postnatale depressie
Beeld: Pixabay

De roze wolk van Josine (32) is sinds ze moeder is alleen nog maar zwart geweest. Al ziet ze steeds vaker de zon weer schijnen.

“‘Het zijn gewoon kraamtranen, Jos’, zei mijn moeder toen Jeppe vijf dagen was, en ik alleen nog maar met de dekens over mijn hoofd in het niets wilde verdwijnen. ‘Kraamtranen amehoela’, dacht ik. Want ik wist ondertussen wel beter: ik voelde me al maanden vreselijk.
 

More content below the advertising

‘Ik hoopte dat de bevalling niet door zou gaan’

Ik wilde niets liever dan zwanger worden. Dolblij waren mijn man en ik dan ook dat het ons meteen gegund was. Als ik ooit een roze wolk heb ervaren, dan was het toen. Ik had mijn kind in mijn buik: de rest van de wereld kon wat mij betreft neervallen.

Toen ik zeven maanden zwanger was, veranderde er opeens iets. Ik begon tegen de komst van de baby op te zien. De twijfel sloeg toe: wilde ik dit wel? Niet dat er nog een weg terug was, en misschien was dat besef wel wat me uiteindelijk nekte: ik zat vast. ‘Onzekerheden horen erbij’, las ik in boeken en op internetfora. Wat ik voelde was alleen wel wat ernstiger dan dat, maar dat deelde ik met niemand.

Elke dag dat de uitgerekende datum dichterbij kwam, dacht ik: ‘Laat hem in godsnaam zo lang mogelijk blijven zitten; ik ben er nog niet aan toe.’ En toen Jeppe al een week overtijd was, hoopte ik ergens dat die hele bevalling misschien wel nooit meer door zou gaan.
 

Met hechtingen aan het kolfapparaat

Op de dag dat ik ingeleid zou worden, braken spontaan mijn vliezen. Ik beviel thuis, precies zoals ik wilde. Ik voelde me volkomen rustig, kon de bevalling heel goed aan. Er waren wel wat complicaties; Jeppe was een grote baby, en ik had geen persdrang. Na anderhalf uur persen op eigen kracht, werd hij met twee knippen en een flinke scheur letterlijk de wereld in gelanceerd.

Mijn man was in tranen van geluk. Ik was alleen maar met de stomheid geslagen. Ik wachtte op dat overweldigende gevoel van liefde. Zorgdrang. Maar er kwam niks. Ja, een ziekenhuisopname, gescheiden van mijn zoon. Ik moest geopereerd worden aan een totaalruptuur; Jeppe naar de kinderafdeling omdat zijn ademhaling niet helemaal lekker liep.

De borstvoeding kwam natuurlijk voor geen meter op gang. Met ziljoen hechtingen zat ik hele dagen aan de kolf gekluisterd op mijn ziekenhuisbed. Jeppe wilde de tepel niet pakken; hij had het veel te benauwd. ‘Flesvoeding is ook heel goed, hè’, probeerde de verpleging, die me zag worstelen. Maar daar wilde ik niks van weten. Ik had voor een kind gekozen, dan moest ik hem het beste geven ook.
 

‘Moeder? Wie, ík?’

Vreselijk vond ik die dagen in het ziekenhuis. Zes keer per dag in de rolstoel naar hem toe, uitgeput van alle vergeefse pogingen om Jeppe aan de borst te krijgen. Mijn man kwam drie keer per dag op visite en las via de telefoon alle felicitaties voor. Maar het was net of ze niet over mij gingen.

Wanneer Jeppe weer eens ontroostbaar was – en dat was vaak - belde de kinderafdeling naar de kraamafdeling: “Jeppe wil zijn moeder.” ‘Moeder?’, vroeg ik me dan af – om me met een schok te realiseren: ‘O wacht, dat ben ik.’ Er waren momenten dat ik dacht: ‘Misschien redt hij het wel niet. Dan is alles weer normaal.’ Maar dan schrok ik me tegelijk een ongeluk, want dat wilde ik natuurlijk óók weer niet. Al was dat misschien meer omdat je zoiets nu eenmaal niet mag denken.

Na vijf dagen mochten Jeppe en ik samen naar huis. Mijn ouders en schoonouders wachtten ons op met champagne en taart. ‘Nu kan het genieten beginnen’, straalde mijn moeder. Maar ik kon alleen maar mijn tranen wegslikken, gespannen wachtend op het moment dat Jeppe zich weer zou aandienen. Voor aandacht, een knuffel, of iets anders wat ik hem met mijn hoofd wel wilde geven, maar waar mijn hart maar niet in volgde. Ik wilde dat ik wakker zou worden en dit hele leven met baby een droom bleek. Vluchten. Maar dan hoorde ik het krakende huiltje van Jeppe, en besefte ik dat mijn leven er voorgoed zo uit zou zien.
 

‘Hoe rotter ik me voelde, hoe dichter ik op hem zat’

Pure stress, voelde ik. Wanhoop en zelfs blinde paniek. Maandenlang. Bij elke kik die Jeppe gaf, dacht ik: ‘Ga weg, ik wíl dit niet.’ Na tien dagen fulltime kolven kreeg Jeppe qua drinken wel opeens de slag te pakken. ‘Misschien wordt het nu beter’, hoopte ik. Maar de druk werd alleen maar groter; nu hij de melk rechtstreeks uit mij dronk, was hij nóg afhankelijker van me. Ik had het gevoel dat mijn leven was gestopt en ik alleen maar topsport aan het bedrijven was, zeven dagen per week, vierentwintig uur per dag. En dan ook nog eens een sport die ik verschrikkelijk vond.

Het stomme is – maar dat zie ik nu pas – dat ik Jeppe geen minuut uit handen gaf. Hoe rotter ik me voelde, hoe dichter ik op hem ging zitten. ‘Ik móet een goede moeder zijn’, dacht ik. Dat ik me niet goed vóelde was één ding; daar hoefde die hulpeloze, onschuldige baby niet onder te lijden. Jeppe huilde wel veel. Logisch, want die voelde me natuurlijk feilloos aan. Mijn man zat ondertussen vijf dagen per week met een gerust hart op zijn werk, ervan overtuigd dat zijn kind in de handen was van de beste moeder ter wereld. Dat ik de uren telde tot hij thuiskwam, vertelde ik niet.

 

Lees ook:
Esther werd na haar bevalling opgenomen op een psychiatrische afdeling >

 

Postnatale depressie buiten de boekjes

Toen ik na zeven maanden weer ging werken en met die tijd voor mezelf langzaam een beetje opkrabbelde, vertelde ik mijn verhaal aan de huisarts. Zij stelde een postnatale depressie vast. Niet eentje volgens de boekjes, want volgens haar steekt zo’n depressie doorgaans pas de kop op als je al maanden bevallen bent. Het feit dat ik in mijn verleden al met depressies had geworsteld, in combinatie met mijn bevallingsverhaal, lieten alleen weinig ruimte aan iets anders.

Ik wilde geen antidepressiva, in verband met de borstvoeding. Wel regelde ik drie dagen opvang voor Jeppe. Twee tijdens mijn werkdagen, en één om tijd voor mezelf te hebben. Maandenlang lééfde ik voor die dagen. Dan kon ik weer ademen, en voelde ik me een heel klein beetje mezelf. Stapje voor stapje groeide ik meer naar Jeppe toe. Dan betrapte ik mezelf er opeens op dat ik heel hard met hem zat te lachen, tijdens het spelen. Voelde ik kriebels in mijn buik, wanneer ik met hem knuffelde. Of haalde ik hem spontaan een uurtje eerder uit de crèche – gewoon omdat ik hem miste.
 

‘Liefde kun je leren’

Volgende maand wordt Jeppe twee, en onze band durf ik eindelijk onverwoestbaar te noemen. Hij is een gigantisch moederskind; van zijn vader accepteert hij weinig. Doordat ik zo lang zó dicht op hem heb gezeten waarschijnlijk, maar bovenal omdat we zo hard voor elkaar hebben gevochten, denk ik. Ik verheug me op onze vakantie als gezin, en geniet met volle teugen van mijn vrije dagen met hem. Liefde kun je leren, zo blijkt. En nu ik die liefde eindelijk ken, durf ik zelfs aan een tweede kind te denken. Ik weet dat een depressie een chemische disbalans is die je zelf niet in de hand hebt, en dat het risico met mijn aanleg altijd op de loer ligt. Maar knappe depressie die is opgewassen tegen dit ijzersterke, prachtige gevoel dat ik eindelijk in me draag.”
 

Campagne

Onlangs startte de overheid een campagne om postnatale depressies uit de taboesfeer te halen. Aanleiding was de uitkomst van een onderzoek in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, dat aantoont dat jaarlijks 23 duizend vrouwen een postnatale depressie ontwikkelen. Een derde van hen bespreekt dat niet, zelfs niet met haar eigen partner. Schaamte zou daar de voornaamste reden voor zijn; als jonge moeder ‘hoor’ je nu eenmaal op een roze wolk te zitten. Ook herkennen niet alle vrouwen de symptomen, omdat een deel daarvan overlapt met wat iedere moeder weleens voelt: moeheid en lusteloosheid. Nog niet de helft van de vrouwen met depressieve gevoelens zoekt hulp bij een psycholoog of psychiater.

Twijfel je zelf over je depressieve gevoelens? Op de website van de POP-Poli van het Onze Lieve Vrouwen Gasthuis in Amsterdam staat een vragenlijst die inzicht kan geven.

 

Dit artikel is al een keer eerder gepubliceerd.
 

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

amper bevallen weer zwanger
Beeld: Shutterstock

Een verrassing of een bewuste poging om snel uit de luiers te zijn; deze vrouwen werden na hun bevalling binnen een half jaar weer zwanger.

‘Zwanger zijn met een baby thuis is heel andere koek’

Anna (31), single moeder van Joy (3) en Sterre (2): “Ik wilde eigenlijk al moeder worden toen ik tweeëntwintig was. Ik kwam de vader van mijn kinderen alleen pas tegen op mijn zesentwintigste. We waren ruim een jaar samen toen ik, heel bewust, zwanger raakte van Joy. Mijn zwangerschap, de bevalling, de kraamtijd; ze gingen van een leien dakje. Ik was geboren voor het moederschap, vond ik, dus kozen we al na drie maanden heel bewust voor een tweede kindje. Het leek me ideaal: hoe sneller je je kinderen krijgt, hoe sneller je ook door de pittigste, jongste jaren heen bent, dacht ik. Het was meteen raak. Meiden van zwangerschapsyoga wisten niet wat ze hoorden: was ik überhaupt al ongesteld dan? Maar dat werkte bij mij allemaal meteen de maand na de bevalling al.

More content below the advertising

Joy en Sterre schelen iets meer dan een jaar. Ik heb nooit spijt gehad van die beslissing, al herstelde ik na de bevalling van Sterre stukken langzamer dan na Joy. Ik heb nog steeds het gevoel dat mijn rug en bekkenbodem moeten aansterken. En zwanger zijn met een baby in huis, is echt heel andere koek dan wanneer je nog alleen bent met je partner. Ik was geslóópt. Toen Sterre vier maanden was, had mijn vriend een ander. Ik ben dus blij dat we zo snel voor een tweede zijn gegaan; nu heeft Joy tenminste een zusje van dezelfde vader.”
 

‘Borstvoeding geven is geen anticonceptie’

Jacobien (36), getrouwd met Jacques en moeder van Annerieke (4) en Samuël (3): “Natuurlijk wist ik wel dat borstvoeding geven geen voorbehoedsmiddel is. Dat je nooit weet wanneer je eerste eisprong na de bevalling is en dus vruchtbaar bent voordat je het door hebt. Maar ik was nog maar vijf maanden geleden bevallen, ik voedde zeker tien keer per dag, zo’n vaart zou het heus niet lopen, dacht ik. Bovendien: Jacques en ik vreeën amper. Maar één keer is genoeg om zwanger te raken.

Het had drie jaar geduurd voordat ik zwanger raakte van Annerieke. Ik ovuleerde heel onregelmatig en werd vaak maandenlang niet ongesteld. Dus toen ik zeven maanden na mijn bevalling nog niet ongesteld was, dacht ik daar niks van; hartstikke normaal, beaamde de huisarts. Maar mijn lichaam voelde anders en Annerieke leek mijn melk niet meer lekker te vinden. Misschien gewoon een sprongetje, dacht ik, en dat gekke gevoel hoorde vast bij het ontzwangeren. Tot ik, zonder er echt bij na te denken, op een middag toch maar over een overgebleven zwangerschapstest uit het badkamerkastje plaste. Ik bleek hartstikke zwanger.

De schok duurde precies een minuut en toen schreeuwde ik het uit van blijdschap. Jacques kwam meteen naar huis. Spontaan zwanger, zonder jarenlang maandelijkse teleurstellingen dat het weer niet was gelukt. We waren zo gelukkig!

Het is pittig, een leeftijdsverschil van slechts veertien maanden tussen mijn kinderen. Ze zaten tegelijk in de luiers, ik had een duo-wandelwagen nodig, er was er altijd wel eentje bezig met tanden krijgen, leren lopen, alles in de mond stoppen. Maar als ik kijk hoe leuk ze samen spelen, omdat ze qua ontwikkeling ook dicht op elkaar zitten, kan ik me geen groter geluk bedenken.”
 

Lees ook
Moeder over haar tweede kind: 'Jij bent geen 'toevoeging', maar het deel dat ontbrak' >
 

‘We hadden niet verwacht dat het zó snel zou lukken’

Monique (30), woont samen met Gerard, is moeder van Puck (10 maanden) en 6 maanden zwanger van haar tweede kind: “Vier maanden was Puck, toen ik een positieve zwangerschapstest in mijn handen hield. Ik wist dat het kon gebeuren, ik gebruikte geen anticonceptie. ‘Als het komt, dan komt het’, zeiden Gerard en ik tegen elkaar. We zaten nu toch in het babygebeuren, dan konden we er net zo goed vol in duiken. Maar geen van ons had verwacht dat het zó snel zou gebeuren. Ik merkte het doordat kolven niet meer lukte, en Puck ook steeds minder voldaan leek na een voeding. Gelukkig was ze net begonnen aan haar eerste hapjes.

Wat ik jammer vind, is dat Puck nog te jong is om iets te begrijpen van mijn zwangerschap, en het feit dat ze een zus wordt. En krijgt, trouwens: het is weer een meisje. Maar ik verheug me nu al op twee giechelende meiden in huis, die door hun dertien maanden leeftijdsverschil hopelijk de beste vriendinnen worden. Al realiseer ik me dat ze waarschijnlijk dus óók tegelijkertijd gaan puberen.”
 

‘We kregen nog kraamvisite toen ik alweer zwanger bleek’

Simla (28), getrouwd met Rakish en moeder van Liam (1) en Rodney (bijna 1): “Mijn zus vroeg zich vooral af hoe ik zo snel na mijn bevalling alweer aan seks kon denken, toen ik drieënhalve maand na mijn bevalling vertelde dat ik vermoedde dat ik weer zwanger was. Ik dacht alleen maar: hoe gaan we al die luiers betalen? Rodney was niet helemaal de planning. Natuurlijk had de verloskundige wel verteld dat je gewoon weer zwanger kunt raken na je bevalling. Maar ik dacht gewoon niet dat het zou gebeuren.

We kregen nog kraamvisite voor Liam, toen ik de potten van Moeders voor Moeders alweer in het toilet had staan. Echt blij was ik niet; hoe moest ik dit in hemelsnaam voor elkaar boksen, twee baby’s? Maar toen ik de twintigwekenecho zag, was ik verkocht. Rakish was meteen al blij, voor hem waren mijn snelle zwangerschappen een toonbeeld van zijn mannelijkheid. En alsof het zo moest zijn: Rodney is een droombaby, heel anders dan Liam, die tot hij één was veel huilde. Stiekem denken Rakish en ik over een derde. Over een jaar. Drie baby’s in twee jaar is me net iets teveel van het goede.”

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

zwanger-worden-stoppen-met-de-pil

Stoppen met de pil is vaak de eerste stap die je neemt als je zwanger wilt worden. Maar hoe kan je 'ontpillen' het beste aanpakken? Wat gebeurt er vervolgens met je lijf? Én, misschien wel het belangrijkste: hoe snel ben je vruchtbaar?

Wij beantwoorden de meest gestelde vragen.

More content below the advertising

 

Wat gebeurt er met je lichaam als je stopt?

Door de kunstmatige hormonen in de pil vindt er geen eisprong en (nagenoeg) geen opbouw van het baarmoederslijmvlies plaats, wat normaal wel zou gebeuren zodat een bevruchte eicel zich kan nestelen. Ook wordt het slijmvlies in de baarmoeder minder toegankelijk voor de spermacellen. Op deze drie manieren probeert de pil te zorgen dat je niet zwanger wordt.

Vanaf het moment dat je stopt met de pil, krijgt je lichaam geen kunstmatige hormonen meer binnen waardoor je hormoonhuishouding verandert: langzaam kom je natuurlijke cyclus weer op gang. Al duurt dat bij de een wat langer dan bij de ander - waar de een binnen vier weken alweer ongesteld is, kan daar bij een ander wel een jaar overheen gaan.

 

Lees ook
Menstruatiekwaaltjes: zo kun je ze verzachten >

 

Wanneer kun je stoppen met de pil?

Op elk moment, maar toch is het advies om de strip af te maken. Pas op de dag dat je aan een nieuwe strip zou beginnen, maakt je lijf zich op om de natuurlijke cyclus over te nemen.

 

Wat zijn de (mogelijke) bijwerkingen?

Door het stoppen met de pil wordt je hormoonhuishouding even op z'n kop gegooid en dat kan - hoeft niet - zorgen voor bijwerkingen. Voorbeelden hiervan zijn: 

  • Hoofdpijn
  • Buikpijn
  • Misselijkheid
  • Puistjes
  • Veranderingen in het gewicht
  • Pijnlijke borsten
  • Stemmingswisselingen
  • Onregelmatige menstruatie

 

Vanaf wanneer ben je vruchtbaar? 

Zodra je stopt met de pil ben je niet meer beschermd tegen een zwangerschap. Vanaf die eerste ‘echte’ ongesteldheid zou er dus ook een eisprong moeten zijn en kun je in principe zwanger raken. Wel goed om te weten: zeker na langdurig pilgebruik is je systeem een beetje in de war en kan het een tijdje duren voordat je lijf alles weer op de rit heeft. Maak je je zorgen of ben je na een paar maanden nog niet ongesteld? Ga dan even langs bij je huisarts.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >