Beeld: Getty
Beeld: Getty

Een leerkracht vertelt aan Kek Mama wat ze meemaakt. Deze keer: juf Charlotte wordt gek van de ouders van leerling Fiene.

Er hangt een plezierige opwinding in de klas, want we gaan tosti’s maken. Zoals elke donderdag. De kinderen vinden het geweldig. Om de beurt nemen ze ketchup mee van thuis. Vandaag heeft Fiene de beurt. Maar ze ziet er niet vrolijk uit. Nadat ze een tijdje heeft staan dralen bij mijn stoel overhandigt ze me een fles Heinz met een klein bodempje ketchup. “Sorry juf”, zegt ze. “Hij was op.”  

 

Ik word gek van haar ouders

Ik voel ergernis opkomen. Niet jegens Fiene, maar jegens haar ouders. Ik word gek van die twee. We hebben net het schoolkamp achter de rug waarbij ze beiden weigerden de € 25 aan ouderlijke bijdrage te betalen. Omdat ze allebei vonden dat het de beurt van de ander  was – ze zijn niet meer bij elkaar. Vader reageerde überhaupt niet op telefoontjes, appjes en mails. Moeder nam alleen de telefoon op om te zeggen dat ze niet betaalde omdat haar ex aan de beurt was.

 

Papa wil niet betalen

Intussen zei Fiene tegen haar vriendinnetjes dat ze niet mee op kamp wilde omdat ze er geen zin in had. Toen ik dat hoorde nodigde ik haar uit voor een chocomel in het tentje op de hoek. Daar bekende ze dat ze wel mee wilde, maar dat het nou eenmaal niet kon. “Omdat mijn vader niet wil betalen. Dat zegt mijn moeder.” Ik  zei dat de school het zou oplossen, en dat ze absoluut mee mocht. “We gaan niet eens weg zonder jou”, zei ik. “Veel te ongezellig.”  

 

Twee telefoontjes

De avond voor het kamp kreeg ik twee telefoontjes. Om acht uur belde Fienes moeder om te zeggen dat we niet hoefden te denken dat ze arm was, dus dat ze alsnog betaalde, maar dat ze haar ex een klojo vond. Om negen uur belde de ‘klojo’ met de vraag of ik een luchtbed had voor Fiene. Gelukkig had ik er nog een op zolder liggen.

 

Tel tot tien

De volgende ochtend stopte er een Porsche bij de school. Daaruit stapten Fiene en haar vader. Misschien wilde die laatste laten zien dat hij ook niet arm was. En nu staat Fiene hier met haar ketchupfles. Ik had vanochtend al een voorgevoel. Daarom had ik een extra fles ketchup meegenomen. Met een knipoog open ik mijn tas. Het is of de zon opgaat, zo begint Fiene te stralen. Eigenlijk word ik daar extra boos van. Ik ben blij dat haar ouders niet voor mijn neus staan, anders zou ik in staat zijn ze de huid vol te schelden. Ik moet van dit gevoel af. Thuis google ik ‘Hoe ga ik om met woede?’ Op alle sites komt dezelfde, ouderwetse tip terug: tel tot tien.

 

Het helpt niet

De volgende ochtend loop ik Fienes moeder tegen het lijf. Terwijl ik haar aanstaar tel ik in mezelf stilletjes tot tien. Het helpt niet. Ik ben nog steeds boos.  Ik ga door tot twintig. Het moet een raar gezicht zijn. Ik moet opeens lachen om haar verbaasde blik. Zij lacht aarzelend terug. Ik voel mijn boosheid wegsijpelen. Vriendelijk vraag ik: “Zullen we gauw eens over Fiene praten?” 

 

Dit artikel staat in Kek Mama 01-2017

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >