mama is goed bezig Lesbos vluchtelingen
Beeld: Shutterstock

We kennen allemaal het hartverscheurende beeld van het verdronken Syrische jongetje in zijn rode T-shirtje op een Grieks strand. Steffi de Pous (35) werd na het zien van die beelden zo boos en verdrietig van de situatie dat ze besloot iets te doen. “Ik wilde mijn gevoel van onmacht om te zetten in daadkracht.” Inmiddels woont ze op het Griekse eiland Lesbos om daar vluchtelingen te helpen.

Steffi de Pous is moeder van zoon Ceas (1) en zwanger van de tweede, een meisje:

More content below the advertising

“Eigenlijk kan ik helemaal niet goed tegen al het leed op aarde. Mijn verantwoordelijkheidsgevoel is heel groot. Wanneer ik iets of iemand zie lijden, wil ik helpen de situatie verbeteren. Daarom kijk ik nooit het nieuws en heb ik geen tv. Het in me opnemen van negatieve informatie zonder dat ik me ergens voor in kan zetten, geeft me een gevoel van onmacht. Maar deze keer was de nood zo dichtbij.”
 

Onmacht werd daadkracht

“Ik woonde in Amsterdam en werkte daar als coach voor mensen met een burn-out. Via Facebook zag ik vaak beelden van vluchtende Syriërs voorbij komen. Huilende moeders, natte kleine kinderen. Het zag er vreselijk uit. Tot de dag dat we allemaal dat beeld voor onze kiezen kregen van het driejarige Syrische jongetje dat in zijn rode T-shirt en spijkerbroekje op een Grieks eiland aanspoelde. Ik voelde woede en verdriet en realiseerde me vooral: dit gebeurt slechts op een vakantie-afstand van mij vandaan.

Vanaf dat moment wilde ik niet langer toekijken; er was hulp nodig. En misschien kon ik zelf een klein verschil maken. Het leek zo simpel, gewoon gaan en helpen. Dus koos ik ervoor om mijn gevoel van onmacht om te zetten in daadkracht. Maar ik ging niet met lege handen. Op de beelden in het nieuws zag ik al die moeders met hun dierbare spulletjes in een zware tas zeulen, met vaak met een baby onder de arm. Ik dacht: die kinderen moeten veiliger gedragen worden en die moeder moet haar handen vrij hebben. Samen met een vriendin bedacht ik dat een babydrager daarom het perfecte item was om mee te nemen. Dit was de start van Because We Carry.

Op mijn Facebookpagina vroegen we mensen om hulp. Eerst kregen we vanuit Nederland en later vanuit de hele Benelux babydragers met dozen tegelijk binnen. We moesten zelfs een groot pand huren, want zevenduizend dragers sla je niet eventjes in je Amsterdamse keldertje op. Een paar weken later stond onze missie gepland. Samen met de eerste grote lading dragers, twee artsen, een draagconsulente, een sterke man en twee vriendinnen vertrok ik naar Lesbos.”
 

Het verschil maken

“Eenmaal aangekomen bleek de situatie veel erger dan we dachten. In die tijd kwamen er dagelijks duizenden mensen aan in overvolle rubberbootjes. Velen van hen waren uitgedroogd, onderkoeld, uitgehongerd of verzwakt. Het ‘gewoon’ uitdelen van de babydragers bleek veel te naïef gedacht. Het grootste deel van die week stonden we op het strand en in de ijskoude zee mensen te helpen.

Als er een boot aankwam, schreeuwde ik dat iedereen stil moest blijven zitten. Eerst wilde ik de baby’s uit de boot en meestal wees ik mannen aan die samen met mij een rij vormden om de rest te helpen. Langzaam kon dan iedereen om de beurt veilig aan land komen. Maar we deden veel meer: we kochten bananen, boterhammen, water, dekens, en gaven zoveel mogelijk liefde en aandacht.

Na een week amper slaap en vierentwintig uur per dag mensen helpen, zat ik uitgeput en in de war in het vliegtuig naar huis. Daar kwam het besef: ik, die kleine blonde ik, kon inderdaad verschil maken. Ik was veel sterker dan ik dacht! Toen ik na een tweede week fulltime helpen later dat jaar weer terugkwam in Amsterdam, was ik de draad een beetje kwijt. Ik snapte niet meer zo goed wat we hier nou allemaal aan het doen waren. De leegte, het langs elkaar heen leven, de praatjes… Waarom kwamen er niet veel meer mensen helpen?

Ik besloot daarom zelf vaker op en neer te gaan, maar óf daar óf hier landen en mijn draai vinden werd elke keer een tikkie lastiger. Toen ik verliefd werd op Adil, die ook samen met zijn vriend mensen op Lesbos kwam helpen, besloten we in april 2016 samen op Lesbos te gaan wonen. We lieten veel achter, maar we kregen er samen ook heel veel voor terug.”
 

Liefde geven

“Ik hou me hier nu fulltime bezig met Because we Carry dat uitgegroeid is tot professionele organisatie. Ik bepaal voornamelijk de grote lijnen, de koers, maar ook nieuwe acties, inzamelingen, projecten, social media en ben het aanspreekpunt voor veel contacten. De grootste stroom vluchtelingen is afgenomen, maar de laatste tijd stijgt het aantal boten dat aankomt wel weer. Er is dus nog genoeg te doen.

Op de grond werk ik niet meer zoveel als voorheen, al ga ik nog bijna elke week met een volle auto op pad om mensen te helpen die langs de weg lopen. Babydragers, kinderwagens en voor de vele pasgeboren baby's zijn we nu het project The Carry Bag begonnen, waarin we via Facebook mensen oproepen een tas te maken met basisgoederen voor pasgeboren baby’s.

De knuffels en de kussen die ik van moeder tot moeder krijg als ik dit uitdeel, geven mij elke keer weer energie. Natuurlijk ben ik op sommige dagen echt wel moe, chagrijnig of kattig, maar meestal voel ik me zo gelukkig. Mensen mijn liefde en aandacht geven, geeft zoveel liefde terug.

Voor de toekomst is het wel de bedoeling dat we teruggaan naar Nederland. Het wordt voor Ceas tijd om met zijn oma pannenkoeken te gaan eten in het Amsterdamse Bos, om naar Artis te gaan en bij zijn neefje te gaan logeren. Vanuit Nederland willen mijn man en ik onze stichtingen groter gaan maken met zo nu en dan een week Lesbos. Dat zal even schakelen worden, terug naar het normale leven, maar echt normaal zal het voor ons denk ik nooit meer worden. Gelukkig ook maar.”
 

Meer informatie: www.becausewecarry.org en volunteers@becausewecarry.org

 


Steffi.
Beeld: privébeeld.

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Beeld: Shutterstock
Beeld: Shutterstock

Slaan, duwen, trekken: kinderen doen het bijna dagelijks. Volgens moeder en blogger Acacia Blixen is het heel belangrijk dat een kind 'sorry' leert te zeggen tegen een ander. 'Ouders moeten daarin het goede voorbeeld geven.'

Buiten spelen

De kinderen van Acacia gaan niet naar school, omdat ze er voor kiest ze thuisonderwijs te geven. Haar kinderen spelen regelmatig met vriendjes die ook niet naar school gaan. ‘We zijn een groepje gestart met kinderen van allerlei leeftijden die samen buiten konden spelen, onder toezicht van een ouder. Ik heb toen één ding aangegeven: dat slaan en duwen niet getolereerd wordt en dat als een kind een ander kind pijn doet, hij zijn verontschuldigingen moet aanbieden.’

More content below the advertising

 

Lees ook:
'Mijn dochter (5) hoeft niet altijd sorry te zeggen' >

 

Zelf oplossen

In praktijk blijkt dat echter niet zo eenvoudig. Het komt nogal eens voor dat één van de kinderen van Acacia een duw of trap krijgt en dat de boosdoener dan verder gaat alsof er niets gebeurd is. ‘Daar stoor ik me enorm aan’, vertelt ze. ‘Soms zegt de ouder van het kind ‘sorry’, namens zijn zoon of dochter, maar zo’n verontschuldiging is niets waard.’ Volgens Acacia moet je het de kinderen zélf te laten oplossen. 'Dus: niet ‘sorry’ zeggen namens je kind, maar het je kind zelf laten zeggen. En wil hij dat niet, omdat hij geen spijt heeft, dan moet hij weg.’

 

Goede voorbeeld

Acacia vindt daarnaast dat ouders het goede voorbeeld moeten geven. ‘Bied zelf je verontschuldigingen aan als je een fout maakt. Als een kind het gewend is om ‘sorry’ te horen van zijn ouders, dan zullen ze het gemakkelijker vinden om zichzelf te verontschuldigen tegenover hun vriendjes. Geef je als ouder niet het goede voorbeeld, dan leert een kind dat het normaal is dat iemand anders de verantwoordelijkheid voor zijn acties op zich neemt.’
 

Bron: Scary Mommy.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

 

Beeld: Shutterstock
Beeld: Shutterstock

Klik en nog eens klik: in een mum van tijd heb je twee gaatjes in je oren, voor de rest van je leven. Dat lijkt heel vanzelfsprekend voor meisjes, maar volgens Kristen Mae is dat het niet. Zij liet haar dochter zelf bepalen wanneer ze gaatjes in haar oren wilde. 

Traditie

De dochter van Kristen is 9 en heeft sinds een jaar gaatjes in haar oren. Kristen legt op haar blog uit: ‘Veel ouders geven hun dochters oorbellen als ze nog maar een baby of een peuter zijn. Zelf was ik ook een baby toen ik gaatjes kreeg en ik kan me er dus niets van herinneren. Voor sommige ouders is het zelfs een culturele traditie die er gewoon bij hoort. Maar ik heb er heel bewust voor gekozen om onze dochter pas op haar negende gaatjes te geven.’

More content below the advertising

 

Lees ook:
'Waarom ik mijn baby echt geen oorbellen geef' >

 

Eigen keuze

Kristen noemt daar een aantal redenen voor. ‘Ten eerste wilde ik haar geen pijn doen op zo’n heel jonge leeftijd. Bovendien vind ik de standaard die tegenwoordig aan uiterlijk wordt gesteld, onzin. Ik wilde haar geen gaatjes geven omdat het maatschappelijk verwacht wordt om die als jong meisje te hebben.’ Daarnaast vond Kristen het heel belangrijk dat het haar dochters eigen keuze zou zijn. ‘Rond haar vijfde begon ze zich af te vragen waarom haar vriendinnetjes wel gaatjes in hun oren hadden en zij niet. Ik vertelde haar waarom ik had gewacht en ze vroeg me of het pijn zou doen. Ze besloot toen dat ze op haar achtste gaatjes wilde. En zo geschiedde.’

Sindsdien is haar dochter supertrots op haar oorbellen. ‘Waarschijnlijk was het ook gewoon oké geweest als we haar op jonge leeftijd gaatjes hadden gegeven’, zegt Kristen. ‘Maar ik ben toch blij dat we hebben gewacht. De dag dat ze haar eigen keuze maakte – ook al gaat het maar om twee piepkleine gaatjes – was de dag dat ze zich onafhankelijk voelde. Voor haar was het een bewuste keuze waar ze voor altijd trots op zal zijn.’

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >