schelden kind

Het zal je maar gebeuren dat je kind je allemaal nare dingen naar je hoofd gooit of gilt dat hij je haat. Miloe van Beek zit er flink mee in haar maag dat ze is uitgescholden en ze blijkt niet de enige te zijn.

Het was zo’n ochtend met kinderen die niet op wilden staan, een glas melk dat over tafel ging en de boter die op bleek. Ik wilde net de eerste hap yoghurt nemen toen ik zag hoe mijn zoon zijn mes met chocopasta aflikte. “Wil je dat niet doen, het is gevaarlijk en niet hygiënisch”, zei ik geïrriteerd. Mijn opmerking had weinig effect, hij herhaalde het trucje nog een keer.

Boos pakte ik het mes af. “Verdorie. Hoorde je niet wat ik zei?” Mijn zoon zette het op een gillen. “Stomme mama, ik mag ook niks van jou.” Overstuur stond hij op en stampte de kamer uit. “Ik haat jou. En papa ook.” Verbouwereerd bleef ik achter met het chocopastames in mijn hand. Het was al de derde keer deze week dat ik het haatwoord hoorde. Toen zijn iPad-tijd erop zat, hij de schuld kreeg van een ruzie en na de mededeling dat hij een schone onderbroek aan moest trekken.

Het kwetst me. Ik wil niet dat mijn zoon me stom vindt, laat staan dat hij me haat. En bovendien, whats next? Over een tijdje zegt hij misschien nog ergere dingen. En dus word ik meestal nog bozer op hem dan hij op mij en stuur hem weg. Toch zit die aanpak me niet lekker – hij gaat op zijn kamer tekeer en ik zit beneden met buikpijn.

 

Briefje op het raam

Ik bespreek het voorval met mijn buurvrouw Diana wiens even oude dochter ook een opgewonden standje is. Ze stelt me gerust: dat schelden gaat wel weer over. “Toen Sara laatst chagrijnig thuiskwam na een feestje, eiste ze chips. Dat mocht niet van mij, ze had op het feestje al genoeg ongezonds gegeten. Ze werd woedend, pakte een stuk papier, schreef er iets op, plakte het op het raam en rende naar buiten. Ik liet haar gaan. Toen ik even later het briefje van het raam haalde zag ik dat er ‘kutmoeder’ op stond. Ik heb het weggegooid en er met geen woord meer over gerept.”

Ik ben stomverbaasd. Vond ze het dan niet erg dat haar dochter die woorden gebruikte? Diana haalt haar schouders op. “Sara zei die avond dat ze het niet meende wat op dat briefje stond, het speet haar. Ik deed net of ik geen idee had waar ze het over had, ik wilde er geen toestand van maken. Ze schreef het in een verhit moment, dan ben ik even de zondebok. Prima.”

 

Machteloze gevoel

Marieke (48) vindt het een stuk moeilijker luchtig om te gaan met haar zoon: de zevenjarige rouwdouwer Mees. “Ik ben een alleenstaande moeder en kom net uit een burn-out. Het is me soms gewoon te veel. Als ik mijn kinderen tien keer iets heb gevraagd en ze doen het nog niet, wil ik weleens exploderen en er iets afschuwelijks uitflappen. ‘Rotkinderen’, bijvoorbeeld. Geen wonder dat ik dat later terugkrijg. Mees heeft op zo’n moment een keer ‘kutmama’ tegen mij gezegd.”

Mees, volgens zijn moeder eigenlijk heel gevoelig en onzeker, ontploft vaker. “Als hij een spelletje verliest, kan hij zijn stoel op de grond smijten en met deuren slaan. Een half jaar geleden zei hij ‘fuck you’ tegen mij. Hij had het gevoel dat hij de schuld kreeg van een ruzie met zijn zus en werd woedend.”

Marieke zoekt naar de juiste manier om op haar zoon te reageren, maar loopt vaak vast. “Op de trap zetten heeft weinig zin, hij is groot en sterk. Ik probeer nu zelf mijn excuses aan te bieden na een boze bui. Ik hoop dat mijn kinderen daardoor inzien dat je best boos mag zijn, maar ook op je woorden terug kan komen.” Ze vindt vooral het diepere gevoel dat loskomt lastig. “Het uitschelden maakt me verdrietig, ik voel me machteloos.”

 

Schelden om stoer te doen

Het machteloze gevoel van Marieke is begrijpelijk, meent pedagoog José Sagasser, maar volwassenen vergeten nog weleens dat die woorden voor kinderen een heel andere lading hebben. “Kinderen tussen de zes en negen jaar vinden het heel belangrijk erbij te horen, ze gebruiken scheldwoorden vooral om stoer te doen. Het is een spannende periode, de sociale ontwikkeling is op die leeftijd heel belangrijk. Scheldt een vriendje, dan doen ze dat misschien ook in de hoop in de smaak te vallen.”

Kinderen die thuis scheldwoorden gebruiken, doen dit omdat ze weten dat dit hun ouders raakt. Ze zetten het daarom in als ze boos zijn of het gevoel hebben dat hun onrecht is aangedaan. Voor kinderen kan thuis moeten komen voor het eten, geen ijsje mogen of huiswerk moeten maken al als groot onrecht voelen. Sagasser vergelijkt het met een liefdesrelatie: “Als je het gevoel hebt dat jou onrecht is aangedaan, probeer je je partner vaak te raken op z’n zwakke plek. Niet erg verstanding natuurlijk, maar wel menselijk.”

 

Alleen maar erger

Ook de zevenjarige Jip gebruikte zijn eerste scheldwoord toen hij het idee had dat hem iets verschrikkelijks was aangedaan: van zijn moeder Marga (41) moest de televisie uit. “Hij schreeuwde ‘kutwijf’ tegen me. Ik vond het heel erg, het was zo gemeen.” Marga weet dat Jip het niet slecht bedoelt. “Hij gebruikt deze woorden uit onmacht, omdat hij niet goed weet hoe hij zijn gevoelens moet uiten.” Er boos om worden deed ze daarom niet; dan zou het alleen maar erger worden. “Ik bereik meer met een rustige reactie. En inderdaad, een uurtje later kwam hij erop terug. Hij vond het heel erg dat hij dat woord tegen me had gezegd.”

Jonge kinderen komen via vriendjes en de televisie in aanraking met scheldwoorden, maar er zijn ook ouders die zelf scheldwoorden gebruiken. “Als kinderen op zo veel plekken dat soort woorden horen, is het lastig om duidelijk te maken dat schelden verkeerd is,” zegt Jose Sagasser. Ze adviseert ouders thuis goed op hun woorden te letten en niet terug te schelden. “Gebeurt het wel en ben je allebei boos, ga dan samen in de gang staan en maak er een wedstrijdje schelden van. Voor je het weet heb je de slappe lach en is de sfeer in huis weer prima.”
 

Lees ook
‘Basisschoolleerlingen schelden op steeds jongere leeftijd’ >

 

Supermarktdriftbui

Ouders van scheldende kinderen doen er goed aan uit te zoeken wat er gebeurt op school en in clubjes. “Kijk eens goed met wie je kind omgaat en praat met die ouders. Geef elkaar niet de schuld van gedrag, maar probeer open te praten over wat je ziet bij je kind. Wie weet herkennen andere ouders het en kun je samen proberen een lijn te trekken.” Ze vergelijkt scheldende kinderen met bijtende peuters en de supermarktdriftbui. “Het is een normale ontwikkelingsfase, kinderen zijn op zoek naar grenzen.” Die grenzen hoeven ouders overigens niet te trekken door streng op te treden of hun kind weg te sturen.

“De strijd aangaan heeft meestal weinig effect. Praat er op een rustig moment met je kind over. Vraag waarom hij die woorden gebruikt en vertel in de ik-vorm wat het voor jou betekent. Wil je op het moment zelf het schelden stoppen, geef het kind dan een time-out op een plek waar hij uit z’n dak kan gaan. “Op het balkon bijvoorbeeld. Daar mag hij tien minuten vreselijke dingen zeggen. Zo begrens je het.”

 

Manieren leren

Marga merkt dat haar rustige reactie op Jips gescheld vaak onbegrip oproept bij andere moeders. “Ik hoor vaak dat ik hem harder moet aanpakken. Zo was hij op een tuinfeestje een keer fanatiek aan het voetballen met een veel oudere jongen. Zijn vader zag hem helemaal verhit als een dolle achter de bal aanrennen. Hij was bang dat de bal door een raam zou gaan of op de taart terecht zou komen. ‘Doe eens rustig joh’, zei hij en pakte hem vast. Jip schold hem uit voor alles wat lelijk was: ‘Kutpapa’, ik wil niet meer thuis wonen, je bent de stomste vader van de wereld.’ Mijn man bleef heel rustig, wat Jips verhitte stemming wat deed zakken.”

Marga schaamde zich dood ten opzichte van de andere gasten. Dat werd nog erger toen een oudere dame snibbig zei dat ze haar kind eens manieren moest leren. Ze verlieten het verjaardagsfeestje voortijdig en stuurden Jip bij thuiskomst meteen naar bed. “Eigenlijk wilde ik hem beetpakken en knuffelen, maar was bang dat hij er dan niet van zou leren.”

 

Zelf rustig blijven

Marieke krijgt ook weleens te horen dat ze haar kinderen wat steviger aan moet pakken. “Dat heeft helemaal geen zin”, zegt ze resoluut. “Hoe autoritairder ik ben, hoe hij meer Mees zijn kont tegen de krib gooit. Ik wil niet in gevecht met hem raken.”  Het is vervelend, maar kinderen vertonen juist in het openbaar dit soort recalcitrant gedrag, zegt pedagoog Sagasser. “Ze voelen dat jij als ouder geen kant op kan. Mijn advies: wijs je kind niet in terecht waar iedereen bij is, maar ga een stuk met hem wandelen en heb het erover als hij is afgekoeld. Dan voelt je kind zich serieus genomen.”

Het is trouwens nog beter om het simpelweg te voorkomen. “Neem peuters als het even kan niet mee naar de supermarkt en grotere kinderen niet mee naar een drukke verjaardag.” Ik probeer me minder aan te trekken van de onaardige woorden van mijn zoon en stuur hem niet langer weg als hij iets lelijks zegt of heel boos wordt. In dat geval probeer ik vooral zelf rustig te blijven. Soms ga ik even op de wc zitten om af te koelen. Of ik ga een blokje om. Het haatwoord heb ik al in geen maanden gehoord. Toen ik hem laatst vroeg hoe dat kwam, zei hij vrolijk: “Gewoon. Omdat jij bijna nooit meer bozig tegen mij praat.”

 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >