verhuizen met kinderen
Beeld: Unsplash

Een verhuizing regelen op zich is al een hels karwei, maar hoe pak je dat aan met kinderen? Nou, met behulp van deze tips, bijvoorbeeld.

  1. Timing is alles. Mocht je die in de hand hebben, dan. Lukt het om te verhuizen in de zomervakantie? Doen. Hoeft je kind niet te dealen met andere grote zaken als cito-toetsen of een nieuwe school, én kun je hem met een gerust hart uit logeren brengen. Oók handig wanneer je oude huis er picobello uit moet zien voor bezichtigingen door potentiële kopers, trouwens.
     
  2. Vertel het op het juiste moment. Je peuter overziet echt niet hoe lang ‘over drie maanden’ duurt. Een week of vier van tevoren is op tijd zat. Voor oudere kinderen ligt dat natuurlijk anders. Kijk alvast bij de nieuwe school bijvoorbeeld, als daar sprake van is. En in de nieuwe wijk, met bijbehorende speeltuintjes en/of winkels. Wordt het tastbaar van.
     
  3. Regel tijdig een nieuwe crèche of school. We zeggen het er voor de zekerheid maar even bij. Zeker in de grote steden zijn er vaak wachtlijsten, en dan heb je ook nog te maken met administratieve rompslomp. Zodra je over verhuizen dénkt, is het slim die school en opvang alvast te regelen.
     
  4. O, en laat ze van tevoren een middag of dag (of allebei) meedraaien in de nieuwe groep of klas. Kunnen ze vast wennen. Én nieuwe vriendjes maken, wat de hele overstap überhaupt meteen stukken makkelijker maakt.
     
  5. Maak er een avontuur van. Zeker als de verhuizing het gevolg is van een scheiding, mag je er wel een positieve draai aan geven. Picknick een avond op de kale vloer van je oude óf nieuwe huis. Laat ze snoep- eh, schatzoeken in de nieuwe tuin. Zet een speurtocht uit door de nieuwe, lege kamers. Anything.
     
  6. Laat de kinderen meedenken over hun nieuwe kamer. Over de kleuren, bijvoorbeeld, en een nieuw dekbedovertrek. Voor kleine kinderen kan het juist goed zijn om bepaalde dingen hetzelfde te houden als in hun oude kamer, zodat het vertrouwd voelt.
     
  7. Lees over verhuizen met je kind. Of kijk filmpjes. Je hoeft niet alle informatie zelf te bedenken, toch?
     
  8. Houd routine. Naast dat avontuur, dan. Elke avond op min of meer hetzelfde tijdstip samen in bed de dag doornemen of een boekje lezen bijvoorbeeld, geeft rust, in een verder zo hectische tijd.
     
  9. Ontruim de kamer van je kind als laatste. En richt hem in het nieuwe huis als eerste in. Heeft je kind in elk geval zijn eigen, vertrouwde plekje; tackel jij ondertussen de rest van de puinzooi wel.
     
  10. Laat je kind zelf inpakken. Omdat je ook niet alles in je eentje hoeft te dóen. Houd het wel bij één of twee dozen, want dat helpen is goed voor de betrokkenheid, maar ook een gevalletje ‘van de wal in de sloot’, natuurlijk.
     
  11. Laat je kind helpen met klussen. Niemand ziet de door je kind gelatexte muur in de voorraadkast ooit nog, en híj voelt zich helemaal de held.
     
  12. Regel oppas. Of hadden we dat al gezegd? Nou, dan zeggen we het nóg maar een keer. Vooral op de dag van de verhuizing is dat cruciaal, al is het geen gek idee je kind tussendoor even te laten kijken naar de vorderingen. Het surprise-effect van een compleet nieuw, ingericht huis dat vanaf nu het zijne is, is voor sommige kinderen misschien wat veel van het goede.
     
  13. Houd lievelingsspeelgoed apart. De favoriete knuffel van je kind, bijvoorbeeld. Of zijn lievelingsboek. Daar wil je in een noodsituatie niet eerst twintig verhuisdozen voor moeten door ploegen.
     
  14. Houd een afscheidsfeestje. Trakteren in de oude klas, bijvoorbeeld. Of met een barbecue in de tuin met de beste vrienden van een ouder kind. Of met de buren.
     
  15. Huilen mag. Want afscheid nemen is moeilijk. Prima idee om dat met je kind te bespreken.
     
  16. Nodig vriendjes uit de oude omgeving uit in het nieuwe huis. Want het goede nieuws: verhuizen is bovenal leuk, en betekent niet altíjd afscheid nemen.

 


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Sara van Gorp

Sara van Gorp is moeder van zoons Ko (8) en Toon (4) en hoofdredacteur van Kek Mama.

“Niet op het hoofd slaan!” Ik herinner me mijn jeugd als uiterst harmonieus, maar blijkbaar vond mijn vader het op enig moment toch nodig mijn zusje en mij de grondbeginselen van veilig ruziemaken bij te brengen. Want die zin herinner ik me maar al te goed.
 

Bonje van formaat

Hier thuis blijf ik me erover verbazen hoe krankzinnig snel gezellig klooien kan omslaan in bonje van formaat. Laatst bouwden Ko en Toon samen een hut met hangmat voor diverse knuffels. Ik moest als knecht een laken met een megastapel Donald Ducks op de kast zien te draperen zodat het niet naar beneden zou storten. Maar verder hoorde ik een uur lang enkel gebroederlijk geklets uit hun kamer over waar de slang en Dikkie Dik dan wel moesten liggen. En dan is toch ineens het huis te klein, inclusief heel hard huilen en schreeuwen. Vanwege, ja, waarom eigenlijk.
 

'Ik bén niet schattig'

Zingt Toon vrolijk een liedje in de auto waarop Ko verzucht: “Wat is Toon toch schattig”, is meteen de boot aan. “Ik bén niet schattig, ik ben cool!” Om vervolgens de rest van de rit woest te zijn. Een beetje geholpen door Ko met zijn aanhoudende “Jij bent echt wel schattig hoor”.
 

Een team

Ik weet wel dat het gezond is voor de junioren om thuis te leren ruziemaken, maar man, moet dat met zo veel herrie? Na zo’n vroege ochtend vol mot en gedoe zegt Toon ineens voordat we de deur uitgaan richting school en crèche: “Wij zijn een team hè Ko.” Ik smelt. En gelukkig heeft dat team elkaar nog nooit op het hoofd gemept.
 

Toch maar eens onze opvoedtantes Els & Do om tips vragen. Hun advies in Kek Mama 08-2018 om je kind opdrachten te geven in de supermarkt werkt bij mij in elk geval als een dolle tegen gedrens. Het nummer koop je hier.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

kinderfiets hier op letten
Beeld: Unsplash

Op zoek naar een goede fiets voor je kind? Lees hier waar je allemaal op moet letten: wij hebben de belangrijkste criteria voor aanschaf van een kinderfiets op een rij gezet.

Maat

Bij de fietsenwinkel vind je tientallen fietsen en het is vaak lastig te bepalen welke geschikt is voor je kind. Ga in de eerste plaats af op de leeftijd en lengte van je kind. Kleuters hebben over het algemeen een fiets nodig met een wielmaat van 20 inch. Kinderen van ongeveer 7 tot 14 jaar fietsen op een jeugdfiets met een wielmaat van 20 tot 26 inch. Let op: niet elk merk heeft alle soorten maten, dus ga eerst goed na welke maat je kind nodig heeft.

 

Lees ook:
7 tips om je kind veilig naar school te laten fietsen >

 

Hoogte & breedte

Koop nooit een te grote fiets, met het idee dat hij er dan langer plezier van kan hebben. Een te grote fiets is niet prettig voor je kind en bovendien gevaarlijk. Let erop dat de voeten van je kind plat bij de grond kunnen komen en dat zijn knieën het stuur niet raken. Ook moet het breedte van het stuur even groot zijn als de schouderbreedte van je kind. Kan je kind nog niet zo goed fietsen, dan is het verstandig om het zadel wat lager te zetten. Zorg er dan ook voor dat je de hoogte van het stuur iets aanpast, zodat de zithouding goed blijft.

 

Fietshelm

Valt je kind tijdens het fietsen, dan voorkomt een fietshelm hersenletsel en schade aan het hoofd. De helm zit als een extra laag om het hoofd heen en zorgt voor bescherming. Een fietshelm is niet verplicht, maar wel aan te raden – zeker als je als je kind nog niet zo behendig is in fietsen. Ga je een fietshelm aanschaffen, neem je kind dan mee naar de winkel zodat hij de helm kan passen. Controleer of de helm voldoet aan de Europese norm (CE-markering) en of hij goed aansluit op het hoofd. Je kind moet bij het dragen van de helm nog steeds goed kunnen zien en horen, om veilig te kunnen deelnemen aan het verkeer. Lees hier meer over het dragen van een fietshelm door je kind.
 

Bron: ANWB & Fietsersbond.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >