomenten. Hun dochter was zo klein dat maat 50 haar nauwelijks paste. “Ik zeg in het ziekenhuis altijd tegen mensen: maat 50 is prima, neem maar maat 50 mee. Dus we hadden zelf ook vooral maat 50 gekocht. Toen ze geboren was, zei mijn moeder: hebben jullie eigenlijk maat 44?”
Nee dus. “Die broek van maat 50 kwam ongeveer tot haar nek. Toen moesten mijn ouders en schoonmoeder alsnog kleding in maat 44 gaan halen.” Zelfs twee verloskundigen blijken bij hun eerste kind dus gewoon ouders die ergens voor het eerst achter komen. “Dat zijn van die dingen waar we totaal geen rekening mee hadden gehouden.”
Hetzelfde gold voor kruiken. “We wisten natuurlijk hoe warm ze moesten zijn en hoe het theoretisch werkt. Maar dan sta je ineens thuis zelf zo’n kruik te vullen en denk je: zit die dop nou écht goed? Lekt hij niet?” Welkom bij het ouderschap.
De kraamverzorgster was zeker niet overbodig
Ook de kraamverzorgster kon Niels en Jolene veel leren. “We hebben juist meteen tegen haar gezegd: voel je alsjeblieft niet overbodig.” Want Niels en zijn vrouw werken allebei klinisch in het ziekenhuis. Zij begeleiden de zwangerschap en bevalling, maar het dagelijks leven met een pasgeboren baby zien ze beroepsmatig veel minder. “Wij zorgen dat de baby geboren wordt en daarna gaan mensen vrij snel weer naar huis. Het hele stuk van de kraamperiode zien wij eigenlijk nauwelijks.”
En dus zeiden ze tegen hun kraamverzorgster: “Help ons alsjeblieft gewoon. Wij zijn hierin óók zoekende.” Niels hield zich ondertussen graag bezig met de dingen waar hij wél verstand van had. “Bij borstvoeding dacht ik: daar weet ik echt helemaal niks van. Dus help jij mijn vrouw daar maar mee, dan maak ik wel lekker broodjes zodat we straks met z’n drieën kunnen lunchen.” Taakverdeling is tenslotte ook een vak.
Twee onregelmatige roosters en een baby
Hoe doen Niels en Jolene dat, beide als verloskundigen met onregelmatige diensten en hun dochter Eve? “Met veel puzzelen. We hebben geen familie in de buurt die standaard kan oppassen. Wel vrienden die af en toe kunnen helpen, maar we moeten onze roosters echt goed naast elkaar leggen.”
Het doel is vooral voorkomen dat hun relatie één grote overdracht wordt. “Je wilt niet dat het een soort estafetterace wordt waarbij de één thuiskomt en de ander meteen vertrekt. We willen elkaar natuurlijk ook nog zien.” Nachtdiensten maken dat extra ingewikkeld. “Als ik ’s nachts werk, slaap ik overdag. Dan staat mijn vrouw dus soms een paar dagen bijna alleen voor de zorg. Dat is best taai.”
Het ouderschap heeft Niels daarmee niet alleen een nieuw perspectief op baby’s gegeven, maar ook op de gezinnen die hij dagelijks in het ziekenhuis tegenkomt. Want hoe vaak je een geboorte ook hebt begeleid: de eerste keer zelf een baby mee naar huis nemen blijft gewoon de eerste keer.
Te zien in De verloskundigen
Voor Niels was het zijn eerste televisieprogramma en vooraf hield hij rekening met het feit dat montage veel kan bepalen. “Ik was een beetje bang dat ik als een soort sukkel of clown neergezet zou worden.” Hij verwijst lachend naar programma’s waarin één deelnemer door de montage ineens een heel duidelijk ‘type’ wordt.
“Dat wilde ik natuurlijk niet. Voor mij zat er ook een soort bewijsdrang achter. Ik wilde laten zien dat het ziekenhuis een leuke plek is om te werken én dat mannen dit beroep gewoon goed kunnen doen.” Achteraf is hij blij met het resultaat. “Het beeld dat ze hebben neergezet, klopt eigenlijk heel goed met wie ik ben.”
En de reacties zijn grotendeels positief. Op zijn werk wordt hij herkend, patiënten weten ineens hoe zijn dochter heet en het programma heeft hem zelfs iets gebracht wat hij vooraf nooit had verwacht: makkelijker contact met sommige zwangere vrouwen. “Ik hoef mezelf minder te bewijzen. Mensen kennen me al.”
Toch is social media niet altijd gezellig
Zoals bij ieder televisieprogramma zijn er ook kijkers die op korte fragmenten hun oordeel klaar hebben. Niels vertelt dat er bijvoorbeeld kritiek kwam op een filmpje waarin hij tijdens een bevalling een vrouw aanwijzingen gaf bij het persen. “Dan wordt er één fractie uitgezonden en zeggen mensen daar hele lelijke dingen over. Terwijl ze helemaal niet zien hoe de rest van die bevalling is verlopen of hoe ik normaal werk.”
Zelf kan hij dat redelijk van zich afzetten, maar soms ziet hij reacties onder filmpjes van zijn collega’s waarvan hij denkt: dit gaat echt te ver. Gelukkig hebben de verloskundigen uit de serie inmiddels een groepsapp. “Als iemand zegt: ‘jongens, dit doet me echt pijn, kijk eens wat iemand schrijft’, dan staan we voor elkaar klaar. Dan zeggen we ook: trek je er niks van aan, jij doet het hartstikke goed.”
Het bijzondere is dat veel van hen elkaar vóór de serie niet kenden. “Nu kennen we elkaar door die groepsapp eigenlijk best goed, terwijl we elkaar nog nauwelijks allemaal tegelijk in het echt hebben gezien.”
Seizoen twee?
Daar hoeft Niels niet lang over na te denken: “Stiekem zou ik dat wel heel leuk vinden.” Voor zover hij weet, is er nog niets concreets besproken, maar de enthousiaste reacties verbazen hem niet. “Bijna iedereen heeft wel iets met dit onderwerp. Mensen zijn net ouders geworden, gaan ouders worden of denken terug aan hun eigen kinderen. En mensen die in de zorg werken herkennen het natuurlijk ook.”
En mocht De verloskundigen uiteindelijk voor een grote televisieprijs worden genomineerd? Dan ziet Niels zichzelf stiekem al zitten. “In zo’n zwart pak tussen alle BN’ers.” Hij moet lachen. “Ik ben helemaal niet bekend, hoor.” Nou Niels, probeer dat nog maar eens uit te leggen aan de volgende zwangere die roept: “Hé, jij bent toch die verloskundige van televisie?”
De afleveringen van De verloskundigen kan je het terugkijken via NPO Start of via de website van KRO-NCRV.
Verloskundige Loïs Witmond was onlangs te zien in de serie De verloskundigen. Daarin kregen kijkers een inkijkje in haar werk, dat ze nét even anders aanpakt. Geen afstandelijke spreekkamer en een strikte scheiding tussen werk en privé, maar persoonlijke begeleiding waarbij ze negen maanden lang naast een zwangere vrouw staat: “Ze noemen me weleens hun […]
Suzes oudste zoon mag sinds kort zelfstandig van school naar huis, maar komt de laatste tijd steeds laat uit school. Als ze op een middag besluit te kijken waar hij blijft, ontdekt ze de reden voor zijn dagelijkse vertraging.
Op sociale media lijkt het leven soms een stuk vrolijker dan het achter de schermen werkelijk is. Een filmpje met een glimlach zegt tenslotte weinig over wat iemand op datzelfde moment meemaakt.
Ilse maakt zich zorgen om het milieu en de toekomst van haar kinderen en probeert op haar eigen manier bij te dragen om milieuvervuiling tegen te gaan. Zo eten zij en haar gezin uitsluitend veganistisch, gaan ze niet op vliegvakanties en koopt ze het liefst tweedehands. En daar vindt haar omgeving nogal wat van.
Even snel de vriezer opentrekken voor iets lekkers bij het avondeten? Dan is het misschien verstandig om eerst te kijken wat er precies in je vriesvak ligt.
Een avond die Melissa De Lange waarschijnlijk liever snel vergeet. De moeder van acht kinderen belandde onlangs met twee van haar zoons op de spoedeisende hulp.