De prijzen voor boodschappen gaan (nog steeds) door het dak. Maar niet alleen onze koopkracht daalt, óók dat van kinderen. Van hun zakgeld kunnen ze namelijk steeds minder kopen. Toch is van zakgeldverhoging meestal geen sprake, blijkt uit onderzoek van financiënplatform PorteRenee.nl.
Lees verder onder de advertentie
Sinds de torenhoge prijzen geeft slechts 6 procent van de ouders meer zakgeld. 2 procent geeft minder zakgeld, bijvoorbeeld omdat zij het vanwege de inflatie minder breed hebben. Het merendeel van de ouders (60 procent) hanteert geen zakgeldverhoging. 30 procent van de ouders geeft hun kind (nog) geen zakgeld.
Lees verder onder de advertentie
Minder koopkracht
Volgens Renee Lamboo, oprichter van PorteRenee, staan veel ouders er helemaal niet bij stil om hun kind vanwege de inflatie meer zakgeld te geven. “Een kind heeft op die manier tientallen procenten aan koopkracht verloren en ziet in de winkel dat-ie veel minder kan kopen voor datzelfde zakgeld. Wanneer je de financiële ruimte hebt – dat is natuurlijk een voorwaarde – zou ik het daar thuis zeker eens over hebben.”
Dat ze vanwege de inflatie minder te besteden hebben, is voor de meeste kinderen geen reden om te vragen om meer zakgeld. Slechts 14 procent van de ouders laat weten dat hun kind om zakgeldverhoging heeft gevraagd. Onderhandelen over zakgeld is er vaak niet bij, terwijl je daar volgens Renee niet vroeg genoeg mee kunt beginnen. “Laat ze maar een voorstel doen voor een zakgeldverhoging passend bij de inflatie, met goede argumenten. Vanaf een jaar of acht kunnen ze dat prima uitpluizen”, vertelt ze. “Zo trek je het koopkrachtverlies van je kind een beetje recht en leer je hem/haar/hen financieel voor zichzelf opkomen. Daar hebben ze later veel aan!”
Lees elke maand de mooiste verhalen, meest herkenbare columns en de leukste tips voor jou en je kids. Abonneer je nu op Kek Mama en krijg tot 45% korting.
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Opa en oma die een studiepotje openen, het collegegeld betalen of zo nu en dan wat toestoppen: het is natuurlijk hartstikke fijn als het kan. Maar financiële hulp van grootouders kan volgens nieuw onderzoek ook écht verschil maken.