Wanneer je baby stevig en zelfstandig kan zitten, mag-ie in een zitje voor of achterop de fiets. Maar hoe doe je dat op een veilige manier, fietsen met een baby?
Lees verder onder de advertentie
Fietsen met je baby of kind
Goed om te weten: je kunt fietsen met een baby als hij zelfstandig kan zitten of zijn hoofdje omhoog kan houden. Dat gebeurt meestal tussen de zes en negen maanden. Dan is z’n nekje ook stevig genoeg voor de trillingen tijdens een fietstocht. Heb je echt geen andere optie dan een jongere baby te vervoeren op de fiets? Houd de tochtjes dan zo kort mogelijk en fiets niet over hobbelige wegen. Je kind mag pas in een fietszitje als hij vanuit kruiphouding zelfstandig kan zitten. Als je baby dat nog niet kan, maar wél zelf zijn hoofdje omhooghoudt, kies je voor een autostoel op je fiets of een babyschaal die je in een fietskar of bakfiets kunt bevestigen. Het nadeel is wel dat je baby alsnog last heeft van trillingen en je hem niet in de gaten kunt houden. Tip: leg wat extra gewicht, zoals boodschappen of een tweede kind, in de fietskar of bakfiets om de trillingen te verminderen.
Lees verder onder de advertentie
Gebruik het juiste zitje
Allereerst is het belangrijk om je te verdiepen in fietsstoeltjes. Een voorzitje is vooral geschikt voor de jongere kinderen van 9 tot 15 kg: tussen de negen maanden en drie jaar, ongeveer. Daarna stap je over op het achterzitje, waar je twee verschillende soorten van hebt. Als je kind ongeveer zes jaar is, kun je voor een juniorzitje (tot 35 kilo) gaan. Het lijkt misschien handig om je kind op de fiets in een draagzak te vervoeren, maar dat is gevaarlijk. Als je valt, is je baby niet goed beschermt en kun je op hem terechtkomen.
Lees verder onder de advertentie
Waar je op moet letten bij het voorzitje:
Stoelen met een erkend keurmerk hebben de voorkeur.
Worden de rug en voeten voldoende ondersteund?
Je kind mag de riempjes zelf niet los kunnen krijgen, bekijk dus ook even of dat veilig is.
Op de voetsteunen moeten riempjes zitten.
En het achterzitje:
Zorg voor genoeg steun aan de zijkanten (een zijleuning van minimaal tien centimeter hoog).
Kan je kind zich vasthouden zonder jou daarbij in de weg te zitten?
Er mogen geen scherpe en kleine onderdelen aan het stoeltje zitten.
Zorg dat je fiets kindproof is
Veiligheid staat voorop bij het fietsen met een baby. Hoe je je fiets kindproof maakt? Door de volgende punten te checken:
Heb je spaakbeschermers zodat er geen voet tussen de spaken kan komen?
Zijn de zadelveren voor grijpgrage kinderhanden afgeschermd?
Kan je makkelijk op en van de fiets stappen? Zo niet, dan is een moederfiets ideaal: die heeft een lage instap zodat je niet bang hoeft te zijn dat je over de stang struikelt.
Geen must, wel handig met een kind voor- of achterop: heeft je fiets meerdere versnellingen?
Hoewel het niet verplicht is in Nederland, kun je overwegen om je kind een fietshelm te laten dragen. Bij veel fietswinkels wordt het tot zes jaar sowieso geadviseerd. Helemaal op het moment dat je kind zelf leert fietsen.
Wees altijd zichtbaar voor het overige verkeer
Dit kun je doen door verschillende reflectoren op je fiets te plaatsen. Ook handig: ga voor fietslampen die op batterijen werken. Die gaan niet zo snel kapot en lege batterijen kun je makkelijk zelf vervangen. Zo fiets je nooit in het donker.
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Je vraagt één keer of je kind z’n schoenen wil aantrekken, en vijf minuten later zit-ie nog steeds op de grond met één sok aan en een LEGO-poppetje in z’n hand. Herkenbaar, want jonge kinderen zijn nu eenmaal niet altijd kampioen luisteren. Gelukkig zijn er slimme manieren om ervoor te zorgen dat wat jij zegt […]