overal gevaar onnodige onderzoeken kinderen

Manon zou haar kinderen het liefst opsluiten om ze te beschermen tegen valpartijen, virussen en viezigheid. En dan zijn er nog altijd die terminale ziekten die ze onder de leden kunnen hebben.

Manon (44), moeder van Jort (13), Jiska (11) en Ellen (7), getrouwd met Steef.

Article continues after the ad

“‘Rotmoeder!’ bulderde Jiska vorige week. Haar hockeyvriendinnen hielden een slaapfeest en gingen daarvoor naar het trampolinepark. Ik vond het te link, negen meiden op één kamer. Sinds corona heb ik het gevoel dat ik mijn leven niet zeker ben. Vaccins bieden geen honderd procent veiligheid en ik behoed mijn gezin graag voor ziektekiemen. Bovenal maakte ik me zorgen over het trampolinepark: dé plek voor enkelbreuken en hersenschuddingen. Mijn antwoord of ze mee mocht was dus een ferme nee, wat ze me nog steeds niet heeft vergeven.
 

De deuren op slot

Ik was altijd al voorzichtig. Bang voor blessures, blafhoest en ergere zaken. Toen Mark Rutte tijdens de eerste persconferentie het onheil afkondigde, gooide ik mijn deuren op slot voor buitenstaanders en dat heb ik vooralsnog niet veranderd. Ik raak al van de kook van een monteur of schoonmaakhulp, laat staan dat ik kan ontspannen in een huis vol gasten.

Bijna anderhalf jaar geen vriendjes in huis is nogal wat om te vragen van je kinderen. Maar we hebben een grote tuin, ik doe niet moeilijk over spelen in de buitenlucht. In het voorjaar hingen ze hier met zeven kinderen in een bootje. Prima, zolang ze maar van het slootwater afblijven. Daar zwemmen ratten in, weet jij veel wat die bij zich dragen. Ik onthoud mijn kinderen hun vriendschappen niet.

Zelf spreek ik mijn vriendinnen tijdens een wandeling, of gewoon via de telefoon. Van mijn man Steef eis ik hetzelfde. Al vermoed ik dat hij na tennis stiekem een biertje drinkt met zijn clubgenoten, terwijl hij de tape waarmee hij zijn zwakke enkels van mij moet zwachtelen ongebruikt in zijn tas laat.
 

Wat als...

Ons gezin verkeert in goede gezondheid. Niemand heeft noemenswaardige kwalen en griep heeft hier nooit echt huisgehouden. ‘Alleen jij hebt het op je heupen’, grijnst Steef regelmatig. Die vond me vroeger al hysterisch, maar sinds we kinderen hebben ben ik er nog verder in doorgeslagen.

Jort, mijn oudste, is zijn leven lang al een brokkenpiloot. Toch ben ik bij elke blauwe knie bang voor leukemie. Man aan de diarree? Dat móét een darmtumor zijn. Bij een steekje in mijn hartstreek denk ik dat ik het loodje leg. De hoeveelheid röntgenfoto’s en scans die ik al heb laten maken in mijn leven zijn niet te tellen. Er moet wel een joekel van een aantekening in mijn patiëntendossier staan: ‘Deze mevrouw is knettergek.’ 

Mijn kinderen zijn gedurende hun leven lek geprikt voor allerlei onderzoeken die misschien eigenlijk niet nodig waren. Om me kapot te schamen, maar je zult maar een diagnose missen. Dus blijf ik naar de huisarts gaan wanneer een vlek of bult me zorgen baart. Die schreef me jaren geleden een psycholoog voor. Zij hielp me mijn angst te duiden, maar dat loste mijn gevoel niet op. Ik volg nu drie jaar met tussenpozen cognitieve gedragstherapie, waardoor ik mijn hypochondrie de baas moet worden. Maar het is een angststoornis, daar kom je niet zomaar vanaf.
 

Hypochondrie

Hoe ik eraan kom is wel te herleiden. Mijn moeder overleed nadat een niertumor werd aangezien voor een hernia. Tegen de tijd dat de diagnose klopte, was ze terminaal. Een goede vriendin had geen spastische darm maar alvleesklierkanker, zo bleek nadat ze een jaar van het kastje naar de muur was gestuurd. Haar crematie was vijf maanden later. Ik vertrouw een kwaal of arts niet zomaar meer, je kunt maar beter alert blijven.

Dus toen Jort vorig jaar zijn dijbeen brak, heb ik geëist dat er een CT-scan kwam. Zo’n ijzersterk bot breekt niet zomaar, wat als er een ernstiger kwaal aan ten grondslag lag? Oké, hij was van een paard gevallen, maar horen de botten van kinderen niet in enige mate mee te bewegen? Daarop ontplofte mijn zoon volledig. Gék werd hij van mijn overbezorgde gedoe, gilde hij, en weigerde – behalve de noodzakelijke operatie – elk onderzoek dat ik aandroeg.  Gevolg van die actie is dat Jort al mijn waarschuwingen sindsdien in de wind slaat. Waarop ik alleen maar bezorgder word, want zo loopt hij nóg meer risico.

Zelfs Ellen, mijn jongste, begint het op te vallen dat ik wel heel bang in de opvoeding sta. ‘Ik smeer mijn boterham zelf wel’, opperde ze onlangs. Om daar met haar zeven jaar cynisch aan toe te voegen: ‘Of ben je bang dat ik dan in mijn vinger snijd?’ Al maak ik me om haar het minst zorgen; van de drie is zij degene die van nature risico’s mijdt.
 

Druk, druk, druk

Ik realiseer me dat ik mijn gezin beperk en toets mijn beslissingen regelmatig. Toen ik bang was om mijn kinderen terug te sturen naar school na de lockdowns, heb ik dat open en eerlijk besproken met de directeur. Die toonde begrip en stond toe dat ik mijn kinderen langer thuishield, maar dat was na een paar weken niet meer te verantwoorden. Iedereen speelde met vriendjes, dat wilden mijn kinderen ook.

Daarop stelde mijn huisarts antidepressiva voor. Die helpen soms bij een angststoornis, en volgens hem dus ook bij hypochondrie. Ik wil het graag proberen, maar ben tegelijkertijd doodsbenauwd mijn scherpte te verliezen. Wat als ik het niet meer merk als mijn kinderen wat mankeren? Of het me niet meer interesseert? Bovendien: antidepressiva hebben allerlei bijwerkingen. Zit ik me dáár weer druk om te maken.
 

Lees ook
Altijd bang: 'Ik dacht dat het normaal was dat ik steeds hyperventileerde' >

 

Continu in angst leven

Rationeel probeer ik iedereen dus maar zoveel mogelijk los te laten en te bidden dat het goed komt. Maar het gevolg is dat ik continu in angst leef. Dat heeft zijn weerslag op mijn huwelijk. Steef respecteert mijn angst, maar vindt dat ik gigantisch doordraaf. Dan neemt hij de kinderen op zaterdag mee naar de duinen en stort ze koprollend naar beneden. Dat moeten ze ervaren, vindt hij, zo leren ze hun grenzen kennen én verleggen, ook fysiek. Daar heeft hij natuurlijk gelijk in, maar ik blijf erin als ik hoor wat ze hebben gedaan.

Ik ben blij met de balans die Steef brengt, maar het leidt wekelijks tot verhitte discussies. Ik weet zeker dat ze dingen voor me verzwijgen. Loop ik de badkamer in, zie ik Jiska’s knie vol korsten. Ik snap dat ze mijn overbezorgdheid uit de weg gaan, maar dit is niet de bedoeling: wat als zoiets gaat ontsteken?
 

Meer loslaten

Ik ben ook vriendinnen verloren door mijn gedrag. Niet iedereen heeft geduld met iemand die een stedentrip verstiert doordat ze wankel door een wijntje denkt dat ze iets mankeert aan haar hersenen. Mijn zwangerschappen waren helemaal rampzalig. Continu was ik bang dat er iets met de baby was, of dat ik zwangerschapsvergiftiging zou krijgen. Ik leefde op het randje van smetvrees, doodsbenauwd voor een salmonellabesmetting. Voor echo’s lag ik nachten wakker, dat ontnam Steef ook zijn roze wolk. Dat we drie kinderen kregen, mag een wonder heten.

De natuur bleek mijn redding: hoe bang ik alle keren ook was voor de bevalling, toen die eenmaal begon vergat ik al mijn angst en klaarde de klus zonder kniezen. Waarna de zorgen overigens meteen weer de kop opstaken; geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om licht snotterend bezoek bij mijn baby te laten. Een vriendin die tegelijk met mij zwanger was, kreeg er een punthoofd van. Dat begreep ik, ik had er heel wat voor over gehad om me zo onbezorgd te voelen als zij. Toen onze zonen eenmaal geboren waren, groeiden we uit elkaar. Zij gaf geen krimp als hij opeens boven op een speelhuisje was geklommen of een hap zand uit de zandbak nam, ik zat overal bovenop. Ik had gewild dat ik het meer kon loslaten.
 

Symptonen googlen

Mijn zussen nemen me al helemaal niet meer serieus. Sinds ik me op mijn vijftiende een keer van school liet halen omdat ik zeker wist dat ik een blindedarmontsteking had die gewoon een ‘pittig broodje kip’-diarree bleek, lachen ze om elke scheet die ik laat. Eén keer kwam het tot een fikse ruzie met mijn zus, toen ik tijdens een familieweekend midden in de nacht naar de huisartsenpost wilde omdat Jiska uitslag had. ‘Dat komt gewoon door de warmte’, bulderde mijn zus, maar ik was doodsbang voor hersenvliesontsteking.

Dat ik vervolgens een uur googelde op vlekjes bij kinderen, schoot ook Steef in het verkeerde keelgat. ‘Als we zelfs in de vakanties niet meer ontspannen kunnen genieten, hoeft het voor mij niet meer’, zei hij, en vertrok de dag daarna naar huis. We zouden die avond hoe dan ook vertrekken, maar zijn punt was duidelijk: mijn angsten trekken een te grote wissel op mijn gezin.
 

Op de heupen

Er komt een dag dat ik echt wat mankeer en niemand aan mijn bed staat. Dat iedereen denkt: laat Manon maar kletsen, die ligt al in kritieke toestand door een loopneus. Om die reden heb ik weleens een diagnose gefaket. Toen ik zeker wist dat de pijn in mijn heup artrose was en ik al googelde op heupimplantaten, stuurde de huisarts me naar huis met een advies voor nieuwe schoenen: ik had gewoon een verkeerde houding en belastte mijn lijf verkeerd. Uit angst voor een woedende reactie van Steef heb ik gezegd dat mijn vermoeden klopte en ik inderdaad artrose heb. Als ik ooit in het ziekenhuis beland en mijn medisch dossier bij hem ter sprake komt, kan ik mijn scheiding plannen.
 

Wederzijds begrip

Ik wil niet dat ik mijn angsten overdraag op mijn kinderen. Of dat ze het tegenovergestelde veroorzaken en mijn kinderen later elk signaal van hun lichaam negeren. Dus neem ik mijn gezin binnenkort mee naar mijn psycholoog om daar over de impact van mijn angststoornis te praten. In combinatie met mijn medicijnen zijn we dan vast op de goede weg; van wat wederzijds begrip is immers nooit iemand doodgegaan.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 09-2021.

 

 

Meer lezen? Neem hier een abonnement op Kek Mama, de #1 glossy voor moeders.