vrek trouwt big spender
Beeld: Unsplash

Als jij vrolijk laarzen koopt van € 250 en je man een knieperd is die zegeltjes spaart, weet je een ding zeker: daar komt ruzie van.

Vincent (36), aannemer, is getrouwd met Manon (34), thuisblijfmoeder en studente Psychologie. Ze hebben twee zoons van 9 en 6.

“Neem je brood mee of ga je ergens lunchen – daar komen onze geldruzies in het kort op neer. Manon wil het liefst elk weekend buiten de deur eten, want ‘zo ontzettend gezellig’, maar ik wil een beetje op de centen letten. Een keer pizza eten of naar McDonald’s, prima. Maar ik zie het niet zitten iedere zaterdag voor vier man in een restaurant af te rekenen.

In pretparken, de bioscoop en op vakanties: Manon wil ter plekke alles kopen. Ook al kost een lullig bakje popcorn tijdens de film vijf euro terwijl ik thuis voor nog geen vijftig cent een megazak bak. Daardoor kost met zijn vieren een bioscoopje pakken bij ons rustig honderd euro, want er moet ook nog cola en koek bij.
 

Bijna failliet aan catering

Vakanties lopen altijd in de papieren, want Manon weigert een flesje water of strandstoel mee te nemen naar het strand. Daardoor ga ik bijna failliet aan beddenverhuur en catering. Of ben ik degene die de boulevard afspeurt naar winkeltjes waar ik betaalbaar drinken kan halen. Manon is echt een schat en verder zitten we qua opvoeding op één lijn, maar geld blijft een heet hangijzer.

Een van onze grootste ruzies hadden we tijdens een dagje Ponypark Slagharen. In het park staat een supermarkt voor de bungalowgasten. Ik kocht er een fles sinas en plastic bekertjes voor de prijs van één blikje aan de kassa. Manon ontplofte bijna. Ze noemde me een vrek. Ze vond het gênant dat die fles sinas uit mijn rugzak stak. Die dag hield ik mijn poot stijf: het was dit of niets. Dan maar niets, zei Manon. Zij was zo koppig dat ze geen druppel heeft gedronken. Ach, ’s avonds lachen we er dan wel weer om.
 

Geld overhouden aan het eind van de maand

Manon snapt best dat financieel niet alles kan. Ik verdien goed, maar we moeten ons leven van één salaris bekostigen omdat zij studeert. Ik zou zo graag een keertje geld overhouden aan het eind van de maand maar op de een of andere manier lukt dat nooit, want eenmaal buitenshuis ziet Manon altijd wel een leuk tentje waar we echt even iets moeten gaan eten, drinken, snacken of kopen.”
 

Naar eigen inzicht uitgeven

Nadine (29), kapster, woont samen met Jens (30), gemeenteambtenaar. Ze hebben twee dochters van 7 en 5.

“Mijn vriend en ik hebben expres gescheiden rekeningen, maar krijgen toch nog ruzie over geld. Omdat ik parttime werk, betaal ik van mijn salaris alleen de helft van onze hypotheek. De rest van mijn loon, zo’n zeshonderd euro, kan ik naar eigen inzicht uitgeven en dat doe ik dan ook vrolijk. Jens vindt dat ik stom met geld omga en ventileert dat te pas en onpas.

Hij vindt me verwend en klaagt dat ik prinsesjes maak van onze dochters. Hij vindt het onzin dat ik elke week wel iets online bestel voor de meiden. Ze hebben meer kleren dan veel volwassen vrouwen, roept hij. Dat klopt, samen kunnen ze een aardige inloopkast vullen. Als de kinderbijslag is gestort, ga ik los op mijn favoriete kinderkledingsites. Jens begrijpt niet dat ik voor mezelf laarzen koop van € 250 zonder me schuldig te voelen. Ik moet zuiniger leven, vindt hij. Sparen voor later.

Ik zie er graag verzorgd uit. Elke drie weken neem ik een manicure en pedicure en koop ik smeerseltjes en parfums. Van Jens mag het een tandje minder, maar dan werp ik tegen dat hij wel een vrouw heeft die er leuk uitziet. Of ik koop een pikant lingeriesetje, met die uitgave is hij wel altijd blij.
 

Eten waar ik trek in heb

Ik ben van huis uit niet anders gewend. Mijn moeder gaat elke week naar de kapper en koopt uitsluitend bij de Bijenkorf. Mijn ouders gaan drie keer per week uit eten en doen inkopen bij een goede slager en groenteboer. Dat hoeft voor mij niet, maar ik eet waar ik trek in heb en niet wat toevallig in de aanbieding is. Daar snapt Jens niets van. Hij wordt woedend als ik in één klap het halve huishoudbudget erdoorheen jaag aan Franse kaasjes, chocola en wijn. Daarom doet Jens de boodschappen. Hij spit foldertjes door naar aanbiedingen en is gek op de 35%-stickers van Albert Heijn.

Jens’ kritiek gaat bij mij het ene oor in en het andere uit. Ik leef nu, ik wil er nu leuk bijlopen en het liefst op dure laarzen. Dan maar een keer roodstaan. Later ben ik oud, moe en gerimpeld en boeit het me vast niet meer uit of mijn pyjama matcht met mijn sloffen.”
 

Lees ook
Bankrekening: 'Onze kinderen krijgen alles, ook als we daarvoor bij moeten lenen van de bank' >

 

Financiële slons

Amber (31) runt een webwinkel in kinderkleding en woont samen met Mehmet (34), hypotheekadviseur. Ze hebben een dochter van 8 en een zoon van 4.

“Ik ben een financiële slons. Voor mijn bedrijf moet ik secuur een boekhouding voeren. In mijn geval betekent het dat ik elk jaar een vuilniszak aflever bij mijn boekhouder met drie Lego-dozen met betalingsbewijzen, jaaroverzichten en alles waar getallen op staan. Ik zou dat keurig moeten rangschikken in Excelsheets en ordners, maar dat lukt me niet. Ik betaal liever de boekhouder extra zodat hij het voor me doet.

Mijn vriend Mehmet wordt krankjorum van mijn financiële warboel. Als we bonje hebben, slaat hij mij met mijn chaotische inslag om de oren. Hij ergert zich aan mijn schoenendoosmentaliteit, met handgeschreven notities en losse bonnetjes. Ik mag me dan ook absoluut niet bemoeien met onze privéadministratie. Hij is als de dood dat we dan onze woning worden uitgezet omdat ik de hypotheek vergeet te betalen. Op het openen of wegmaken van de post staan lijfstraffen, dreigt hij.
 

Kwijt

Ik probeer het heus wel hoor, om mijn leven te beteren. Heb ik getankt, dan houd ik de benzinebon in mijn hand zodat ik die thuis meteen kan opbergen. Maar dan komt er altijd weer een kind, poes of Facebookbericht tussen en blijft zo’n bonnetje maanden op een kast liggen. Om vervolgens helemaal te verdwijnen. Ieder jaar ontbreken er stukken in mijn boekhouding. Of krijg ik zo’n vette aanslag dat ik bij Mehmet geld moet lenen omdat ik geen reservepotje heb. Dan voel ik me even schuldig, maar dat duurt helaas nooit lang. Ik ben ook een ramp als het gaat om de kinderen.

De zwemleskaarten zijn altijd zoek, net als overblijfstrippenkaarten en de formulieren van de kinderopvangtoeslag. Gewoon foetsie. Ik heb al twee keer een duplicaat paspoort moeten aanvragen: hupsakee € 85 boete. Mehmet biedt elke maand wel een keer aan de boekhouding van mij over te nemen. Hij is hypotheekadviseur en weet alles van cijfers. Het zou een hoop stress en ergernis voorkomen, maar het is mijn eer te na. Het is míjn bedrijf, ik moet dit zelf kunnen.”
 

Financieel analfabeet

Megan (45), mediator, is getrouwd met Alberto (41), coach. Ze hebben een zoon van 5.

“Aanmaningen en betalingsherinneringen – mijn man verblikt of verbloost er niet van. Alberto is een analfabeet op financieel gebied. Toen hij
nog samenwoonde met zijn oudere broer, was het een chaos. Als Alberto zijn salaris had ontvangen leefde hij een week lang als een god. Hij ging naar de kroeg, trakteerde iedereen die tegen hem lachte, at buiten de deur en kocht mooie kleding. Na een week was zijn geld op en leefde hij op boterhammen met pindakaas. Zijn broer zorgde ervoor dat ze niet hun huis werden uitgegooid. Zelf ben ik geldbewust opgevoed. We konden kiezen: of tien gulden zakgeld in de hand, of vijftien gulden op een spaarrekening. Ik koos voor dat laatste. Op mijn dertiende had ik achtduizend gulden op mijn rekening.

Toen wij gingen samenwonen, kreeg ik al snel in de gaten dat Alberto mij nu als zijn financiële back-up zag. Net als vroeger zijn broer. Hij leefde zijn leven en bekommerde zich niet om vaste lasten. Ik schrok me rot toen de eerste aanmaningen op de mat vielen. We bleken maanden huurachterstand te hebben. Een doodzonde. Ik was woedend en schaamde me diep. Uiteindelijk heeft hij het geld voor de huur geleend van zijn broer.
 

De waarde van geld

Na een aantal stevige gesprekken met zijn ouders erbij besloot ik zijn financiële huishouding over te nemen, inclusief de afbetaling aan zijn broer. Alberto kreeg zakgeld. Dat werkte prima, totdat die slimmerd stiekem een andere rekening opende waarop zijn salaris werd gestort. Nu beheert hij zijn geld weer zelf, maar onder mijn supervisie. Hoe kinderachtig hij het ook vindt, ik check aan het eind van iedere maand of alles is betaald dat betaald moet worden. Ik durf het niet los te laten.

Onze zoon Lionel leer ik spelenderwijs de waarde van geld. Hij weet al alles van sparen. Met Koningsdag kreeg hij vijf euro, daar mocht hij spullen van kopen en hij moest zelf onderhandelen. Ik wil een sociaal en evenwichtig kind grootbrengen dat goed met geld om kan gaan. Als ik het aan Alberto overlaat wordt Lionel een bedelaar, ik voed een miljonair op.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 08-2018.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Bankrekening Curaçao
Beeld: Pixabay

Sandra heeft drie jaar op Curaçao gewoond en heeft daar geleerd alles uit het leven te halen.

Sandra (40), getrouwd met Teun, twee dochters van 14 en 12, fulltime gastouder “Ik zie net op mijn telefoon dat een van de gastouderbureaus waarvoor ik werk, heeft betaald. Mooi, dan kunnen we vanavond uit eten. Dagelijks vang ik maximaal zes kinderen op: de jongste is een baby van drie maanden, de oudste een meisje van acht.

Alle kinderen zijn welkom, of ze nu gedragsproblemen hebben of niet. Als hun ouders minder te besteden hebben, vraag ik een kleinere vergoeding. Voor het geld moet je dit werk niet doen. Per maand verdien ik gemiddeld vijftienhonderd euro.
 

Kinderopvang-proof

Toen ik na de geboorte van mijn oudste dochter aan huis was gekluisterd vanwege bekkeninstabiliteit, begonnen vroegere collega’s hun kinderen bij mij te droppen. Ik kreeg zo veel energie van die kinderen, dat ik dacht: dan kan ik het net zo goed betaald gaan doen. Ik haalde de benodigde papieren en heb ons hele huis kinderopvang-proof gemaakt.

Onze dochters weten niet beter. Het zijn gemakkelijke en sociale meiden die gewend zijn alles te delen. Als het een drukke dag is geweest, biedt mijn jongste dochter vaak aan om te koken – ze bakt al een betere biefstuk dan ik. Ik heb er wel altijd voor gewaakt dat ze genoeg aandacht van mij krijgen. Jarenlang gingen we aan het eind van de dag met z’n drietjes in bad, en met de jongste doe ik dat nog steeds.
 

'We deinen mee op de golven'

We zijn vaak met zijn drieën. Mijn man is chef d’équipe bij de marine, en veel van huis. Het komt voor dat hij zondagavond terugkomt uit Den Helder en zegt: ‘Schat, ik ga drie maanden weg.’ Ik zeg altijd: we deinen mee op de golven. Vrouwen die geen nacht zonder man kunnen slapen, dat vind ik zo’n gezever. En dat een zeeman in ieder stadje een ander schatje heeft, is onzin. Teun en ik weten wat we aan elkaar hebben.

Als je dat wil verkloten met een stomme nacht met een ander, ben je dom bezig. Nee, ik vind het heerlijk zo veel alleen te zijn. Als hij terugkomt van een lange reis gaan we ’s avonds samen in de tuin zitten, onder het afdakje voor de winterhaard. Biertje en glaasje wijn erbij en dan uitgebreid bijpraten.
 

Lees ook
'Er komt nu echt een eind aan ons leven in Málaga' >

 

Drie jaar Curaçao

Het werk van mijn man heeft meer voordelen. Toen de meisjes vijf en acht waren, zijn we voor drie jaar naar Curaçao vertrokken. We kozen er bewust voor te midden van de lokale bevolking te wonen en niet tussen de Hollandse expats, en hebben er vrienden voor het leven gemaakt.

Met gemiddeld drieduizend euro per maand heeft Teun een modaal salaris, maar daar waren we met dat geld schatrijk. Onze tuinman woonde met elf andere familieleden in een piepkleine kunuku – een huisje volgestouwd met stapelbedden, zonder douche. Veel eilandbewoners moeten rondkomen van vijfhonderd euro. ‘We hebben geen geld, maar wel de blauwe zee en de barbecue’, zeggen ze vaak. Een tijd naar het buitenland kan ik iedereen aanraden, het leert je relativeren. Ik ben milder en relaxter teruggekeerd naar Nederland, laat me minder snel van mijn stuk brengen.
 

BRCA1

Van die levenshouding heb ik de afgelopen jaren veel plezier gehad. In mijn familie komt BRCA1 voor, de genmutatie die borstkanker of eierstokkanker kan veroorzaken. Na de geboorte van mijn tweede dochter heb ik me laten testen. Die timing was bewust, niet alleen omdat mijn gezin compleet was, ook omdat we als ik positief zou testen misschien geen hypotheek konden afsluiten, en ook geen levensverzekering. Ik testte inderdaad positief. De kans dat ik ooit kanker zou krijgen was tachtig procent.

Tien jaar lang werd ik elke zes maanden onderzocht en zat ik tien lange dagen in spanning over de uitslag. Toen drie jaar geleden mijn nichtje, moeder van twee jonge kinderen, overleed aan borstkanker, besloot ik een einde te maken aan die onzekerheid. Ik dacht: bepaalt dit gen wie ik ben? Bepaalt dat gen wat ik ga doen met de rest van mijn leven? Ik wilde de controle terug. Ik wilde mijn kinderen zien opgroeien. Genieten van het leven.
 

De impact van angst en onzekerheid

Ik zal nooit vergeten hoe heerlijk ik sliep, die eerste nacht nadat mijn eierstokken en borstweefsel waren verwijderd. Toen ik zo uitgeslapen wakker werd, realiseerde ik me pas echt hoeveel impact de angst en onzekerheid op mijn leven hebben gehad.

Ik heb het geluk dat Defensie ook goed voor de partners van hun werknemers zorgt, en ik via hen ben verzekerd. Wat niet wil zeggen dat de verzekeraar niet tegenstribbelt. Dat deden ze bijvoorbeeld bij mijn borstreconstructie; die wilden ze niet vergoeden omdat het om een cosmetische ingreep zou gaan. Wat ik ook krom vind: als zzp’er kan ik een arbeidsongeschiktheidsverzekering vergeten. Die is vanwege mijn medische geschiedenis onbetaalbaar.

Terwijl ik sinds de operaties net zoveel kans heb op kanker als jij. Maar zoals ik al zei: ik laat me niet meer gek maken. En richt me op wat ik kan betekenen: bijvoorbeeld door mee te werken aan alle mogelijke onderzoeken op het gebied van deze gen-mutatie, zodat onze dochters later niet hetzelfde lot hoeven te ondergaan.
 

'We zijn gezond en gelukkig, daar gaat het om'

Het enige waarvoor we sparen, is om de eventuele studies van onze kinderen te bekostigen en om Teuns pensioengat aan te vullen. Op de rekening voor onverwachte uitgaven staat altijd wel tweeduizend euro. Verder mag het geld gewoon op. Aan etentjes met vriendinnen. Weekendjes weg met zijn vieren. Een spontane wintersportvakantie die we eigenlijk niet kunnen betalen. Dan bijten we daarna maar weer even op een houtje. We zijn gezond en gelukkig, daar gaat het om.”
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

NASCHRIFT 

In dit interview vertelt Sandra dat een arbeidsongeschiktheidsverzekering vanwege haar medische voorgeschiedenis voor haar te kostbaar werd. Ter verduidelijking: wie een BRCA-mutatie heeft, kan zich bijna altijd tegen de normale voorwaarden verzekeren. Als je toch borstkanker of eierstokkanker hebt gekregen, is het wel mogelijk dat de je premie omhoog gaat. Meer informatie vind je op oncogen.nl, een platform voor mensen met kanker in de familie. 

 

​​​​​​​

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

slaapgebrek kort lontje
Beeld: Pixabay

Als je iemand wilt martelen moet je zorgen dat ie-niet slaapt: Nienke Blokhuis gelooft het meteen. Toen haar zoon maandenlang niet doorsliep was ze in staat een moord te plegen.

Ik kende ze, de verhalen over kinderen die hun ouders tot waanzin dreven door nachten achtereen niet te slapen. Ik had met ze te doen, maar was vooral heel erg blij dat het bij ons wel goed ging. Onze oudste zoon duikt van jongs af aan met plezier zijn bed in en slaapt door tot in de late ochtend.
 

Jullie zijn zulke relaxte ouders

“Jullie zijn ook zulke relaxte ouders, dat zie je terug in het kind hè”, hoorde ik vaak als ik vertelde dat we op dit vlak niets te klagen hadden. Dan antwoordde ik iets van: “Pfff nahh haha joe”, met een wegwerpgebaar en uiteraard een flinke toef valse bescheidenheid. Want natuurlijk klopten wij onszelf op de borst. Potdorie, dat hadden we maar goed gedaan.
 

Tweede zoon is vreselijk slechte slaper

En toen, ruim twee jaar later, kwam nummer twee. Een joekel van een kind met een flinke bos haar en grote donkere ogen. Mijn prachtzoon. Een dikke tevreden boeddha met een enorme eetlust en flinke stembanden, die hij gelukkig alleen gebruikte als het echt nodig was. We waren dik tevreden met onze nieuwe aanwinst.

Toen hij ’s nachts wat begon te spoken, susten we dat met het geruststellende: “Het zal wel weer een sprongetje zijn”. Totdat het zelfs niet meer binnen de brede marges van Oei, ik groei viel. En een dutje overdag voor mij niet meer voldoende was om bij te slapen. Het duurde even voordat ik toe kon geven dat mijn zoon een vreselijk slechte slaper was. En ik dus een oververmoeide moeder.
 

Slaaponderbreking is een martelmethode

Even voor de duidelijkheid: mijn zoon sliep wel, hij werd alleen steeds wakker. Bijna om het uur. Dan wilde hij mijn hand voelen, of even aan de borst en sliep na twintig minuten weer verder. Om na een uur weer wakker te worden voor nog zo’n sessie. Behalve als ik hem naast me liet liggen, onze voorhoofden tegen elkaar. Lief, maar voor mij een onmogelijke positie om weer in slaap te vallen.

Daarom legde ik hem uiteindelijk weer terug in zijn bedje, waar hij na een klein uurtje, jawel, weer wakker werd. En dat tot de vroege ochtend. Slaaponderbreking is een beproefde martelmethode, las ik ergens. Mensen kunnen er gek van worden, en ziek. Het raakt je namelijk in je diepste biologische functies die verantwoordelijk zijn voor je lijf en je verstand. En man, dat heb ik geweten. 
 

Een kort lontje met vies haar

Ik geef alvast één cliffhanger weg: mijn vriend is al die tijd bij mij gebleven. Een godswonder. Gek genoeg sliep hij altijd door het gehuil heen, waardoor hij mijn geraaskal waarschijnlijk nog redelijk op kon vangen. Ook leerde hij al snel niet meer tegen mij in te gaan als ik ’s ochtends de gebroken nachten evalueerde.

Soms durfde hij het aan ook een beetje te klagen als hijzelf iets van het gehuil had meegekregen. “Ik merk het toch wel aan mezelf hoor, dat gespook ’s nachts”, probeerde hij dan. “Je bent niet de enige die moe is.” In mij groeide dan een gloeiend hete bal die langzaam naar boven steeg. “Hoe bedoel je”, kreeg ik er nog net uit. “Ik zág je verdomme slapen, al die keren dat ik rechtop in bed zat.” Meestal liet hij het hierbij, een enkele keer sloot hij af met: “Maar dat hoef je nog niet op mij af te reageren”. Waarop ik gilde: “Dat zal wel, maar dat moet je me maar even gunnen!” Want ik was me er heus van bewust dat ik zowel fysiek als mentaal de slechtste versie van mijzelf was: een kort lontje met vies haar. En het ergste nog: zonder humor.
 

Hersencellen één voor één uitgeschakeld

Want hoe ik ook mijn best deed tijdens gesprekken op feestjes, altijd ging de clou langs me heen. Of antwoordde iemand, nadat ik het voor elkaar had gekregen een scherpe volzin te formuleren, dat die conclusie net ook al was getrokken.

Eén keer heb ik zes vergeefse pogingen gedaan het woord ‘manipulatief’ foutloos uit te spreken. De slapeloosheid schakelde mijn hersencellen één voor één uit totdat er maar een handjevol actief bleef. Die laatste dappere exemplaren leken alleen maar goed te zijn voor de meest noodzakelijke functies: eten, drinken, rechtop staan, lopen. En praten over slaap.
 

Lees ook
Vrolijke opvoedtantes Els en Do over slaapgebrek >

 

Als een suikerpatiënt

Want god, wat praatte ik graag over nachtrust. Als een suikerpatiënt die een slagroomtaart moet beschrijven, zo ging ik los over slaap. Vroeg iemand mij hoe het met me ging, dan begon ik over de nachten. Ondertussen zag ik overal mogelijkheden waar ik mijn hoofd even neer kon leggen.

Een etalage van een beddenwinkel was als een snoepwinkel. Let wel: niet alle slaapverhalen waren welkom. De anekdotes van een vriendin die na mij was bevallen van een dochtertje dat meteen doorsliep kon ik niet aanhoren. “We snappen er zelf ook niets van,” sloot ze haar succesverhaal steevast af, “maar vaak genoeg moeten we haar zelf ’s ochtends wakker maken.”
 

Dat het niet aan mij lag, stond nooit in zo'n lijstje

Daarna volgde een reeks tips die ik uiteraard zelf allang had uitgeprobeerd. Dat deed pijn. Want dat ik gewoon pech kon hebben, dat het niet aan mij lag, dat kwam nooit in zo’n lijstje voor. Nee, dan de moeders die in hetzelfde schuitje zaten. Ik pikte ze er meteen uit: zij die zich in een gesprek hardop afvragen waar ze het ook alweer over hadden, tijdens het luisteren ineens een glazige blik opzetten of op zoek zijn naar het mobieltje dat ze op dat moment in hun hand houden.
 

Jezelf en je gevoel voor humor kwijt

Toen ik een keer via Marktplaats bij iemand een wipstoeltje ging ophalen, zag ik het al toen ze de deur opendeed: de kleine oogjes, haar smoezelige yogabroek, de blik waaruit bleek dat ze even geen idee had waarvoor ik kwam. Toen ze in haar woonkamer vroeg voor wie het wipstoeltje was, begon ik automatisch over mijn nachten.

Als afgesproken viel ze me bij. Hoe onproductief ze al maanden is op haar werk. Hoe intens ze die collega haat wiens kinderen wél doorslapen. Samen bespraken we hoe irritant het is jezelf zo kwijt te zijn, en je gevoel voor humor. Hoe je relatie eronder lijdt en dat je partner echt geen recht van spreken heeft als hij wel slaapuren maakt. Later dan gepland fietste ik weer naar huis. Het motregende en het stoeltje gleed bij elke bocht van mijn stuur. Maar ik voelde me licht en fris. Ik zou bijna zeggen: uitgeslapen.
 

Dagelijks op jacht via Google

Eén hoofdstuk besprak ik niet met deze vrouw: die met oplossingen en adviezen. Want we wisten van elkaar dat we alles uit de kast hadden getrokken. De opmerking ‘laat je vriend het eens doen’ kon ik bijvoorbeeld niet meer horen. Ook al lag ik een verdieping lager of een huis verder, door mijn verstoorde nachtritme werd ik alsnog minimaal vier keer wakker.

Wel googlede ik dagelijks nieuwe slaapmethodes. Las ik iets over de heilzame werking van wollen rompers, dan stond ik al in een antroposofische kinderwinkel een loeiduur exemplaar af te rekenen. Ik gaf mijn zoon papflessen voor de nacht omdat een volle maag hem in slaap zou houden, bakerde in en weer uit, vermeed op krampachtige wijze oogcontact als ik hem op bed legde (en bad dat hij hier geen sociale stoornis aan zou overhouden), zong liedjes, speelde muziekdoosjes af, probeerde een verduisteringsgordijn en nachtlampjes, liet hem huilen of bleef sussen. Maar het hielp allemaal niets.
 

Ik flipte de pan uit

Toen mijn schoonmoeder begon over een aanschuifbedje, werd dat vanzelfsprekend mijn nieuwe missie. Op Marktplaats vond ik een perfect exemplaar. Meteen maakte ik een afspraak: zaterdag zou ik het ding ophalen. Ik was in een jubelstemming, zag voor me hoe mijn zoon intens tevreden in zo’n bedje lag, naast mij, zijn ronkende moeder. O jongens, dacht ik. Vanaf zaterdag slapen we weer. Alles komt goed.

Totdat op vrijdag een berichtje van verkoopster Chantal binnenkwam. Met een lullig ‘sorry’ kondigde ze aan dat ze het wiegje net had verkocht aan iemand die het eerder kon ophalen.Het was als het moment in een real life-soap waarop de voice-over zegt dat er ‘iets in haar knapte’. Ik flipte de pan uit. Ik overwoog Marktplaats te mailen om deze vrouw aan te geven. Ik gilde naar mijn vriend dat dit toch zeker niet normaal is. Dat dat hele Marktplaats toch zeker nergens op slaat als dit soort mensen eraan meedoen.

Wat mijn antwoord aan haar is geweest weet ik niet meer. Ik durf het niet op te zoeken. Maar het voelde wel heel fijn om eindelijk eens iemand volledig de schuld te geven van alle misère. Om de hele baggerse zooi bij deze volstrekt onbekende vrouw uit te storten. Ontremming, noemen ze dat in de psychologie. Knettergek, moet Chantal gedacht hebben. 
 

Eén voor één knipten ze weer aan

Dat aanschuifbedje is er nooit gekomen. Rond diezelfde periode bouwde ik de borstvoeding af en ging er meer flesvoeding in. Of misschien was het het weer, die nieuwe slaapzak, de stand van de maan. Het kan me niet schelen: hij sliep.

Ik heb nog weken moeten herstellen van zijn Guantanamo Bay-regime en werd iedere nacht vier keer wakker. Maar toen was-ie daar. Die hele nacht slaap. En nog één. Eén voor één knipten mijn hersencellen weer aan als kerstlampjes, ik kreeg weer zin in jurken en lipstick, etentjes, feestjes. Ineens was mijn vriend weer leuk en kwam ik eindelijk toe aan alle dingen die ik in die maanden had willen doen. Bijna alle dingen dan. Ik moet Chantal nog steeds een excuusmailtje sturen.
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >