Roos Schlikker

Roos Schlikker (42) is journalist, columnist en moeder van zoons Miró (9) en Róman (7). In Kek Mama schrijft ze over haar gezinsleven.

Het gekerm is een week geleden begonnen. “Au.” “Auhau.” “Auwerdeau”, klinkt het van beneden. En dat is dan alleen het opstaan. De rest van de dag worden we voortdurend op de hoogte gehouden. “Ik kan er een beetje op staan.” “Aaaaah, nee toch niet.” “Het is dik, hè? Jahaa. Heel dik.” “Au.” “Is er echt niks gebroken?” “Auwerdeau.”
 

More content below the advertising

Piepen

Miró heeft bij voetbal een peesje verrekt. Vervelend en niet geheel pijnloos, maar hij maakt er een opera in zeven bedrijven van. En ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik word enorm kriebelig van dat theater. Ik weet dat dat aan mij ligt. Het gepiep doet me te veel aan mijn bipolaire moeder denken. Die kon verschrikkelijk overdrijven. Honderden keren kwam ze met een dramatisch bedrukt gezicht bij een dokter vandaan die haar, naar haar zeggen, had medegedeeld dat hij nog nooit zoiets ernstigs had aangetroffen. In werkelijkheid was er zelden iets aan de hand. Haar zelfverklaarde driedubbele longontsteking was een simpele verkoudheid en ook andere kwalen bleken weinig om het lijf te hebben.
 

Lees ook
'Jarenlang zaten de herinneringen weggestopt; ik was te druk met het leven' >

 

Pijnlijdersgrens

Van de weeromstuit mankeerde ik nooit wat. Hoe hard ik ook uit een klimrek lazerde, ik jankte niet en ook als volwassene ben ik niet naar dokters te slaan. Ik heb eens maanden met duizelingen rondgelopen, veroorzaakt door een infectie, en vertelde dat niemand. Pas toen ik uit bed viel en in allerijl werd opgenomen in het ziekenhuis, gaf ik me over, al bleef ik het bezorgde bezoek toewapperen dat het allemaal réuze meeviel.

Veel kinderen van psychiatrisch patiënten schijnen dit gedrag te vertonen. De ouder vraagt al genoeg aandacht, zij mogen van zichzelf niets mankeren. Waar mijn moeder een enorm lage pijngrens had, heb ik een nog lagere lage pijnlijdersgrens.
 

Au

En nu zit ik met een auwerdeauwende zoon. Ik erger me, wil zeggen dat-ie zich niet zo moet aanstellen. Dat ik hem vannacht pijnloos zag slaapwandelen. Maar dan opeens zie ik het. Patronen zijn er om doorbroken te worden. En wat is het mooi dat hij mij niet imiteert. Hij maakt zich niet onzichtbaar. Hij is het centrum in zijn bestaan en durft erom te vragen, de aandacht die hij nodig heeft. Ik ga naast hem zitten. “Zeg eens au. Nee harder. Op je allerhardst!”

Keihard auwen we door de ruimte. Een oerkreet. Een verlossing. Miró glimlacht. “Hé, dat is grappig. Het gaat al stukken beter.” En zo is het. Stukken beter.
 

Deze column staat in Kek Mama 08-2019.

 

 

 

Meer Kek Mama? Neem nu een abonnement.