Dit is de juiste manier om met kinderen over de dood te praten, volgens een rouwonderzoeker

vader forceert dochter dood kind
Maaike van Eijk
Maaike van Eijk
Leestijd: 3 minuten

Soms zit een van de moeilijkste opvoedmomenten verstopt in iets ogenschijnlijk kleins: een leeg konijnenhok, een kinderhand die nog één keer wil voeren en een vraag die je niet ziet aankomen.

Lees verder onder de advertentie

“Mag ik hem morgen wel weer voeren?” Het is zo’n zin die je als volwassene even uit het lood slaat. Want hoe leg je uit dat iets er wel is geweest, maar nooit meer terugkomt? Volgens rouwonderzoeker Mariken Spuij begint precies daar iets belangrijks: bij eerlijk durven zijn tegen kinderen over de dood. Niet verzachten, niet omzeilen, maar gewoon zeggen wat er is.

Lees verder onder de advertentie

De neiging om te verzachten

Veel ouders grijpen automatisch naar beelden die het verdriet lijken te verzachten. “Oma is een sterretje geworden.” Of: “We zijn opa kwijt.” Het klinkt lief, maar voor een kind dat de wereld nog letterlijk leest, kan het juist verwarrend werken. Een sterretje kun je niet terugvragen. En iets wat je kwijt bent, kun je toch weer vinden? Spuij ziet het vaak in haar onderzoek: kinderen vullen de gaten die wij laten vallen, zelf in. En die fantasie is lang niet altijd rustgevend.

Lees verder onder de advertentie

Kinderen begrijpen de dood stap voor stap

Waar volwassenen de dood als definitief en biologisch zien, is dat voor kinderen een leerproces. Zeker bij jonge kinderen kan het nog voelen als iets tijdelijks, iets dat misschien weer ‘aan’ kan gaan. Pas rond een jaar of zeven of acht ontstaat het besef dat de dood onomkeerbaar is. En dat inzicht komt hard aan. Het verklaart waarom kinderen in die leeftijd ineens vragen kunnen stellen als: “Gaan jullie ook dood?”

Lees verder onder de advertentie

Rouw is geen rechte lijn

Kinderen rouwen ook anders dan volwassenen. Niet in een doorlopende stroom van verdriet, maar in golven. Tussen school, spelen en ruzie op het schoolplein door. Verdriet kan in tien seconden omslaan in “mag ik buitenspelen?”. Niet omdat het er niet is, maar omdat het naast alles blijft bestaan.

Daarom is taal zo belangrijk. Door woorden te geven aan emoties (boos, bang, verdrietig) wordt iets wat overweldigend voelt ineens iets wat een beetje hanteerbaar wordt.

Alles mag er zijn

Boosheid, schuldgevoel, opluchting, jaloezie: het hoort er allemaal bij. Ook de emoties die volwassenen liever niet zien. En misschien nog wel het lastigst: dat een kind soms gewoon lacht tussendoor. Niet omdat het niets voelt, maar omdat het leven gewoon doorgaat.

Wat helpt in de praktijk

Spuij benadrukt vooral wat níét helpt: doen alsof verdriet kleiner is dan het is. Kinderen hebben juist behoefte aan duidelijke woorden en voorspelbaarheid. Gewoon zeggen wat er gebeurd is en daarna ruimte laten voor vragen. Wat ook belangrijk is, is om zelf te laten zien dat verdriet mag bestaan. Een ouder die huilt en daarna weer verdergaat, laat zien dat emoties niet gevaarlijk zijn, maar voorbijgaan.

Lees verder onder de advertentie

Eerder had een arts het er ook over. Zijn kijk lees je hier.

Bron: Mariken Spuij

Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail