Altijd meteen je kind helpen? Waarom je volgens experts juist níét moet ingrijpen

Illustratie bij: Altijd meteen je kind helpen? Waarom je volgens experts juist níét moet ingrijpen Beeld: Canva
Fenne van der Woude
Fenne van der Woude
Leestijd: 5 minuten

Je kind is z’n gymtas vergeten, weet niet meer welk huiswerk er gemaakt moet worden of roept na drie seconden puzzelen al: ‘Maaaam, ik snap het niet!’ Voor je het weet, heb jij de oplossing al aangedragen. Scheelt tijd, scheelt gedoe en dan kunnen we weer door. Toch kan het volgens deskundigen juist goed zijn om je kind af en toe een beetje te laten worstelen.

Lees verder onder de advertentie

Want hoe verleidelijk het ook is om direct in de reddingsmodus te schieten, kinderen leren juist veel van de momenten waarop iets even níét lukt. Zelf een oplossing bedenken is een vaardigheid die ze moeten oefenen.

De reddende engel

We maken het onszelf tegenwoordig behoorlijk makkelijk. We kunnen de locatie van onze kinderen volgen, cijfers online bekijken en met een paar tikken een bericht naar de leerkracht sturen. En als je kind iets niet weet, is het antwoord dankzij Google of AI binnen een paar seconden gevonden.

Handig? Absoluut. Maar er zit volgens dr. Dana Suskind, hoogleraar chirurgie en kindergeneeskunde aan de University of Chicago, ook een keerzijde aan. Als ouders steeds direct ingrijpen, krijgen kinderen minder gelegenheid om zelf te bedenken wat ze kunnen doen.

Dat betekent natuurlijk niet dat je vanaf nu met je armen over elkaar moet toekijken terwijl je kind compleet vastloopt. Het gaat er vooral om dat je niet automatisch ieder klein probleem oplost.

Eerst afwachten

Je kind komt thuis en ontdekt dat het z’n huiswerk niet heeft opgeschreven. Bel jij meteen een andere ouder? Of laat je je kind eerst zelf bedenken hoe het aan die informatie kan komen?

Juist dat tweede kan een waardevol leermoment zijn. Je kunt je kind op weg helpen door vragen te stellen in plaats van direct het antwoord te geven. Bijvoorbeeld: ‘Wat zou je nu kunnen doen?’, ‘Wie zou je om hulp kunnen vragen?’ of ‘Wat heb je de vorige keer gedaan?’

Zo blijft de oplossing bij je kind liggen, terwijl jij natuurlijk gewoon beschikbaar bent als dat nodig is.

Vervelen mag

En dan die andere klassieker: ‘Maaaam, ik verveel me.’

De verleiding om meteen een kleurboek, knutselactiviteit of scherm tevoorschijn te halen is groot. Maar verveling hoeft helemaal niet zo erg te zijn. Volgens Kiryn Hoffman, directeur van het National Children’s Museum in Washington D.C., kan verveling juist ruimte geven aan creativiteit en spel en bijdragen aan zelfvertrouwen en veerkracht.

Lees verder onder de advertentie

Hetzelfde geldt voor gevoelens als frustratie, ongeduld of zenuwen. Die hoeven niet altijd zo snel mogelijk weggepoetst te worden. Kinderen mogen ervaren hoe het voelt als iets niet onmiddellijk leuk, makkelijk of opgelost is.

Steeds meer verantwoordelijkheid

Je hoeft gelukkig geen ingewikkelde uitdagingen voor je kind te verzinnen. Het dagelijks leven zit er al vol mee.

Zo vertelt een moeder bijvoorbeeld dat ze haar dochters al jong kleine beslissingen liet nemen. Toen ze vijf waren, kregen ze in een winkel vijf dollar en moesten ze zelf bedenken wat ze daarmee konden kopen. Inmiddels zijn het tieners die boodschappen doen en beheert haar oudste dochter haar eigen creditcard.

Lees verder onder de advertentie

Je kunt dat natuurlijk aanpassen aan de leeftijd van je eigen kind. Zelf iets bestellen bij de bakker, een tas inpakken voor het sporten, zakgeld beheren of bedenken wat er nodig is voor een logeerpartij: kleine verantwoordelijkheden kunnen al genoeg zijn.

Gaat dat goed? Dan kun je wat meer vrijheid geven. Blijkt het nog te moeilijk? Dan weet je dat je kind op dat vlak nog wat hulp nodig heeft.

Hulp vragen is óók zelfstandig zijn

Belangrijk detail: zelfstandigheid betekent niet dat een kind alles in z’n eentje moet kunnen oplossen. Een kind dat een rekensom niet begrijpt en zélf besluit de leerkracht om uitleg te vragen, is ook zelfstandig bezig. Net als een kind dat vergeten is wat het huiswerk was en zelf bedenkt een klasgenoot een berichtje te sturen. Het doel is dus niet: zoek het maar uit. Het gaat erom dat je kind leert nadenken over de volgende stap.

Lees verder onder de advertentie

Wanneer grijp je wél in?

Uiteraard zijn er grenzen. Bij gevaar of situaties die je kind gezien zijn leeftijd of ontwikkeling nog niet aankan, is ingrijpen iets heel anders. Hoeveel vrijheid je kunt geven, verschilt bovendien per kind en per situatie.

Dr. Stephanie Carlson, directeur van het Institute of Child Development van de University of Minnesota, wijst erop dat kinderen die zelden zelf met moeilijkheden hoeven om te gaan, het juist erg spannend kunnen vinden wanneer ze uiteindelijk wél iets alleen moeten oplossen.

Dus de volgende keer dat je kind iets vergeet, ergens niet uitkomt of voor de derde keer roept dat iets ‘echt onmogelijk’ is, hoef je misschien niet meteen in actie te komen. Eerst eens vragen: ‘Wat denk je dat je zelf kunt doen?’

En ja, dat kan betekenen dat iets langer duurt dan wanneer jij het gewoon even regelt. Maar precies dát is soms het hele punt.

Je kind horen roepen dat-ie zich verveelt en vervolgens níét meteen met zes activiteiten aankomen? Ook dat kan dus hartstikke leerzaam zijn. Waarom verveling juist goed kan zijn voor de creativiteit, het zelfvertrouwen en het probleemoplossend vermogen van je kind, lees je hier.

Bron: APnews

Voeg ons toe als voorkeursbron
Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail