Holland is een fietsland bij uitstek en vooral met kinderen is een fietskar een uitkomst. Dit moet je weten voor je een fietskar koopt.
Lees verder onder de advertentie
Handig
Een fietskar is een soort aanhanger die achter je fiets hangt, je trekt ‘m als het ware achter je aan. Het voordeel is dat zo’n kar over het algemeen veel ruimte biedt: je kunt er meerdere kinderen in kwijt, net als boodschappen en de hond. Ook is een fietskar stabiel omdat-ie twee wielen naast elkaar heeft, je zult er dus niet snel mee omvallen. Veel fietskarren kunnen losgekoppeld worden waardoor je er – eenmaal op de plaats van bestemming – mee in de hand kunt lopen, als zijnde wandelwagen. Een overkapping zorgt ervoor dat je kinderen lekker droog zitten tijdens een plensbui.
Lees verder onder de advertentie
Veiligheid
Een fietskar biedt je kinderen meer bescherming dan wanneer ze in een fietsstoeltje zitten, dankzij de kooiconstructie. Hierdoor schuift de fietskar weg als er sprake is van een botsing, in plaats van dat ie omvalt. Zet je kinderen altijd goed vast met een gordeltje en zorg dat de kar goed te zien is voor andere weggebruikers, bijvoorbeeld door een felle kleur, goede verlichting en reflectoren aan de zij- en achterkant. Een vlaggetje kan ook heel handig zijn.
Wil je graag een fietskar aanschaffen? Let er dan allereerst op dat je eigen fiets veilig en stevig genoeg is om de wagen voort te trekken. Koop een kar met een brede wielbasis (dus dat de wielen niet te dicht bij elkaar staan) en een laag zwaartepunt. Dit zorgt ervoor dat de wagen stevig op de grond staat en niet snel omvalt. Kies het liefst voor een hardplastic schaal als bodem in plaats van een nylon onderkant – nylon raakt namelijk sneller versleten. Kijk ook goed of de kinderen niet met hun handen of voeten bij de spaken kunnen komen. En tot slot: maak eerst een paar keer een proefrit voor je ermee de weg op gaat. Meer gebruikstips lees je hier.
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Toen Louis (3) zijn ouders ervan probeerde te overtuigen dat hij prima zonder zijwieltjes kon fietsen, namen ze hem niet meteen serieus. Toch besloten Joyce en haar man de proef op de som te nemen. Dat pakte totaal anders uit dan verwacht.