sabine rijke minnaar golddigger
Beeld: Getty Images

Je kunt je drie slagen in de rondte werken om na je scheiding een nieuw bestaan op te bouwen of je neemt een minnaar die niet te beroerd is om in je levensonderhoud te voorzien, zoals Sabine (40) besloot.

“Als kind was ik er al eentje van het slag ‘twaalf ambachten, dertien ongelukken’. Ik verruilde de havo voor de mavo, om daarna in het eerste jaar van het mbo te besluiten maar gewoon te gaan werken. Toen ik na jaren bediening in de horeca Arjen tegen het lijf liep, was ik maar wát blij dat hij het liefst een – wat hij noemde – ‘traditionele vrouw’ had. Eentje die thuis voor de kinderen zorgde, en als ze zin had het huishouden er een beetje bij fietste. Hij had een goede baan in het vermogensbeheer, daar was inkomen van mijn kant echt niet bij nodig, stelde hij. Nog geen half jaar na onze ontmoeting trok ik bij hem in, drie maanden daarna was ik zwanger.

Article continues after the ad

Melvin, onze oudste van nu vijftien, was een huilbaby. Niet zo gek dus dat het van werken niet kwam, al had ik gewild. Ik nam de zorg voor mijn rekening, zodat Arjen uitgerust naar kantoor kon. Prima constructie, vond ik; ambitieus was ik nooit geweest. Het huilen stopte, baby twee diende zich aan, twee jaar later gevolgd door nummer drie. En zo zat ik op mijn 32e met drie jonge kinderen in een enorm huis en een doorgaans door man onbeslapen bed.
 

Uit het oog verloren

Arjen draaide krankzinnige uren en kroop steeds vaker op de bank in zijn kantoor. Of in het bed van zijn secretaresse, zo bleek later – hoe cliché. We raakten elkaar volledig kwijt. Niet dat ik veel moeite deed ons huwelijk nieuw leven in te blazen. Mijn leven beviel me uitstekend: financieel was alles royaal geregeld en ik kon gaan en staan waar ik wilde. Geen discussies over de opvoeding, niemand aan wie ik verantwoording hoefde af te leggen als ik drie middagen op rij na schooltijd al een fles rosé opentrok met een medemoeder. Mijn bedje was gespreid. En zelfs toen ik begon te vermoeden dat dat niet hetzelfde bedje was als van mijn echtgenoot, sliep dat uiterst comfortabel.

Maar Arjen werd verliefd op zijn minnares. Zijn nieuws kwam als een donderslag bij heldere hemel. Ik dacht dat hij onze relatie net zo comfortabel vond als ik. Dat hij de vrijheid lekker vond, zeker in de wetenschap dat er voor de kinderen goed werd gezorgd. Het bleek anders. Hij wilde meer, zei hij. Gebruikte woorden als ‘onvoorwaardelijk’ en ‘symbiose’. Hij wilde elke dag opnieuw uit volle overtuiging voor elkaar kiezen, en hij koos niet meer voor mij maar voor haar.

Dat deed pijn, het kwetste vooral mijn ego. Feitelijk zag ik ons huwelijk al die tijd meer als een zakelijke deal. We waren een geoliede onderneming, met ieder een eigen, strikt gescheiden takenpakket. Dat het aan affectie ontbrak in onze relatie zat me natuurlijk weleens dwars. Met de zorg voor drie kinderen was van mijn libido weliswaar weinig over, maar ik was niet van steen. Het kwam wel weer, dacht ik. Want ik was dan misschien nooit echt verliefd op Arjen, aantrekkelijk vond ik hem wel – en hij mij. Maar nu wilde hij opeens ‘het totaalplaatje’.
 

Alleen rooien

Ik was niet boos, wel verslagen. Hoe nu verder? Ik had nooit iets opgebouwd. Geen carrière en dus geen noemenswaardige verdiencapaciteit. Met Arjens inkomen had ik recht op een flinke kinder- en partneralimentatie, maar ik moest het verder wel alleen rooien. Geen betaalde vakanties of andere extra’s meer. Een vast maandbedrag, in een nieuw huis dat nooit de luxe zou hebben van onze echtelijke woning. Lekker belangrijk, zou je zeggen, maar het was alles waarop mijn leven – en dat van de kinderen – was gebaseerd. En op de liefde tussen ons vier natuurlijk, maar wees nou eerlijk: daar kan niemand van eten, laat staan skiën.
 

Lees ook
'Ik blijf bij hem voor het geld' >

 

Date

Via een datingsite voor mensen met een relatie kwam ik Ruud tegen. Hij was getrouwd, maar lag in scheiding, beweerde hij. In een poging mijn gekrenkte ego wat op te krikken, spraken we af voor een lunch in een chic restaurant. Hij was elf jaar ouder dan ik, maar charmant. Het klikte meteen. Aanvankelijk hadden we vooral contact via Whatsapp. Hij wilde eerst zijn scheiding afwikkelen, zei hij. We lunchten nog een paar keer, zoenden wat in zijn auto, maar toen een half jaar later nog geen enkel schot leek te zitten in zijn scheiding, ging er bij mij wel een belletje rinkelen.

Hij kon zijn vrouw niet zomaar verlaten, biechtte hij op. Ze had aandeel in zijn bedrijf, hij had een zoon met zorgbehoefte; een scheiding zou desastreuse gevolgen kunnen hebben. Van liefde en seks was al lang geen sprake meer, stelde hij; hij wilde mij. Was er geen manier waarop beide levens naast elkaar konden bestaan?
 

Tweede vrouw

Míjn scheiding was inmiddels bijna afgerond. Ik had een bod gedaan op een koopwoning, Arjen zou in ons huis blijven wonen. De lasten daarvan waren voor mij te hoog. Ik moest een beslissing nemen. De koop van mijn huis doorzetten betekende op eigen kracht verder en interen op het bedrag dat Arjen mij had betaald om me uit te kopen. Het betekende een baan zoeken, niet meer elke dag thuis zijn als de kinderen – inmiddels dertien, tien en acht – uit school kwamen.

Tijdens een diner in een sterrenrestaurant met aansluitend een hotelovernachting kwam Ruud met een voorstel dat ik niet kon – of eigenlijk: niet wilde – weigeren. Hij bezat wat vastgoed, waaronder een riante woning in mijn stad, waar ik zo in kon met de kinderen. Het zou me niets kosten, zelfs de vaste lasten zou hij voor zijn rekening nemen. En mijn deel van de overwaarde op het huis van Arjen en mij? Dat was een lekker appeltje voor de dorst. Er was alleen één voorwaarde: ik zou de tweede vrouw blijven zolang zijn zoon nog thuis woonde, en zijn echtgenote diende van niets te weten.

Feitelijk was deze constructie niet heel anders dan mijn huwelijk. Ik was niet straalverliefd op Ruud, maar ik genoot van zijn aandacht als hij er was. Eigenlijk was dit perfect. Gratis wonen betekende dat ik fulltime thuis kon blijven voor de kinderen. Voor mijn eigen gemoedsrust zag ik wel af van partneralimentatie van Arjen. Ik woonde dan misschien niet samen; een andere man voorzag wel in mijn onderhoud. Arjen maakte ik wijs dat het een soort antikraakconstructie was en dat ik administratief werk verrichtte voor de eigenaar. Hij fronste even, maar besteedde er vervolgens nooit meer aandacht aan. Of ik nu ‘huurde’ van een corporatie of van een particulier – dat maakte voor hem niets uit. Als de kinderen maar veilig waren.
 

Luxe

Natuurlijk is mijn keuze niet écht verstandig. Hoewel Ruud keurig voor een huurcontract heeft gezorgd, kan hij op elk moment besluiten dat ik de lasten zelf moet betalen. Dan moet ik verhuizen én een baan zoeken. Tegelijkertijd ben ik niet bezorgd dat het zo’n vaart zal lopen. Voor Ruud ben ik zijn enige liefde.

Eén weekend per maand slaapt hij bij ons, en soms tussendoor een nachtje. Vaak gaan we samen uit lunchen en minstens eens per jaar gaan we met z’n tweeën luxe op vakantie. Voor de kinderen is hij gewoon mijn vriendje, geen stiefvadermateriaal. En hoe ik dit riante huis in vredesnaam betaal vragen ze zich niet af. Ook Arjen kraait er niet naar. Die verwacht inmiddels een kind met zijn vriendin en is al lang blij dat de kinderen en ik er comfortabel bij zitten zonder dat hij eraan moet bijdragen.
 

Geldkraan

Ik realiseer me dat ik een keer op eigen benen moet staan. Zodra de kinderen de deur uit zijn, wil ik ongetwijfeld meer dan een man voor wie ik gevoelsmatig misschien op de eerste plek kom, maar die me in me in de praktijk op een tweede plan zet. Hoe goed hij ook voor me zorgt, dat maakt me op lange termijn niet gelukkig.

Nu wegen de voordelen nog op tegen de nadelen, maar ik kan niet ontkennen dat ik op z’n zachtst gezegd even slik als hij weer eens niet op mijn verjaardag kan komen. Niet voor me kan zorgen wanneer ik ziek op bed lig. Of met droge ogen op exotische vakantie vertrekt met zijn gezin. En wat als hem iets overkomt? Geen idee hoe hij mijn bestaan in de boeken verantwoordt, maar dat de geldkraan dan dicht gaat, lijkt me onvermijdelijk. Ruud snoert me de mond wanneer ik dat risico opper. ‘Schatje, tegen die tijd is mijn zoon volwassen en ben ik al lang gescheiden’, sust hij dan. Maar ik wacht inmiddels lang genoeg om daar niet meer op te vertrouwen.

Vriendinnen verklaren me voor gek, al zijn er maar twee die echt weten hoe de vork in de steel zit. Mijn vader – mijn moeder leeft niet meer – wil er al helemaal niets van weten. ‘Zorg je een beetje voor jezelf?’ vraagt-ie regelmatig argwanend. ‘Er zijn drie mensjes afhankelijk van je.’ Tegelijk is juist hij deels mijn geruststelling; mijn broer en mij staat na zijn dood een flinke erfenis te wachten. In een noodscenario kan ik in de tussentijd altijd nog terugvallen op mijn spaarrekening.
 

Aanwezig

Ik heb respect voor mensen die het na hun scheiding helemaal alleen redden met de kinderen. En misschien schiet ik wel tekort door dat niet te doen. Maar ik ben elke dag aanwezig in hun leven, op de twee weekenden per maand na die ze bij hun vader doorbrengen.

Ik heb liever dat ze terugkijken op een jeugd waarin financieel veel mogelijk was en hun moeder altijd voor ze zorgde, dan dat ze elke middag thuiskwamen in een verlaten huis omdat hun moeder moest werken en elk dubbeltje drie keer omgedraaid moest worden. Ruud helpt mij door me gratis te laten wonen, ik help hem door hem de warmte en seks te bieden die hij in zijn huwelijk ontbeert. Zolang we ons daar allebei goed bij voelen zie ik daar weinig kwaad in; er zijn relaties gebaseerd op minder. Nee, ik voel me ook niet schuldig naar zijn vrouw toe, zij kiest toch eveneens bewust voor een zakelijk huwelijk?

Hoe ik de toekomst zie, weet ik niet. Wat als Ruud zijn vrouw echt verlaat en wil samenwonen? Onze relatie werkt goed onder de huidige omstandigheden; fulltime samenleven is andere koek. Wie weet ziet het leven er dan wel heel anders uit. Worden we allebei alsnog verliefd op een ander of besluiten we te verkassen naar het buitenland. Ik ben tevreden met mijn leven zoals het nu is, maar dat was ik ook tijdens mijn huwelijk met Arjen. Het leven zit soms vol verrassingen.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 16-2020.


 

Meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >