Mariëtte Middelbeek is journalist en auteur, en columnist voor Kek Mama. Samen met haar man Erik heeft ze twee kinderen: zoon Casper en dochter Nora.
Lees verder onder de advertentie
Sinds ik kinderen heb, ben ik gefascineerd door het cliché ‘je krijgt er zoveel voor terug’. Deze ruilhandel begint al bij de bevalling, waar je als wisselgeld voor de baby wordt verblijd met zaken als hechtingen, stolsels en een heel stuk extra buik.
Daarna volgen cadeaus als slaapgebrek, babyspuug en de stress om een huilende baby die je zo graag wil troosten zonder een idee van wat er aan de hand is. Maar uiteraard ook diezelfde schattige baby die zomaar een nacht op stelten kan zetten om ’s ochtends met zo’n oogverblindende glimlach te komen dat je – hier geldt dat andere cliché – die doorwaakte uren ook zo weer vergeten bent (tot het vier uur ’s middags is en je bijna in slaap valt boven je Cup-a-soup). En na de babytijd volgen dan nog cadeaus als de peuterpuberteit en de nee fase.
In ieder geval is de geschenkenmand na het krijgen van een kind eindeloos en de variatie aan wat je er dan allemaal voor terugkrijgt reuze, al kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat wie het cliché uitspreekt doelt op al die hoogtepunten en wat minder op de onverwachte bijzaken.
“Mijn indruk is dat wie het cliché uitspreekt doelt op de hoogtepunten en minder op de onverwachte bijzaken”
Mij leek dat, nu we hier de baby- en peuterfase ontgroeid zijn, het cliché ook zou ophouden te bestaan. Geen ondergespuugde kleding meer (althans niet op dagelijkse basis), wel nachten waarin er gewoon wordt geslapen en bij huilen is het zo handig dat het kind in kwestie kan vertellen wat er aan de hand is. Maar zoals dat gaat met ouderschapsclichés: het blijkt nog springlevend, ik vermoed tot ver na de achttiende verjaardagen.
Lees verder onder de advertentie
Ouderschapscliché
Zo sjouwde ik Casper, inmiddels 25 kilo, onlangs de trap op nadat hij ’s avonds in de auto in slaap was gevallen. “Jeetje”, verzuchtte ik liefdevol terwijl zijn hoofd op mijn schouder lag en ik hijgend boven aankwam. “Je wordt zwaar, lieverd.”
En ook al was hij half in slaap en dacht ik niet eens dat hij me hoorde, toch deed hij zijn mond open en zei, naar ik vrees honderd procent gemeend: “Ja, mam. Jij ook.” Wat ik zeg: je krijgt er zoveel voor terug.
Dit artikel staat in Kek Mama 10-2022.Ontvang elke maand Kek Mama met korting en gratis verzonden op jouw deurmat! Abonneer je nu en betaal slechts €4,19 per editie.
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Toen Louis (3) zijn ouders ervan probeerde te overtuigen dat hij prima zonder zijwieltjes kon fietsen, namen ze hem niet meteen serieus. Toch besloten Joyce en haar man de proef op de som te nemen. Dat pakte totaal anders uit dan verwacht.
‘Daar praten we niet over waar de kinderen bij zijn.’ Geld was vroeger in veel gezinnen ongeveer net zo’n gezellig gespreksonderwerp als de belastingaangifte.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.