Beeld: 123RF
Beeld: 123RF

Mariëlle had het fantastisch voor elkaar. Een man, twee dochters, een huis, geld. En nu is er niets van over. Haar huwelijk is voorbij, ze zit in de schuldsanering en loopt bij de voedselbank.

Mariëlle (39), secretaresse, gescheiden, moeder van Sterre (10) en Maria (8).

“Te veel licht. Dat dacht ik toen ik voor het eerst naar de Voedselbank ging. Schel tl-licht. Ik had gehoopt dat het er schemerig zou zijn, zodat niemand me daar kon betrappen. Ik hield mijn zonnebril op, een Ray-Ban van tweehonderd euro. De ruimte was kaal, vrijwilligers deelden voedselpakketten uit aan schuifelende klanten die de ogen neergeslagen hielden. In mijn pakket zat een onbespoten bloemkool van mijn oude bio-winkel, die had die dag blijkbaar overschotten. Ik waande me in de hel.
 

Eigen schuld, dikke bult

Eigen schuld, dikke bult, dacht ik. Ik heb mijn man Maarten bedrogen met zijn beste vriend Jan-Willem. Twee jaar lang. Ik vervloek de dag dat we voor het eerst zoenden. Tijdens een rookpauze voor een restaurant waar we aten met onze wederhelften. ‘Zie je wel dat roken slecht voor je is’, grijnsde Jan-Willem.

Op een dag betrapte Maarten ons. Hij sleurde Jan-Willlem het bed uit en sloeg hem een bloedneus. Jan-Willem deed niets. Hij trok zijn kleren aan en vertrok. Dat was de laatste keer dat ik hem zag. Zijn vrouw vergaf hem op voorwaarde dat ze naar een andere stad verhuisden. Maarten vergaf mij niet. Hij vertrok meteen naar een hotel. Om één ding ben ik blij: hij heeft onze dochters niet verteld wat ik heb gedaan. Ik hoop dat ze er pas achter komen als ze volwassen zijn. Of nooit.
 

Schone lei

Het eerste jaar na onze scheiding nam hij ze één keer in de twee weken mee naar een pretpark. Toen betaalde hij nog gewoon alimentatie, hij verdiende goed als zakenman. Tot mijn stomme verbazing mailde hij me op een dag dat hij het niet meer aankon de kinderen te zien. Ze deden hem teveel aan mij denken.

Om met een schone lei te beginnen had hij een bescheiden baan als manager aangenomen in Washington. Intussen is hij hertrouwd en heeft hij een zoontje. Daar had hij altijd naar verlangd. Voor onze dochters betaalt hij nauwelijks alimentatie omdat hij nu minder verdient. Of zegt te verdienen. De Nederlandse rechter heeft beslist dat hij een hoger bedrag moet betalen, maar die heeft weinig te zeggen in de VS.

Tot voor kort nam ik het Maarten niet eens kwalijk, het was mijn verdiende loon. Ik voelde me afschuwelijk tegenover de kinderen. Door mij ging hun leven er op alle fronten op achteruit. Ze moesten hun vader missen. We werden arm. Ik kon geen werk krijgen.
 

De schijn ophouden

Na de geboorte van de kinderen was ik gestopt met mijn werk als secretaresse. Om kans te maken op werk moest ik een bijscholingscursus volgen, maar die kon ik niet betalen. We kregen een uitkering en verhuisden naar een huurhuis aan de andere kant van de stad. Het sneed door mijn ziel dat mijn dochters hun buurtvriendinnetjes kwijt waren. Zelf kan het me geen moer schelen de rest van mijn leven broccoli te eten in een flatje in een achterstandswijk. Dat meen ik uit de grond van mijn hart.

Maar de kinderen iets weigeren is zwaar, helemaal omdat ik me schuldig voel. Daarom wilde ik per se dat ze op hun oude school zouden blijven. Ik hield mijn auto aan om ze weg te brengen. Op die school is het normaal dat kinderen een iPhone en iPad hebben. Die kocht ik op afbetaling. Net als laptops, een Playstation en games. Ik liet de kinderen ook op hockey en tennis. Daarvoor heb je dure kleren nodig, waar ze steeds weer uitgroeien. Ik bleef ook merkkleding voor ze kopen om ze niet uit de toon te laten vallen. Zo hield ik de schijn op.
 

Tweesporenroute

Mijn omgeving dacht dat Maarten genoeg alimentatie betaalde. Ook mijn ouders vertelde ik niets. Zij zijn strenggelovig en ik was bang dat ze erachter zouden komen waarom Maarten zo boos op me is. Ik sta er zelf verbaasd van hoelang het lukt mooi weer te spelen als je eenmaal op zo’n tweesporenroute belandt. Dat je de werkelijkheid zo kunt ontkennen. Ik ben blind op de wal afgekoerst die het schip keert. Er kwam een moment dat ik de huur niet meer betaalde. De rekeningen niet meer opende. Ik gooide ze in een la en deed die dicht.

Op een dag moest ik al mijn boodschappen teruggeven bij de kassa van de Lidl wegens onvoldoende saldo. Vanaf dat moment ging het snel. Ik had zo veel schuldeisers dat de deurwaarder zijn opwachting maakte. Daarna belandde ik in de schuldsanering.

Ik kreeg een piepjonge bewindvoerder, Dylan. Die is nu de baas is over mijn leven. Mijn post wordt naar hem doorgestuurd. Ik mag geen brief versturen zonder zijn toestemming. Hij mag al mijn bezittingen verkopen. Hij zorgt dat ik elektra, gas en water betaal. Hij mag ons huis binnenkomen wanneer hij wil, maar dat doet hij niet – hij is aardig. Hij staat me toe de auto te houden om de kinderen naar school te brengen. En ons tv-abonnement. De kinderen moesten wel hun iPad en iPhone inleveren. Ik zei dat het maar voor even was, tot papa en ik meer geld hadden.
 

Blessing in diguise

En toen ging ik dus voor het eerst naar de Voedselbank. Met mijn stokoude Ray-Ban op mijn neus. En mijn dure tas. Die mocht ik houden van Dylan, ze zijn niet veel meer waard als je ze doorverkoopt. De Voedselbank is een blessing in disguise. Een keerpunt. Ik kijk met andere ogen naar mensen aan de onderkant van de samenleving nu ik een van hen ben. Zonder de filter van status en geld is iedereen zichzelf. Dat maakt gesprekken automatisch interessanter.

De vrijwilligers hebben gouden harten. Ik weet nu dat iedereen kan overkomen wat mij is overkomen. Van de chronisch zieke metselaars die zijn ontslagen tot de vrouw uit Wassenaar wier villa onder water staat. Door het contact met lotgenoten schaam ik me niet meer voor mijn armoede. Dat geeft een soort fierheid. Ook jegens Maarten. Mijn schuldgevoel verdween. Ik ben misschien een slechte echtgenote geweest, maar hij is een slechte vader die zijn narcistische gekrenktheid boven het geluk van zijn kinderen stelt.
 

'Ze hielden meer van me dan ik dacht'

Ik heb drie vriendinnen alles verteld. Ze gaven mijn dochters een iPad en iPhone, nemen ons mee uit eten en naar de film. Over kerst hoef ik me geen zorgen te maken, we zijn dankzij hen drie dagen onder dak. Van de Voedselbank krijgen we ook nog eens een verrassingspakket.

Eindelijk durfde ik mijn ouders met de waarheid te confronteren. Die lieverds tegen wie ik me altijd had afgezet. Ze hielden meer van me dan ik dacht. En van hun kleindochters voor wie ze nu het lidmaatschap van de hockey- en tennisclub betalen. Want: ‘Het lichaam is de tempel van de Heilige Geest.’ Op hun kosten volg ik een bijscholingscursus.

Mijn vriendinnen hebben beloofd hun netwerk in te zetten als ik straks op zoek ga naar een baan. Als me dat lukt, als ik een echt salaris verdien en uit de schuldhulpverlening ben, ga ik de Voedselbank steunen. Vrijwilligster Truus bij wie ik altijd kan uithuilen, kankerpatiënt Sam die me aan het lachen maakt, zwerver Mo met zijn mooie verhalen – ik laat ze nooit meer gaan.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 13-2017.
 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

harde werker en moeder
Beeld: Pexels

Als advocaat staat blogger Candace Alnaji vrouwen bij die gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt omdat ze zwanger zijn of kinderen hebben. ‘Hun kansen worden ontnomen omdat ze het lef hadden om een kind ter wereld te brengen.’

‘Maar je kunt heel goed én een harde werker én moeder zijn’, schrijft ze op Scary Mommy.
 

Identiteit

Candace las een essay van een zwangere vrouw, waarin zij uitlegde dat zij zichzelf geen ‘moeder’ zou gaan noemen. De reden: ze wilde niet dat haar identiteit als moeder de rest van haar leven zou overschaduwen. ‘Inmiddels heeft ze een baby en beschrijft ze zichzelf in haar blogs nog steeds niet als moeder’, zegt Candace. ‘Daar is niets mis mee - iedereen moet zichzelf op zijn eigen manier uiten. Maar als ik een blog schrijf, zal ik mezelf altijd moeder noemen.’

 

Lees ook:
'Het moederschap staat gelijk aan 2,5 fulltime baan' >

 

Discriminatie

Candace is advocaat op het gebied van arbeidsdiscriminatie. ‘Voordat ik kinderen kreeg’, vertelt ze, ‘vertegenwoordigde ik moeders. Zij werden door hun werkgevers gediscrimineerd op basis van hun status als moeder. Ze werden lastig gevallen omdat ze een miskraam hadden of omdat ze leden aan een postnatale depressie.’ Sinds Candace zelf kinderen heeft, kan ze hun pijn en frustratie heel goed voorstellen. ‘Veel moeders worden hun kansen ontnomen – gewoon omdat ze het lef hadden om een kind ter wereld te brengen en vervolgens blijven werken.’
 

‘Moeder én goede werker’

Volgens Candace is het belangrijk om de huidige en toekomstige generatie vrouwen te laten zien dat je heel goed een moeder én iets anders kunt zijn. ‘Het moederschap vormt een heel groot deel van je identiteit’, legt ze uit, ‘maar daarnaast kun je ook een goede werker zijn. We hebben vrouwen nodig die zeggen: ‘Ik ben advocaat en ook een moeder. Ik ben verpleegster en ook een moeder.’ Dus of ik nou tachtig of twaalf uur per week werk, ik zal in mijn blogs altijd schrijven dat ik een advocaat, schrijfster én moeder ben.’


 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

bankrekening heimwee
Beeld: Pexels

Trine (37, traffic-manager zonder baan) is getrouwd met fysiotherapeut Abel en moeder van Svetta (5) en Lars (2). 

“Toen ik op mijn 21ste naar Nederland kwam om te studeren, was ik vast van plan om na vier jaar terug te keren naar Zweden. Daar woonde ik met mijn ouders, broertjes en zus vijftien kilometer onder Stockholm en had een hechte vriendinnengroep. Ik was echt een buitenmeisje: ’s winters stond ik ieder weekend op de latten.

 

Steeds meer een Nederlandse

Die vier jaar werden er veertien en ze vlogen om. Ik miste mijn familie, maar vond in Abel de liefde van mijn leven en raakte verknocht aan fietsen door Amsterdam. En aan jullie gezelligheid – de cafés op iedere hoek van de straat, het barbecueën met de buren. Ik was steeds meer een Nederlandse geworden.

 

Kon het beter? Ja, voor mij

Hoe erg, dat ontdekte ik pas toen we een half jaar geleden met ons gezin naar Zweden vertrokken. Abel zat al een jaar zonder werk – bij onze hypotheekverstrekker waren we al ondergebracht bij de afdeling Intensief Beheer – toen een oud-­collega hem op een vacature in een gezondheidspraktijk in het zuidoosten van Zweden attendeerde. Hij een goede baan, ik terug naar mijn geboorteland, waar mijn ouders ook eens konden ontdekken wie hun kleinkinderen nu eigenlijk waren. Hun zomerhuisje ligt een uur rijden van het dorp waar wij wonen. Kon het beter? Eh, ja dus, voor mij.
 

Lees ook
'Er komt nu echt een eind aan ons leven in Málaga' >

 

Ik vind het hier zo stil

Abel en de kinderen vonden al heel snel hun draai. In zes maanden tijd hebben we onze schuld van € 17.000 al teruggebracht tot zo’n € 5000. Ons typisch Zweeds rood houten huis met sauna is fantastisch. In Amsterdam moest ik de buggy aan een haak in het trappenhuis hangen, hier struikel ik nog niet over dertig paar schoenen. Als de kinderen in Amsterdam buiten wilden spelen, moesten we het halve huis, inclusief onszelf, de straat op sjouwen. Hier roep ik vanaf de veranda dat ze uit hun boomhut moeten komen. Maar… ik vind het hier zo stíl.

 

De banen liggen niet voor het oprapen

Ik vrees dat ik een stadsmeisje ben geworden. Ik had nooit gedacht dat ik mijn benedenbuurvrouw Ali, die de term ‘lang van stof’ heeft uitgevonden, zou gaan missen, maar ik doe het toch. Ik heb al wat sollicitaties achter de rug, maar in mijn branche liggen de banen hier niet voor het oprapen. Het blijkt ook niet makkelijk het contact met mijn vroegere vriendinnen op te warmen. Logisch natuurlijk, ik heb hun mijlpalen gemist, zij die van mij.

 

Ophouden met desperate housewifegedrag

Laatst viel Abel tegen me uit: ik moest eens ophouden me als een desperate housewife te gedragen en proberen er het beste van te maken. Dat had hij toch ook gedaan het afgelopen jaar? Hij heeft gelijk, natuurlijk. Ik voel me schuldig. Naar hem en mijn familie – hun nabijheid is blijkbaar niet voldoende om me gelukkig te maken. Ik heb me nu aangemeld bij een hardloopgroepje. En ik werk sinds kort twee dagen in een brocantewinkel in het dorp. Als ik heel eerlijk ben: ik tel de maanden af tot Abels contract afloopt en we terug kunnen naar het land waar ik me thuis ben gaan voelen. Nog 23 te gaan.” 
 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >