mama wordt opgenomen zelfmoordpoging
Beeld: Shutterstock

Vier jaar geleden deed Danique (29), moeder van Mike (10) en Nola (6) een zelfmoordpoging. “Elke dag was een gevecht.”

“Als ik door het dorp loop, weet iedereen die ik tegenkom wat ik heb gedaan. Ik merk dat er over me wordt gekletst, op het schoolplein, bij de bakker. Toch loop ik met opgeheven hoofd over straat. Laatst sprak een moeder van school me aan, ze bekende dat ze vroeger altijd heel negatief over me dacht en zei dat ze het zo knap vond om te zien hoe ik het had gered. Ik wist niet wat ik hoorde, zo fijn.

Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het eerst zelfmoordgedachten had. Mijn leven lang al, vrees ik. Ik dacht altijd dat de dood heerlijk zou zijn, lekker rustig. Ik heb zelfs weleens overwogen een strafbaar feit te plegen, zodat ik in de gevangenis tot rust kon komen. Ik hoopte dat ik dan uit zou kunnen vinden waarom ik zo deed en dacht, want ik wist wel dat het niet klopte. Ik was altijd anders dan andere kinderen. Mijn vader verliet ons toen ik drie was, ik ontwikkelde enorme verlatingsangst en had vaak bonje op school. Toen ik groter werd, volgde het ene vriendje altijd het andere op. Testen wezen uit dat ik ADHD en borderline heb.
 

Ongepland zwanger

Op mijn achttiende werd ik ongepland zwanger, maar ik twijfelde niet of ik mijn kind zou houden. Mijn zoon was een extreme huilbaby. Dag en nacht was ik met hem bezig, hij sliep nooit langer dan een halfuur. Toen hij tweeënhalf was ging de relatie met zijn vader kapot, maar al snel had ik weer een nieuwe vriend, woonden we samen en was ik weer zwanger. Na de geboorte van mijn dochter stortte ik volledig in. Zij was een wonderkind, deed alles volgens het boekje. Ze huilde amper en sliep door.

Met mijn zoon ging het inmiddels ook wat beter, maar met mij niet. Ik raakte in een depressie, kwam amper mijn bed uit. Ik kon niet meer voor de kinderen zorgen en wilde dat ook niet. Ik heb ze nooit iets aangedaan, maar werd wel agressief tegenover mijn vriend. Ook die relatie liep op de klippen.

De kinderen waren lief en deden niets verkeerd, toch kon ik ze niet om me heen verdragen. Soms kon ik het al niet meer aan als ik wakker werd, dan belde ik mijn moeder of ze de kinderen kon komen halen. ‘Het wordt weer niets vandaag’, zei ik dan. Mijn moeder zag me afglijden en maakte zich zorgen. Ik reageerde kortaf en onaardig, er kon geen dankjewel vanaf. Ik weet zeker dat ze me dat kwalijk heeft genomen – en terecht – maar toch bleef ze voor mij en de kinderen klaarstaan.
 

'Dacht ik meteen weer: zie je wel'

Uit alle macht probeerde ik een goede moeder te zijn, maar ik was het niet. Ik lag altijd in bed, omdat ik moe was of hoofdpijn had. En als ik wel mijn bed uit kwam, sloeg ik op de vlucht. Gewoon thuis zijn, een beetje spelen en eten – ik kon het niet. Ik wilde niet alleen zijn met de kinderen, dan vloog de verantwoordelijkheid me aan. Ik voelde aan alle kanten dat het niet goed ging, maar ik liet niemand toe. Dag en nacht werd ik beheerst door negatieve gedachten. Stond ik een keer pannenkoeken te bakken, dacht ik meteen weer: zie je wel dat je een slechte moeder bent, je kookt niet eens fatsoenlijk.

Toen ik voelde dat ik het leven niet meer aankon, liet ik me vrijwillig in een ggz-instelling opnemen. Mijn moeder, mijn exen en hun moeders vingen de kinderen op. Ik moest zes weken lang vol aan de bak met therapie. Ondertussen voelde ik me schuldig. De kinderen waren nog maar vijf en twee. Ik had verteld dat ik heel moe was en een paar weken ging uitrusten. Voor zover ik me herinner stelden ze mij geen vragen. In mijn beleving vonden ze het bij hun oma’s fijner dan bij mij.
 

Lees ook
Esther werd na haar bevalling opgenomen op een psychiatrische afdeling >

 

Alles zwart of wit

Vol goede moed ging ik naar huis, maar eigenlijk ging het snel mis. De onrust in mijn hoofd was niet te doen. De kinderen zag ik in die tijd amper, die waren bij hun vader of oma’s. Alles was zwart of wit, een tussenweg was er niet. Ik sloeg helemaal door. Ik woonde tegenover een kroeg en was daar nachtenlang te vinden. Ik verslonsde mezelf en mijn huis, om daarna juist weer obsessief schoon te gaan maken. Nu weet ik dat ik niemand durfde te vertellen hoe ellendig ik me voelde.

Na nog een crisisopname van zes weken werd me verteld dat ik was uitbehandeld. De therapeuten konden niets meer voor me doen, omdat ik weigerde mee te werken. Het was voor mij op dat moment beter geweest als iemand vanuit de instelling had gezegd: ‘Nu ga je zitten en gaan we het erover hebben.’ Maar ik hoorde alleen dat ze niets met mij konden. Ik dacht: zie je wel, alles wat ik over mezelf denk is waar. Ik ben een slechte moeder, geen leuke vrouw, vriendin en dochter en het ergste is dat dit is wie ik ben en ik kan er niet aan worden geholpen. Dat was de druppel.
 

Afscheid

De gedachte om echt uit het leven te stappen speelde al weken door mijn hoofd. Afscheidsbrieven heb ik niet gemaakt, alles wat ik kwijt wilde stond in mijn dagboek dat ik vrij trouw bijhield. In een speciaal gouden schriftje noteerde ik details over mijn uitvaart.

Huilend schreef ik alles op, ik zag helemaal voor me hoe het zou moeten gaan. Ik wilde graag gecremeerd worden in een witte kist waar de kinderen met vingerverf hun handjes op hadden achtergelaten. Ook de muziek had ik al uitgekozen, Ain’t no sunshine van Bill Withers moest worden gedraaid. Hoe het verder zou moeten met de kinderen, schreef ik niet op. Het vangnet was goed, dat wist ik.
 

'Het is genoeg'

Elke dag zag ik als een gevecht. Heel af en toe zat er een goed moment tussen. De dag voor mijn poging was prachtig, ik heb samen met mijn zoon staan dansen in de regen. Op mijn laatste avond was hij bij me. Hij was zes, we hebben gekletst, geknuffeld en selfies gemaakt. Hij mocht extra lang opblijven van mij, pas laat legde ik hem in bed. Heel rustig en relaxed. Het was goed, ik was er klaar voor.

Ik heb geen idee hoe ik zelf die nacht heb geslapen, maar de volgende ochtend voelde ik me slecht. Ik wilde niet dat mijn zoon me zo zag, dus vroeg mijn ex om hem te komen halen. Die reageerde boos, maar kwam wel toen ik vertelde dat ik het niet veilig voor hem vond om bij me te zijn. Ik voelde me zo beroerd dat ik niet eens bewust afscheid heb genomen. Ik heb hem naar de auto gebracht en toen ik compleet overstuur terugliep naar de voordeur zag ik de overburen bezorgd voor het raam staan. Binnen heb ik alle medicijnen gepakt die ik in huis had. Binnen tien minuten had ik driehonderd pillen naar binnen gewerkt, handenvol tegelijk met een paar glazen water.

Eindelijk rust, was het enige wat ik dacht. Ik heb geen seconde getwijfeld, was ervan overtuigd dat iedereen om me heen beter af was zonder mij. Ergens wilde ik wel dat iemand wist wat ik had gedaan. Dus stuurde ik een goede vriend een appje met de tekst: ‘Het is genoeg’. En ik schreef waar mijn gouden schriftje lag. Daarna ben ik naar boven gelopen. Mijn hele lijf trilde toen ik op bed ging liggen. Dit gaat lukken, dacht ik nog. Wat zou hierna komen? En toen zakte ik weg.
 

112

Ik werd wakker van herrie in huis. Die goede vriend had meteen 112 gebeld, de politie had de voordeur ingetrapt en voor ik het wist zaten er twee ambulancebroeders op mijn bed die vroegen wat ik had ingenomen. Die broeders waren ontzettend lief voor me, tussen hen in ben ik naar de ambulance gebracht. De overburen stonden weer voor het raam. Ik besefte dat het niet gelukt was en dat vond ik op dat moment heel erg. Vanaf toen werd alles zwart.
 

'Ik leefde nog en moest er wat van gaan maken'

Achteraf heb ik veel nagedacht over mijn appje. Was mijn poging dan toch een schreeuw om aandacht? Ik heb er nog steeds geen antwoord op. Op dat moment wilde ik echt dood. Misschien wilde ik vooral iemand waarschuwen voor wat hij zou aantreffen in mijn huis. Op de intensive care kwam ik weer een beetje bij. Ik had mijn ogen nog niet open of een arts zei: ‘Als je dertig pillen meer had ingenomen, was het je wel gelukt.’ Heftig om te horen, maar de boodschap was duidelijk. Ik leefde nog en moest er wat van gaan maken. Ik had direct spijt van wat ik de mensen om me heen had aangedaan.

Ondertussen was de politie naar mijn moeder gereden, zij stond in tranen naast mijn bed. ‘Hoe kun je dit doen,’ vroeg ze me. ‘Je hebt twee kinderen.’ Ze had gelijk, natuurlijk had ze gelijk. Ik voelde me zo schuldig. Na twee dagen werd ik overgebracht naar de psychiatrische afdeling (PAAZ) van het ziekenhuis en pas toen zag ik de kinderen weer. Ik weet dat ze bij me zijn geweest, dat we knuffelden en kletsten. Veel ging langs me heen. Ik ben er nog niet over uit of ik ze ooit ga vertellen waarom ik in het ziekenhuis lag. Nu vind ik ze er nog veel te klein voor.

Twee weken later werd ik voor negen maanden opgenomen in een expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek. De kinderen hingen hun tekeningen in mijn kamer en pakten mijn koffer uit. Dit keer voelde ik me minder schuldig. Ik moest dit doen om mijn leven op de rit te krijgen. Zij werden weer opgevangen door hun vertrouwde clubje. Ik was weg en alleen met mezelf bezig, 24 uur per dag was ik aan het oefenen hoe ik me eigenlijk wilde gedragen. Heel langzaam ging het beter.
 

Al mijn geluk op één plaatje

Op dit moment kan ik het leven weer aan. Soms vind ik de dood nog wel aanlokkelijk, wat zou die rust lekker zijn. Maar dan weet ik dat ik moet zorgen dat ik die negatieve gedachte uit mijn hoofd krijg. Sinds twee jaar heb ik een nieuwe liefde, langzaamaan herstel ik de band met mijn kinderen. In mijn woonkamer staat een foto waarop ze samen staan te springen op het strand. Al mijn geluk op één plaatje.

Ik zie ze allebei een dag in de week en om het weekend. Het liefst zou ik ze elke dag zien, maar voor hen is dit nu stabiel en dat is het belangrijkst. Stel dat ik een terugval krijg? Vroeger had ik nooit de rust om samen een spelletje te spelen. Nu wel: we bakken koekjes, gaan naar de speeltuin of ze spelen gewoon lekker thuis. Een deel van hun leven heb ik gemist omdat ik zo met mezelf bezig was, nu kan ik pas echt hun moeder zijn.”
 

113 Zelfmoordpreventie
Heb je zelf hulp nodig, of denk je weleens over zelfmoord, dan is er een speciaal telefoonnummer waarop hulpverleners te bereiken zijn. Dat kan 24 uur per dag via de website van 113 Zelfmoordpreventie of via telefoonnummer 0900-0113.

 

Dit artikel staat in Kek Mama 13-2018.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Bankrekening Curaçao
Beeld: Pixabay

Sandra heeft drie jaar op Curaçao gewoond en heeft daar geleerd alles uit het leven te halen.

Sandra (40), getrouwd met Teun, twee dochters van 14 en 12, fulltime gastouder “Ik zie net op mijn telefoon dat een van de gastouderbureaus waarvoor ik werk, heeft betaald. Mooi, dan kunnen we vanavond uit eten. Dagelijks vang ik maximaal zes kinderen op: de jongste is een baby van drie maanden, de oudste een meisje van acht.

Alle kinderen zijn welkom, of ze nu gedragsproblemen hebben of niet. Als hun ouders minder te besteden hebben, vraag ik een kleinere vergoeding. Voor het geld moet je dit werk niet doen. Per maand verdien ik gemiddeld vijftienhonderd euro.
 

Kinderopvang-proof

Toen ik na de geboorte van mijn oudste dochter aan huis was gekluisterd vanwege bekkeninstabiliteit, begonnen vroegere collega’s hun kinderen bij mij te droppen. Ik kreeg zo veel energie van die kinderen, dat ik dacht: dan kan ik het net zo goed betaald gaan doen. Ik haalde de benodigde papieren en heb ons hele huis kinderopvang-proof gemaakt.

Onze dochters weten niet beter. Het zijn gemakkelijke en sociale meiden die gewend zijn alles te delen. Als het een drukke dag is geweest, biedt mijn jongste dochter vaak aan om te koken – ze bakt al een betere biefstuk dan ik. Ik heb er wel altijd voor gewaakt dat ze genoeg aandacht van mij krijgen. Jarenlang gingen we aan het eind van de dag met z’n drietjes in bad, en met de jongste doe ik dat nog steeds.
 

'We deinen mee op de golven'

We zijn vaak met zijn drieën. Mijn man is chef d’équipe bij de marine, en veel van huis. Het komt voor dat hij zondagavond terugkomt uit Den Helder en zegt: ‘Schat, ik ga drie maanden weg.’ Ik zeg altijd: we deinen mee op de golven. Vrouwen die geen nacht zonder man kunnen slapen, dat vind ik zo’n gezever. En dat een zeeman in ieder stadje een ander schatje heeft, is onzin. Teun en ik weten wat we aan elkaar hebben.

Als je dat wil verkloten met een stomme nacht met een ander, ben je dom bezig. Nee, ik vind het heerlijk zo veel alleen te zijn. Als hij terugkomt van een lange reis gaan we ’s avonds samen in de tuin zitten, onder het afdakje voor de winterhaard. Biertje en glaasje wijn erbij en dan uitgebreid bijpraten.
 

Lees ook
'Er komt nu echt een eind aan ons leven in Málaga' >

 

Drie jaar Curaçao

Het werk van mijn man heeft meer voordelen. Toen de meisjes vijf en acht waren, zijn we voor drie jaar naar Curaçao vertrokken. We kozen er bewust voor te midden van de lokale bevolking te wonen en niet tussen de Hollandse expats, en hebben er vrienden voor het leven gemaakt.

Met gemiddeld drieduizend euro per maand heeft Teun een modaal salaris, maar daar waren we met dat geld schatrijk. Onze tuinman woonde met elf andere familieleden in een piepkleine kunuku – een huisje volgestouwd met stapelbedden, zonder douche. Veel eilandbewoners moeten rondkomen van vijfhonderd euro. ‘We hebben geen geld, maar wel de blauwe zee en de barbecue’, zeggen ze vaak. Een tijd naar het buitenland kan ik iedereen aanraden, het leert je relativeren. Ik ben milder en relaxter teruggekeerd naar Nederland, laat me minder snel van mijn stuk brengen.
 

BRCA1

Van die levenshouding heb ik de afgelopen jaren veel plezier gehad. In mijn familie komt BRCA1 voor, de genmutatie die borstkanker of eierstokkanker kan veroorzaken. Na de geboorte van mijn tweede dochter heb ik me laten testen. Die timing was bewust, niet alleen omdat mijn gezin compleet was, ook omdat we als ik positief zou testen misschien geen hypotheek konden afsluiten, en ook geen levensverzekering. Ik testte inderdaad positief. De kans dat ik ooit kanker zou krijgen was tachtig procent.

Tien jaar lang werd ik elke zes maanden onderzocht en zat ik tien lange dagen in spanning over de uitslag. Toen drie jaar geleden mijn nichtje, moeder van twee jonge kinderen, overleed aan borstkanker, besloot ik een einde te maken aan die onzekerheid. Ik dacht: bepaalt dit gen wie ik ben? Bepaalt dat gen wat ik ga doen met de rest van mijn leven? Ik wilde de controle terug. Ik wilde mijn kinderen zien opgroeien. Genieten van het leven.
 

De impact van angst en onzekerheid

Ik zal nooit vergeten hoe heerlijk ik sliep, die eerste nacht nadat mijn eierstokken en borstweefsel waren verwijderd. Toen ik zo uitgeslapen wakker werd, realiseerde ik me pas echt hoeveel impact de angst en onzekerheid op mijn leven hebben gehad.

Ik heb het geluk dat Defensie ook goed voor de partners van hun werknemers zorgt, en ik via hen ben verzekerd. Wat niet wil zeggen dat de verzekeraar niet tegenstribbelt. Dat deden ze bijvoorbeeld bij mijn borstreconstructie; die wilden ze niet vergoeden omdat het om een cosmetische ingreep zou gaan. Wat ik ook krom vind: als zzp’er kan ik een arbeidsongeschiktheidsverzekering vergeten. Die is vanwege mijn medische geschiedenis onbetaalbaar.

Terwijl ik sinds de operaties net zoveel kans heb op kanker als jij. Maar zoals ik al zei: ik laat me niet meer gek maken. En richt me op wat ik kan betekenen: bijvoorbeeld door mee te werken aan alle mogelijke onderzoeken op het gebied van deze gen-mutatie, zodat onze dochters later niet hetzelfde lot hoeven te ondergaan.
 

'We zijn gezond en gelukkig, daar gaat het om'

Het enige waarvoor we sparen, is om de eventuele studies van onze kinderen te bekostigen en om Teuns pensioengat aan te vullen. Op de rekening voor onverwachte uitgaven staat altijd wel tweeduizend euro. Verder mag het geld gewoon op. Aan etentjes met vriendinnen. Weekendjes weg met zijn vieren. Een spontane wintersportvakantie die we eigenlijk niet kunnen betalen. Dan bijten we daarna maar weer even op een houtje. We zijn gezond en gelukkig, daar gaat het om.”
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

NASCHRIFT 

In dit interview vertelt Sandra dat een arbeidsongeschiktheidsverzekering vanwege haar medische voorgeschiedenis voor haar te kostbaar werd. Ter verduidelijking: wie een BRCA-mutatie heeft, kan zich bijna altijd tegen de normale voorwaarden verzekeren. Als je toch borstkanker of eierstokkanker hebt gekregen, is het wel mogelijk dat de je premie omhoog gaat. Meer informatie vind je op oncogen.nl, een platform voor mensen met kanker in de familie. 

 

​​​​​​​

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

slaapgebrek kort lontje
Beeld: Pixabay

Als je iemand wilt martelen moet je zorgen dat ie-niet slaapt: Nienke Blokhuis gelooft het meteen. Toen haar zoon maandenlang niet doorsliep was ze in staat een moord te plegen.

Ik kende ze, de verhalen over kinderen die hun ouders tot waanzin dreven door nachten achtereen niet te slapen. Ik had met ze te doen, maar was vooral heel erg blij dat het bij ons wel goed ging. Onze oudste zoon duikt van jongs af aan met plezier zijn bed in en slaapt door tot in de late ochtend.
 

Jullie zijn zulke relaxte ouders

“Jullie zijn ook zulke relaxte ouders, dat zie je terug in het kind hè”, hoorde ik vaak als ik vertelde dat we op dit vlak niets te klagen hadden. Dan antwoordde ik iets van: “Pfff nahh haha joe”, met een wegwerpgebaar en uiteraard een flinke toef valse bescheidenheid. Want natuurlijk klopten wij onszelf op de borst. Potdorie, dat hadden we maar goed gedaan.
 

Tweede zoon is vreselijk slechte slaper

En toen, ruim twee jaar later, kwam nummer twee. Een joekel van een kind met een flinke bos haar en grote donkere ogen. Mijn prachtzoon. Een dikke tevreden boeddha met een enorme eetlust en flinke stembanden, die hij gelukkig alleen gebruikte als het echt nodig was. We waren dik tevreden met onze nieuwe aanwinst.

Toen hij ’s nachts wat begon te spoken, susten we dat met het geruststellende: “Het zal wel weer een sprongetje zijn”. Totdat het zelfs niet meer binnen de brede marges van Oei, ik groei viel. En een dutje overdag voor mij niet meer voldoende was om bij te slapen. Het duurde even voordat ik toe kon geven dat mijn zoon een vreselijk slechte slaper was. En ik dus een oververmoeide moeder.
 

Slaaponderbreking is een martelmethode

Even voor de duidelijkheid: mijn zoon sliep wel, hij werd alleen steeds wakker. Bijna om het uur. Dan wilde hij mijn hand voelen, of even aan de borst en sliep na twintig minuten weer verder. Om na een uur weer wakker te worden voor nog zo’n sessie. Behalve als ik hem naast me liet liggen, onze voorhoofden tegen elkaar. Lief, maar voor mij een onmogelijke positie om weer in slaap te vallen.

Daarom legde ik hem uiteindelijk weer terug in zijn bedje, waar hij na een klein uurtje, jawel, weer wakker werd. En dat tot de vroege ochtend. Slaaponderbreking is een beproefde martelmethode, las ik ergens. Mensen kunnen er gek van worden, en ziek. Het raakt je namelijk in je diepste biologische functies die verantwoordelijk zijn voor je lijf en je verstand. En man, dat heb ik geweten. 
 

Een kort lontje met vies haar

Ik geef alvast één cliffhanger weg: mijn vriend is al die tijd bij mij gebleven. Een godswonder. Gek genoeg sliep hij altijd door het gehuil heen, waardoor hij mijn geraaskal waarschijnlijk nog redelijk op kon vangen. Ook leerde hij al snel niet meer tegen mij in te gaan als ik ’s ochtends de gebroken nachten evalueerde.

Soms durfde hij het aan ook een beetje te klagen als hijzelf iets van het gehuil had meegekregen. “Ik merk het toch wel aan mezelf hoor, dat gespook ’s nachts”, probeerde hij dan. “Je bent niet de enige die moe is.” In mij groeide dan een gloeiend hete bal die langzaam naar boven steeg. “Hoe bedoel je”, kreeg ik er nog net uit. “Ik zág je verdomme slapen, al die keren dat ik rechtop in bed zat.” Meestal liet hij het hierbij, een enkele keer sloot hij af met: “Maar dat hoef je nog niet op mij af te reageren”. Waarop ik gilde: “Dat zal wel, maar dat moet je me maar even gunnen!” Want ik was me er heus van bewust dat ik zowel fysiek als mentaal de slechtste versie van mijzelf was: een kort lontje met vies haar. En het ergste nog: zonder humor.
 

Hersencellen één voor één uitgeschakeld

Want hoe ik ook mijn best deed tijdens gesprekken op feestjes, altijd ging de clou langs me heen. Of antwoordde iemand, nadat ik het voor elkaar had gekregen een scherpe volzin te formuleren, dat die conclusie net ook al was getrokken.

Eén keer heb ik zes vergeefse pogingen gedaan het woord ‘manipulatief’ foutloos uit te spreken. De slapeloosheid schakelde mijn hersencellen één voor één uit totdat er maar een handjevol actief bleef. Die laatste dappere exemplaren leken alleen maar goed te zijn voor de meest noodzakelijke functies: eten, drinken, rechtop staan, lopen. En praten over slaap.
 

Lees ook
Vrolijke opvoedtantes Els en Do over slaapgebrek >

 

Als een suikerpatiënt

Want god, wat praatte ik graag over nachtrust. Als een suikerpatiënt die een slagroomtaart moet beschrijven, zo ging ik los over slaap. Vroeg iemand mij hoe het met me ging, dan begon ik over de nachten. Ondertussen zag ik overal mogelijkheden waar ik mijn hoofd even neer kon leggen.

Een etalage van een beddenwinkel was als een snoepwinkel. Let wel: niet alle slaapverhalen waren welkom. De anekdotes van een vriendin die na mij was bevallen van een dochtertje dat meteen doorsliep kon ik niet aanhoren. “We snappen er zelf ook niets van,” sloot ze haar succesverhaal steevast af, “maar vaak genoeg moeten we haar zelf ’s ochtends wakker maken.”
 

Dat het niet aan mij lag, stond nooit in zo'n lijstje

Daarna volgde een reeks tips die ik uiteraard zelf allang had uitgeprobeerd. Dat deed pijn. Want dat ik gewoon pech kon hebben, dat het niet aan mij lag, dat kwam nooit in zo’n lijstje voor. Nee, dan de moeders die in hetzelfde schuitje zaten. Ik pikte ze er meteen uit: zij die zich in een gesprek hardop afvragen waar ze het ook alweer over hadden, tijdens het luisteren ineens een glazige blik opzetten of op zoek zijn naar het mobieltje dat ze op dat moment in hun hand houden.
 

Jezelf en je gevoel voor humor kwijt

Toen ik een keer via Marktplaats bij iemand een wipstoeltje ging ophalen, zag ik het al toen ze de deur opendeed: de kleine oogjes, haar smoezelige yogabroek, de blik waaruit bleek dat ze even geen idee had waarvoor ik kwam. Toen ze in haar woonkamer vroeg voor wie het wipstoeltje was, begon ik automatisch over mijn nachten.

Als afgesproken viel ze me bij. Hoe onproductief ze al maanden is op haar werk. Hoe intens ze die collega haat wiens kinderen wél doorslapen. Samen bespraken we hoe irritant het is jezelf zo kwijt te zijn, en je gevoel voor humor. Hoe je relatie eronder lijdt en dat je partner echt geen recht van spreken heeft als hij wel slaapuren maakt. Later dan gepland fietste ik weer naar huis. Het motregende en het stoeltje gleed bij elke bocht van mijn stuur. Maar ik voelde me licht en fris. Ik zou bijna zeggen: uitgeslapen.
 

Dagelijks op jacht via Google

Eén hoofdstuk besprak ik niet met deze vrouw: die met oplossingen en adviezen. Want we wisten van elkaar dat we alles uit de kast hadden getrokken. De opmerking ‘laat je vriend het eens doen’ kon ik bijvoorbeeld niet meer horen. Ook al lag ik een verdieping lager of een huis verder, door mijn verstoorde nachtritme werd ik alsnog minimaal vier keer wakker.

Wel googlede ik dagelijks nieuwe slaapmethodes. Las ik iets over de heilzame werking van wollen rompers, dan stond ik al in een antroposofische kinderwinkel een loeiduur exemplaar af te rekenen. Ik gaf mijn zoon papflessen voor de nacht omdat een volle maag hem in slaap zou houden, bakerde in en weer uit, vermeed op krampachtige wijze oogcontact als ik hem op bed legde (en bad dat hij hier geen sociale stoornis aan zou overhouden), zong liedjes, speelde muziekdoosjes af, probeerde een verduisteringsgordijn en nachtlampjes, liet hem huilen of bleef sussen. Maar het hielp allemaal niets.
 

Ik flipte de pan uit

Toen mijn schoonmoeder begon over een aanschuifbedje, werd dat vanzelfsprekend mijn nieuwe missie. Op Marktplaats vond ik een perfect exemplaar. Meteen maakte ik een afspraak: zaterdag zou ik het ding ophalen. Ik was in een jubelstemming, zag voor me hoe mijn zoon intens tevreden in zo’n bedje lag, naast mij, zijn ronkende moeder. O jongens, dacht ik. Vanaf zaterdag slapen we weer. Alles komt goed.

Totdat op vrijdag een berichtje van verkoopster Chantal binnenkwam. Met een lullig ‘sorry’ kondigde ze aan dat ze het wiegje net had verkocht aan iemand die het eerder kon ophalen.Het was als het moment in een real life-soap waarop de voice-over zegt dat er ‘iets in haar knapte’. Ik flipte de pan uit. Ik overwoog Marktplaats te mailen om deze vrouw aan te geven. Ik gilde naar mijn vriend dat dit toch zeker niet normaal is. Dat dat hele Marktplaats toch zeker nergens op slaat als dit soort mensen eraan meedoen.

Wat mijn antwoord aan haar is geweest weet ik niet meer. Ik durf het niet op te zoeken. Maar het voelde wel heel fijn om eindelijk eens iemand volledig de schuld te geven van alle misère. Om de hele baggerse zooi bij deze volstrekt onbekende vrouw uit te storten. Ontremming, noemen ze dat in de psychologie. Knettergek, moet Chantal gedacht hebben. 
 

Eén voor één knipten ze weer aan

Dat aanschuifbedje is er nooit gekomen. Rond diezelfde periode bouwde ik de borstvoeding af en ging er meer flesvoeding in. Of misschien was het het weer, die nieuwe slaapzak, de stand van de maan. Het kan me niet schelen: hij sliep.

Ik heb nog weken moeten herstellen van zijn Guantanamo Bay-regime en werd iedere nacht vier keer wakker. Maar toen was-ie daar. Die hele nacht slaap. En nog één. Eén voor één knipten mijn hersencellen weer aan als kerstlampjes, ik kreeg weer zin in jurken en lipstick, etentjes, feestjes. Ineens was mijn vriend weer leuk en kwam ik eindelijk toe aan alle dingen die ik in die maanden had willen doen. Bijna alle dingen dan. Ik moet Chantal nog steeds een excuusmailtje sturen.
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >