masturberen
Beeld: Unsplash

Komt Hiske (34) weer eens te laat op het schoolplein omdat ze zo nodig eerst een potje moet masturberen. “De een snakt naar wijn, ik naar seks.”

“Jij hebt een vertekend beeld van seks, zei mijn eerste vriend toen we een jaar samenwoonden. Het was zondagochtend en na de zoveelste afwijzing was ik maar gaan douchen. Mezelf een handje helpen. Mijn vriend wist dondersgoed wat ik uitspookte. ‘Ik vind dit niet normaal’, zei hij, toen ik met natte haren aan de ontbijttafel schoof. ‘Een hoog libido is één ding, maar wat jij doet is dwangmatig.’ Wat een klojo, dacht ik. Kon ik het helpen dat zijn seksdrive zo laag was. Onze relatie strandde niet veel later. Hij vond me gewoon niet aantrekkelijk, dacht ik.
 

'Ben je weer bezig'

Zolang ik me kan herinneren heb ik veel behoefte aan seks. Ik was denk ik een jaar of negen toen ik al elke avond masturbeerde. Mijn grote zus en ik deelden een kamer. ‘Ben je weer bezig’, zei ze dan. En dan zuchtte ze diep en ging slapen. Ik beschouwde het als een van de vele irritaties die zussen onderling nu eenmaal hebben. Het kwam niet in me op dat ik iets deed wat abnormaal was: als je jeuk hebt, krab je toch?
 

Ochtend- en avondritueel

Als ik niet klaarkom, kan ik niet slapen. Dan staat mijn hoofd niet stil, zo is het nog steeds. En als mijn man niet wil, zorg ik er zelf wel voor. Soms als hij nog wakker is, soms wanneer hij slaapt. Ik kan het ontzettend stilletjes. In de ochtend heb ik min of meer hetzelfde ritueel. Ik heb het nodig me even te ontladen voordat de dag begint.

Als dat een keer niet lukt doordat de kinderen op bed springen of we ons hebben verslapen, ben ik de rest van de dag niet te genieten. Dan spring ik vaak tussen de middag nog even tussen de lakens voordat de kinderen uit school komen. Of ik trek mijn man de trap op zodra hij de voordeur opent. Sex is voor mij een eerste levensbehoefte, meer dan eten. Soms heb ik wel elf orgasmes per dag – als ik een vibrator gebruik kom ik zo vijf keer achter elkaar klaar. Wat kan ik zeggen: mijn leven is één groot hoogtepunt.
 

'Het voelde alsof ik ontplofte'

Ik ontmoette mijn man een maand nadat ik mijn eerste relatie had verbroken. Hij was de tweede met wie ik het bed deelde. Ik was onzeker, bang dat ik een doorgeslagen nymfomaan was die hoognodig in therapie moest. De eerste maanden hield ik me dan ook rustig in bed. Niet bevredigend, wel zo veilig voor de duurzaamheid van onze relatie, dacht ik.

Ik genoot van de keren dat we vreeën, zo’n twee keer per dag, maar kwam niet altijd klaar. ‘Joh, ik ben al blij als dat bij mij een op de vijf keer lukt’, zeiden vriendinnen, maar voor mij voelde het alsof ik ontplofte. Daarom sloeg ik de hand wat extra aan mezelf. Ging hem niks aan, vond ik; ik schaarde het in de categorie ongesteld worden en naar de wc gaan. Dat deel je ook niet direct met je partner. Bovendien, misschien speelde hij wel net zoveel met zichzelf. Een gedachte die ik zeer opwindend vond, maar voor de zekerheid maar niet met hem deelde.
 

Hoog libido

Hoe hoog mijn libido werkelijk is, ontdekte mijn man pas toen we gingen samenwonen, zeven jaar geleden. We besloten al snel dat we een baby wilden. Tja, iedereen vrijt zich suf in die periode, dus dat vond hij heel gewoon. Dat mijn lust onverminderd groot bleef toen ik eenmaal zwanger was, en zelfs een week na mijn bevallingen alweer terugkeerde, vond hij wel opmerkelijk.

Inmiddels zijn we een zoon van zes en een dochter van vijf verder, en weet hij niet beter. Ha, geen man die klaagt als zijn vrouw hem elke dag bespringt. Meerdere keren per dag een orgasme bereiken is voor mij zo’n gewoonte geworden, dat ik niet meer zonder kan. Soms is een vrijpartij met mijn man zo goed, dat ik weliswaar geen hoogtepunt bereik, maar nadien toch voldaan tegen hem aanrol. Twee dagen geen seks vind ik onacceptabel. Dan voel ik me afgewezen en twijfel meteen aan onze relatie – al gebeurt dat gelukkig zelden.

Mijn man lust er ook wel pap van, maar zit wel aan het maximum van wat hij aankan. Probeer ik hem voor de derde keer die dag te verleiden, duwt hij me speels van zich af. ‘Ik hou je echt niet bij, zegt­-ie dan en dan kust hij me en wijst naar zijn kruis: ‘Je breekt ’m nog een keer.’
 

Lees ook
Waarom soloseks niet alleen goed is voor jezelf, maar ook voor je relatie >

 

Beloningsmechanisme

Gelukkig kan hij erom lachen, maar hij heeft dan ook geen idee hoe vaak ik de hand aan mezelf sla. Inderdaad: nogal dwangmatig, dat besef ik nu ook wel. In zekere zin is het een beloningsmechanisme. Een excuus. Heb ik een dag hard gewerkt: even een momentje voor mezelf verdiend. Dagje vrij met de kinderen op school: blijf ik de hele ochtend onder de lakens. De kinderen een dag niet te hanteren: hoppa, stiekem naar boven. Een pittige dag voor de boeg: opladen is de remedie. Het lukt me niet op een andere manier te ontspannen. De een neemt een glas wijn na een lange dag, ik wil stevig van bil. De een wil op zondagochtend een kop koffie en de krant, ik wil seks.

Ik kom er weleens door in de problemen. Arriveer ik ’s ochtends te laat op mijn werk omdat ik broodnodig een quicky wilde met mezelf. Sta ik ’s middags te laat op het schoolplein omdat ik per se nog één hoogtepunt moest bereiken op mijn thuiswerkdag. Op sommige momenten kan ik gewoon niet meer stoppen. Het lijkt wel of ik steeds meer orgasmes nodig heb om me nog bevredigd te voelen.
 

'Ik doe er niemand schade mee'

Geen idee waar het vandaan komt. Ik had een fijne jeugd, ben nooit liefde tekortgekomen. Ik heb ook geen extreme behoefte aan aandacht. Ik heb de seks gewoon nodig om me goed te voelen. Rustig te worden. Klinkt als een verslaving, ik weet het. Maar ik doe er niemand schade mee en zal nooit vreemdgaan, daarvoor ben ik veel te gek op mijn man. Ik heb ook maar een handjevol bedpartners gehad in mijn leven. In die zin ben ik dan weer best behoudend.

Toch geniet ik ervan als een man opgewonden van me wordt. Niks zo geil als een avondje parenclub met mijn echtgenoot, terwijl ik de ogen in mijn lijf voel priemen. Zie hoe anderen bezig zijn en genieten van het lekkerste ter wereld. Maar behoefte om het daar met anderen te doen? Alsjeblieft niet zeg.

Alleen porno, dat is wel een zwakte. Het gaat nu eenmaal allemaal een stuk sneller met behulp van een video op mijn mobieltje. Als ik me verveel, is een filmpje genoeg om in de stemming te raken. Dat hou ik angstvallig voor mezelf; mijn man schrikt zich rot als hij weet dat ik ook nog uren porno kijk.
 

Een avondje netflixen met mijn kerel

Eén jaar was mijn libido nihil: toen ik aan de antidepressiva ging omdat ik me altijd zo gejaagd voel. De medicijnen beroofden me van alle levensvreugde: ik lachte niet meer, kon niet meer huilen, werd nooit meer boos – ik functioneerde als een robot. Ik bouwde de medicatie af en een paar dagen na de laatste pil zat ik alweer boven op mijn echtgenoot. ‘Hè lekker,’ zei hij, ‘je bent er weer.’

Sinds kort ben ik met die onrust aan de slag, met behulp van een psycholoog. De antidepressiva hebben mijn ogen geopend: blijkbaar kan mijn seksdrift dus ook gewoon uit. Grote kans dat als ik de stress in mijn hoofd kan beteugelen, ik ook minder gefixeerd ben op lichamelijk genot. Kan ik ook gewoon eens een avondje netflixen met mijn kerel, zoals andere stellen. Ha, ik moet nog steeds de serie Jane the virgin zien.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 01-2018.
 

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

lachen-om-relatieproblemen

Omdat jij het dopje nooit op de tandpasta draait en hij zijn onderbroeken altijd onder het bed gooit. Om sommige relatieperikelen kun je maar het beste heel hard lachen.

Ze hadden het zo mooi afgesproken en waren het roerend eens: Marit en haar man zouden hun zoon vegetarisch opvoeden.

Marit: “Maar Bodhi was nog geen twee of hij had zijn eerste frikandel al te pakken. Die kreeg hij van papa, in de dierentuin. Ik kreeg er nog een foto van ook. Bijschrift: ‘Vindt-ie lekker joh!’ Ik was furieus.

Wat mijn man naar binnen schuift moet hij zelf weten, maar het getuigt van weinig respect dat hij onze afspraak zo lomp aan zijn laars lapt. ‘Kom op schat,’ zei hij, ‘die frikandel was toch al dood, en onderzoek heeft uitgewezen dat er van alles in die dingen zit, maar weinig vlees.’
 

'Ga maar bij je moeder eten'

Ik kon er niet om lachen. Als wij het goede voorbeeld niet geven, van wie leert hij het dan verantwoordelijk met dieren en het milieu om te gaan? Niet van zijn vader, zoveel is duidelijk. De borden vliegen nog net niet door de kamer, maar het ís voorgekomen dat ik hem naar zijn moeder stuurde om daar aan tafel te schuiven.

Als wat ik kook niet goed genoeg is, gaat-ie maar ergens anders gehaktballen eten. Hij klaagt nooit over wat ik wel kook, maar vooral over wat níet op tafel verschijnt. Koop dan een broodje filet americain tijdens je werkpauze, denk ik dan, of bestel een portie bitterballen in het café. Maar val ons kind er niet mee lastig.”
 

In wc-papier gerolde tampons

Mats (43) baalt dat zijn vrouw al haar troep laat slingeren.

“Ik vind bijna alles lief, leuk en lekker aan mijn vrouw, maar die nachtbeugel met kwijl die structureel op het aanrecht slingert, die hoeft van mij niet. Net als de in wc-papier gerolde tampons op de badrand. Er staat nota bene een prullenbak binnen handbereik. Honderd keer heb ik er wat van gezegd, ik smeerde zelfs een keer mayonaise in die beugel – de kinderen vonden het hilarisch – maar de volgende dag lag hij er weer. Ik ruim het tegenwoordig zelf maar op. Natuurlijk verlaat ik mijn vrouw niet om deze reden, maar er komt een dag dat ik mijn gebruikte wc-papier ook gezellig laat slingeren.”
 

Géén huisdieren

Renate ligt met haar man in de clinch over twee harige huisgenoten.

“Wat waren mijn dochters blij toen ik thuiskwam van een zakenreisje en twee katjes trof. ‘Kijk mam, hoe lief’, kirde de oudste. ‘De grijze is van mij en de zwarte van haar.’ Ik werd niet goed. Zuurstokroze kastelen in de woonkamer, een gang vol wandelwagens, stepjes en kinderfietsjes – ik vind het allemaal prima, maar we hadden één afspraak: geen huisdieren. Ja, een verzorgpony als ze negen en elf zijn, die kost me hooguit een paar stinkende paardrijbroeken per week.

Nu was ik welgeteld twee dagen weggeweest en stelde hij me voor een voldongen feit. De meisjes waren natuurlijk halsoverkop verliefd geworden op die kittens. Ik zou wel de wreedste moeder ter wereld zijn om ze weer af te nemen.
 

Halve kikker als avondeten

‘Je wéét hoe ik hierover denk’, siste ik naar mijn man. Hij moest lachen: ‘Jij vindt ze ook enig, geef nou maar toe.’ Natuurlijk vind ik dat, maar binnen drie dagen wist ik weer waarom ik geen beesten wil. Want wie kan de kattenbak verschonen, elke dag stofzuigen en die beesten voeren? Precies. En dan zwijg ik nog over de ondergekotste dekbedden, onze bank die aan flarden ligt dankzij kattennagels en de half opgegeten kikkers die ze het huis in slepen.

Eén keer heb ik uit wraak zo’n halve kikker aan mijn man geserveerd, bij het avondeten. Die grap doet het nog steeds fantastisch op feesten en partijen, maar de kattenbak heeft hij nog steeds niet verschoond.”
 

'Nee, daar krijg je vieze handen van'

De man van Merel heeft een schoonmaak- en opruimobsessie.

“Niet te zuinig ook. Ik vraag me af hoeveel kinderen lego hebben die twee keer per week in de vaatwasser gaat. De complete Duplo-dierentuin van onze jongste zoon stopt hij in de wasnetjes die bedoeld zijn voor mijn panty’s en beha’s. Mijn vent verdient een medaille voor vindingrijkheid.

Niks mis met schoon speelgoed, zou je zeggen, maar zijn poets- en opruimwoede neemt zulke vormen aan dat het schier onmogelijk wordt in mijn huis te leven. Trek ik mijn ene sneaker aan, word ik een seconde afgeleid door de kinderen, is de andere spontaan verdwenen. Opgeruimd. Heb ik net vijftig euro afgerekend met onze werkster die de keuken een grote beurt heeft gegeven, komt mijn man thuis en gaat het blinkende aanrecht poetsen. Kleertjes die ik klaarleg voor de volgende ochtend: binnen een uur liggen ze alweer keurig in de kast. De brief die ik op de passagiersstoel van de auto leg zodat ik hem niet vergeet op de bus te doen: weg. De lunchtrommels op het aanrecht die ik nog moet vullen, de tas met lege flessen op de deurmat die mee moet naar de supermarkt, het vlees dat ligt te ontdooien: alles wordt neurotisch opgeruimd.

‘Hou nou eens op met dat dwangmatige gedoe!’ gil ik vaak, maar dan kijkt hij me aan of ik gek ben geworden. En zegt: ‘Hallo, wees blij dat ik je help.’ Ha, ik heb liever dat hij de schutting een keertje schildert. Maar dat doet hij niet, want daar krijg je vieze handen van.”
 

Lees ook
Hilarisch: IKEA lost je relatieproblemen op >

 

'Co-ouderschap is stukken duurder, hoor'

Susanne heeft een saai baantje en droomt van een eigen bedrijf. Haar man vindt dat geen goed idee, hij hecht aan financiële zekerheid.

“Nou ja, alsof het ons aan geld ontbreekt, hij verdient heel goed. Ik denk dat hij het gewoon lekker makkelijk vindt, een vrouw met een parttimebaan die er altijd is voor de kinderen. Als ik mijn eigen bedrijf start, zal hij thuis wat vaker de handen uit de mouwen moeten steken. En daar zit hij niet op te wachten. Maar een relatie is geven en nemen.

Zodra mijn jongste naar de middelbare school gaat, ben ik aan de beurt. Dan bedruipen de kinderen zichzelf en kan ik fulltime investeren in mijn bedrijf. Zolang ik daar de gezamenlijke rekening niet voor aanspreek, zie ik geen problemen. Ik zeg niet voor niets tegen die man van me: ‘Co-ouderschap is stukken duurder, hoor.’”
 

Sergeant-majoor

Ginette (35) denkt weleens aan scheiden omdat ze er niet meer tegen kan.

“Ik vond het aanvankelijk wel prima dat mijn man strenger is dan ik. Onze zonen van zeven en negen kunnen wel een consequente aanpak gebruiken. Ik ben nogal een rommelkont, ook in de opvoeding. Ik ontdek vlak voor de voetbaltraining dat ik de tenues nog niet heb gewassen, bedenk om kwart voor zes ’s avonds pas wat we gaan eten, vergeet altijd wanneer het juffendag is en soms liggen de jongens doordeweeks pas om half tien in bed.

Hun vader is het andere uiterste. Eén keer niet luisteren betekent een dag zonder iPad. Kamer niet opgeruimd: geen gameminuten. Hij heeft onze oudste zelfs zijn mond laten spoelen met zeep toen hij brutaal was tegen opa. Hij gedraagt zich als een sergeant-majoor, ik gun ze meer vrijheid en wil dat ze zelf dingen ontdekken.

Er is ook veel wat hun vader en mij bindt, hoor. Maar ik weet niet zeker of onze relatie zijn gedril overleeft. Dat moet echt veranderen.”
 

'Investeer in ervaringen, niet in spullen'

“Ik snak naar een man die van reizen houdt”, zegt Machteld.

Toen ik mijn vriend leerde kennen, deed hij alsof hij al de halve wereld had gezien had en nee, een baby zou heus niets veranderen aan zijn reislust. Nou, in de zes jaar dat we bij elkaar zijn, zijn we exact één keer naar Berlijn geweest. En het geld dat ik maandelijks opzijzet om te sparen voor mijn droomreis naar Zuid-Afrika, geeft hij liever uit aan sterrenrestaurants en dure kleding.

Hij vindt mijn reislust onrealistisch, met een peuter en een tweede kind op komst. Ik heb niks met zijn materialistische levensstijl. ‘Investeer in ervaringen, niet in spullen’, zei mijn vader altijd en dat geef ik mijn kinderen ook met de paplepel mee. Mijn reizen hebben me vele malen meer gebracht dan een paar Dolce & Gabbana-schoenen.”
 

Dit artikel staat in het Kek Mama Liefdesboek 2018.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

mama gaat vreemd Saskia
Beeld: Unsplash

Ze willen voor geen goud hun gezin opbreken, maar hebben wel een minnaar. “Ik zie ons huwelijk als een bedrijf waarin we samen het gezin leiden en waaruit ik af en toe kan ontsnappen met mijn minnaar.”

Saskia (39), getrouwd met Hans, drie kinderen van 14, 11 en 9. Heeft sinds vijf jaar een minnaar: Sydney.

“Ik heb gezworen dat mijn kinderen nooit de pijn van een scheiding hoeven mee te maken. Ik was zelf acht toen mijn ouders uit elkaar gingen en ik vond het de hel. Hans en ik hebben ook geen best huwelijk. Eigenlijk hebben we nooit goed bij elkaar gepast, maar na de geboorte van de jongste zijn we echt uit elkaar gegroeid. Ons huwelijk is een soort wapenstilstand. De ruzies die we vroeger maakten, vinden we nu nutteloos. We praten over de kinderen en het huis, dieper gaat het niet. Ieder heeft zijn eigen vrienden, leeft zijn eigen leven. Als gezin gaan we nog op vakantie en op familiebezoek, meer niet.
 

Meer zit er voorlopig niet in

Liefde vind ik bij mijn minnaar Sydney. Hij is vrijgezel en woont achter ons. We zien elkaar al vijf jaar lang twee keer per week, een paar uurtjes, als de kinderen op school zijn. Meer zit er de komende negen jaar niet in. Ook Hans wil niet scheiden. Hij kan prima leven met onze rolverdeling. Ik werk niet, zorg voor het huishouden en de kinderen, waardoor Hans alle ruimte krijgt carrière te maken.

Of Hans ook vreemdgaat, geen idee. Hij zal heus weleens een schatje hebben als hij op zakenreis is. Hij weet niet dat ik een minnaar heb, ik denk niet dat hij iets vermoedt. Hans heeft me ooit frigide genoemd, waarschijnlijk denkt hij dat seks me koud laat.
 

Lees ook
Mama gaat vreemd: 'Ik wilde zo graag weer eens flirten en zoenen' >

 

'Ons huwelijk is liefdeloos, niet hopeloos'

Mijn vriendinnen vinden dat ik weg moet bij Hans, dat ik aan mezelf moet denken. Maar ons huwelijk is liefdeloos, niet hopeloos. We wonen in een vrijstaand huis, rijden allebei een mooie auto, gaan op wintersport én luxe zomervakanties. De kinderen geven ons genoeg afleiding en liefde. Ik zie ons huwelijk als een bedrijf waarin we samen het gezin leiden en waaruit ik af en toe kan ontsnappen met mijn minnaar.”

Dit verhaal is onderdeel van een interviewserie in Kek Mama 10-2017.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >