André Hazes doet boekje open over co-ouderschap: ‘Dan volgt er een discussie met zijn moeder’
Co-ouderschap kan soms best een uitdaging zijn en ook bij André Hazes en Monique Westenberg blijkt dat herkenbaar ingewikkeld.
Eigen beeld
Rianne Arendsen (35) is onderwijskundige, docent kinderyoga, schrijver en o ja: moeder. Vooral moeder. In haar columns deelt ze haar observaties en bespiegelingen rondom het ouderschap – aanmodderen met de beste intenties. Volg Rianne ook op Substack.
We wonen nu ruim drie jaar in dit huis. Bij de verbouwing destijds hebben we één ruimte overgeslagen: het toilet. Van zulke losse eindjes weet je dat ze – net als de plinten – blijven liggen. Omdat de ergernis groeide maar we het zeker niet zelf zouden gaan doen, besloten we er iemand voor te laten komen. Want zo’n klein hokje, wat kon dat nou helemaal voor overlast veroorzaken?
Voor een nieuwe wc blijken er heel wat mannetjes nodig, met allemaal hun eigen expertise. Een korte introductie. De aannemer: om het werk te verdelen. De installateur: voor het leidingwerk, de elektra en verlichting. De tegelzetter: spreekt voor zich. Onze Peuter kan dit beduidend beter – ‘mand’ – en noemt ze stuk voor stuk ‘meneer’.
Onze dochters vonden het maar al te interessant, die meneren. Bij het ontbijt, bij thuiskomst uit school of na het avondeten. Met een slijpmachine voor de voordeur of een complete zagerij in onze schuur: ze waren er altijd en overal. Toen het ijs eenmaal gebroken was, was er geen houden meer aan. Maaltijden werden liefdevol gedeeld en er moesten eindeloos veel blokkenbouwsels worden gekeurd. Vermoedelijk maakte onze Kleuter van de gelegenheid gebruik om een toekomstige stageplaats veilig te stellen. Het knutselpapier voor zelfgemaakte kunstwerken met opschrift ‘voor menir’ was niet aan te slepen. De Peuter kletste erop los. Tegen de aannemer: ‘Meneer komt zo’, ‘Meneer hier eten?’ en, mijn persoonlijke favoriet, ‘Meneer was opvouwen?’. Hoe gezellig hun aanwezigheid ook was, de middagslaapjes hadden ernstig te lijden onder het kabaal waarmee de meneren gepaard gingen. De Peuter leerde zelfs een nieuw werkwoord: schrikken.
Uiteindelijk verdwenen lawaai, stof, restanten tegels en de geur van kit weer uit ons huis. Evenals de broodtrommels, moddersporen en kinderkunstwerken. Wat bleef? De volle wasmanden. En, verrassend genoeg, de meneren. Bij voor peuters onverklaarbare geluiden van buiten klinkt het: ‘Meneer?’. ’s Ochtends op het aankleedkussen: ‘Meneer ook wakker?’. Als ik Maps aanslinger om de files richting mijn ouders te checken: ‘Meneer mee opa oma?’. Iedere ogenschijnlijke verbetering van ons huis kan rekenen op een goedkeurend ‘Meneer maakt’. Van magneetspeelgoed bouwt onze Peuter tegenwoordig haar eigen mobiele telefoon. Om mee te bellen (‘Ja. Ja. Vijf uur. Berichtje stuurt. Snappik. Snappik. Ja.’) én om zijn denkbeeldige foto’s onder onze neus te duwen: ‘Kijk, meneer’.
En zo zijn de meneren gekomen en gebleven. Om, tegen wil en dank, deel uit te maken van ons gezinsleven. Net als het toilet.
Meer columns lezen van Rianne? Je vindt ze hier!