Beeld: 123RF
Beeld: 123RF

Single moeder Noor (38) doet dit jaar niet mee met het familiekerstdiner. En dat is maar goed ook, want dat verkleint de kans dat ze haar schoonzus te lijf gaat met een braadpan.

Dit jaar duik ik onder op 25 december. En dat is de schuld van mijn moeder. Nou ja, eigenlijk die van schoonzus Ans en neef Karel, maar daarover later meer. Mijn moeder dus. Kerst is haar hobby. Geen kerst zonder een knotsgrote boom, gigantische kerststal (je kunt zo een peuter kwijt in de kribbe) en een met wit damast beklede tafel waaraan dertig mensen passen.

 

Gruwelijke mensen

Elk jaar komen aan die tafel ooms, tantes, broers, zussen, kinderen en kleinkinderen tezamen om de geboorte van het kindje Jezus te vieren. Daar zou helemaal niks mis mee zijn als schoonzus Ans en neef Karel ook niet van de partij zouden zijn. Twee gruwelijke mensen. Dat klinkt onaardig, en dat is het ook, maar ik kan er niks aan doen. Ze zijn echt heel erg. Neef Karel kan bijvoorbeeld alleen over auto’s praten. Raceauto’s, welteverstaan. Hij beschikt niet over één voelspriet en emmert doodleuk twee uur over de Mercedes-AMG GT S. Geen idee wat dat is, maar dat kan hem niet schelen. Van voorgerecht tot dessert, hij zal me tot in detail de voor- en nadelen vertellen. Daarbij spuugt hij af en toe enthousiast in mijn eten. Praten met consumptie, noemden ze dat vroeger.

 

Ze kakelt maar door

En dan schoonzus Ans. De oudste dochter van de zus van mijn moeder heeft het moederschap verheven tot het hoogste wat een mens kan bereiken. Dat is het misschien ook, maar je hoeft toch niet non-stop over je dochters te praten? Twee verwende pubermeiden die constant op hun mobieltje turen. En als ze dat twee seconden niet doen, kijken ze in de spiegel en gooien hun blonde haren naar achteren. Schoonzus Ans is daar blind voor. Zij ziet haar kinderen als een geschenk dat ze hoogstpersoonlijk aan de wereld heeft gegeven. En dat zullen we weten ook, want ze kakelt maar door over hun prestaties op het gymnasium (tuurlijk), het hockeyveld (uiteraard) en de debatingclub (wat? Kunnen ze praten?).

 

Gegijzeld door twee gekken

Nu wil het lot dat zowel neef Karel als schoonzus Ans om een of andere duistere reden dol op mij zijn. Waarschijnlijk omdat ik nooit iets terugzeg, waardoor zij oeverloos kunnen kakelen. Hoe ik het ook probeer te vermijden, ze manoeuvreren altijd zo dat ze pal naast of tegenover me komen te zitten. Terwijl ze me de oren van het hoofd kletsen – ze praten ook nog dwars door elkaar heen, want niet geïnteresseerd in de ander – kijk ik jaloers naar de rest van de familie die dolle pret heeft, nog een glaasje inschenkt en praat over triviale zaken als Ajax en Feyenoord, Badr Hari en de wespentaille van zwangere Sabia. Waarom zit ik daar niet bij? Waarom word ik gegijzeld door twee gekken? Bloedjaloers ben ik, terwijl ik wanhopig signalen probeer af te geven die niet worden opgevangen: red mij uit de handen van deze twee waanzinnigen. Maar niks hoor, mijn familieleden kijken wel uit. Dat zou betekenen dat zij naast hen zouden moeten zitten en zo gek zijn ze niet. 

Heel lang geleden had ik een schoonzusje dat nogal bot uit de hoek kon komen. Een leukerd met de stem van een misthoorn, ik droom nog weleens van d’r. Als neef Karel naast haar ging zitten, zei ze luid: “Karel, ga alsjeblieft ergens anders zitten. Nog één verhaal over de Mexicaanse Grand Prix en ik doorboor je met het vleesmes.” Die schoonzus is helaas afgevoerd, die viert voortaan kerst zonder Karel. De bofkont. 

 

Straf omdat ik niet kan koken

Alsof Karen en Ans al niet erg genoeg zijn, moet ik ook nog altijd de afwas doen. Dat is mijn straf omdat ik niet kan koken. Nou ja, wel een beetje natuurlijk, maar je moet geen culinaire hoogstandjes van me verwachten. Laat dat maar aan rest van de familie over, die elk jaar de verrukkelijkste gerechten op het witte damast plempt. Mijn moeder heeft helaas geen afwasmachine in haar jarenvijftigkeuken.

Om toch iets bij te dragen, werp ik me daarom op het wassen van dertig soepborden, dertig amuse-schaaltjes, dertig grote borden, dertig dessertschaaltjes en dan hebben we het nog niet over de pannen, potten, schalen en fucking koffiekopjes. En wie helpt me altijd trouw met afwassen? Juist, schoonzus Ans die nooit van mijn zijde wijkt. Zij droogt af en rebbelt vrolijk door over haar hartenlapjes. Ik zweer je, er komt een kerst dat ik haar wurg met de theedoek. Verdrink in mijn sopje. Neersla met de gietijzeren braadpan. Ha, dat zal d’r leren.

 

Geheime Kerst

Omdat ik het had gehad met Karel en Ans en de pijnlijke rug die ik overhoud van de mega afwas, heb ik twee jaar geleden iets heel slechts gedaan. Ik heb een stuk of zes familieleden gebeld en voorgesteld een Geheime Kerst te vieren. We vertelden de rest van de familie dat we dit jaar helaas verhinderd waren en zijn met onze kinderen naar een eetcafé gegaan waar André Hazes met Eenzame kerst door de speakers schalde. Het werd een dolle avond en we zworen met twee vingers in de lucht dat we dit NOOIT aan de niet-aanwezige familie zouden verklappen. Wat natuurlijk toch gebeurde – met dank aan mijn toen zesjarige zoon die zijn mond ALTIJD voorbijpraat. Het gevolg: heel veel boze blikken en giftige telefoontjes en mailtjes. Sindsdien worden we scherp in de gaten gehouden en wordt spijbelen zwaar bestraft. Dat doen we dus maar niet meer.

 

Familie is heilig, dat weten we allemaal

Het probleem met kerst is dat het een familiefeest is. En familie is heilig, dat weten we allemaal. Voor mijn kinderen van acht en tien vind ik dat ik erbij moet zijn, want ze vinden het heerlijk hun neefjes en nichtjes te zien. Dat ik het een verschrikking vind, kan ze natuurlijk niks schelen. Ik denk dat mijn bloedjes niet eens weten hoe erg ik lijd onder de terreur van neef en schoonzus.

Met mijn verstand weet ik dat ik 25 december gewoon over me heen moet laten komen. Ik moet het zien als een van de minder prettige kanten van het leven. Zoiets als een scheiding of een bevalling die eindigt in 37 hechtingen. Shit happens, zoiets. Maar vanbinnen wringt het.

Als in oktober de eerste telefoontjes komen, word ik al misselijk. “Ha Noor, wil je weten wat we dit jaar eten met kerst?” Dan wil ik gillen: “Nou, dat interesseert me toevallig helemaal niets omdat ik geen hap door mijn keel krijg als ik gevangen zit tussen Max Verstappen en de Heilige Moeder Maria.” Soms zeg ik dat ook en dan wordt er begrijpend gereageerd. Dan beloven ze dat ze me dit jaar zullen beschermen tegen Ans en Karel en mij in hun midden zullen opnemen. We weten allemaal dat het in de praktijk op een fiasco uit zal draaien, maar ik laat me er elke keer toch weer door sussen. Maar niet dit jaar.

Dit jaar blijf ik thuis. Ik heb het al met mijn zusje voorgekookt. Op eerste kerstdag zal ik geveld worden door een virus dat mij dwingt 24/7 boven de pot te hangen. Mijn zus zal mijn kinderen ophalen opdat zij toch een familiekerst kunnen beleven. Als ik haar auto weg zie rijden, doe ik de gordijnen dicht, Netflix aan en een pizza in de oven. En dan ga ik op de bank liggen en een potje huilen van opluchting. 


Dit artikel staat in Kek Mama 13-2015.


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

echo-zoon-dochter

Strikjes in het haar, een jurkje met kerst en over-de-top glitterschoenen: Kek Mama’s Malu en haar vriend zagen het al helemaal voor zich toen ze met vijftien weken hoorden dat ze een meisje zouden krijgen. Tot er met de twintigwekenecho toch echt een piemel in beeld kwam.

Achteraf kan ik mezelf wel voor m’n kop slaan, want kom op: vijftien weken is wel heel erg vroeg. Maar ondanks dat ik hier meerdere malen door vriendinnen en collega’s op werd gewezen, staarde ik me blind op websites met koppen als ‘Geslachtsecho vanaf dertien weken? Het kan!’. Vol vertrouwen vroeg ik tijdens onze derde echo aan de verloskundige of ze kon kijken hoe of wat. En ja hoor, of ze nu met dat apparaat links of rechts zat, ze zag drie streepjes - een meisje.

 

Ons meisje

Mijn vriend en ik konden ons geluk niet op: hij is opgevoed in een ‘mannenhuis’ (heeft één broer) en kon niet wachten op een kleine meid in z'n leven. Die vervelende jongens in de toekomst? Die nam-ie graag op de koop toe. Ik kreeg het eerst een beetje benauwd (een kopie van mijn pittige zelf was immers nou niet écht waar ik rekening mee had gehouden), maar toen we haar eenmaal een naam hadden gegeven was het ook echt míjn meisje. Ons kind dat we samen alle liefde van de wereld zouden geven. 

 

Geen mierzoet gedoe, wel setjes voor meisjes

Of we een moment twijfelden aan het geslacht? Ik wel. Maar ik moest op de verloskundige vertrouwen en we kochten langzaam de eerste kleding voor onze baby - geen mierzoet gedoe, maar wel echt setjes voor meisjes. Het jurkje voor kerst was zelfs al binnen. Nooit gedacht dat we dit een paar weken later weer terug konden brengen…

 

Daar was-ie: de piemel

Het leek wel een film: echoscopist zat tijdens de twintigwekenecho nog geen drie seconden met dat echo-apparaat op m’n buik, toen ze met de volste overtuiging zei dat ze een piemel zag. We waren het vijfde stel in één maand waarbij het 'verkeerd' was voorspeld. Vriend werd lijkbleek, ik probeerde de boel nonchalant weg te lachen. Ik bedoel, de baby is gezond, dat is het belangrijkste. En een jongen is toch net zo leuk? Dat vond (en vind) ik ook echt, maar toen ik van die tafel afrolde en samen met m’n vriend weer naar buiten liep, leek het ineens alsof ik zwanger was van een ander kind. Dag naam, dag jurkjes en dag glitterschoenen: onze toekomst zag er ineens heel anders uit. 

 

Afscheid

Vooral m’n vriend moest aan het idee wennen - alsof ze zijn dochter van ‘m hadden afgepakt. Hij vindt een jongen net zo mooi, maar ik herkende dat gevoel wel een beetje. We moesten plots afscheid nemen van een kind dat er nooit is geweest. Dus toen we dat kerstjurkje op de balie van de kledingwinkel zagen liggen omdat we ‘m wilden ruilen voor iets stoerders, voelde dat toch een beetje gek.

 

Mannenhuis

Dagenlang hebben we er samen over gepraat. En soms ook dagen niet. We kregen jongenskleding van onze familie, zochten naar jongensnamen op internet, speculeerden over wat z'n hobby's zouden worden en kochten de stoerste sneakers die er zijn. Alles om in ons hoofd een beeld van ons ‘nieuwe’ kind te krijgen. En nu, een paar weken later, kunnen we vol trots zeggen dat we een ZOON krijgen. Onze gezonde zoon, die natuurlijk net zo welkom is als onze dochter. Vriend kan niet wachten om samen te gaan voetballen (of naar ballet te gaan als ons kind dat liever wil), te stoeien en hem wijze vaderlessen mee te geven. En ik kijk uit naar de dag dat ik onze jongen in m’n armen kan sluiten - een mannenhuis, heerlijk.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Roos Schlikker (42) is journalist, columnist en moeder van zoons Miró (8) en Róman (6). In Kek Mama schrijft ze over haar gezinsleven.

Vroeger, in vrijgezelle tijden, wilde ik niets liever dan een mysterieuze schone zijn. Zo’n vrouw over wie mannen zeggen: “Ze kijkt zo geheimzinnig. Ze is misschien wat stil, maar daar zit een peilloze diepte achter, dat zie je.” Ik vermoed vaak dat er achter stille Willies in plaats van een peilloze diepte gewoon helemaal niks zit, maar dat is de kift natuurlijk. Want ik ben een hoop, maar zeker niet mysterieus.
 

'Ik hou stiekem wel van stiekem'

En dat terwijl ik stiekem wel van stiekem hou. Die ene kus die nooit uitgewisseld had mogen worden, was dat niet de lekkerste ooit? Dat potje zwart-wit dat ik in mijn laatje op de lagere school had gesmokkeld en waarin ik stilletjes tijdens taal af en toe mijn vinger durfde te steken. Zalig.

Doen alsof je altijd naar Radio 1 luistert in de auto maar zodra je het land doorscheurt keihard meeblèren met 100% NL (‘Ik heb de heeeeeele nacht, liggen dromen, van je stem van je mond van je lijf van je kont en de dekens o-hop de gro-hond.’). Bijna orgastisch.

Maar omdat ik zo flapuiterig ben, kan ik het zelden voor me houden. Ik lul te veel over de man die ik clandestien zoende, dat zwart-witpotje viel altijd om, een poederlawine tussen al mijn schriftjes achterlatend en het feit dat ik de halve dag Woltertje Kroes neurie zal ook wel wat verraden.
 

Plannen smeden

Afgelopen week had Miró een vriendje te spelen. Ze zouden naar het voetbalveldje gaan. Terwijl ze in de gang hun jassen aantrokken, hoorde ik ze fluisteren. “Ik heb geld. Ja, nog van mijn verjaardag.” “Oooooh! Zullen we? Naar de Appie?” “Ssssssssst! Ja, ja, doen we. En dan kopen we chocola!” “Of chips!” “Of allebei!” “Ja! Allebei!” “SSSSSSSSSST!”

Ik stond stiekem te grijnzen op de overloop. Wat heerlijk, van die plannen smedende jongetjes. Chocola of chips is natuurlijk het allerlekkerst als je als achtjarige naar de supermarkt sluipt om het in te slaan van je eigen verjaardagsgeld. Dikke kans dat ze er van de zenuwen amper van zouden eten. Maar het plannen. Het complotje. Het samenzweren. Ik begreep zo goed hoe leuk het was.

En toch kon ik het niet laten. Ik sloop naar beneden en dook plotseling achter ze op waarbij ik keihard fluisterde: “Jullie mogen best wat lekkers halen hoor!” Weg geheim. Shit. Ik zal nooit een mysterieuze schone zijn.
 

Deze column staat in Kek Mama 02-2018.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >