Beeld: Getty
Beeld: Getty

Leona is diëtiste, woont samen met Mo en is moeder van de vijfjarige Zena. Twee jaar geleden verhuisde ze van de grote stad naar een dorp.

“Ik groeide op in een gehucht aan de Lek: zo’n slaapdorp dat Tommy Wieringa zo mooi beschrijft in zijn boek Joe Speedboot. In de zomer plukten we kersen, in de winter schaatsten we over de uiterwaarden. De groenteboer liep op klompen, de drogist gaf je Kokindjes. Er bestonden nog geen buiten- en binnenkinderen: we waren allemaal een buitenkind. Kortom: ik beleefde een heerlijke kindertijd. Een jeugd die ik mijn dochter ook gunde.

 

De wereld leek kleiner te worden

In plaats daarvan woonden we driehoog zonder balkon aan een van de drukste straten van Rotterdam. De eerste tijd ging dat prima. Mo en ik sleepten Zena overal mee naartoe: we hadden een abonnement op Blijdorp, pakten een terrasje of gingen naar onze volkstuin. Maar naarmate onze dochter groter werd, leek de wereld kleiner te worden. Op straat konden we haar geen seconde alleen laten. Op warme dagen keken we jaloers naar de barbecuende buren, die wél een tuin hadden. We vroegen ons ook steeds vaker af wat we zelf nog in de stad te zoeken hadden. Hoe vaak gingen we eigenlijk spontaan naar de film? We hadden een tophypotheek om in een stad te wonen waarvan we de geneugten nauwelijks nog proefden.

 

Verhuizen naar een dorp

Toen Zena twee was besloten we ons huis te koop te zetten. Het was binnen twee weken verkocht met zeventienduizend euro winst. Een paar dagen later hadden we een optie op een dijkhuisje in een dorp drie kwartier rijden van Rotterdam. En maar tien minuten van Mo’s werk – hij is controller bij een zorginstelling. Honderd vierkante meter meer voor dezelfde prijs, met uitzicht op de uiterwaarden en een tuin van zestig meter diep. Ik zie nóg de verbijstering op het gezicht van mijn beste vriendin. ‘Besef je wel dat jij inmiddels allang geen dorpsmeisje meer bent maar echt een stadsmens?’, vroeg ze. ‘En dat je half-Marokkaanse dochter de komende twintig jaar zal horen: goh, wat spreek jij goed Nederlands?’ Ik vond haar beeld van de gemiddelde dorpsbewoner nogal bekrompen en haalde mijn schouders op. En ik wilde ook niks horen over de andere nadelen. Oké, bij die afstand van drie kwartier hadden we de file niet meegerekend. Oké, ik zou mijn vrienden minder vaak zien. We zouden het allemaal wel overleven.

 

Er was maar één moeder die ook werkte

Anderhalve maand later trokken we in ons nieuwe huis. De winst van ons oude huis stopten we in een nieuwe woonkeuken. We genoten van de laatste zomerdagen op ons bloedeigen terras, keken naar Zena die in haar zandbakje speelde en waren iedere dag dankbaar dat we de Bugaboo nooit meer drie trappen omhoog hoefden te sjouwen. Maar toen brak de herfst aan en kwam een einde aan mijn drie maanden zorgverlof. Op mijn allereerste werkdag kwam ik ’s middags meteen een uur te laat bij de gastouder om Zena op te halen. De file was gigantisch geweest. In de klas van mijn dochter had iedereen een thuisblijfmoeder. Er was maar één mama die ook werkte. Ik heb er niks op tegen als vrouwen ervoor kiezen thuis te blijven met de kinderen, maar andersom hoefde ik op weinig begrip te rekenen als ik geen tijd had voor de knutselochtend of het wekelijkse koffiemoment.

 

Heimwee

Van de dorpsrust werd ik ook nerveus. Ik ging op een mooie dag eens met een tijdschrift in het park liggen. Plotseling realiseerde ik me dat ik de enige was: het park gebruiken ze hier om eendjes te voeren of om van A naar B te fietsen, niet om te chillen. Ineens kreeg ik heimwee naar het stadsleven: naar de Turk om de hoek met wie ik altijd een praatje maakte, naar de roti van ons favoriete Surinaamse eethuis, ik miste zelfs de irritante tramgeluiden. Op een avond deelde ik mijn twijfels met Mo die wél zijn draai had gevonden. ‘Laten we het nog één jaar aankijken’, stelde hij voor. ‘Maar dan moet je wel je best doen er iets van te maken.’ Dat deed ik. We nodigden de buren uit voor etentjes, ik formeerde een hardloopgroepje met een paar andere moeders. Best leuk, maar de heimwee waaide niet over. En toen zagen we een tv-reportage over het Oude Westen, een buurt in Rotterdam die de laatste jaren enorm is opgeknapt en waar Mo’s ouders nog altijd wonen. ‘Zie je, daar kun je ook stoepranden’, begon ik, voorzichtig. ‘Wat zou je moéder blij zijn als we...’

 

Terug naar Rotterdam

Kortom: twee jaar na ons vertrek waren we terug in Rotterdam. We wonen tot ons nieuwbouwhuis af is in een huurhuis. Het dijkhuis hebben we met tienduizend euro verlies verkocht – de prijs van de nieuwe keuken reken ik maar even niet mee. We zijn dit jaar niet op vakantie geweest, een vloer van betongiet zit er straks niet in. Ik vind het allemaal prima. We hoeven geen kinderopvang meer te betalen omdat Zena twee middagen per week naar opa en oma gaat. We hebben onze tweede auto verkocht nu ik weer op de fiets naar mijn werk kan. En Zena miste in het begin haar vriendinnetjes, maar is inmiddels weer helemaal gewend.

Mijn vriendin had gelijk, ik ben een stadsmens. Gelukkige ouders hebben gelukkige kinderen, weet ik nu. Dit weekend komt een vriendinnetje van Zena uit het dorp bij ons logeren. Ik denk dat we gaan chillen in het park.”

Dit artikel staat in Kek Mama 09-2016

schoonmaken weekend
Beeld: Pexels

Het huis opruimen en soppen: wie geen schoonmaakster heeft, moet zelf aan de slag. Blogger Mandy Roussel stelde het zo lang mogelijk uit, tot ze de troep niet langer kon aanzien.
 

‘Maar toen ik alles had schoongemaakt, voelde ik me verschrikkelijk’, schrijft ze op Scary Mommy.

 
Verdwaalde druif

Een vieze douche, stof in alle hoeken en gaten en een verdwaalde druif onder de stoel: Mandy negeerde alle tekenen dat haar huis toe was aan een flinke schoonmaak. Ze vertelt: ‘Hoewel ik er de tijd voor had – we hadden eindelijk eens een weekend zonder verplichtingen – betekende dit nog niet dat ik het ook moest doen. Toch?’
 

Lees ook:
Dit is dé tip voor moeders die rommel in huis zat zijn >

 

Vernietiging

Op vrijdag en zaterdag lukt het haar prima om door de troep heen te kijken. Ze hangt op de bank, neemt haar kinderen mee naar het park en gaat ’s avonds een potje bingewatchen. Ze verheugt zich op een regenachtige zondag voor een Harry Potter-marathon met het hele gezin, maar het loopt anders. ‘Opeens scheen de zon’, zegt Mandy, ‘en zag ik de vernietiging: overal lag speelgoed, borden van het ontbijt en de lunch nog in de woonkamer en door alle kruimels leek het alsof de druif onder de stoel zorgvuldig geplaatst was in het interieur. Ik wist: dit hou ik niet veel langer uit.’

 

‘Waarom doe ik dit?’

Mandy verzamelt moed en begint aan de schoonmaak. ‘Na drie kwartier was ik klaar en voelde ik me verschrikkelijk. Waarom deed ik dit? Waarom kon ik niet gewoon ontspannen?’ Volgens haar zijn er twee redenen: ‘Wij moeders hebben het zo druk, dat we ergens de controle over moeten houden om niet gek te worden. Of misschien is ons leven zo chaotisch dat we orde in huis moeten scheppen om wat rust te vinden. Als ik als moeder een superkracht zou kunnen kiezen, weet ik het wel: het negeren van een vies huis. Maar helaas is die superkracht alleen beschikbaar voor vaders – en ik kan me niet voorstellen dat zij het willen ruilen voor borstvoeden.’

 


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

foto's social media kinderen
Beeld: Pexels

Van het eerste stapje tot de eerste schooldag: we zijn apetrots op ons kind en posten bijna elke mijlpaal op social media. Blogger Lorna Rose deed dat ook, maar toen haar tweede kind werd geboren ging ze nadenken over de gevolgen.  

‘Wie geeft mij toestemming om informatie over mijn kinderen, laat staan hun privacy, online te zetten?’, schrijft ze op Scary Mommy.

 
Alles vastleggen

Toen Lorna voor het eerst moeder werd, plaatste ze allerlei foto’s van haar zoon op Facebook. ‘Zijn eerste badje, een foto dat hij sliep, de trap op kroop en voor het eerst spaghetti at: ik wilde elk moment vastleggen en het vervolgens delen op Facebook’, vertelt Lorna. ‘Ik wilde mijn moederschap naar de wereld schreeuwen.’

 

Lees ook:
'Kap eens met dat 'mooie' social media-plaatje: geen kind is perfect' >

 

Lelijke pony

Tweeënhalf jaar later werd haar dochter geboren. Na een tijdje merkte Lorna dat ze minder over haar dochter op social media postte. ‘Ik ging erover nadenken: was het omdat dit de tweede ronde van het moederschap was en ik niet de behoefte voelde om het van de daken te schreeuwen? Was het omdat zij een meisje was?’ Lorna realiseerde zich dat ze zelf als kind ook niet op internet stond. ‘Mijn lelijke pony van toen ik 12 jaar oud was en de dikke onderlip die ik als tiener had stonden niet op Facebook, want dat bestond toen niet. En daar ben ik nu opgelucht om. Dus waarom doe ik dat mijn kinderen nu wel aan?’

 

'Denk eerst na'

Lorna kwam tot de conclusie dat het posten van een kwetsbaar moment van haar kinderen, hoe eng of gedenkwaardig ook, niet langer alleen hun gezinsmoment is. ‘Het wordt onderdeel van de Facebook-machine’, zegt ze. ‘Ik heb niet langer controle over wie het ziet, wie het gebruikt en met welk doel.’ Ze wil nog steeds foto’s en video’s delen om verre vrienden en familieleden op de hoogte te houden en steun te ontvangen als het niet goed gaat met haar kinderen. Maar ze denkt nu goed na vóórdat ze iets post: ‘Ik vraag mezelf steeds af: zou dit mijn kind op een dag in verlegenheid kunnen brengen? Of is er een andere manier dan Facebook om steun van mijn omgeving te ontvangen?’

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >