Beeld: Getty
Beeld: Getty

Eigenlijk zouden we elkaar sterkte moeten wensen als we op vakantie gaan, vindt Yvonne Brok. Want het is soms net als bij bevallen: het is maar goed dat je vergeet hoe erg het kan zijn.

Als ik dagdroom over vakantie, denk ik aan een idyllisch strandje en lig ik in de armen van mijn Sjoerd te kijken naar onze dochters Malou en Daniek die schelpjes zoeken in de branding. We eten verse vis op een terras. Genieten van lange, lome avonden en relaxte ochtenden met croissants en koffie. Ergens in die gedachtegang komt de kronkel.

More content below the advertising

 

Broodnodige middagdutjes

Ho, stop. Ik zou wíllen dat het zo was. De vakanties zijn heus (en helaas) niet zo fantastisch als in mijn fantasie. Vorig jaar huurden we een volledig ingerichte tent op een kleine ‘agricamping’, diep in Italië. Het uitzicht vanaf de veranda was fenomenaal, de hangmatten in de boomgaard nodigden uit tot middagdutjes. En die bleken hard nodig.

 

Zesduizend kilometer op de teller

Want peuter Daniek (die thuis moeiteloos de klok rond sliep) werd elke nacht krijsend wakker. Niet tot bedaren te brengen. Om de overige acht tenten niet tot last te zijn, ging mijn man er nacht na nacht vandoor met ons gillende kind. Nog voor hij de oprijlaan van de camping was afgereden, sliep ze in haar autostoeltje. Zolang Sjoerd bleef rijden tenminste. Zo zag hij een vakantie lang de zon opkomen op dat idyllische strandje. Niet met mij in zijn armen, maar met zijn slapende dochter op de achterbank. Na die paar weken stond er dik zesduizend kilometer op de teller. De wallen hingen tot op onze knieën.

 

Pak de flikkerse zooi maar in

Vorig jaar heb ik van vermoeidheid vast weleens gepreveld dat ik best graag weer naar huis wilde. Dit jaar dreigde ik op dag twee al dat ik de hele flikkerse zooi weer wilde inpakken om huiswaarts te keren. En dat gebeurde zo om de dag.

We waren wederom in Italië op een kleine, overzichtelijke camping aan een meer. Onze stacaravan leek aanvankelijk best oké. Tot ik de meisjes onder de douche zette. Die bleek ijs- en ijskoud. Daniek had er geen last van, die poedelde vrolijk verder. Terwijl ik binnensmonds wat mompelde over geklooi in de k-caravan, sprong Malou gauw in de grote handdoek die ik voorhield. "Mam," zei ze, "ik weet hoe het zit. Daniek is misschien wel de dapperste, maar ik ben de slimste. Ik ga echt niet onder die die douche staan."

 

Smalle bedden

Veel te vaak werden we middenin de nacht gewekt door een harde bons. De bedjes in de caravan waren zo smal, dat Malou er keer op keer uitrolde. Ze sliep meteen verder zodra ik haar weer teruglegde. Haar zusje had daar meer moeite mee. Waardoor ze op een nacht tussen ons in belandde. Althans, dat was het idee. Toe ik na een uurtje wakker werd, zag ik haar prinsheerlijk liggen, horizontaal op het kussen van Sjoerd. Hij lag met z’n lange lijf in foetushouding op het voeteneind. Ik schoot in de lach en verlangde intens naar onze kingsize boxspring thuis.

 

Niet de enige

Ik ben niet de enige. Bij lange na niet. Een vriendin van me betrok met haar gezin een caravan op een camping in Zeeland. Helaas precies in de weken dat de zomer herfstig vormen aannam. Na drie dagen non-stop pleurisweer dreef de Duplo door de voortent en ging haar man met de auto richting toiletgebouw. Stikchagrijnig pakte ze haar boeltje in. Wegwezen, naar huis.

 

Chic restaurant

Mijn zus vindt ‘vakantie vieren’ niet helemaal de juiste term voor deze jaarlijkse beproeving. Vorig jaar belandde ze met haar man en hun drie jongens van zes, vier en twee in een chic restaurant. Er was in het dorp geen bistro of pizzeria te vinden. Wegens moe en honger besloten ze het erop te wagen. Omdat het nogal lang duurde voor het eten werd opgediend. Mochten de kinderen nog even spelen in de hal. Lekker rustig. Toen mijn zus na een minuut of tien ging kijken, zag ze hoe haar jongens de draaideur gebruikten als kermisattractie. Eén voor één viste ze haar mannen eruit. Enigszins verhit liepen ze terug naar hun tafel. In haar ooghoek zag ze de ober met haar zwaardvis aankomen. Heerlijk, dacht ze. En op dat moment riepen de jongens in koor: ‘’Wij moeten poepen!’’ Met het schaamrood op de kaken duwde ze haar span richting toilet en dacht vermoeid: was ik maar weer thuis.

 

Stoer en brutaal

In onze eerste vakantieweek huppelde Malou ’s morgens de veranda af, op weg naar de speeltuin. In pyjama, croissant nog in de mondhoek. Voor ik had kunnen vragen of ze terug kon komen, hing ze al ondersteboven aan een klimrek. Lekker natuurlijk, een kind dat zo gemakkelijk haar eigen gang gaat. Alleen herkenden we onze lieve kleuter niet meer. Ze ging een beetje stoer en brutaal tegen ons lopen doen als we in de buurt kwamen. Dat gedrag werd in de loop van de week steeds erger. De camping riep bij haar een niet te stoppen gevoel van vrijheid op. Ze peerde ‘m steeds naar haar net gemaakte allerbeste vrienden van de wereld en gedroeg zich zoals zij. Haar kleine zusje deed haar na en strompelde met haar volle luier achter haar aan, terwijl ze over haar schouder riep: "ik pas echt wel op!" Hilarisch, maar gevaarlijk met zwemwater net buiten ons gezichtsveld. We balanceerden steeds weer tussen vrijheid geven en zorgen dat ze niet zouden verdrinken.

 

'Wij kennen jullie niet'

Op een dag waren Sjoerd en ik het zat. We zaten constant te vitten; op elkaar en op de kinderen. Een dagje in de bergen zou ons goed doen. Alleen met zijn viertjes en de geiten die we onderweg tegenkwamen. Aan het eind van de middag belandden we bij een berghut. Type: eten wat de pot schaft. Thuis eten onze bloedjes alles wat we ze voorzetten. En dat valt vaak buiten de categorie kindvriendelijk. Terwijl wij ons verheugd bogen over een authentieke ovenschotel met lokale kaas, hoorden we naast ons: "Vies!" En dat in tweevoud. In de peuterversie klonk het als pies. En weg waren ze. Ze holden over het terras, huppelden tussen de tafels door en deden ze nou net of ze ons niet meer zagen? Eureka, dit was het! Wat als wij ook zouden alsof wij die twee grietjes totaal niet kenden? Alleen het idee al zorgde voor dikke pret en ontspanning. We nipten van onze wijn en genoten van het eten. Niet vies overigens. En de meisjes? Die hebben zich kostelijk vermaakt op dat terras. Wat we van de andere gasten niet durven te beweren.

Dit artikel staat in het Kek Mama Zomerboek 2016