brand in huis

Die brandverzekering betaal je elk jaar weer trouw, maar er echt bij stilstaan dat je huis in vlammen op zou kunnen gaan doe je niet. Totdat het wél gebeurt, natuurlijk.

Sandra Bast (44, trainer/coach) is moeder van zoon Alex (9) en dochter Gerjanne (6). Ze is getrouwd met Gert (50).

Article continues after the ad

“Zes jaar geleden was ik ’s avonds honderd kilometer verderop aan het werk toen er thuis brand uitbrak in de keuken. Mijn man Gert had de kinderen net op bed gelegd en plotseling ging de rookmelder af. Een geluk bij een ongeluk. Omdat de melder altijd piepte als we aan het koken waren, stond hij standaard uit. Toevallig had ik hem vlak voor de brand tijdens het schoonmaken weer aangezet. Het gaf me toch een onveilig gevoel dat hij het niet deed.

Toen ik die avond rond elf uur klaar was met mijn werk, zag ik een heleboel gemiste oproepen van Gert. Ik wist meteen dat er iets aan de hand was. Normaal belde hij nooit, laat staan meerdere keren achter elkaar. Ongerust belde ik hem terug. Hij zei dat ik niet moest schrikken, maar dat we brand hadden gehad. Alles was onder controle, maar als het tien minuten langer had geduurd, hadden we geen kinderen meer gehad. Door de luchtige manier waarop hij het zei, dacht ik in eerste instantie dat het allemaal wel meeviel. Totdat op de terugweg in één keer bij mij het besef kwam. ‘Het had niet tien minuten langer moeten duren, want dan hadden we geen kinderen meer gehad.’ Die zin bleef maar door mijn hoofd spoken.
 

Fikse brand

Anderhalf uur later kwam ik thuis. Gert lag al op bed en de doordringende brandlucht bereikte direct mijn neus. Verward liep ik naar de keuken. Die was weliswaar zwart, maar toch dacht ik: is dit het? Gert kwam naar beneden en vertelde dat een pan vlam had gevat. Mijn schoonmoeder had die dag voor ons gekookt en blijkbaar wilde ze na het eten de vetlaag in de pan loskoken om hem daarna af te wassen. Ze was alleen vergeten het vuur weer uit te doen en zo ontstond er dus een fikse brand. Volgens Gert waren de vlammen zo hoog dat ze al aan het plafond likten. Het gasfornuis was helemaal zwart en ook de bovenkastjes waren in een rap tempo weggesmolten.

Nadat Gert vliegensvlug de brand had gedoofd, kwam er dezelfde avond nog een brandschade-expert langs. Hij zei dat Gert net op tijd was geweest. Aan de roetplekken op het plafond te zien, hadden de vlammen binnen tien minuten de bovenverdieping bereikt. En de kinderen hadden dan geen schijn van kans gemaakt. Het was vreselijk om te horen.
 

Ongedeerd

De volgende ochtend kon ik goed zien wat voor schade de brand had aangericht. Alles wat in de woonkamer stond, was door de rook en zware roet enorm beschadigd. Van de spullen van de kinderen was weinig over. Het boxkleed, knuffels, speelgoed; het moest allemaal weg. Daar zat mijn bijna eenjarige dochter dan in een kale box in een lege woonkamer. Terwijl ik het in mij opnam, werd ik emotioneel. Het was een grote opluchting dat de kinderen ongedeerd waren gebleven, maar hun spulletjes lagen wel allemaal zwartgeblakerd op een grote hoop. Als moeder deed dat iets met me. Ik voelde me echt zwaar onthand.

Gelukkig hadden de kinderen er weinig van meegekregen. Doordat ze die avond in bed lagen, hadden ze niet eens doorgehad dat er iets aan de hand was. Gert en ik zijn daarentegen veel alerter geworden. Na de brand lieten we een nieuwe keuken plaatsen. Een pan laat ik sindsdien nooit meer onbeheerd op een laag vuur staan. Ik neem het mijn schoonmoeder trouwens absoluut niet kwalijk, het had iedereen kunnen overkomen. Koken zal voor ons alleen nooit meer hetzelfde zijn.”
 

Geen hand voor ogen zien

Hagar Prins (39, communicatiemedewerker) is getrouwd met Erik (40). Ze hebben samen een zoon, Nathan (5).

“Achteraf denk ik echt dat we een engel op onze schouders hebben gehad. We lagen die avond, twee jaar geleden, al in bed toen een voorbijganger zag dat we brand hadden. Nadat hij de brandweer had gebeld, klopte hij op de ramen van onze net opgeknapte woonboerderij. Waarschijnlijk sloegen onze honden hierop aan, want ik werd wakker van hun geblaf. Op dat moment hoorde ik ook ons brandalarm afgaan.

Van de schrik zat ik direct rechtop in bed. Vervolgens schreeuwde ik mijn man Erik wakker. We sliepen op de begane grond en zonder erbij na te denken renden we naar de woonkamer waar het gepiep van het brandalarm vandaan kwam. Daar hing al zo veel rook, we zagen geen hand meer voor ogen.

Ondertussen blaften onze honden alles bij elkaar. Toen ik langs onze houtkachel liep, hoorde ik het vuur door de pijp razen. Op dat moment wist ik het nog niet, maar later hoorden we dat daar de brand was begonnen. Onze houtkachel bleek verkeerd geïnstalleerd te zijn.
 

Verlamd

Met mijn hart in mijn keel rende ik naar boven, naar de slaapkamer van ons zoontje. De brand was zo hevig, de rook had inmiddels ook de overloop bereikt. Razendsnel tilde ik Nathan uit zijn bedje. Ik rende met hem naar de trap, maar plotseling verlamden mijn benen. In paniek riep ik mijn man. Hij nam Nathan over en tot mijn grote opluchting lukte het me toen wel om de trap af te komen.

Terwijl we onze monden bedekten tegen de zware rook, renden we naar het huis van mijn schoonmoeder. Zij woonde in de woning naast ons en schrok zich kapot. Met Nathan in mijn armen keek ik in pyjama hulpeloos toe hoe mijn man in en uit ons huis rende om onze laptops, autosleutels en paspoorten te redden. Ook onze honden had hij al in veiligheid gebracht. Het was echt minutenwerk. De bovenverdieping ging in no time in vlammen op. Stel je voor dat we iets later waren geweest…
 

Weg

Helaas kon de brandweer niks meer redden. De brand was te heftig en verwoestte onze hele woning. Het huis van mijn schoonmoeder ontsprong de dans. Na een aantal uur blussen was de brand eindelijk onder controle. Die nacht sliepen we met z’n drietjes in een bed & breakfast-huisje van onze buren. Het was een onrustige en korte nacht, maar Nathan leek er niet veel van te hebben meegekregen. Hij was ook nog maar twee. Om hem tijdens de brand af te leiden, was ik al snel met hem in de auto gaan zitten om YouTube-filmpjes te kijken.

Het enige waar ik in bed aan kon denken was aan hoeveel geluk we hadden gehad. Ja, we waren alles kwijt, maar we hadden in elk geval elkaar nog. En daar was ik heel dankbaar voor.
 

Tijdelijke woonunit

Als tijdelijk verblijf regelden we een woonunit die we in het weiland naast ons oude huis mochten zetten. Hoewel het in het begin een beetje gek was om steeds onze uitgebrande woning te zien, wenden we er ook snel aan. Met hulp van familie, vrienden en onze kerk kleedden we onze woonunit aan. Ook ontvingen we van de verzekering geld om nieuwe spullen en kleding te kopen. Daarnaast werd er een groot bedrag uitgekeerd om ons huis opnieuw op te bouwen. Al met al heeft dat anderhalf jaar geduurd.

In ons huidige huis hebben we geen houtkachel; daar beginnen we niet meer aan. Boos op het installatiebedrijf ben ik echter nooit geweest. De dankbaarheid dat wij er nog zijn overheerste direct na de brand. Het klinkt misschien cliché, maar ik geniet nu nog veel meer van de kleine dingen in het leven. Het kan in één keer over zijn.”
 

Lees ook
Deze moeder kan net rondkomen: 'Ik heb een Excelsheet waarin ik alle uitgaven en inkomsten bijhoud' >

 

Kwijt

Carolien Beenhakker (34, huishoudhulp) is moeder van dochter Linsey (12) en zoon Levi (9). Ze heeft een relatie met Giel.

“Het allerergste vind ik de spulletjes van mijn kinderen uit hun babytijd. Foto’s, echoboekjes, eerste pakjes, schoentjes. Ook het babyboek dat mijn moeder acht jaar voor haar overlijden voor mijn dochter had geborduurd: het is allemaal weg. Door een grote brand op nieuwsjaardag 2020 ben ik alles verloren en ik heb er nog steeds verdriet van.

Het nieuws ging die 1 januari als een lopend vuurtje – hoe toepasselijk – door onze buurt: er was een brand uitgebroken in een bedrijf en het woedde flink. Toevallig woonde ik er precies tegenover. Samen met mijn kinderen was ik twee jaar daarvoor ingetrokken bij mijn huidige vriend, Giel.

Omdat er op dat moment nog niet genoeg ruimte voor alle spullen van mij en de kinderen was en we binnenkort zouden gaan verbouwen, sloeg ik een groot deel op bij een opslagbedrijf, waaronder heel veel speelgoed. Dat leek mij een goed alternatief. Bovendien was het vlakbij, dus ik kon er altijd bij als dat nodig was. Ik had alleen geen rekening gehouden met een brand. En al helemaal niet met zo’n grote als waar ik die nieuwsjaardag mee werd geconfronteerd…
 

Overgeslagen

Met mijn vriend nam ik een kijkje bij het brandende bedrijf. Het was duidelijk te zien dat het vuur een enorme ravage aanrichtte. Maar wat mij zorgen baarde, was dat het pand naast de opslagruimte stond waar ik mijn spullen bewaarde. Wat als de brand oversloeg? Volgens een politieagent ter plaatse hoefde ik me geen zorgen te maken. Het gebouw ernaast zou aan de buitenkant goed nat worden gehouden.

Nog geen tien minuten later stond het opslagbedrijf alsnog in de fik. Ik zag het gebeuren, het was niet tegen te houden. Voordat ik het wist, brandde alles af. Vol ongeloof keek ik ernaar. En zonder dat ik er erg in had begon ik te gillen. Omstanders keken me vreemd aan en iemand naast me vroeg zelfs waar ik me zo druk om maakte. Een bank en een wasmachine kon ik zo weer nieuw kopen, toch? ‘Had ik dat daar inderdaad maar staan’, antwoordde ik gestrest.

Ondertussen dacht ik aan mijn moeder. Ze overleed in 2017 en naast haar eigenhandig gemaakte babyboek had ik ook nog andere persoonlijke dingen van haar opgeslagen. Alleen al de gedachte dat dat allemaal vernietigd werd maakte me misselijk. Aangeslagen ging ik met Giel terug naar huis. Voor de brand hoefden we niet te blijven, die konden we vanuit ons huis ook zien. Bovendien kon ik niks doen. Het was echt: ik stond erbij en ik keek ernaar. En dat was zo’n naar gevoel.
 

Emotionele waarde

‘Gelukkig’ had ik een brandverzekering via het opslagbedrijf afgesloten. Ik weet nog dat ik daar erg om moest lachen toen ik de opslagruimte huurde. Ik bedoel: hoe groot was de kans nou dat dit zou gebeuren? Volgens de medewerker die met mij het contract doorliep, was het gebouw heel goed beveiligd tegen een brand. Ik liep dus bijna geen risico. Nou, mooi niet dus.

In totaal kreeg ik 5000 euro uitgekeerd. Leuk, maar ik kon er mijn emotioneel waardevolle spullen niet mee terug kopen. Als ik er nu aan denk, doet het nog steeds pijn. Ook de kinderen hebben er nog lang verdriet van gehad. Het waren vooral hun spullen die weg waren. Daarom sta ik er liever niet te veel bij stil en probeer ik alles te relativeren. Het is enorm balen wat er is gebeurd, maar ik ben elke dag heel blij dat het niet om ons persoonlijk ging. Wij hebben elkaar en we zijn in goede gezondheid. En dat is uiteindelijk het allerbelangrijkste.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 10-2021.

 


Meer persoonlijke verhalen lezen?
Bestel het nieuwste Kek Mama nummer nu zonder verzendkosten >