strandspelletjes
Beeld: Pixabay

Vergeet zandvormpjes, voetballen, scheppen en beachball-rackets; voor deze spelletjes op het strand hoef je je eens géén breuk te sjouwen. (Behalve voor die fles wijn dan, waar je nu opeens plek voor hebt.) Dát noemen wij nou strandpret.

1. Twee ijsbekertjes water dragen

Tuurlijk schat, mag jij een ijsje. Met de bekertjes zijn ze de rest van de middag zoet. Prik in de onderkant een paar gaatjes, laat de kinderen ze vullen in zee, en wie het volste bekertje water heeft wanneer hij weer terug is bij de handdoek, heeft gewonnen. Werkt overigens ook príma met de wegwerpbekertjes voor limonade, die je waarschijnlijk toch al bij je had. Zo simpel kan een strandspelletje zijn.

More content below the advertising

 

2. Pas op voor kwallen

Waterballonnen: wie kan zonder? Wegen niks en passen altijd in je tas. Trek twee lijnen in het zand, leg er gevulde waterballonnen tussen, en laat de kinderen er om de beurt geblinddoekt (met hun eigen shirt/hemd/jouw bikinitop) tussendoor wandelen. Wie op een ‘kwal’ trapt, is af. O, en wie na afloop de meeste ballonnen heeft opgeruimd, wint – maar dat vertel je natuurlijk later pas.

 

3. Schelpendans

Stoelendans, maar dan net even anders. Laat de kinderen zo groot mogelijke schelpen verzamelen, één minder dan het aantal personen met wie jullie zijn. Teken een kring in het zand en leg de schelpen in het midden. De kinderen lopen rondjes rond de cirkel, en op jouw sein pakt iedereen met zijn tenen één schelp uit de berg. Wie als laatste geen schelp heeft, is af. Voor elke volgende ronde gebruik je één schelp minder, maar dat snap je.

 

4. Zandhints

Niet geschikt voor de allerkleinsten, maar wel hilarisch (en: jij kunt er gewoon lekker naast zitten, met je voeten in de branding). Maak teams of speel ieder voor zich. Om de beurt bouwt iemand een zanddier of -voorwerp in het natte zand. En dan: raden maar. Ook leuk: teken rebussen in het zand – voor de prepubers in het gezelschap. Liever een makkelijker spelletje? Maak er boter, kaas en eieren van.

 

5. Verspringen

Altijd een hit: verspringen.  Trek een startlijn in het zand, laat de andere kinderen een streepje zetten waar de deelnemer landt, en jij… zwaait ze vrolijk toe vanaf je handdoek.
 

Lees ook:
Zo raak je je kind niet kwijt op het strand (en zo vind je 'm terug)

 

6. Schieten maar

Oké, vereist toch een beetje sjouwen maar niet noemenswaardig: neem een stuk of vier lichte pingpong- of beachballetjes mee, leg ze op de hals van met zand gevulde waterflesjes en schiet ze er met een waterpistool vanaf. Eindeloos speelplezier!

 

7. Strandjutten

Het geheim om dit te laten slagen: geef de kinderen een opdracht mee. ‘Verzamel zestig schelpen, één krabbetje en tien plastic voorwerpen’, bijvoorbeeld. De eerste die de verzameling compleet heeft, heeft gewonnen. Kinderen zoet, strand schoon, en ze leren nog tellen (of geduld hebben) ook.

 

8. Kousslingeren

Ha! Eindelijk een doel voor die onbegrijpelijke hoeveelheid weessokken in je wasberg. Vul ze met zand, en slingeren maar. Met nat zand gaan ze lekker hard, dus wellicht is vullen met los zand een betere optie (op een verlaten stuk strand dan, aub): die leveren een spectaculaire stofbom op.

 

9. Windschermtikkertje

Alleen geschikt wanneer je zelf het zonnen beu bent: trek aan weerszijden van je windscherm, op zo’n anderhalve meter afstand, twee lijnen in het zand. Maak twee groepjes aan elke kant van het scherm, en zet langs beide zijlijnen één deelnemer. De kinderen (leuker: noem ze haaien) in het veld moeten proberen naar de andere kant van het windscherm te vluchten, zonder dat de ‘vissers’ aan de zijlijn ze afgooien met een waterballon.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >